donderdag 16 mei 2013

Bologna, verrassende citytrip, mei 2013

Op superkorte termijn besloten we Bologna, ook La Dotta (De Geleerde), La Grassa (De Vette) en La Rossa (De Rode) geheten, te bezoeken. Het eerste slaat op de oudste universiteit ter wereld (stad van boeken en bibliotheken ook), het tweede op Bologna als gastronomische hoofdstad van Italië, denk maar aan bolognaise en mortadella, en het derde oorspronkelijk op de rode daken van de middeleeuwse, ooit ’s werelds derde grootste stad, later eerder op het linksprogressieve politieke denkklimaat daar, ten bewijze de memorabele bomaanslag op het station in 1980 door rechtse extremisten.

Donderdag
We laten Brugge’s Heilig Bloed achter om een dagje Charleroi of all places te doen. Met een ochtendvlucht om 6.25 uur is goedkoop sporen en een nacht aan € 37 in een Best Westernhotel een betere oplossing dan onchristelijk vroeg op te staan en met de auto te rijden.
We worden begeleid vanaf het station door groenzwarte uitbundige-lawaaierige hordes die meetreinen naar Brussel voor de voetbalbekerfinale tegen Genk. Geen idee hoe iemand die 's middags al constant zingt, brult en drinkt, het er ‘s avonds nog van terecht brengt. We bezoeken even Charleroi centrum maar de stad is uitgestorven… Er is weinig bezienswaardig maar dat wisten we. Urbanistisch wordt hier vooruitgegaan maar de rest moet nog volgen. Het sympathieke barmeisje bevestigt me in een gezellig gesprek criminaliteit, vandalisme, werkloosheid, inefficiëntie en overlast, maar ik besluit niet depressief te worden. ‘s Avonds gaat Cercle moedig strijdend en helaas ten onder.

Vrijdag
De volgende ochtend 5.00 uur. Donker. Stilte. Niemand. Onze taxi bestaat uit 2 (twee!) enorme mannen waarvan de tweede (een lijfwacht voor ons?) er uitziet als het personage dat in gangsterfilms in beeld komt als de bandietenbaas iets zegt als: “Enrico, will take care of you”. Kortom op ons gemak voelen we ons niet.

Ryanair. Goedkoop. Vertrekt op tijd. Maar het systeem noopt tot chaos allerhande. De handbagage die gemeten wordt b.v. Een zakenman heeft een minisporttas en een laptop. Mag niet. Laptop moet in tas. Kan niet. Probleem. Had hij een grotere tas gehad en beide erin gestopt dan kwam hij nog niet aan de helft van het toegestane volume. Een volle Boeing 737 en iedereen met een maximum aan handbagage, dat kan toch niet allemaal in de bovenkastjes? Never! En de ontoegewezen plaatsen. Gevolg: bagage soms gestapeld een eind verder en dan loopt het menselijk verkeer in de nauwe binnengang constant kortsluiting op. Nervositeit. Geduw. Vertrapte voeten.
Grappig is dat, om commerciële opbrengsten te genereren, er constant van alles verkocht wordt, over en weer, maar niemand geïnteresseerd noch gepast cashgeld. Dit is echt een vol-o-ventes.

Maar 3 1/2 uur later staan we al in het centrum, op zoek naar Le Stanze del Carro, een moeilijk
vindbaar en hoogst rare B&B gerund door drie jongedames. Onze Marco Polokamer bevat een kooi als bed, op de wc, net een hoge troon, moet je klimmen en het inhuisrumoer wedijvert met het straatnachtlawaai. Als beloning voor onze moeilijke nachtrust is er een quasi onbestaand ontbijt. Meteen in de namiddag maken we al een deal met Best Western Hotel San Donato, geen 100 m verder, waar de zon- en maandagavond er nog plaats is. Dat was ons oorspronkelijk plan, maar het bleek bezet in het weekend. Het hotel bevat een 360° verbluffend panorama over de stad. En bar en ontbijt kan op een terras met zicht op de okeren, gele, bruine en rode tinten van daken en huizen, inclusief kerk- en de vele (scheve) torens. Pisa eat your heart out. We verkennen het centrum met zijn Piazza Maggiore, de schitterende Palazzo dell’ Archiginnasio met wel 700 wapenschilden en versieringen allerhande, maar ook de kleine straatjes met zijn delicatessenzaken die een aanslag plegen op onze visuele smaakpapillen. In de oude Tamburi sta ik met mijn hoofd tussen de saucissen. We zoeken een trattoria voor de locals, die zeker qua drankprijzen ver afliggen van die op de toeristische terrassen in de zon. Nog maar eens besef ik dat bij ons lekker eten duur is.

Zaterdag 
Ik  neem een stadsbus naar het station om onze Erasmusdochter Tanya op te halen die 1 dag overkomt vanuit Lugano, Zwitserland. Via Milaan en de Freccia Rossa = 300 km in 1.05 uur tijd. Bologna stazione met nog steeds een oude klok op dat fatale uur. Daar is ze. Vliegt in mijn armen. Een gezellige knuffeldag zal zich voltrekken in een zoemende stad. Lamborghini stelt op de Piazza Maggiore honderden wagens tentoon. Bedrijvigheid alom. Sfeer. Bologna trekt resoluut de kaart van een verkeersvrij centrum op zaterdag en zondag wat een volledig ander openbaar transportplan met zich meebrengt, maar het werkt wel. We polsen naar de echte lokale, niet toeristische, betere trattoria om onder meer (natuurlijk!) de échte tagliatelle bolognese te eten.
Wanneer de eigenaar van de Belfiore snapt hoe wij in elkaar zitten stelt hij voor: “Lasciami fare”. Laat me doen! We eten vier assaggini (kleine porties) pastabereidingen. Bij de tortelini brengt onze goeierd een slokje rode wijn. Oudjes doen dat om de smaak naar boven te trekken, beweert hij. En inderdaad, wonderlijk. Met een flesje sprankelende Pinoletto uit de heuvels en een klare amaro voelen we ons deelnemen aan een culinair festijn en de prijs is belachelijk. In de namiddag wandelen we weer en bezoeken onder meer San Stefano, een merkwaardige kerk die eigenlijk uit 7 kerken bestaat, op en naast elkaar gegroeid in de tijd. Merkwaardig historisch.
We sluiten af met een authentieke megapizza en duwen onze dochter om 21.30 uur de trein op. Gelukkig zien we haar binnen een week al terug, dan zit de buitenlandse stage erop. Nog een lange wandeling en een zwoele avond op een terrasje om een van de fijnste dagen van mijn leven af te ronden.

Zondag
We verhuizen naar San Donato waar we een stuk minder betalen (€ 76 per nacht incl. ontbijt) dan in de rommelige verwarde B&B. Fijn hotel met supervergezichten. Flaneren, aperitieven en dan laten we ons weer verwennen in Belfiore met nieuwe proevertjes maar houden het ‘s avonds sober. Het is mooi geweest, ik zat net weer onder 80 kg maar ik vrees ervoor…

Maandag
Met de opendaktoeristenbus geven we de rest van Bologna sightseeing een kans. De eeuwige arcaden en gebouwen vormen een door Unesco erkend erfgoed. Charme en onderschat. Mag zo naast Venetië, Firenze en Rome staan. Lang in de zon 'antipasteren'  en een friturra mista di pesce (vis), ‘n siësta en s' avonds kletsen op het terras van het plein voor het hotel van deze superstudentenstad met o.m. een Poolse, Californische en Russische studentin. Heerlijk. Toch maar op tijd naar bed want er wacht ons weer een ochtendvlucht om 6.50 uur en … een ijzig, miezerig kikkerlandje.

Meer foto's op Flickr: http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157633510399802/






vrijdag 8 maart 2013

Reis en cruise Bali-Lombok-Java-Singapore 11-26/02/20132


Reis met cruise van Bali naar Singapore 11-26/02/20132
Voorwoord: op vraag van sommigen die best wel een volledig reisverslag wensten, maar mijn invalshoek indachtig (beschouwingen, bedenkingen over de tourist trade, Indonesië, luxecruising in deze tijd en leuke details die me opvielen…) zal dit een eerder lang stuk worden. Ook reflecteer ik over de luxecruises in het licht van mijn verleden als cruise director. Wie mijn boek “Toeristenvallen en –opstaan” las, kan dit stuk een beetje als een opvolger ervan beschouwen.

Inleiding: Na meer dan 20 jaar ga ik terug op cruise, ditmaal als passagier. Ik stopte destijds op een vijfsterrenplus schip van Cunard als Cruise Director (vanwege oncombineerbaar met mijn vers huwelijk). We besluiten het dan ook maar meteen in stijl te doen en gaan voor het beste van het beste. Het wordt Silversea ******, de awardwinning top company in het luxesegment (video). Want we realiseren ons ook dat als ik de werkgerelateerde reizen van die tijd en reizen met een dochter wegdenk, Nella en ik eigenlijk nooit op huwelijksreis waren met z’n twee alleen. Dus noemen we het maar “onze honeymoon”… De tickets arriveren in een mooie zilveren doos met een prachtige lederen tas met daarin alle documenten inclusief grote lederen bagagelabels.
Escape to Bali. We vertrekken 3 dagen vroeger, de vlucht is veel  goedkoper dan en met het gewonnen geld verblijven we zowat gratis in Bali. We kiezen opnieuw voor het heerlijke Sanur, maar in het bescheidener hotel Parigati vlak naast het spectaculair-prachtige Bali Hyatt waar we een paar jaar terug waren. Omdat we eigenlijk al alle hoogtepunten op Bali bezochten toen we daar 2 weken waren, concentreren we ons op puur, rustig genieten.

