De zieleroerselen, bedenksels, herinneringen, ideeën, ervaringen, meningen, beschouwingen, reflexies, hersenspinsels van ene Wim Van Besien over de wereld rondom hem, leven, lief en leed en zijn bedrijf Perfect+ Event Productions.
De volgeboekte Embraer brengt ons van de luchthaven van
Deurne in 1u40 naar Split in
Hrvatska (= Kroatië). De shuttlebus naar het centrum heeft als eindpunt de
ferry- en cruisehaven in Obala Kneza Domagoja dat ook nog eens samenvalt met
het treinstation. En dat alles op geen 300 meter van het hartje van de stad. De
drukste groenten- en algemene markt van het land krioelt er van de kraampjes en
kopers en ligt onder de ZW-toren van het oude paleis van de Romeinse keizer Diocletianus.
Ik vond hier een kamer
op 50 meter, eigenlijk een onooglijk appartementje, dubbel bed, badkamer met
kleine regendouche, zelfs een onnodige kleine kitchenette voor de prijs van,
hou u vast, 34€/ nacht cash te betalen. Er is wel bijna geen ruimte, maar voor
1 nacht in een rustig steegje op slechts 100 m van het door Unesco bijna
compleet omvattende oude stad met zijn verbijsterende gezellige drukte, is dit
een koopje.
Het grootste deel van de binnenstad is zowat gebouwd binnen
de gedeeltelijk bewaarde Romeinse muren en torens van wat een enorme vestiging
moet geweest zijn. Daarbinnen vind je dan weer een kathedraal (tevens een
Romeins mausoleum) kerken, nissen, nauwe steegjes die naadloos overgaan in
openluchtcafeetjes, restaurantjes, patio’s en pleintjes. Langs soms nauwelijks een
persoon brede gangetjes, gaat het naar boven en beneden, er is een stuk
onderstad en telkens weer die verrassende straatjes met ruimtes die dan
bistrootjes worden of terrasjes. Soms weet je niet waar een straat begint en
een bar eindigt. Overal geveltjes en torentjes, oude monumenten, Romeinse
zuilen…. Kortom, een wandeling door anderhalf millennium gemengdecultuurgeschiedenis en architectuur. Maaroergezellig.
Een hoogtepunt is de
setting van het Perisilium (een
Romeinse onthaalruimte) met collonades en zuilengalerijen. Een deel wordt omsloten
door de Svetu Duje met klokkentoren, baptisterium, crypte en schatkamer. Met dan
aan de andere kant het renaissancepaleis Grisgono EIpci. En in de trapsgewijs
opgebouwde ruimte kan je zelfs zitten met een kussentje en een plankje want het
is tegelijk onderdeel van café Luksor, waar altijd sfeer is met constant akoestische
optredens en zo. Een voorbeeld hoe de horeca hier a.h.w. in de aderen en poriën
van deze soms aandoenlijk kronkelende oude stad gekropen is. Uniek. We eten een
hapje en ik neem cevapi kuna, een wat simpel ogende worstvormige gehaktballen,
maar met een eigenzinnige lekkere smaak. Voorts is hiervooral risotto met
inktviseenspecialiteit.
Frontaal voor het paleis en de oude stad bevindt zich een
schitterende, brede, mooi-modern aangelegde zee promenade die tussen waterkant en paleismuur een enorme
voetgangerszone creëert met een keten van uitgebreide terrassen van cafés, bars
en bistro’s die zeker ’s avonds gloedvol bruisend tot leven komt. Flaneren in
Split is dus een feest. De volgende morgen merken we dat nog des te meer, want de al unieke markt vol geur en kleur zet zich verder langs gelegenheidskraampjes van de extra zaterdagmarkt.
Een rij zo lang als de promenade zelf. Het aanbod hier is kortweg van alles,
van kleine juwelen tot houten bewerkte kleine meubelen. Grappig, iedereen heeft
blijkbaar een houten pollepel nodig vandaag, want zowat iedereen loopt er mee
rond. Maar ook krukjes tot ligstoelen die de boomvorm herkenbaar laten,
lavendel, prullaria, creatieve- tot kitschsouvenirs. Zoals overal ter wereld
zijn de voetbalshirts alomtegenwoordig met vooral de lokale helden op de roodwitgeblokte
nationale shirts en bijna allen eindigend op -ic, Raketic, Modric, Perisic
(ex-Club), Mandzukic. Overweldigendezaterdagochtend. Ik bestel een eenvoudig
ontbijtje, maar Nella wil een croissant bij haar latte macchiato. En dat hebben
ze niet. Geen nood, zegt de kelner, twee pandjes verder is er een bakker, koop
het daar en eet het hier maar op. Ik zie het bij ons niet snel gebeuren.
Door de nauwe straatjes hebben ze hier een systeem van
laadkarretjes met een motor waarop iemand staat en stuurt. Zo worden
bevoorrading en vuilnisophalen uitgevoerd, want auto’s kunnen dus bijna nergens
bij. Wat me wel tegenvalt is dat de Airco-bakken overal buitenhangen, ook aan
de straatzijdegevels, zeer ontsierend en wat zegt Unesco daarvan? Waar ik me
dan wel kapot mee blijf lachen is het woord “apartman” dat je overal ziet. Het
betekent “appartement”.
Gisteren kwamen we een kleine fanfare tegen met daarachter
typische tot soms groteske gelaarsde majorettes goochelend met stokjes. En daarachter oneindige rijen van telkens 4 jongeren, tochmeestalmeisjes in jeans of
broek met wit topje, T-shirt of hemdje. Later vinden we ze dansend op het
commando van een stem eenvoudige folkloredanspasjes uitvoerend. Primitief maar
door die enorme menigte, honderden langs een stuk Lungomare, heeft het toch wel
iets bijzonders. Blijkt het te maken te hebben met het feest van de
patroonheilige van de stad op 7 mei.
Na nog een wandeling in de binnenstad en de groenten-,
fruit-, kruiden-, bloemen- en plantenmarkt met o.m. aardbeien voor een prikje,
de eerste minikersen, sluiten we onze koffers en kamer en trekken onze trolleys
amper 250 meter verder waar ons yacht like cruiseschip, de MS Seagull van Katarina Lines, ons opwacht.
Stel u voor… Dit kleine schip, 8 man bemanning met plaats voor 28 pax, werd
gecharterd door Classix Cruises. Het hele vaartuig voor ons groepje, 8 reisagenten,
incl. de oersympathieke Paul De Bruyne, zaakvoerder van Classix. Hij is een relaxte
cruiseloveholic en entrepreneur, meer een genieter dan een opgefokte sales rep.
My kind of guy. Het zal een aantrekkelijke kennismaking worden met alle
medereizigers. Onbezorgd island hopping, vrij aanvoelend, langsheen enkele
hoogtepunten van de Kroatische kust(eilanden).
De crewdoetsamenzowatalles. Barman Drako, een Thibaut Courtoiskloon, de kok en een poetsvrouw
en wat sailors hebben hun specifieke taken maar staan ten dienste van elke operatie.
Machinist Dominik en de kapitein spelen zelf voor host en alles wordt met ons
afgesproken. Zo kunnen we b.v. gelijk waar stoppen om een (brrr) frisse duik te
nemen vanaf de steigerplank achteraan het schip. Wat ook typisch blijkt aan het
concept, is dat we altijd ’s nachts in een haventje blijven liggen. De
afstanden zijn dan ook erg kort hier.
We worden verwelkomd door een aangenaammeisje van Katarina
Lines, die zelfwacht op haar collega “with the machine”. Blijkt dat een
draagbare betaalterminal te zijn. Na de jolige introductie, de kennismaking,
een lokale likeur en de lunch komen we overeen pas om 20.00 uur in Hvar aan te
leggen waar we het enig niet-voorziene avondmaal zullen nemen. Dat heeft ons
ruimte om een klein plaatsje te bezoeken voor een uurtje. Even schrikken, nee
het heet toch niet Stalingrad, maar Stari
Grad (wat oude stad betekent). Het was ooit de oud-Griekse stad Pharos (385
v. C.). We maken een gezellige wandeling langs de waterkant vol kleine bootjes,
jachten, propere huizen, weinig spectaculair que expliciete bezienswaardigheden
maar met occasionele bars, terrassen en zowat… niemand. Hier is het seizoenduidelijk nog niet op gang gekomen.
Ookniet later in Hvar
op het eiland Hvar. Hoe zonnig en zomers aangenaam het was in Split, er wacht
ons een meteorologisch mindere periode en het begint al te miezeren. In het avondlicht wandelen we rond. Veel jachten en duizend jaar geschiedenis weerspiegeld
zich in gotische paleizen en renaissanceloggia’s. Opnieuw cleane, gezellige
steegjes met banken buiten en aantrekkelijke interieurs in kelders of ruimtes
met oude muren en hier en daar nog een verloren Romeinse zuil. Het stadje wordt
gedomineerd door een grote burcht bovenop de heuvel, maar we blijven beneden op
zoek naar een avondmaal. In het gekozen restaurant eten de meesten verrukkelijk
lamsvlees met ovengeroosterde rozemarijnpatatjes. Er is een wijn die enkel hier
gefabriceerd wordt en geniet van het dubbeleffect zon en weerspiegeling zon op
de zee en zo op de ranken maar tegelijk afgekoeld door de zeebries die hier
overal wel heerst. Deze wijn van een rood druivenras, Zlatan Plavac Barrique wordt
door Vivino erg hoog getaxeerd, een heerlijke neus en medium dry body… Een
steeds fellere wind doet het schip aan de kade de hele nacht toch op en neer dansen.