Met de HST naar Düsseldorf waar we met KLM rond 18.40 uur via Amsterdam en met stop in Singapore naar Denpasar vliegen. Het begint goed. We zijn nog maar net vertrokken en de paus besluit af te treden. De luchthaven van Düsseldorf is vrij nieuw en duidelijk “op de groei gekocht” maar steriel. Tijdens de nachtvlucht bekijk ik films. Ik zie eindelijk het sterke “Jagten” van Vinterberg, “Lincoln” (m.i. overroepen) en de biografiefilm over Hitchcock. Wel ellendig weinig hellende zetels voor een 16 en 1/2 uur durende vlucht.
Als we de warmte op ons voelen vallen en een taxi ons naar het schattige Parigata voert, voelen we ons meteen exotisch gelukkig en de mooie herinneringen overvallen ons in elk detail. Ik maak korte metten met de visumaanschaf en het taxiopbod want ik weet perfect de juiste prijs (internet!). De receptioniste begroet me met een brede glimlach “Welcome Mister Wiiim!” en een fruitpunch. Het is 21.30 uur, snel eten dus. Overal is er free wifi en na een laat lokaal maal om de hoek, skypen we (tijdsverschil 7 uur) met onze dochter Tanya op Erasmus in Lugano, Zwitserland, die het goed blijkt te stellen.
De volgende ochtend meteen vroeg op. Eerst de zon zien opkomen. We zitten de hele reis dicht bij de evenaar, dus zon op rond zowat 6.20 en onder om 18.25 uur. Dan zo snel mogelijk het frisse zwembad in, eigenlijk een lauwwarm bouillonnetje, waar ik tussen de waterstraalspuwende watergeesten en de onvermijdelijke waterval – het regent! - dol als een kind. Het ontbijt. Sober qua keuze. Toch weer mensen die hun borden kunstig opladen. Zwelg-art. Dan snel gaan ATM’n en Rupiahs kopen. Dankzij mijn app converter is het snel omgezet want 1€ is ongeveer 12 657 Rupiahs (IDR). Anders constant rekenwerk. We namen ons voor als eerste activiteit naar Gina te gaan die aan het strand stevige bodymassages verschaft à 4€ voor een uur. Een en ander lijkt al veranderd maar we vinden haar nog en laten ons door haar medewerksters kneden onder airco maar met de geur van de zee. Dan ga ik meteen naar mijn geliefd simpel strandbartje maar de toenmalige meisjes zijn er niet meer en het werd overgenomen door een wat excentriek uitziend maar sympathiek koppel uit … Nieuwpoort!
Ze gaven zichzelf 2 jaar om te slagen hier en offerden daarvoor 3 horecazaken op. Een administratieve jungle, ploeteren door de lokale gewoonten, ‘afdrachten’ en in een mum Balinees geleerd. En je moet maken dat je goed staat met de lokale gemeenschap, de Banjar, want die bepaalt alles  Bij neen, kan je het vergeten. Snel volledig geïntegreerd werk geven aan een pak personeel waarmee je niet met Vlaamse managementprincipes moet afkomen, faut le faire. Maar kijk wat ik ervoor terug krijg, zegt Frederiek, en hij wijst naar de kleurrijke omgeving, de zee, de weelderige plantengroei en het klimaat. De mensen op Bali zijn ook erg vriendelijk en relatief weinig opdringerig vergeleken bij elders in de wereld. Dat komt o.m. vanwege de hoge aanwezigheid van Hindoes die constant kleine bloemen, planten, vruchten en wierookoffertjes brengen op hun duizenden altaartjes, naast een tolerantie met diverse ander godsdiensten. Indonesiëkenners waarschuwden ons: op de andere eilanden is het overwegend moslim en de gedragsverandering is idem dito…

Ik slurp aan de Bintangbiertjes (bintang = ster, hun Stella dus) die erin gaan als water en trouwens meer kosten dan mijn heerlijke veggie curry die ik extra spicy bestelde (3€). Alle Belgische vuiligheid ga ik uit mijn lijf branden, nè! Even een groot onderhoud voor mijn eco-systeem.
We plukken verder de dag. Wandelen langs de zee in een verzengende hitte om te siësten in onze koele kamer. Jetlag overwinnen is ont-jet-liggen. Winter ontvluchten direct smeken om airco. Helaas reisregel nr. 568 treedt in werking. Bel s’ ochtends de receptie als iets stuk is, zeg dat er geen haast bij is en je de hele lange voormiddag niet op de kamer bent, dan komen ze… juist. Ik constateer verder dat ondanks jaren ervaring en het benutten van alle voorbehoedsmiddelen hij daar al weer is: Wim’s knalrode neus.

’s Avonds trekken we op shoppingavontuur want dochterlief moest perse een of ander Chanelleke hebben die hier goedkoop zijn. Buiten het levendige, gezellige gedoe langs de straatjes is dit voor mij een dieptepunt maar kom, de sfeer is betoverend. We slaan om de minuut een vervoeraanbod af en ik moet lachen met de “Tourist Office”. Gewoon een standje op straat met foldertjes allerlei erin, meestal vlakbij een autoverhuurder. We zoeken het restaurantje waar we vroeger een paar keer echt fijn aten. De setting is dezelfde, de food delicious maar alles is meer verwestert en toeristischer met de gehate geplastificeerde afbeeldingen van gerechten en een deurlokster. Ik heb ook niks met een Australiër die op elektrische gitaar Creedence staat te kwelen. We willen beide de gamelanklanken (orkest bestaande uit o.m. diverse soorten xylofonen) die zo mysterieus en zenachtig rustgevend zijn. Maar we beseffen dat straks ook hier het authentieke karakter zal oplossen in de grote globaliseringslokop. Het eten b.v. is helaas al niet meer 100 %  wat zij ooit kookten en aanboden, maar wat zij denken dat wij denken dat zij zouden moeten klaarmaken en hoe wij het willen gepresenteerd zien. Doodjammer vind ik dat altijd. En verwarrend ook: een biertje kost ergens 32 000 IDR, elders 32 000 IDR, jamaar meneer + 12% governementtax en + 5% servicetax. Dan nog elders 32 000 + 21% governementtax. Hoe zit dat hier? Ah, in het paradijs moet dat kunnen.


De volgende ochtend zwembad. Wat Michelinvrouwtjes lopen rond geflankeerd door mannen met spruitendlang grijs borsthaar gedragen boven een goed bedoeld punt. Ik spits de oren, hoor Deens, Frans, Australisch (logisch, Bali is wat Tenerife is voor Europeanen) en red code alarm … Russen. Hoewel deze hier blijkbaar alleen komen om te ‘wonen’ in het zwembad, zou ik toch niet in Kuta willen zitten (badplaats Kuta is ook het lively uitgaanscentrum van het eiland). En alle oudjes hier zitten in ligstoelen met een iPad. Ook deze ouwe jongen.
Vrijheid is altijd en overal je eigen plekje hebben. Straks op de cruise! Hier wordt echter strategisch gedacht. Stoel gescoord in de schaduw, maar straks komt de zon. Beslommeringen. Vandaar de handdoekenboekhouding. In het begin lijkt er een systeem achter te zitten. Elk paar badhanddoeken aan het zwembad wordt per kamer opgeschreven. Waarna later op de dag niemand er nog naar omkijkt en iedereen toch doet wat hij wil. Bali en tolerantie. Er is een poolman die zogezegd toekijkt om alles volgens de regels te laten verlopen, maar nooit iets zal zeggen, want als een klant over hem klaagt, is hij zijn job kwijt. Maar waarvoor dient hij dan? Overal staat b.v.: neem eerst een douche. Waarom ben ik altijd de enige die dat effectief doet?

Iedereen heeft hier een job, weliswaar slecht betaald, maar de uitvoering ervan is op zijn zachtst dubieus. Zo zijn er overal bewakers. Maar de zin ervan ontsnapt me soms. Bagageonderzoek en een metaaldetector aan de hoofdingang van het Bali Hyatt zorgt voor een veiligheidsgevoelshowtje, maar langs het strand kan iedereen over 400 meter ongehinderd het hotel recht binnenwandelen. Als ik de barman wijs naar hun speciale Cocktails of the House, er een “Sunset on Bali” uitpik, begint hij in paniek een soort handleiding te zoeken, over en weer te rennen om raad, om 15 minuten later te vertellen dat een bepaald ingrediënt er niet meer is. Schouderophalen. Maar leuke tropische namen, dat wel. Niet platjes zoals in Albufeira (massatoeristspot Algarve): cocktails met  namen als Viagra, Orgasm en ga maar door. Wel leuk op de barlijst: onder het hoofdstuk Scotch whisky staat: Johnny Walker, J&B, Canadian and Irish Whisky (zonder eind-e). Maar taalfouten zijn er overal: een meunière van vis mét een escalope, que? blijkt escalope van vis te zijn natuurlijk.
We hebben een afspraak met Made Catra, onze privégids van toen. Op de tweede dag gaat het schip naar Tanah Ampo in Oost-Bali. We bezochten in die hoek al veel zoals het justitiepaleis in Klungklung (heerlijke muurschilderijen) en het pre-hindoe zelfbedruipende dorp Tenganan, maar waren nooit bij de Besikah moedertempel bij de vulkaan Agung geraakt. Vanaf Tanah Ampo ware dat ideaal en Made ging ons een trip maken met een en ander dat we nog niet voorheen zagen. Noteer daarbij dat excursies aan boord zeer duur zijn, net omdat vele van dit soort passagiers absoluut niet geconfronteerd wil worden met hassle and chaos en de beste probleemloze reisomstandigheden eisen. Maar da’s niet mijn reisfilosofie. Helaas hadden we net voor de cruise een itinerary change gekregen. Bleek dat er een kleine tsunami was geweest in Indonesië en de jetty (aanlegsteiger) er was weggespoeld zodat er eenvoudig weg niet meer met sloepen kan getenderd worden. Hetzelfde gold voor het vrij ontoegankelijke en dus niet-toeristische Bangka island waar ik ontzettend naar uitkeek. Een verloren groot zandstrand met Seychellenachtig grote ronde rotsen. Mja, er heeft altijd al een Robinson Crusoë of Columbus in mij geleefd. Dit ware toch, noem het, minimale compensatie. Ook al omdat dit een mooi contrast of aanvulling was “in de balans” van de cruise. Na de drukke, hectische miljoenenstad Jakkarta, wat rustig natuurschoon en eenvoudige prilheid. Helaas ook daar was de aanlegsteiger dus washed away. Bedenking: ik moet dringend weer eens het ‘weinig ontdekte’ ontdekken of een boomhut maken ;-). Boys wake up call J.

Wat kan ik nog doen? Ook de mogelijkheid om te paragliden (in het zuidelijk schiereiland) is er niet : foute westenwind. Allemaal jammer voor Made die desperate is voor business. En klaagt. Maar baruitbater Frederiek zegt me later “Er is wel een toeristenterugval en ’t is laagseizoen maar ze zijn zoals de horeca aan onze kust, van zodra ze kunnen, klagen ze”. Belgische nuchterheid. Ik bestel meteen een Bintangbier.
We gingen opnieuw voor een massage want voor de prijs kan je niet sukkelen. Daarna vocht opnemen bij Komilfo, zo heet de tent van Frederiek en Miyu. Ik neem er een cocktail met Bali rum en veel verse vruchtenmix. Het is Valentijn vandaag en Frederiek neemt vanavond zijn personeel met hun liefjes mee naar de McDonald’s. Daar zijn ze hier in de wolken van. Voor hen is dit zo uitzonderlijk, zelfs al moeten ze een uur aanschuiven en bestellen ze gewoon rijst met kip. De McDonald’s verpakkingen zullen een lang souvenirleven leiden in hun huisjes. McDonald’s op Valentijn, het is eens iets anders.
Wijzelf worden geprikkeld om “iets” te doen. Honingmaan, Valentijn, een romantische omgeving…. Ons hotel maakt reclame voor een Valentijndiner met orkest en dans. Het menu is duidelijk stukken duurder dan elders, het ziet er slecht georganiseerd uit, slingertjes en hartjes uit de kleuterklas, ze lijken zelf nog niet alles goed te weten maar we zijn vlakbij onze kamer, ’t is de laatste avond and what the hell… We zien wel… We eten een soort pompoensoep en gegrilde vis. De avond met een Aziatisch eenmansorkest die in fonetische Engels klassieke songs verkracht, lokte 4 koppels. Valentijn die tristesse uitstraalt. Maar we bekijken het van de humorzijde. Jamaica Farewell van Harry Belafonte, dé Caraïbenhit op Valentijn in Bali? Wanneer een koppel de tafel verlaat midden het menu loopt een kelner er in paniek achteraan. Waar gaan jullie naartoe? “Wij gaan dansen, meneer.”