Voordezejongen best slaapbevorderend.
Zondag
We vertrekken’s ochtends van Hvar en zoalsvoorspeld we’re
in for a bumpy ride. Een iemand wordt zeeziek, maar, en dat is toch uniek leuk,
we gaan voor de lunch lekker voor anker in een beschermde baai vol maquis en
bos. Geen deining meer maar een 360° idyllische setting. Van hier is het slechts
een half uur varen naar Korcula, een
hoogtepunt. Een met middeleeuwse wallen versterkte stad op een schiereilandje. Ik
was er ooit al, maar herinner me niks meer. We krijgen een grappige gids mee,
al zie ik haar klassieke pointes al van mijlen ver aankomen. De graatvormige
straatjes zijn uniek en ooit door de Romeinen op de tekentafel bedacht om op
wind, schaduw, winterkou en zomerwarmte te anticiperen. We bezoeken o.m. de
kathedraal Sveti Marko met superluide klokken (15de eeuw) en de Landpoort met
de Venetiaanse Marcusleeuw. De cultuurhistorische invloed van de handelsnatie Venetië
is overal in Kroatië aanwezig. De Serenissima was hier de baas nadat de
verdedigingswallen het oninneembaar maakten (15de, 16deeeuw).
Het huis waarin Marco
Polo nog een tijd verbleef, heeft een laatgotische woontoren en vier
verdiepingen. Uiteraard draait alles hier erg rond deze wereldreiziger. Na de
gidsbeurt wandelen welekker rondom de stad vol terrasjes en ondervinden weer
het verschil tussen een winderige flank en een luwere kant.
’s Avonds rijden we met een taxibusje naar een verloren dorpje
waar we de “Village Experience” ondergaan,
een confrontatie met het lokale, landelijke leven en haar sociale ontwikkeling
én eetcultuur. Frank, een knokige, oude eilandbewoner, die zoals zovele
landgenoten hier naar Nieuw-Zeeland vertrok om er lang te wonen en geld te verdienen,
leidt ons rond. Nadien keerden ze terug om een stukje land te kopen. Zowat de
levensdroom van elkeen hier. We krijgen een soort zelfgestookte grappa, waarvan
een met rozengeur en -smaak, zien verse pasta met de hand rollen en genieten
tenslotte van een pretentieloze, rustieke maaltijd vol lokale specialiteitjes,
kaas en charcuterie... en een smakelijke ragù op houten banken onder een natuurlijk
afdak buiten, deels overdekt met wijnranken.
Maandag
In Mljet bevindt
zich een uitgestrekt nationaal natuurpark vol bossen (dennen, meditteraans
maquis maar ook steeneiken en aardbeibomen en zo) en fauna, waaronder de
ingevoerde mungo (mongoose) die nu een plaag geworden zijn. Het is wat klimmen
over rotspaden tot aan een dubbel zoutwatermeer dat met een sluis aan mekaar
hangt. We nemen er een boot naar een charmant mini-eilandje Otok Sveta Marija, waarop
slechts één gebouw, een oud, vervallen klooster, ooit gesticht door
Benedictijnen uit Puglia dat nu enkel een “restoran” herbergt (Melita). Op zich
een prachtige locatie voor privéfeesten en met regelmatig concerten die door de
heuvels rond het water een bijzonder akoestisch effect krijgen.
Eens terug is het vooral grappig om mee te maken dat, zoals
we al veel zagen, tot drie boten horizontaal naast elkaar liggen, waardoor je als
je terug moet naar het verste schip, je dus doorheen de twee eerste boten moet passeren.
Er is een soort vrijheid van aanleggen maar met beperkingen en hindernissen.
Als het schip naast de wal weg moet of er komt een ferry binnen of zo, dan
moeten de twee andere ook even weg om plaats te ruimen.
We varen naar het eilandje Sipan. Weer zo’n echt Kroatisch havendorpje omheen een kleine baai...
Op het terrasje naast het schip komt een jongentje trots zijn net gevangen
octopus tonen. We blijven hier liggen want we zijn al vlak bij eindpunt
Dubrovnik.
Het is captain’s
dinnervanavond, we dinerendus met kapitein Tom en zijn broer Dominik (machinist-manusje-van-alles).
Allerlei soorten gegrilde vissen, mosselen en schelpdieren spoelen we door met
lokale wijnen, o.m. Vrhunsko Vina Graservina uit Kutjevo (die naam!). De crew
wordt voorgesteld en de babbels met de broers zijn uniek, want ze vertellen zo
vol passie en levensbetrokkenheid over varen en hun familietradities binnen het
scheepvaartwezen en in Kroatië in het algemeen. Ontroerend authentiek en
amicaal sympathiek. Ik amuseer me ook met de Waalse Rose-Marie die met haar
accent constant me plaagt. “Wimmeke, schatteke, … pas op hé!”
Dinsdag
Rond Dubrovnik varen
is normaal een betalende excursie op zich. Een belevenis, de indrukwekkende
vestingmuren zo pal in de zee, het haventje. Maar de echte cruisehaven ligt wat
verder, we schepen uit en rijden met de bus naar de grote ingang en
verzamelplaats. Slechts vier dagen waren we aan boord maar het afscheid is superhartelijk.
Voor Pile Gate, de grote stadspoort
wacht de gids ons op. Hierzijn bijzonder veelplekjes die gebruikt werden in
Game of Thrones. Ik was hier al enkele malen, maar het blijft een bezoek waard.
De wirwar van opeengepakte straatjes met oude huizen, kloosters, musea met
nergens nieuwbouw en omringd door die zeer dikke vestingen, vormt een
wonderbaarlijk geheel. Langs de brede centrale hoofdstraat Stradun gaat het van
de klokkentoren, de Onofriofontein en de Verlosserskerk naar het Luzaplein met
de Rolandzuil, de Sveti Vlakokerk en zo naar de kleine haven.
Geschiedkundig valt er veel te vertellen maar de aardbeving
van 1607 was wel wel cruciaal en delen van de stad waren grondig verwoest,
waardoor je soms een mix van stijlen voor en na ziet, soms in een zelfde
monument. En dan ontbrak de tijd ons nog om interieurs en musea te bezoeken.
Dan gaat het naar de kabelbaan
waar we van boven op de heuvel een fascinerend uitzicht hebben op Dubrovnik, de
kustlijn, de eilandjes, de blauwgroene Adriatic. Na een lekkere lunch met
havenzicht spurten we in een plotse regenvlaag naar de bus die ons naar hotel
Lapad brengt. Siësta, lekker dinertje in een restaurantje vlakbij en de
volgende ochtend de vlucht naar Brussel, wat betekent dat we met de trein en
een korte busrit nog naar Deurne moeten om de wagen op te pikken.
Het was een onverwachte, korte, maar memorabele ervaring, zo anders dan het
“grote” cruisen. Meer foto's op Flickr: minicruise Kroatian Isles: https://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/albums/72157681812781162
Om 4 uur 's nachts is het hallucinant te zien
hoeveel karavanen mensen met valiezen van overal de vroegere kiss and ridezone
van Brussels Airport betreden. Allemaal door de trechter van de gekanaliseerde
tent met pre-luchthavencontrole. Zwaarbewapende militairen kijken toe. Zowat
iedereen mag zonder bagagecheck door, tenzij je er verdacht, lees moslimachtig,
uitziet. De vlucht naar Zanzibar om 6.20 uur is in een 737, elf uur vliegen
incl. een uurtje technische stop (tanken en crew change) zonder het vliegtuig
te verlaten in Hurghada, Egypte...
Adembenemend om lang enkel over geel en bruin woestijnzand te vliegen dat zich
later zonder spoor van beschaving in zee stort. Geel wordt turquoise, dan
licht- naar donkerblauw vol eilandjes, kale zandbanken boven water. Deel twee,
nog eens vijf uur, heeft zijn hoogtepunt als we de Nijl volgen en boven Luxor
vliegen tot Aswan. Dan verder over Khartoum, Addis Abeba, Lake Victoria, de
Kilimanjaro, een massief stuk zwart met relatief weinig sneeuw dat boven de
wolken uitsteekt, Nairobi... met arrival 19.00 uur plaatselijk. Dan na een
chaotische heksenketel waar niemand weet wat en hoe, papieren invullen, visum
betalen 50$, uitgebreide controles met registratie van al je vingerafdrukken en
fotoshoot, snel nog twintig minuutjes taxi (13$) naar Zanzibar City, meer
bepaald Stone Town, de krioelende en fascinerende Unesco erfgoedstad.
Introduction
Zanzibar is Hakuna Matata. Zanzibar is Afrika
ontmoet het Oosten.
Ook in de onfraaie geschiedenis van Sultans en
slavendrijverij. Zanzibar was er de draaischijf en de markt van. De kruising
van de twee culturen is quintessentially Zanzibar. Mooi en lelijk. Volk, ras en
kleur. Fauna en flora. Een wereld apart.
Zenji
means...
We verblijven in Zenji hotel van een
Hollands/Zanzibar stel Anneloes en Mani (kort voor Suleihman). Een goedkoop
bescheiden pand met weinig faciliteiten. Eerst door een kaal stukje restaurant,
wat souvenirs en dan door een gang een bureautje binnen, de receptie.
Jeffrey, een graatmagere Eddie Murphykloon, begroet
ons uitbundig expressief, legt alles uit, soms moeilijk verstaanbaar en als we
iets onverwachts vragen, blijkt meermaals dat hij wat anders begrepen heeft.