The Silversea Experience. De volgende ochtend koop ik nog wat mooie lekker zittende polootjes en zwembroeken. Het spel van afdingen. Kleine percentjes, rijke ventjes en Nella in een onbarmhartige hoofdrol. Dan opweg naar de haven Benoa en het cruiseschip Silver Shadow. Supereffeciënte check-in, flashing smiles en begroetingen en nadat er van ons snelle foto’s werden gemaakt zal ik vanaf dan voor de rest van de cruise door iedereen die ertoe doet in de sociale context constant begroet worden met “Good morning Mr. Wim” of “Evening Mr. Vènbussien”, zelfs al zag ik ze nooit voorheen. Dit is het systeem dat we in de tijd bij de fivestarplus operation invoerden. Op dit niveau weten wie elke gast is en wat ze willen. Na 1 keer in de bar onthouden ze al je favoriete drankjes of suggereren er die bij je mood moeten passen, een Sea Breeze b.v. Pour it out, Russell!
We worden begroet door Heri Kupaeri, onze kleine Indonesische butler met zwarte zwaluwstaart, grote witte strik en schattige flaporen die ons door de eerste keuzes begeleidt: welke lijn amenities voor de badkamer, keuze uit 6, willen we? We kiezen Bulgari. Welke type kussen willen we? Weeral 6 types (allemaal tot in het detail beschreven) en welke dranken of hapjes willen we at all time in onze koelkast? Mineraalwater, softdrinks, bier, maar ook  champagne kan en fijne wijnen. Ik suggereer “misschien een kleine whisky voor laat op onze veranda als afzakkertje?”. Ik krijg prompt een grote fles Johnny Walker Black die ik van de hele cruise niet zou aanraken. De deal bij zessterrenschepen is simpel: alles is inbegrepen, tenzij laundry, casino, welness, de boetieks aan boord (waaronder een H. Stern), wifi en excursies. En dineren in het intieme Le Champagne restaurant by Relais and Chateaux waar wat bijbetaald moet worden voor net nog iets verfijnder en geraffineerder eten en de kans op exclusievere wijnen, cognacs en sigaren kan wel, maar tegen een kleine opleg na reservatie. Plaats bemachtigen blijkt moeilijk. Maar mijn oude reputatie is me voorafgegaan en we krijgen na elkaar van diverse diensten: gratis laundry, 500 minuten gratis wifi voor een waarde van 170$, 200$ krediet op onze rekening, dus vrij spenderingsbedrag uitgenomen de casino, 1 gratis diner in le Champagne en nog een en ander. Met die 200$ zal Nella 4 tassen van Harrods kopen, want net in solden, en samen een excursie. We bestellen een avondje in Le Champagne en de wifi is voor ons natuurlijk heel belangrijk. Maar via de satelliet is dat toch een stuk moeilijker en trager dan aan land, komt daarbij het hele tellersysteem en de berekening van het in blok aankopen, wat ik hier het enige minpunt vind aan boord. Bij aankomst werd onze credit card geregistreerd en alles gaat er automatisch vanaf. Uiteindelijk zou dat op het einde maar een paar 100-den dollars zijn. Als repeater krijg je ook snel bonussen. Zo ontmoette ik gasten die tegen het einde van de cruise zochten om nog snel 1 000$ krediet op te maken.
Die eerste avond gaan we naar de voorstelling van de staff en de lecturers in de Panorama Lounge en de 6 zanger-entertainers, Wendee, Anastasia, Kashena, Jonathan en Kyle (allen Amerikanen) ronden af met een indrukwekkende “Brindiamo” uit “La Traviata”. We toasten inderdaad. Dan doen we The Bar aan en The Restaurant voor een fijn diner overgoten met allerlei wijnen die ons constant worden voorgesteld zodat we zelfs foto’s nemen met onze iPhones om ze bij een volgende gelegenheid te herinneren. Nadien is er een Balinese show die we echt flut vinden vergeleken bij de spectaculaire en acrobatische spektakels die we vroeger zagen en gaan met plezier onder de wol van het zachtste bed ooit. Want goed slapen was er tot nu niet bij. Vigilo, ergo sum. Geen idee waarom.

Het ontbijt in La Terraza is een feest. Eindelijk de koffie zoals we die echt willen en er is een pletwals aan keuzes van op het moment klaargemaakte warme gerechten. Steevast wordt je bord dan door een ober naar je tafeltje gebracht, stoel onder je en servet op je. Je krijgt ook echt het tafeltje dat je wenst. De maître d’, vooral Marcello (een zeer entertainende Italiaan) moeten meesters zijn in hun vak. We besluiten buiten te eten hoewel het panorama er door de grote vensters overal is. Omdat door de routewijziging het schip een dag langer in Benoa blijft liggen, genieten we van de faciliteiten van het schip. Ik bezoek sporadisch activiteiten, neem een dip in zwembad of jacuzzi, een kort zonnebad, lees in mijn boek Back to Blood van Tom Wolfe (weer een klapper!) of pluk van de mooi gepresenteerde vruchtenschotel in de suite. Elke dag allerlei vers, soms voorgesneden, exotisch fruit waaronder snake en dragon fruit. Butler Heri smeekt a.h.w. dat we hem dingen vragen en zelfs al doe ik het niet, blijken mijn avondschoenen toch steevast geboend en in een vorm gezet. Toen het honeymoonverhaal hem blijkbaar ter ore kwam, vonden we een vol bad vol geurend schuim, omringd door rozenblaadjes en kaarsjes. Echte luxeservice is anticiperen op wat iemand kan willen.
In de namiddag liepen we al de kapitein Cataldo Destefano tegen het lijf die me toevertrouwd: “I read your CV”. Iedereen blijkbaar… Nella is afkomstig van de streek waar ook hij geboren werd (Barletta). Ik besluit mijn grapje met de naam Schettino te laten vallen. ’s Avonds is het gala-avond en natuurlijk werd ik via een officiële uitnodigingskaart geïnviteerd aan de eretafel van cruise director James ‘Jimmy’ Hovel uit Connecticut. Ik trek een van de enige smokings van de vele uit mijn oude tijd waarin ik nog (nauwelijks pas) aan en we maken ons op. Het heeft een heel bijzonder kort elegant jasje met zwarte en grijze strepen. In de gang roep Heri: “I love your jacquet”. Bon, da’s duidelijk. Heri is gay. Voor een moslim geen cadeau.

Het obligate handen schudden en beleefdheidwoordjes. De rij met kapitein, hotel manager en C.D. beleef ik voor de eerste keer van mijn leven aan de andere kant. Dan in het theater de introductie van de officers met zelfs een grapje die ik 20 jaar geleden al deed, maar het is snel voorbij. We dineren met C.D. Jimmy en Mr. en Mrs Bloom, die niet veel meer dan wat tomaat eten en geen alcohol drinken. Ik heb een paar interessante over-en-weers met Jimmy i.v.m. het cruise directorschap  en nadien gaan we naar de openingsshow. Schitterend gezongen in een theater met de modernste technieken waar vele zalen een punt kunnen aanzuigen, maar uiteindelijk is het niet van het niveau van Cunard toen. Tja, mijn schip de Vistafjord toen was ook dubbel de size. Shows waren met een 8 pieceband live + clicktrack en met wervelende dans en effecten, wat hier afwezig blijft. Maar goed, daarvoor komen we niet.

Even uitleggen dat een modaal cruiseschip 1 bemanningslid telt per 3 passagiers. In het luxesegment vroeger werd dat 1 op 2. Maar hier 1 op 1 en de Shadow neemt maximaal 350 gasten mee. Een heel leefbare situatie met genoeg ruimte en personeel ter beschikking overal. Mij krijg je nooit op van die ordinaire massaschepen waar stijl uitgevlakt wordt door kwaliteitsloze “grootheidswaanzin”.
De Silver Shadow is 186 m. lang en 25 m. breed, heeft prachtig interior design en hangt vol geauthoriseerde kunstwerken van Chagall, Picasso, Miro´, … en superbe foto’s die ik nooit voorheen zag van o.m. Marylin Monroe door Milton Greene e.a. Allen te koop, gemiddeld vanaf 10 000$. De kunsthandelaar in charge Rami Ron zegt dat hij mensen rijk maakt maar dat ze het niet eens beseffen.

Nadien gaan we naar de bar waar we, voor we het beseffen, uitfreaken op de dansvloer. Onderweg naar de hut, stopt Wilma van de kleine casinobar ons voor een intieme last drink in haar bar, ik zeg dat ik zot gedanst heb en ze zegt: “I’ve seen you” met een twinkel. O, o.  Maar ik beloof: volgende keer!
Lombok. De volgende ochtend ligt naast het krantenoverzicht alweer een nieuwe dinner invitation, dit keer van de guest relation manager. Ik ben vroeg op om Lembar op het eiland Lombok te bekijken. Verrukkend, overal kreken. Ik volg met belangstelling de vlotte tenderoperatie in volledig overdekte boten, de omroepen van de C.D., de vrijgave van het schip, het dispatchen van de excursies. Een fluitje, vlot, wow.
Op onze programma’s en in ons cruiseboek worden we volop gewaarschuwd voor tekort aan faciliteiten en aftroggelarij in Lombok. Deels willen ze daarmee natuurlijk de officiële excursies promoten, maar ook uit angst dat de frustraties van passagiers als een boemerang in het gezicht van Silversea zullen terugkomen. Ik ken het spelletje en zal ter plaatse wel iets regelen. De hal om de tenders te betreden is quasi leeg. Er is security check en er staan altijd flessen koel water en minihanddoekjes om mee te nemen klaar. In de tender maken we kennis met “Teri Milfsud from Gibraltar" en Erik Bruin, een Nederlander, die samen al 30 jaar een vastgoedbedrijf hebben in Marbella. We worden vrienden met dit flamboyante stel vol pit  gedurende de hele cruise. Want het klikt meteen en we besluiten samen te gaan voor een eigen taxitrip. De onderhandelingen met tientallen tegelijk zijn een bezoeking. Ridicule prijzen worden weggehoond, opdringerige would-be gidsen op hun plaats gezet. Auto’s afgekeurd. Eric: “Een zwart busje, ben je gek, man?”. Uiteindelijk settelen we een deal: een aantal uur hoogtepunten voor 50$. We worden spoedig afgezet bij pottenbakkers “dat we ook zelf mogen proberen”, herhaalt de gids. Na 3 minuten willen we weg tot frustratie van onze sjacheraar. Even later. You wanna see pearls? O.K, but 2 minutes, spellen we uit. Plechtig kondigt onze pipo terwijl we een luxewinkel binnen rijden: “Hier hebben jullie een vol uur de tijd!” 3 minuten later zijn we weer op pad. Teri heeft parels genoeg ...


We bezoeken de wat vervallen Lingsar tempel en lopen een deel van de scheepsexcursie tegen het lijf waar een vriend van Eric – de helft zijn hier al een maand sinds Sidney aan boord- ons vertelt over het Mayura Waterpaleis and Royal Court. Uiteindelijk blijkt dat nog de moeite. Een bijzondere setting, uitbundige moslimkinderen die met kleren en al in het zwembad springen en genoeg lokale cultuur en sfeer om ons tevreden te stellen. We besluiten terug te keren om toch de lunch voor 14 uur mee te pikken. De gids begint dan over hoeveel we hem wel zouden geven “want die 50$ is maar voor de benzine en de driver”. We zijn keihard, een deal is een deal. In de verzengende hitte slurp ik wat fruitpunch voor de lange tenderterugvaart waar we na een sneldouche fris lunchen met onze nieuwe vrienden en ons dan terugtrekken voor een koele siësta. God bless airco. De rest van de avond cocktails en via Teri en Eric massa’s leuke medereizigers leren kennen, show zien en disco dansen. Dan beland ik, toch wel loaded, bij Philippijnse Wilma voor een ultieme nightcap. Het werd verdorie 2 uur. Dat doe ik thuis nooit!
Hoera, een dag op zee die zou eindigen in een regeling door Teri waarbij we in het grillrestaurant  met lecturer en BBC, Discovery en National Geografic cineast/fotograaf Piet De Vries en eega (Hollandse naam, spreekt uitsluitend heu… Australisch) een grote tafel naast het zwembad krijgen. Under the stars met een symfonie van de lekkerste steaks op enorme hotstones gebakken. Mega filet mignons, New Yorksteak, rib eye’s, prawns on the grill en wijnen. Een belevenis! ’s Avonds is er de operashow die ik wel kan pruimen en ... het wordt weer laat. Latere shows tijdens de cruise: de onvermijdelijke Best of Broadway, verder o.m. Best of Beatles, een ABBA-show, enz…

Java. In Probolinggo tenderen we opnieuw. Aan de landingsplaats is een en ander beter geregeld. De port agent zorgde ervoor dat de riksja’s, triksjabrommers en de uitzonderlijke taxi’s een aanschuifbeurtrol hebben. We besluiten gewoon een riksjarit naar het centrum te nemen naar de lokale foodmarket, waar groenten, fruit, geslacht vlees, en specerijen in een duistere overdekte plaats ons betoveren. Onderweg wuift iedereen naar ons en wij wuiven terug like the queen. Het is duidelijk, hier komen erg weinig toeristen. Het stadje zelf heeft niks, is stoffig en armoedig, maar hey, we had a good time!
‘s Avonds dineren we lekker in Le Champagne en wanneer ik de wijnkast ga inspecteren hoor ik aan een van de 8 tafeltjes herkenbare taal. Belgen. Nadien maken we in de ernaast gelegen Connoisseurs room (ofte The Humidor, waar Nella vaak komt roken) kennis met Luc en Marie-Rose die de rest van de reis ons groepje zullen vervoegen.
De volgende dag is de dubbeldag in Semarang, waar we door folkloredansers ontvangen worden tijdens het aanleggen. We bestelden een ontbijt in onze suite en maken ons op voor een vertrek rond 8 uur. Het grote doel is vooral het mysterieuze Borobudur, de grootste Boedhatempel ter wereld en een van de zeven wereldwonderen. Het is minimum 3 uur ver en een transportnachtmerrie. Er werd vooraf een midlandexcursie verkocht met overnachting in de Hyatt en bezoek aan Yogyakarta, de culturele en ‘koninklijke’ hoofdstad van Java niet zover ervandaan, maar die trip kost bijna 1 000$ p.p. en dan zal je onvermijdelijk toch in batikshops of -fabriekjes terechtkomen. En absurd als je nacht aan boord al betaald is natuurlijk. En busexcursies of groepsbezoeken zijn ook helemaal niet mijn ding.
Ik vraag de shore excursion manager een privétransport te regelen, gids hoeft niet. Maar deze service heeft natuurlijk zijn prijs. Omdat ook de mooie Hindoetempel van Prambanan daar vlakbij ligt, besloot ik een marathonnetje te doen. We zouden ‘s ochtends vroeg vertrekken, van het schip allerlei voorraad en picknick in koelboxen meekrijgen om rond 23 uur te landen. Maar er is een misverstand over de prijs die we niet bereid zijn op te hoesten want Teri en Erik hadden via internet ruim vooraf een eigen arrangement geregeld met overnachting op hun eigen tempo voor 300$ p.p. In laatste instantie besluiten we dan toch maar de officiële dagexcursie te nemen naar Borobudur, minimum 3 uur heen en 3 uur terug. Er zijn extra facilities, een privé-VIP-ingang op de site en vooral de begeleiding door 2 lichtflikkerende en sirenezwaaiende politiewagens die alle verkeer in de weg in de berm duwen. Deze escort wordt uitgevoerd door netjes in het uniform zittende “Tourist Police”. Het voelt aan alsof we staatslieden zijn op weg naar een wereldcongres. Da’s erover. Aan de andere kant is het verkeersinfarct door de compleet ontoereikende infrastructuur voor de heksenketel van pick-ups, brommertjes, vrachtwagens en allerlei soorten busjes een hinderpaal die leidt tot uitspraken als: “Je weet wanneer je vertrekt maar nooit wanneer je terugkomt”. Onze gids ‘Mijn naam is Budhi en als ik mijn best doe, wordt ik misschien Boedha’ zou tot mijn ergernis de 7 uur bijna vol lullen, met om de 2 zinnen een ambetant lachje, want hij vertelt nooit iets grappig en ik ben lamlendig moe. Daarentegen weet ik nu alles van Java en hun problemen, hun geschiedenis geterroriseerd vooral door vulkaanuitbarstingen. Want zo kwam ook Borobudur (9de eeuw, een stoepa van 9 etages) aan het licht bedekt door lava en  het werd uiteindelijk door Unesco weer in volle glorie tevoorschijn getoverd in 1973-84. Eens ter plaatse moeten we een sarong om de lendenen en we vermaken ons om in en op dit robuuste maar zo magisch-mysterieuze monument te klimmen en veel prachtige foto’s te nemen waartoe de karakteristieke klokachtige elementen tegen een achtergrond van een heerlijk panoramisch uitzicht zich perfect lenen. Of we kijken ons de ogen uit naar de duizenden muurafbeeldingen over Sidharta en zovele boeddhistische verwijzingen.

Op een bepaald moment wordt het even absurd als we op dit Boedhistenheiligdom in de verte een moskee horen oproepen tot gebed. In een mooie luchtige patio wordt lunch geserveerd met een kleurrijke Javaanse folkloreshow, een heerlijk rustpunt na een paar uur zweten. Dan wordt voor de klassieker “het publiek mag ook meedoen” Nella uitgenodigd (iedereen weigerde) om met een oude man Indonesisch te dansen. Ze doet niet flauw en gehuld met een groene sluier krijgen we Italy dancing the Java. Geen souvenirjagers zijnde, kopen we toch een hele mooie, leuke rykshaw-replica en een schattig boedhavormig asbakje.
Op de terugweg maken we nog een schaduwmarionettentheaterdemonstratie mee. Typische lokale cultuur en interessant om te zien hoe ze het doen. Als we terug naar de bus willen waar tientallen souvenirverkopers dringen om hun waren te slijten, breekt de hel los. Tropisch. Heftig. Nat. Een hele reorganisatie ontstaat om de bussen onder een luifel te laten rijden zodat de passagiers via de achterdeur kunnen opstappen. Silversea-reizigers mogen niet nat worden. Terug is er de klassieke verkeerschaos met opstoppingen waar zelfs the tourist police niks kan aan doen. Als het compleet vast zit, zit het vast.

Ik staar uit het raam naar de weelderige natuur en de heksenketel rond deze baan. De Nederlandse roots kan hier en daar nog teruggevonden worden in de taal: Praktek doctor, Apotek, Restoran en out-of-the-blue Knalpot? En wat moet ik met: Simpatisi paling Indonesia? Bij sommige verkeerslichten staan er tellers die de seconden aftellen tot het groen wordt. Geen goed idee. Met nog 3 seconden te gaan, begint iedereen al aan te zetten.
Door de regen was ook de avondlijke megabarbecue under the stars op de bovendekken geschrapt. Nochtans een feest, werd ons voorgehouden. Maar vervangen door een wereldkeukenbuffet waarbij iedereen een circuit doorheen de kraaknette galley (keukens) aan diverse standjes, tafels, kookplaten, ter plekke gekookte lekkernijen van allerlei wereldlanden kan bekijken en opladen. Deze keer slaan we eerder snel een en ander achterover en kruipen vroeg onder de wol na een vermoeiende dag. Daar bereikt me het trieste nieuws van het overlijden van één van mijn all time hero’s (pdw). De volgende ochtend aan land breng ik het enkel tot de terminal waar opvallend veel volk geniet van free en sneller wifi zonder dat er een paymeter loopt.