Net zoals straks overal. Maar telkens ik hem voorbij kom, is het een
enthousiast heftig handen schudden.
Het is de filosofie van Zenji, kansen bieden aan
mensen om te leren en enkel werken met eigen
producten. Opgeleiden hebben die
kans al. Meer over deze edele kijk op zenjifoundation.com. ‘Zenji’ is de oude
Perzische benaming voor de oorspronkelijke zwarte bevolking. ‘Bar’ zou voor
kust staan. Vandaar Zanzibar. Maar de sympathieke fouten en misverstanden zijn
hier niet te tellen. Net zoals gegarandeerd verloren lopen, het tekort aan
aanduidingen, bewegwijzering of het totaal gebrek aan verkeersreglementen.
Maar... that’s part of the fun, moet je denken. Wie anders denkt, moet maar
naar Benidorm.
Maar het leidt tot grappige toestanden. Ik vroeg of
ze iets van ons kunnen bewaren in hun koelkast. De idee was gekoeld bier,
indien vindbaar, want moslimland. Jeffrey: “Like?” Ik: “Huh, something we might buy”. Hij: “Such like... a fish?” Bij het
presenteren van de kamer: “This is a room with an airco that works”.
We aten er een paar keer een snelle hap. Nooit
kregen we, noch hadden ze, wat we bestelden, buiten die simpele veggie curry.
No problem, hakuna matata. Ja, het van The Lion King bekende Swahili
songzinnetje voor ‘geen zorgen’, ‘wind je niet op’ is zowat de strijdkreet
hier.
Maar toch, neem de laatste dag. Hilarisch. Nella
koopt er in het miniboetiekje, een Afrikaans gedecoreerde lamp voor ons pas
samenwonende dochter. Maar ze wil het in een wat cadeauachtige verpakking
refererend naar het hotel. Niemand begrijpt het. Eigenaar Mani komt erbij.
Gelukkig, want we vragen een test en het functioneert aanvankelijk niet. Nadien
zegt hij onze pakjeswens te zullen doorgeven. We wachten een half uur, komen ze
aan met een soort postpakket van een kraan in een kartonnen doos vastgemaakt
met snelbinders. We geven het op. Wanneer we inpakken, besluit Nella die veel
te grote doos te elimineren en de lamp tussen de kleren te stoppen. Om te
ontdekken dat daarin effectief die waterkraan zit... Stel je voor...
Terug naar de romantiek.
Slapen onder een helikopter in een sprookjesachtig 1001-nacht ebbenhouten bed
met sierlijk samengebonden muskietengaas en vaalgele koloniaal aandoende,
zwakke lichtjes, het heeft iets... Naast het toilet bevindt zich een darmpje
met waterknop, oorspronkelijk omdat bepaalde Arabieren geen wc-papier
gebruiken, maar nu handig voor de schoonmaak. De hoge bedden herinneren aan de
koloniale tijd toen daar massieve hutkoffers onder stonden.
Hoewel. Na drie dagen lekkend zweet van borst, rug,
gelaat... ondanks die koffiemolen in het zwerk, zien we... wat is dat
daarboven? Hé, dat ziet er een airconditioning uit. Tiens, hier ligt een
afstandsbediening. Airco for dummies, maar alles wordt leefbaarder...
Receptionist Chris die later massa’s foto’s en
selfies met me maakt, gaat altijd enthousiast door het lint. “Mister Wiiiim!”,
stevige hand shake, schoudergeklop. Alle dagen zit er hier allerlei volk rond
te hangen, geen idee wat ze er doen. Maar ik blijk populair. Wat een beetje
happiness, levensvreugde en zotdoenerij al niet vermag. Let’s remain jolly. Ze
lachen zich een breuk met mijn onnozeliteiten, ze zitten er gewoon op te
wachten. “Mister Wiiim, you awl
crazy mèn”
Day time, twilight, sunset, night
Om 5 uur 's ochtends hoor je de gezongen
gebedsoproep, waar ik ondanks ontwakend morgenlicht
- we zitten dicht bij de
evenaar, dus elke dag licht van +- 6.30 tot 18.30 uur- lekker half wakker
doorheen snooze, ondanks het vibrerende stijgende straatkabaal...
Het roof top café, oef windje, is een bevrijding en
bijna een voorwaarde om te profiteren van een verblijf in deze stad. De meeste
restaurants hebben dat. Soms met panoramisch uitzicht over zee of daken en
braakafval. Daar nemen we ook het ontbijt.
Breakfast is het minimum minimorum, maar ik stel me
tevreden met het heerlijke hibiscus sap of de mango-met-iets-sap, de dagelijkse
schijf watermeloen, minibanaan en ananas/papaya, een heerlijke espresso, dat
wel, en wat toast.
Karibu
Stone Town
Central market is een wervelstorm van indrukken.