Jakkarta. Buzzling, hectic city. Op eigen kracht kan je alleen via een shuttlebussysteem buiten de haven geraken. Het is minimum 45 minuten naar het stadscentrum. Nella, die zich niet lekker voelt, blijft aan boord en ik ga met Teri en Erik op pad. Snel hebben we door dat het het beste is een bleubird taxi te nemen en, als je weet waar je naartoe moet, is het op de meter maar een handvol dollars te delen… We lopen wat doelloos rond op antiekmarktjes, beschouwen de ritten als sightseeing maar Jakkarta heeft geen dwingende noch noemenswaardige bezienswaardigheden. Ik slaag na veel poespas erin om vlakbij het enorme Monasplein mijn nog meer dan 1 miljoen rupia’s (die ik voorzien had voor ons avontuur naar Borobudur) te wisselen in een bank, mits veel administratieve rompslomp waarbij ik zelfs mijn paspoort, die ik uiteraard niet bijheb, moet tonen. Ik kan nog een briefje van 50€ terug scoren en wat losse dollars, de rest geef ik aan onze butler Heri  die ’s ochtends zei: “Eindelijk Jakkarta” (zijn thuis). Maar hij mag niet van boord. Hij zit er al 5 maand op met nog 1 maand te gaan.
More social life on board. We worden voorgesteld aan het oude koppel Lady Penelope Vernon en Sir Michael die een suite bezet waar de gemiddelde flatbewoner bij ons steenjaloers op zou zijn. Teri heeft een plannetje: “I’m giving Marcello a hard time!” Ze wil buiten aanThe Grill bij het zwembad een tafel organiseren waar de 4 koppels vervoegd worden door 4 van de entertainers want deze mogen enkel uitgenodigd worden door een koppel. De achtergrondliggende gedachte is deze jongens en meisjes die normaal in de crew mess eten, de grootste en sappigste steaks te voeren wat resulteert in een opbod van bestellingen allerlei die dan naar hen toegeschoven worden en gretig-vraatzuchtig verslonden. Maar als we naar de afspraak gaan, heeft een minitornado het halve dek meubilair weggeblazen en het giet pijpenstelen. Verwarring alom. Maar er wordt doorgezet en onder een afdak met de regen net naast ons, wordt het een bizar maar onvergetelijk eetfeest. Vooral de graatmagere Lady Penelope – ze weet niet eens hoeveel huizen ze bezit – is een ongelooflijke persoonlijkheid. Levenslustig, vol humor, maar een en al über-aristocratisch klassevol gedrag, is een plezier om mee te maken. Ze neemt foto’s met een iPad in Louis Vuittonhoesje, al weet ze half hoe het ding werkt. Maar heerlijke conversaties en een savoir faire van Britse verfijndheid en toch helemaal zichzelf en beresympathiek. Every inch a lady. En grappig! What a character. Sir Michael in een roos jasje, ook nog clever maar wat hardhorig, zegt op een moment over haar dat ze van Zuid-Afrika afkomstig is, waarop de lady repliceert: “Oh no. That was your first wife!”

De dag op zee die Parai beach op Bangka Island vervangt (jammer toch) is ook de dag dat we de evenaar overvaren met de onvermijdelijke King Neptune Crossing the Equater Ceremony. Een verkleedpartij met Neptunus en zijn koningin, piraten en zeemeerminnen die in aanwezigheid van de kapitein en o.lv. de cruise director slachtoffers (die wel op voorhand hun akkoord gaven) of leden van de staff beschuldigen van allerlei grappige nonsens of inside jokes en dan een enorme vis moeten kussen, of de voet van Neptunus en dan met spaghetti, saus en rotzooi allerlei worden overkapt. Vroeger was ik soms zelf Neptunus of de heraut die alles aankondigt, blij dat ik eens gewoon mag toekijken. De douches en het zwembad zijn voor een paar uur na afloop wel niet meer the place to be. Ik ga naar de infosessie van cruise consultant Alessandra over de savings die je kan scoren bij Silversea, het lidmaatschap van de Venetian Society, de itineraries van hun 7 schepen en ik bewonder de ongelooflijke marketing van hun product.
’s Middags hadden we nog een snelle verfijnde lunch met de 4 koppels en vele foto’s en ’s avonds is er dan het afscheidsgala, smoking aan, weer handjes schudden met de kapitein en gevolg. Het hoogtepunt in een afgeladen theater is wanneer echt wel massaal veel volk van de crew van suite attendants (kajuitstewardesses) tot matrozen, bedienend personeel allerlei, butlers , enz…, met een vlag het grote podium vullen en nadien een diashow wordt vertoond waarop veel passagiers of bemanningsleden  in situaties aan boord of aan land worden geprojecteerd op groot scherm. De scheepsfotograaf deed een ongelooflijke shoot en de ha’s, de haha’s en de oo’s zijn dan ook niet van de lucht. Op het heerlijk melige Con te Partiro wordt het zowaar een kippenvelmoment.

We zijn echter eventjes uitgesocialized en gaan voor het eten op geen enkele uitnodiging meer in. Even een tafeltje alleen met twee. Onze uitleg was dat we dringend een en ander moesten overleggen i.v.m. de aankondiging van onze dochter om in de zomer vrijwilligerswerk te gaan doen met arme weeskinderen in Nepal. We laten ons gewoon verwennen en gaan nog één keer voor een compleet menu. Bij alles staat er het aantal calorieën, vet, carbohydraten, enz… wat me doet beseffen dat ik niet eens actief de Spa (beauty salon, fitness en welness centre) bezocht. Ik eindig met een kaasplank, zelf samengesteld uit 5 kazen waarvan ik nooit hoorde, als afsluiter. Nog even. Waarna we de grote verdwijntruc toepassen.
Singapore, the Great. Singapore is, wat mij betreft, het summum van de bijna perfecte samenleving, proper, geen criminaliteit, superefficiënt en modern georganiseerd. De nieuwe terminal building met vele, maar snelle en vlotte pas- en andere controles is een parel van organisatie. De stad een symfonie van afwisseling tussen prachtige oude koloniale gebouwen en de knapste hoogbouwarchitectuur, skyscrapers met hangende tuinen, tussenparken in balkonnen met overwelvingen naast oude typische stadsgedeeltes zoals Little India en Chinatown. De dynamiek van Orchard Road, het koloniale gedeelte, het Merlion standbeeld, brede banen waar het verkeer soepel doorglijdt met veel groen, parken, water en ontelbare bezienswaardigheden en attracties, de hoogmis van een kapitalisme dat werkt. Het geheim? Zware boetes op alles. Zo wou Nella roken onder een luifeltje wachtend op de bus, we zijn toch in open lucht? Tot een inwoner er ons vriendelijk op komt wijzen dat dit niet mag en haar doorstuurt naar een soort centrale asbak weg van de luifel een eind verder. GAS-boetes consequent uitvoeren en je kan van de grond eten. Tja, dan weet ik het wel.

Goed, Nella was nooit eerder in Singa dus gaan we op de schitterende “topless” opendakdubbeldekbus vanwaar je in een uiterst efficiënt systeem kan afstappen bij bezienswaardigheden en er weer opspringen of een ander lijn nemen die om de 10-15 minuten steeds stipt op tijd komen aan- en afrijden. Heerlijk om een volledig overzicht te hebben van Singapore stad. We stoppen onder meer bij het drukke Little India waar ik op een overdekte foodmarket een Tigerbier soldaat maak. In Chinatown gaan we dan lokale stuff eten op een primitieve manier, een soort wontons en vleesbouillon met van alles in. Later nemen we een taxi naar Mount Faber waar we een mindblowing uitzicht krijgen over stad en eiland. De panorama freak in mij , heu … freakt out. En het summum is de kabelbaan nemen naar Sentosa Island dat ik zowat 25 jaar terug al deed. Deze is vernieuwd en wordt een belevenis met de schitterendste uitzichten mogelijk. Maar eerst een biertje. Geheel tegen mijn gewoonte in supertoeristische sites zoals deze, vergeet ik eerst de prijs te checken. Het wordt het duurste biertje uit mijn leven: 18,80 SGD (Singapore dollars) dat is 11,5€. Oeps.
Een extra meevaller en wat een mooi toeval, is dat de kabelbaan letterlijk over onze suite en het schip glijdt. Ik kan a.h.w. van ons privéliftbakje met grote beker vruchtenpunch naar ons balkonnetje springen. We fotograferen ons de pleuris: bovenopnames van ons cruiseschip en de vergezichten en het wervelende Sentosa Island, dat nu helaas, bweuk …, een attractiepark is geworden. Weliswaar mooi gedaan maar zo veraf van 25 jaar terug toen we gewoon naar het strand wandelden en Tigers dronken in een strandbar. Enfin, evolutie. Terug aan boord is het pakken geblazen, her en der afscheid nemen en we boekten een tafeltje in La Terraza waar we nog nooit ’s avond dineerden. Meestal wel ’s middag waar, naast de vers klaargemaakte heerlijk culinaire gerechten, er ook altijd een pastacorner is waar ze de pasta van de dag à la minute enkel voor jou klaarmaken. Kortom, de Italiaanse toets, daar gaan we dan ook eens voor…

Naar huis. Laatste dag en disembarkation! We vaarden 1 387 nautical miles (wat niet veel is). De temperatuur was constant tussen de 26 en 31°.
Op de cruise leerden we 10 Belgen kennen. 10 op 340 pax! Een ervan, de sympathieke Marc, ex-notaris in Hasselt, was zo vriendelijk ons voor te stellen onze bagage bij hem in het Raffles Hotel achter te laten. Want iedereen blijft hier nog wat in Singa. Wij echter hebben niks voorzien. Om 10 uur moet iedereen van boord en onze vlucht is pas ’s avonds om 23.15 uur en op luchthavens kan je tegenwoordig niet meer onbewaakte bagage achterlaten. Probleem dus oef geregeld. Na een supervlotte disembarkation doen we dit, nemen in de Raffles afscheid van Marc en Nadine en gaan wandelen langs de Riverside vol leuke attracties. We zullen wel zien, misschien een boottoer op de rivier en zo de dag vullen. Nadat we een laatste maal lekker Singaporees-Indonesisch aten, slaat de vermoeidheid in onze benen. De onbedwingbare lust om ergens te gaan liggen, overvalt ons verpletterend. We besluiten dan maar om per taxi om de bagage te gaan en vandaar naar het prachtige Changi Airport. Maar pas vanaf 19 uur kunnen we bagage inchecken en toegang hebben tot comfortabele zit- en ligplaatsen. Wat een misrekening van formaat. Dus wij als sukkelaars in een onmogelijke positie op onze bagage wat proberen te pitten. Na een noedelgerecht zie ik in een lounge op TV de zondagse doelpunten van Lukaku overgoten met hysterische commentaar “And he’s only nineteen!”
Changi lijkt, maar is ook een fantastische luchthaven. Na een lange wandeling in een ontzettende mensenzee, bereiken we onze gate. Om 22 uur is hier zo’n drukke kronkelende symfonie van mensen van alle mogelijke rassen in allerlei soorten kledij die overal heen gaan, dat het me echt treft. Maar alles functioneert op wieltjes. De faciliteiten zijn supermodern en perfect gerund en letterlijk alles is voorzien tot in de kleinste details. Dan de zeer grondige controles opnieuw, toch 540 man in 1 Boeing, met vertrek stipt op tijd. Ik amuseer me met de 3 camera’s buiten op het Air Francevliegtuig (boven op de staart, in de neus en midden onderaan). Het vertrek wordt zo een leuk meeleven als de machine op de startbaan aanzet. Jezelf zien opstijgen. Ik bekijk aan boord de film “Argo” die geen 24 uur daarvoor de Oscar voor beste film won. Het gaat over Amerikaanse gijzelaars die ontsnappen per vliegtuig uit Iran… En dat bekijk ik dan letterlijk boven Iran. In een vliegtuig. My way to escape. Maar slapen kan ik niet ondanks de 12,5 uur lange duisternis. We landen op tijd in Paris CDG waar, weer absurdish, om 6.45 uur ‘s ochtends de wirwar van people-on-the-way (die zich allen willen opfrissen) mij betovert. We komen uiteindelijk om 15 uur thuis aan. Sedert het uitchecken aan boord waren we 36 uur in het getouw.
Van 30° naar min 1°. Ik ben slechts een halve kilo aangekomen maar mijn embonpoint is pronter dan ooit. Aan het werk!

Naschrift: kort na thuiskomst worden we ziek en verkouden, langer dan een week. God straft direct.
Meer foto’s op Flickr.
Meer over mijn cruise- en verleden in het internationaal toerisme in het boek “
Toeristenvallen en –opstaan. Rugzakglobbetrotter wordt luxecruisedirector”. Ondertussen alweer voorzichtig ideeën voor een vervolgboek. U kan nu vooraf intekenen
:-)

zondag 25 november 2012

Sailing and singing, Wim's oude "zangcarrière", een terugblik

Vandaag mijn ouwe “dots” (= orkestpartituren op mijn stem herschreven) teruggevonden. In mijn begintijd op de cruises deden we soms vaarreizen van 1 maand, 2 maand (rondom Zuid-Amerika b.v.), 3 maand (around the globe). De concurrentie tussen assistant cruise director’s was groot en hoe meer talenten je in de strijd kon werpen, ook om al die avonden vol entertainment te stoppen, hoe beter . Vandaar. Later in de echte luxecruises lieten ze op World cruises gewoon elke week nieuwe acts invliegen. Maar die begintijd was ook erg leuk.
Met een blik van verwondering dit overzichtje herbekeken en besloten dit licht verbijsterende lijstje te delen.

Laat het fronsen,  gniffelen en grinniken een aanvang nemen.

1)      SOLOROUTINES
Nathalie (Gilbert Becaud), was mijn absoluut gegarandeerd succesnummer, Jacques Brelachtige versie, vol pathos, armgezwaai, kreunend en rochelend Nathalie aanroepend, ritmeversnellingen en me letterlijk smijtend. Hartslag 150 nadien.
It don’t mean a thing (if it ain’t got that swing) (Duke Ellington) incl. tapdance routine
I’m just a gigolo - I ain’t got nobody (Louis Prima), soms zwart geschminkt, afropruik, glitterkostuum, uitbeeldend en uitfreakend op het einde “Got nobody, nobody!”
Sailing (Rod Stewart) jaja, iedereen armen in de lucht
Let’s face the music and dance (Frank Sinatra), showopeningsnummer
La mer/ Beyond the sea (Charles Trenet) afwisselend in Frans en Engels
Summer holiday (Cliff Richard), licht en luchtig
Those were the days (Mary Hopkin) tijdens afscheidsshows, ritmeversnelling, uitsmijter leidt automatisch tot handgeklap
Begin the Beguine (Cole Porter) , Juultje Vandekercke, heu, Julio Iglesiasversie, in het Spaans, wanneer er veel Spaanstaligen waren of in Spaanse wateren.
Marina (Rocco Granata) in het Italiaans, wanneer veel Italianen of in Italiaanse wateren
Griechischer Wein (Udo Jurgens) in het Duits wanneer in Griekse wateren
From Russia with love (James Bond theme) wanneer op weg naar Odessa/ Yalta of Sint-Petersburg (toen nog Leningrad)
Je veux de l’amour (RVHG/ Robert Charlebois) in een eigen eigenzinnige Engelse vertaling waarbij b.v. “de premier” Maggie (Thatcher) werd, wel slechts 1 keer gedaan, was experiment
Merci Chérie (Udo Jurgens) voor de Duitsers
She’s always a woman to me (Billy Joel)
Buona sera (Louis Prima), zeker wanneer in de buurt van Napels, uitfreakend met gekke  danspasjes
I’ve got you under my skin (Sinatra)
2)      IN HET KADER VAN SPECIALE AVONDEN OF THEMASHOWS

(Everything’s coming up) Roses (uit ‘Gypsy’) openingsnummer Captain’s Welcome Aboardshow, met 5 schaars geklede danseressen vol pluimen rond mij paraderend, moulin rouge-achtig jawel, soms in duo gezongen met zangeres
Ta Paidia Tou Piraia (the boys of Pireaus)/ Never on a Sunday (Melina Mercouri) van de gelijknamige film, tijdens Greek Show, in het Grieks soms met stuk Engelse versie
Tulips from Amsterdam, meezinger, wanneer varend vanuit of naar A’dam, in 3 talen, Duits, Engels , Nederlands
Oh, when the saints (Louis Armstrong) als uitsmijter van een jazz-avond, samen met een 12-piece (!) band, “Oh lord I want to be in that number”,  lekkkkerrr
(We ain’t got ) Dames (uit musical South-Pacific) tijdens Tropical Night, Island Show of wanneer in de Stille Zuidzee, als deel van een kwartet
Copacabana (Barry Manilow) + interactie met 6 danseressen, tijdens South-American show of wanneer varend daar in de buurt
Puttin’ on the Ritz (Irving Berlin) Fred Astairelook, inclusief wat tapdans, tijdens de Hollywoodshow of “50 years of golden Music”-show
Fever
(Elvis Presley) met 2 rond mij kronkelende en smachtende danseressen, jawel, ik had een hard leven

Coach coming in, Riders in the sky, … tijdens Westernshows
3)      VERDER

Strangers in the night (Sinatra), pre-cruiseperiode
If I had a hammer (Trini Lopez), solostem met enkel eigen gitaarbegeleiding, mensen laten meezingen, soms aangepaste teksten
Tot zover dit stukje down memory lane, toen Bibi ook nog wat entertainer was voor hij uiteindelijk topcruisedirector werd bij Cunard (toen hoefde dat niet meer...)…

woensdag 7 november 2012

Obama of Romney. Club of Cercle. Voor en tegen. Een bedreigde diersoort spreekt .

Presidentsverkiezingen. Stemmen is keuzes maken. Rep’s tegen Demo’s. Eén besluit in alle media: de US of A zitten vastgepolariseerd. De energie gaat uit naar het demoniseren van de ander. Kostprijs 6 miljard dollars. Investeren in polarisering. Ook in Vlaanderen kennen we dat. Bart De Wever is er kampioen in. Wie niet voor mij is, is tegen mij. Calimero en konsoorten. De Walen als de slechteriken van Antwerpen. Alle anderen. Niet van A. Luie PS-Walen. Hardwerkende Vlamingen. Maar was het niet “Horum omnium fortissimi sunt Belgae”?

Maar goed. Even dit als reflexie, als inleiding.
2 weken terug, een avond met Brugse vrienden… De vraag: Club of Cerclesupporter? Ik: heu…, beide! Hoongelach. Dat kon niet. Mijn uitleg: als jongetje in de late 60 en 70’er jaren woonde ik op de Gistelsteenweg te Sint-Andries op identiek 400 meter van het toenmalige groenzwarte Edgard De Smedtstadion én van het blauwzwarte De Klokke, beide op de Torhoutsteenweg . De ene zondag naar de Cercle, de andere de Club. Ik sloop wel in beide gratis binnen, maar soit. Natuurlijk was de magie van FCB groter. Club-Chelsea: 2-0. En als broekje zittend op het veld, dat kon toen nog, Johnny Thio bijna kunnen aanraken bij een hoekschop, zingend: “Chelsea go home”! Of Axelsson, Boone-met-de-pet bij een buitenbal, zo dicht. Of zittend in een lichtmast, het mocht toen nog allemaal, West Bromwich zien verliezen met 3-1. Of in de Spionkop. Carteus trapt af. Lambert begint blind naar ons toe te lopen. 1 diepe pas. Goal na luttele seconden.
Club was juichen. Cercle bakken warme sympathie. Juultje Verriest als een vroege Ceulemans, heerlijk, ze verloren meer, maar als ze wonnen versloeg David Goliath.
Jamaar… Voor wie ben je bij een derby? Heu… moge de beste winnen. En als het even kan: wie de punten echt het meest nodig heeft. Laf hé. Is dat zo?

Bon, ze bestaan, de Rik Torfjes. Enerzijds, anderzijds. Ik ben zo. Waarom moet het altijd zwart – wit? Dat staat duidelijk, O.K. Maar het is me soms te zwartwit. Jamaar, grijs is zo grijs! Niet sexy. Directe associaties met saai. Maar een kleur met bestaansrecht. Meer kleur graag.
Ik weiger me te laten meeslepen in fanatisme, in extremen. Voor iets zijn, is niet noodzakelijk tegen - de opgedrongen andere als vijand - zijn. Waarom kan een voetbalminnende Bruggeling niet supporter zijn voor beide stadclubs? Wat brengt fanatisme op? Bij thuisderby’s van Cercle weigeren sommige Clubtifosi de match te zien omdat ze Cercle het geld niet gunnen. Idem omgekeerd. Belachelijk toch?
Maar da’s voetbal hé. Bon, politiek dan. In de States gaat dus de meeste inzet en centen naar het blokkeren van de ander. Ridiculous. Revolting. Maar ook in ons landje. Elkaar ontmoeten in het centrum, compromissen sluiten, no way. Zie Antwerpen.

Bij presidentsverkiezingen kan je maar voor 1 iemand kiezen. In België: 1 partij. Maar nadien elkaar opzoeken… graag. Comment worldwide voor de USA: dat zou moeten. For Belgium: same balloon. Polarisering is blokkering. Voetbal is geen politiek. En de keuze Club of Cercle is dus maar een glijmiddel om dit aan te kaarten.
Verlos ons van de dwangmatige polarisering.
Een bedreigde diersoort spreekt. 

donderdag 19 juli 2012

Verslag vakantiereis Lot/ Dordogne 2012

Dag 1: naar Saint-Privat des Prés.

Tanya is voor het eerst naar Werchter geweest, 1 dagje maar. Leuk is dat ze er The Cure zag, 27 jaar later dan haar vader (toen in De Brielpoort). Minder leuk is dat ze dus de nacht moet doorsteken. De trein nemen van 04.00 uur, waarna ik haar om 06.00 uur ophaal aan het station, we haar thuis ontvetten en ontsmetten, op de achterbank gooien en dan gaat het in één ruk 8 uurtjes naar Saint-Privat op de grens tussen de Charente en l'Aquitaine.