Indrukwekkend lange bananen en allerlei
mogelijke vruchten, te koop aangeboden
in stapeltjes. Kleurrijke gesluierde tot gedrapeerde dames en de, je constant
aansprekende locals, maken het tot een feest voor oog, oor en neus. Nou ja, als
je de fish market of de meat market bezoekt, dan heb je een sterke maag nodig.
Wat daar aan slordig kapotgerukte kadavers, zal ik het maar noemen, ligt, is
niet bevorderlijk voor de appetijt, vooral niet op die vuile stenen, tja
betonbakken, vol vliegen. En dan, zoals overal in de stad, ligt men in de
onmogelijkste houdingen op de onmogelijkste plaatsen te slapen, te soezen, te
knikkebollen, desnoods vlak naast een gehalveerde dikke tonijn of stukken vlees
aan been. Later op weg naar de Anglican cathedral en de historische slavenmarkt
(gruwelijke tijden moeten dat geweest zijn, pure onmenselijkheid) hebben we de
kronkelstraatjes waar letterlijk iedereen “Karibu!” zegt, “Welcome!” (to my
shop).
Djambo, hallo! En als wij westerlingen toch altijd
wat gestresseerder lijken dan de inwoners: pole, pole, kalm aan. En ook de
Hakuna matata’s zijn niet van de lucht. En best veel smiles als je contact
hebt, al is er werk voor een legertje tandartsen…
Sommige moslimvrouwen zijn zelfs erg koket met
hoofddoeken vol glittertjes en pareltjes en
verrassende djellaba’s. Anderen
paraderen fier, toch helemaal anders dan in Arabische landen. Al vind je er ook
de in zwart ingepakte soort en geüniformeerde moslimkinderen, al hebben die
iets schattigs samen. Geen boerka’s, geen boerkini’s. De inboorlingen hier zijn
over het algemeen slank tot mager, wel allemaal erg klein van postuur. Bijna
geen “fwat momma’s” dus. Maar na een tijd ontdek je binnen die Afrikaanse
populatie toch etnische verscheidenheden. Dus dit lijkt een diffuse en
meerduidige samenleving die harmonieuze tolerantie voorstaat. Een voorbeeld.
De ‘papasi’ zijn wel vervelend. Hun truc is gewoon
tegen je beginnen praten, hier heb je... daar is er... Ignoreren of duidelijk zeggen: no service needed,
we will never pay. Tja. Eruitzien alsof je verloren bent of niet weet
wat je wil binnen die overvloed van impulsen, werkt als een magneet op
Zanzibarezen die dan op je afkomen. Helaas is dat moeilijk, want je bent
sowieso verloren en overdonderd, dus niet evident.
waardoor ze, als ze dat
lang volhouden, geld kunnen vragen voor hun ‘service’. Of commissie bij waar ze
je brengen. Hoewel de mensen fundamenteel vriendelijk, vrij beleefd en
behulpzaam zijn, is het toch moeilijk om ze te onderscheiden van degenen die er
een slaatje uit proberen te slaan en dat is in de binnenstad zowat iedereen.
Bepaalde huizen zijn betoverend met hoge houten
trappen, wat balustrades en balkons en dan, die hoge, wat lompe en toch elegant
gedecoreerde sprookjesbedden. Maar tussenin helaas veel afvalplekken, ruïneachtige
leegtes, golfplaten en bouwbereddering en dan opeens... een deur, wat een deur.
Een fascinerend zware poort bijna in massief donkerbruinzwart hout met
uitgekerfde versieringen en soms indrukwekkende koperen spijkers en ornamenten.
Daar hebben ze hier een patent op. Een beetje fotograaf kan hier op dit aspect
alleen, enkele dagen loose gaan. En je wil telkens roepen: “Sesam open u”. Het
effect van een kruising tussen Indisch, Arabisch en Afrikaans lijkt de essentie
van deze cultuur. Ook opvallend, nergens honden maar overal kleine, wit-beige
poesjes. Raar.
Hoewel een van de veiligste steden van Afrika,
(betrapping op beroving of stelen is een risico op gelyncht worden) zijn er
toch de traditionele afzettrucjes. Afdingen is hier een keihard spel dat je
moet spelen, net als het overzicht bewaren. In elke reisgids staat dat je
sowieso verloren zal lopen in de oude stad. Niet met deze door azimut, kompas
en stafkaart getrainde ex-scout met zijn – eigen lof stinkt- sterk oriëntatie
vermogen. Quod non. Het klopt absoluut. Ook de stadsplannetjes zijn zowat
waardeloos tot soms compleet fout.
We zien verder the Old Dispensary, the Old Custom
House en the Big Tree, een uitzonderlijk wijd uitgespreide Indische banyanboom.
Verder, the Palace Museum (Beit al-Sahel) huis van diverse
sultans, waar we
worden ingewijd in de geschiedenis van de voortschrijdende levens- en woonstijl
van die Arabische heersers. Een Ali Babagevoel. De man die naast de kassa stond
en ons spontaan begint te gidsen, blijkt natuurlijk niet een onderdeel van de
ticketprijs te zijn. Maar we laten het zo en op het einde geven we hem een
dollar. Sim sala bim.
Forodhani Gardens wordt gedomineerd door landmark The
House of Wonders (Beit al-Ajaib), een koloniale structuur vol balkons en met
een clocktower en twee kanonnen ervoor. Nu nationaal een belangrijk museum voor
geschiedenis en cultuur. En met ernaast het oude Omani Fort (Ngome Kongwe).
Het
park ligt centraal langs the waterfront en is een oase van rust na de
souksachtige belevenis in het
wirwarlabyrint van de binnenstad. ’s Avonds
verandert het in een drukke, onderbelichte avondlijke streetfood market met een
ongelooflijk groot aanbod van zowat alles dat op een stokje kan. Zeevruchten,
kip, vlees, allerlei onherkenbaars. Men moet telkens uitleggen wat het is. Niet
evident in deze donkerte. We herkennen alleen octopus. Verder lookbroden en
chapati’s. Het is een bijzonder attractief, uniek gebeuren, waar je naar elk
standje geronseld wordt als toerist. En het is natuurlijk onmogelijk er niet
uit te zien als een toerist.
Helaas evolueert het naar een tourist ripp-off.
Inboorlingen en bezoekers mengelen zich probleemloos in deze krioelende sfeer,
maar wij Westerlingen betalen beslist meer. Elk stukje aangeduid is
voorgebakken en heeft een absurd lage prijs in Tsh (Tanzaniaanse shilling).
Alles wordt dan op een bordje gegooid en op de BBQ weer opgewarmd. Je moet
vooraf niet betalen, zeggen ze. En… geen probleem, we regelen dat straks wel.
Je gaat ergens zitten rommelen met papieren borden en plastic mes en vork, en
nadien word je getrakteerd op een abnormaal hoge prijs. Begin er maar aan. Wij
deden het anders. Toen onze food eraan kwam, vroegen we de prijs voor het in
ontvangst nemen, wat niet hun bedoeling bleek. Maar we zagen hoe twee Zweedse
dames niet wisten wat doen, nadat ze hoorden 49 000 shilling voor wat misschien
hoogstens 10 000 mocht zijn. Geen idee hoe het afliep.
Bij ons ging het zo. Het
laatste bod voor twee volgeladen porties wilden ze nog absoluut 35 000 Tsh
krijgen. Je moet weten dat een gemiddelde lekkere curry met vlees of vis en
groenten, of een degelijk hoofdgerecht in een deftig restaurant, niet over de
20 000 Tsh gaat, zowat 10$ (9€) en deze markt als officieel lokmiddel de
superlage prijs heeft. We argumenteren licht verontwaardigd over en weer.
Ondertussen komen er allerlei ‘specialisten’ bij. We maken duidelijk dat we
niet meer dan 30 000 willen geven, tellen de briefjes tweemaal en stoppen het
hen toe. Wat verwarring en dan zegt de ontvanger: ja maar, het moet 30 000 zijn
en niet 25 000. Hij toont het ons natellend. Aha. De truc met de duif. Met alle
Chinezen maar niet met den dezen. Ik zeg: dat briefje zit al in je zak of bij
een vriend; we pakken onze plat en wandelen weg. Niemand komt ons na. Nadien
ontdekken we dat het meeste voedsel, zogezegd onder stukken chapati, er niet op
liggen.
Andere en betere avond. Een bescheiden hoogtepunt
is de tropical sunset vanaf het dakterras van The
Africa House, een heerlijke
mengeling van Arabische invloeden en Zanzibarese toepassingen. De ebbenhouten
kisten met koperen versieringen zijn pure Ali Baba-achtige meesterwerken. Als
oudste Engelse club in Oost-Afrika voel je hier nog de spirit van het koloniale
Old Albion. Beelden van Britse puntsnordiplomaten, lords die gin-tonics
drinkend bridgen, cricketen, golfen, hockeyen of tennissen, met biljarthal, bibliotheek,
clubzetels en rooksalon.
De laatste dag spenderen we aan lezen, schrijven,
inpakken. Het regent ook een aantal uur vrij heftig. November is het ‘klein’
regenseizoen. We gaan lekker eten in het mooie historische pand The House of
Spices, wel moeilijk te vinden in de smalle Stone Town steegjes en straatjes
waar zelfs geen auto tussen kan. Het beklemmendste is, er weer uitgeraken
vanwege het totaal ontbreken van straat- noch andere verlichting...