Omdat ik het wel gehad heb met de vervelende péage Lille-Paris en zijn periphérique, rij ik om langs Dunkerque-Boulogne, Rouen, Le Mans. Vanaf Angoulème kleine baantjes tot we het huis van ouwe vriend Guy bereiken. Ik zag Guy niet meer sinds de late jaren 80. Hij heeft er een leuk optrekje met een appartementje voor ons. Maar het is echt wel in "la France profonde", the middle of nowhere maar met een enclave van wel 50% Britten. Het is vrijdagavond en happy hour en we eten dan ook in, wat ik denk, het enige restaurant in de verre omgeving, gerund door Engelsen. Guy is ondertussen Brit en leeft er na zijn tijd in Dubai met zijn gezellin Judith. Het wordt gezellig bijpraten. The food cooked by English is zoals het is, maar goedkoop. Guy nam mosselen zo’n kleintjes hebben ik echt wel nooitgezien… We kruipen vroeg onder de wol.

Dag 2: van Guy naar Puy.

De volgende ochtend door naar ons eerste adres voor een week: de gîte Malbec bij Puy-l' Évêque langs de Lot. Maar eerst gaan we Perigueux bezoeken voor we zuidelijker trekken. En wat een meevaller, makkelijk bereikbaar, mooie centrale parking onder heraangelegd modern plein, VVV, openbare automatische, gratis, propere toiletten en meteen toegang tot de middeleeuwse binnenstad met kronkelstraatjes, heerlijke hoekjes en massaal veel leuke pleintjes met overal terrasjes en eethuisjes zonder dat het toeristisch aanvoelt en je wandelt zelfs a.h.w. alleen. Hoe dan ook een voorbeeld voor toeristensteden. Hallo Brugge!
Deze stad was ooit een pelgrimsoord op weg naar Compostella. Nochtans zijn er niet teveel religieuze symbolen, maar je voelt het onderhuids. Place de la Vertu, Rue des Dépêchés. Er is wel de Cathédrale Saint Front in de vorm van een grieks kruis waar net een orgelconcert bezig is. Haëndel hoor ik. De kerk zelf doet aan de Sacré-Coeur van Parijs denken. Het is warm. De dorst slaat toe. Op een terrasje nemen we 2 kleine slaatjes en 1 bord du terroir à 17€ met daarop een reuzenaardappel uit de oven met crème, massa's sla, cuisses en confit de canard, magret de canard, gerookte droge schijfjes canard, (sorry) foie gras, rillettes, en nog een andere eendenbereiding. Overheerlijk, we delen en eten ons een breuk. Value for money. Tja, we zijn in de Périgord maar het canardaanbod is hier echt overal. Confit partout. En een soort Gaia kennen ze hier echt niet, verneem ik later. Erger. Dierenrechten? Mijn gesprekspartners weten echt niet waarover ik het heb…


Op de terugweg laat ik me eens goed gaan op de kronkelende départementals met weinig verkeer. Vijf maanden eco-stand beloon ik door helemaal fout de XF eens uit te testen in de sportstand en het toepassen van de manuele oversturing van de achttrapsautomaat. Langs heuvels en dalletjes, bossen en weiden brullend op de tonen van "Someone Somewhere in Summertime" terwijl The Simple Minds straks op het Werchterpodium staan. :-) Blijkt er nog altijd een jongentje met rijplezier in me te zitten.

Aangekomen in Puy, rijden we over de Lot. Het stadje ligt mooi boven de brug met zijn huizen en donjon tegen de okeren rotswanden. Drie km verder met zicht op onmetelijke wijngaarden, een zwembad voor ons alleen, terras en BBQ blijkt onze gîte leuk gebouwd met respect voor de oude wijnfuncties (vatenpatronen in de muur) maar met alle comfort. Lekker koel, ruime woonkamer en alle comfort. We gaan in de Intermarché inkopen doen en besluiten als we toch maximaal van onze gîte willen profiteren er voor te gaan. Dit is een nieuwe ervaring voor ons gezin. Een aperitiefje kan je anytime uit de frigo halen. Nooit meer afhankelijk van baruren en barprijzen or whatever en je kan liggen en zitten waar en hoe je wil. We genieten van het vooruitzicht.

Dag 3: relax.

Of dat was de bedoeling: zonnen, zwemmen, barbecuetje 's middags, luieren, kortom op onze positieven komen, lezen, zelfverwenning en genieten van onze gîte. Pech, het druilt maar ik haal om 8 uur verse croissants (elke dag) en een baguette.
We veranderen onze plannen, bezoeken in Prayssac vlakbij een zondagse gezellige prondelmarkt, vermeien ons met raadspelletjes op een terras en besluiten in onze chalet, dixit Nella, met hapjes te lunchen en te siësten. In de namiddag klaart het op en we maken ons op voor de EK-finale Spanje-Italië. Door Nella's nationaliteit natuurlijk als tifosi van de Azurri. Het blijkt al snel er niet in te zitten. Spanje speelt eindelijk/helaas zijn beste wedstrijd tot nu en eens de kans op 2-1 de mist ingaat, is het verloren. Desondanks slapen we heerlijk hier. Ik toch veel beter dan thuis....

Dag 4: nu echt zonneluieren.

Lekker zwembad, terras en BBQ privé met uniek uitzicht foto: ontbijt), het heeft wat. We profiteren, grillen, wijntje, eten 3 x buiten, ik droom weg en daarmee is alles gezegd.

Dag 5: naar Saint-Cirq-Lapopie/ Cahors/ Luzech

Gezwind naar St-Cirq en jawel, het is inderdaad een van de mooiste dorpen van Frankrijk. De rit alleen is weer een plezier, bossen, valleien en kleine typische dorpjes toujours fleuri. De middeleeuwse kronkelstraatjes met authentieke middeleeuwse huisjes, balkonnetjes, onverwachte terrasjes zijn hartveroverend. Maar ook de klim naar de ruïne op de top voor betoverende vertezichten over de Lot, dalen en het "kabouterdorpje" zelf. We fotograferen ons te pletter. En toch is het hier niet onder de voet gelopen. Tof. In een restaurant compleet onder de wijnblaren, gelukkig, we puffen, krijgen we voor een prikje een enorm bord met massa's vlees, sla, knapperige patatjes. 1 schotel is nog niet door 3 man op te krijgen. Les: nooit denken dat je te weinig zal krijgen.

Op de terugweg heb ik eigenlijk geen zin in de hitte van de stad Cahors. Ik navigeer enkel naar de niet te missen Pont Valentré (14e E) met zijn bijzondere vorm afgebakend door 3 vierkante torens. Mooi. Dan door naar het kleine Luzech op de terugweg. Het wordt weer naarboven kruipen in de hitte tot op de ruine van de donjon voor het uitzicht. Eens terug thuis ploft Wim meteen in het zwembad. Koelte! Frisse drankjes, hapjes en een goed dik boek: ” Freedom”het meesterwerk van Jonathan Franzen, meeslepend, beklijvend, dat ik beurtelings in het Engels als iBook lees en in het NL als paperback. En ik erger me aan de Hollandse vertalingen. "Hou er mee op", wordt: "nou kan ie wel weer". En weet u wat "uitvlakken" is? Hooking up = een meisje een beurt geven, stevig van bil gaan .... maar haar "uitvlakken"? Hardstikke asjemenou!

Dag 6: Puy-l'Évêque
Eerst ontbijten we nog in de zon, dan druilt het de rest van de dag. 's Middags bezoeken we Puy zelf. Maar zoals steeds verliest alles zijn charme als het zo grijs blijft. Om 18 uur gaan we naar Luc, de vader van Vlaming Maarten die met ega Chrystelle "Badozo", de gîte uitbaten, zelf bouwden en deze week een tweede afwerken. In de Chateau Famaey van de gelijknamige wijnen en waarop wij van ons terrasgrasveldje over uitkijken, resideert hier al sinds 2003. De passie die zoals steeds bij wijnboeren doorklinkt in zijn verhalen, liet Luc, een bankfiliaalhouder, van levenskeuze veranderen. En met succes. Lekkere Cahorswijn vooral o.b.v. malbec maar in vele vormen, smaken, labels en soorten. Ze voeren uit naar 20 staten in de USA, Canada, Zuid-Amerika, Hongkong, Japan,Taiwan. Zijn marketingverhaal doet me aan zijn lippen hangen.

Aan de Pont is er een minimarktje des producteurs locals langs de oever. Er zijn bijna geen toeristen (of nog niet). Je kan met je eigen mes en vork aanschuiven aan tafels en van de kaasjes, canardstukken, lokale wijn, groentjes en specialiteiten proeven en ter plaatse opeten. Spotgoedkoop. Maar wij hadden gereserveerd in een crêperie met uitzicht op Puy en de rivier. Ik eet une galette 'le soleil du Quercy' dat letterlijk in die vorm geserveerd wordt, overheerlijk met een rocamadour fermier (al mijn derde ondertussen) als zon en canard fuméreepjes als stralen. Njamie. En een rouge Malbec Famaey natuurlijk.

Dag 7: naar Rocamadour
Het regent weer. Verdorie. "Dat is uitzonderlijk hier". Nou, dat was onze lente en belgenzomertje tot nu ook. Als we na 75 minuten dartelend rijden Rocamadour tegen de kalkrotsen zien liggen in de vallée d'Alzou zijn we meteen onder de indruk. Dat waweffect van dit bijzonder mooie en spectaculaire stadje ... we snappen waarom dit een mustsee is. Het gezellige straatje vol historische gebouwen, winkeltjes en een karaktervolle sfeer geeft ons moed om de eerste 200 trappen te beklimmen naar de magnifieke Sanctuaires. De cryptes, kapellen, torentjes, richeltjes, vergezichten... een onvergetelijk bezoek. Uiteindelijk zullen we meer dan 350 trappen doen, een wereldprestatie voor ons Nella. Proficiat wuvetje. Maar voor het tweede deel nemen we de schuine betalende lift. Dan moeten we op het kasteel nog eens overal op de vestingen klauteren en klimmen maar de zichten lonen absoluut de moeite. En laten zich niet beschrijven op een pretentieloze snelblog. De wandeling langs de kruisweg die de pelgrims vroeger op hun knieën deden is lommerrijk en rustgevend. We profiteren op een gelukkig overdekt terras (it’s raining again) om op onze positieven te komen en Wim slurpt met smaak zijn eerste cassoulet "maison" op. Wat een lekkernij toch. Boven l'Hospitalet maken we nog een panofoto (er was daar nog zoveel te doen, maar het giet) en dan via het ook onbezochte Gourdon terug. 's Avonds kunnen we toch nog even buiten zitten.

Dag 8: dolce far niente

Helaba! Er was vandaag voor dagen zon beloofd en die breekt maar niet echt door. Dus al wat inpakken, bloggen en een restjeslunch in elkaar knutselen. Ik wil nog dat zwembad in, maar als compensatie boeken we alvast een tafeltje in gastroresto Côté Lot boven Puy waar je een breedbeeld panoramisch zicht hebt over de omgeving. Fabuleux. Morgen zit onze eerste week er al op.... Om 2 uur nog altijd geen zon. Ik begin even te begrijpen dat er mensen zijn die van pure wanhoop, zoals ik verleden week las, een late booking doen: zongarantie, direct, naar waar doet er niet toe. Zou ik nooit doen. Drop mij met alle faciliteiten aan een zonovergoten Costa and I prefer to die... '-). Hoewel dus.
Maar we laten het niet aan ons hart komen. Pastisje en in plaats van een zonne- of zwembad is deze blog al meteen up-to-date. En nu de rest van de hapjes, slaatjes en "Vrijheid"... en dat dinner met uitzicht, à la grande.
Meer foto’s vindt u op Flickr:
http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157630663575402/

Dag 9: naar Belvès.
Opgeruimd staat netjes. Afscheid. Nog even de nieuwe, vandaag "op te leveren" gîte Sauvignon bewonderd en weg naar onze chambre d'hôte Le Petit Bonheur te Belvès. Perfecte naam voor een klein paradijsje ingericht door een Vlaams koppel, Marnic en Carine. Het is een supercharmante plek gerund door een echtpaar dat gastvrijheid tot een hoger levensdoel omvormde. Ik plons meteen het zwembad in na een sympathieke verwelkoming, voor mij …. met een Duvel. Daar gaan mijn plannen om zich te “laisser dépayser” en alleen lokale drinks te doen (wijn, pastis, enz…)

’s Avonds is er een gezellige table d’hôte. Met zijn 9 rond een ronde tafel met een centrale draaischijf. We maken dieper kennis met onze gastheren en medebewoners. Le Petit bonheur. Terecht, what’s in a name. Het is een perfecte setting en een ideale thuis voor Bourgondiërs die Dordogniërs willen worden. De inrichting is charming en oergezellig met een zonneterras, een schaduwterras, grote tuin en een grote, leuke barruimte buiten. Dit wordt echt vakantie!

Dag 10:  Langs de Dordogne: Saint-Cyprien, Beynac-et-Cazenac, La Roque-Gageac
Het dreigt de hele dag te regenen. Tant pis. We trekken naar de gezellige zondagmarkt van Saint-Cyprien. Alle soorten kraampjes staan er kriskras door elkaar. Specerijen, kleren, bloemen, lokale specialiteiten en kazen, gadgets, groenten, grappige prullaria, … een symfonie van geuren en smaken. We kopen o.a. 2 truffels (aan 6€ slechts), een shortje, kruiden, gedroogde zwarte trompettes en ‘n regenjasje voor Tanya en een salamiworst van eend met truffel voor 3€. Evidemment. We volgen de slingerende Dordogne tot Beynac.
Dit prachtige dorp aan de oever vol bootjes en kano’s was ooit decor voor de film ‘Chocolat’ met La Binoche. Het is steil bergop langs nauwe middeleeuwse, kronkelende straatjes met leuke huisjes, alles tegen de  falaises aangebouwd. Prachtige vergezichten, bloementuinen, onverwachte hoekjes … tot het majestueuze kasteel bovenaan. Ik waan me in Doornroosje of (niet denigrerend bedoeld) een mooie romantische middeleeuwse Disneyfilm. We fotograferen ons te pletter. Bovenaan worden we dan echt overvallen door een fikse bui, dus wordt het een lunch met een heerlijke lokale sla. Dan gaan we verder tot La Rogue-la-Gageac, een mooi straatdorp waar we een uurtje rondvaren op historisch-gereconstrueerde boten, goed voor verbluffende zichten op kastelen, kliffen en oude huizen tegen de rotsen aan. Ik geniet van de verzorgde professionele en vriendelijk commentaar in het Frans, maar het kan ook met audioguides in alle talen. Hier kunnen de meeste Brugse bootjesmannen nog van leren (zie ook blog “Verzandt Brugge opnieuw?”). Nella heeft zich weer overtroffen met al dat bergop klauteren vandaag maar het was een indrukwekkende superdag en we zijn terecht moe.

Dag 11: Op pad naar Sarlat
Sarlat-La-Canéda is één van de grootste musts uit de streek en een bezoekersattractie op zich. Het stadje is vrij vlak vol kronkelende straatjes, steegjes en gezellige pleintjes met terrasjes. Een en al sfeervolle boel. Verzorgde huizen en monumenten, nog meestal door en door middeleeuws en Unesco erfgoed. Ik eet er aguillettes (filetjes) de canard met de fameuze pommes de terre sarladaises. We slaan wat delicatessen in. In het terugkeren kopen we in een supermarkt een en ander om soms wat te picknicken deze week en enkele potten cassoulet voor thuis. Het was een mooie warme dag.

Dag 12: Montpazier en dichte omgeving
Montpazier is één van de wel tien “les plus beaux villages de France” die je hier vindt binnen een straal van 50 km (waaronder Belvès zelf). Het is een middeleeuwse bastille, wel vlak en met een schaakbordpatroon. Via Beaumont gaan we naar het gehucht Cadouin vlakbij een mooie, oude abdij iets eten en dan lang siësten, lezen, petanquen waarbij Tanya haar ouders afkuist met een vlotte 14 – 11 – 2. Dan picknicken we met een flesje lokale wijn na een uitgebreid aperitief van heu… Belgische biertjes.

Dag 13:  Les Jardins de Marqueyssac, avondje Belvès met Marché Gourmand en vervolg.

Dit werd een bijzondere dag. Het is eindelijk wat beter weer. Ideaal om de “hangende” tuinen van Marqueyssac te gaan bezoeken. Buxusstruiken in alle mogelijke vormen geknipt en langs verschillende wandelpaden waaronder de majestueuze zichten op Castenaud, andere kastelen en dorpen en belvedère over de hele uitgestrekte groene Dordognevallei. Een paradijs op  zich, kindvriendelijk en een onvergetelijke setting. Een toeristisch pareltje. Tanya laat een heleboel leuke foto’s schieten die ze dezelfde dag nog op haar blog verwerkt tot haar eigen versie van Alice in Wonderland. Surf ernaar voor een creatieve insteek. Aanrader.

’s Avonds maken we ons op om met onze gastheren en 2 medegasten Belvès te bezoeken en deel te nemen aan de Marché Gourmand. Het middeleeuwse stadje bevat naast een leuk centraal plein en gebouwen, ook onverwachte hoekjes en kantjes en … troglodyten. Deze grotholen die zich letterlijk onder het stadscentrum bevinden, werden in vroegere tijden bewoont op een zeer primitieve manier. Het bezoeken waard al had het Engels commentaar een hoog Allo-Allo gehalte. En dan smikkelen en smakkelen: keuze te over. Democratisch. Primitief-authentiek maar gezellig en met alle ingrediënten van een volksfeest. Dat in le Petit bonheur wordt verder gezet met o.m. chacha-demo’s (Nella en Carine vooral) en halve danspartijen. Opeens stonden de 3 koppels allen te slowen. Ja, daar zijn wij Vlamingen goed in hé. Onze versie van een bal populair. Wel reuzenamusant, dat spreekt.

Dag 14: Langs de Vézère het groen en de prehistorie in.

Omdat de vorige avond bleek dat men wel eens een tochtje in de Jaguar wil doen, doen we met Luc, Christine, Marnic en Carine een ritje in de omgeving. Waarbij we o.a. de echte originele route naar Compostella dwarsen. Het raakt me als ik denk aan al die trekkende monniken vroeger en waarvan we in de streek al zoveel sporen zagen. Een stuk geschiedenis trekt voorbij. Nadien blijkt er een spijker in mijn al halfplatte voorband te zitten. Maar voor 12,5€ lossen ze het op in de lokale garage. Oef.

Op weg met zijn drietjes dan. We volgen een mooie panoramische route vanaf La Bugue en volgen de Vézère richting Les Eyzies-de-Taynac tot in St.-Léon, nog zo’n idyllisch dorp. We lunchen in een grote tuin. Gésiers d’oie. Onderweg zien we vele rotsspleten met troglodyten. Les Eyzies (niet uitspreken zoals een Hollander daar: Les Zizis)  is de streek van de prehistorische grotten. Lascaux is vlakbij maar we voelen geen behoefte de copy van de bekende rotstekeningen in het echt te gaan bekijken al aanschuivend. We genieten vooral, zoals steeds, van de leuke dorpjes en de prachtige streek. Et le manger, mes amis….

Dag 15: rust en pakken

Inpakdag en wat laatste dingetjes. We profiteren van het redelijke weer om buiten ons boek met plezier uit te lezen. Een lunchje in Belvès en ’s avonds onze eigen “restjes” opeten.

Dag 16: naar Saumur (Loîre)
Omdat het quatorze juillet is én de zaterdag van een vakantieperiodewissel, vreesde ik voor helse traffic. Al wil ik sowieso niet over Parijs gaan, toch boekte ik 3 dagen terug een dagje bij in een leuk hotelletje dat ik ken “au Bords de la Loîre” op het eilandje midden in de rivier te Saumur. Hier is het vlak en weeral grijs maar het stadje ligt mooi aan die brede Loîre met zicht op de oude stad, gedomineerd door zijn kasteel. Saumur is de missing link van een vorige reis lang terug. Er is een marktje en we verpozen wat bij een brasserie maar drinken geen Cadre Noir (ons geliefde cava-alternatief). Waarna we naar de top van het stadje wandelen. Van 14 juli merken we niet veel, tenzij het lawaai ’s avonds van het volksfeest aan de overkant van het water dat op het ogenblik dat ik in slaap val uitbarst in een spetterend vuurwerk... Morgen rijden…

Dag 17: naar huis

De volgende ochtend rijden we in één ruk in minder dan 5 uur (niente traffico) via de Opaalkust naar Brugge waar waarachtig wat zon schijnt. Kort na 13u zijn we er. We deden 2920 km.

PS 1: Nawee 1. De volgende dag maak ik een dampende pastaschotel met volop die truffels. Delicieux, vooral als je weet wat dit op restaurant zou kosten.

PS 2: Nawee 2. Omdat we zo te spreken zijn over Le Petit Bonheur als ons ontdekte aards paradijsje, gaan we er voor een week terug, eind augustus in de gîte-formule. Met Ryanair is het 50€ heen en terug naar Bergerac op 50 minuten. En huurwagentjes kosten 30€/dag en er valt nog zoveel te bezoeken: Castelnaud, kastelen, grotten, dorpjes waaronder nog Domme, Limieux, en ik wil zeker parapenten of ULM’en, en misschien kayakken… en genieten!!!
Wordt vervolgd dus. In de Dordogne is zoveel meer te zien en te doen op een kleine oppervlakte dan in de Provence. Het is er groener, veelzijdiger, gastronomischer en jawel, met meer geschiedenis. Alleen dat weer dat daar stabieler is hé…

Meer foto’s vindt u op Flickr: http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157630663611912/ en
http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157630663559406/