The Tea House (Emerson on Hurumzi)
Schitterend (letterlijk) hoogtepunt. Verdoken in de
wirwar achter de House of Wonders bevindt zich
dit hotel met restaurant The Tea
House. Authentiek koloniaal, fantastische, bijna ceremoniale slaapkamers met
indrukwekkende bedden en ingericht met fijn houtwerk, arabesken en veelkleurige
gordijntjes en antieken zetels, zelfs met een bad in de vloer half in de
buitenlucht. Overal balustrades, bloemen en prachtig. Het toilet sluit je met
een zware schuifbalk bijna zoals een middeleeuws kasteel.
De trappen zijn zwaar
en hoog en uitputtend. Op het dak vierhoog uittorent boven de stad, met 360°
zicht over Stone Town, de haven en de zee en de eilandjes in de verte. Het is
schoenen uit en op tapijten tegen lage kussentjes op de vloer zitten aan lage
tafeltjes. Een compleet Perzisch interieur. Dit is echt “dépayser”. Het
panorama omvat moskee minaretten (voor de rest zijn die vijftigtal
islamgebedshuizen onzichtbaar) een hindoetempel, een kerk, en overal het
klagerig overkomende korangezang door luidsprekers. Maar wat een bakken sfeer.
Er zit een flinke bries, en even regent het. Alles is open aan de zijkanten,
geen nood, zeilflappen worden een tijdje naar beneden gerold. De bediening is
top met zwarte kelners in lange gewaden die alles uitleggen, onze handen laten
wassen uit een kan met heerlijk rozenwater. Ik eet er de lekkerste veggieburger
ooit en Nella tijgergarnalen met ananas van de grill en pilaurijst en groenten.
Onvergetelijk.
On the
beach
Ik kijk vanop een ligstoel van Tembo hotel uit over
laagtij en talloze bootjes met namen zoals Blue
Wave, Red Monkey, Equator, Kisa
Nini, Jambo, en - nu gaat het achteruit - Gladiator en... Facebook.com, Ladies
Free en Mr. Bean. Simpele, smalle vervallen lange sloepen met holle kap,
rudimentaire houten banken, die bij eb op het strand liggen. Wel sierlijk zijn
de Dhows die bij valavond en zonsondergang met hun sierlijk uitgerekt
driehoekig zeil, fotogenieke Afrikaanse romantiek uitstralen.
Ik bestel een Kilimanjaro, het beste bier hier,
beter dan Safari en Serengeti, maar allen pils. Voor wie graag alcohol lust (de
verleiding van fruitcocktails met een shot whatever is groot) is het hier een
bezoeking. Zelfs de meest westerse hotelketens passen deze moslimregel toe.
Enkelen vegen ze feestelijk aan hun laars, maar nergens kan je het te weten
komen, tenzij ter plaatse zelf. Strandbar The Livingstone (naar de hier aangespoelde
bekende Schotse ontdekkingsreiziger) zet dan ook meer bier om dan gelijk waar
elders. Ondanks de Westerlingen, ik verkies altijd een 'lokale' sfeer, is het
best een heerlijke plek, vooral dankzij de schaduwrijke mkungubomen met grote,
heerlijk trosachtige dikke blaren. Ik kom er de enige Belgen in een week tegen:
een groep van 14, bijna allen singels, die drie weken via Joker vooral minder
bekende Afrikaanse reservaten deden.
Maar eten wil ik hier niet. Ik wil curry’s en
inheems voedsel en geen variaties op westers fastfood, al is er -ere wie ere
toekomt- geen enkele internationale, noch andere fastfoodtent te vinden in
Zanzibar. Pluim!
Er lopen natuurlijk best wat strandleurders rond,
met plastieken zonnebrillen, foulards of sarongs, kralen en pseudo
koraalsieraden, maar ze zien duidelijk dat wie hier zit, er al enkele dagen
verblijft. Het verschil zit er hem in ‘verse’ toeristen te vinden, want ze
weten ook dat na twee dagen het vet van de soep is, vanwege honderden keren
benaderd voor hun beurt. Hakuna matata blijft de uitroep om aandacht te
trekken, die je overal hoort. Zou de Disneyheritage dat geweten hebben toen ze
de gelijknamige song beroemd maakten? Al wordt het pijnlijk als een half
tandeloze, haveloos uitziende rastagrijsaard met lange sikbaard ons, na zijn
aanbod van miserabele kralenkettingetjes, meteen trakteert op deze reactie:
“You don't want to buy my things, despite my misery. It is because I'm black. I am poor, so you don't want me”. Natuurlijk
ben ik even van mijn melk, tot ik hetzelfde refrein hoor tegen enkele Polen,enkele tafels verder.
Zoals ik de laatste jaren a propos overal merk: de
Oost-Europeanen zijn aan een serieuze inhaalbeweging bezig.
Vanaf 5 uur komen de local boys naar buiten aan de
vloedlijn. Zoals overal ter wereld proberen ze elkaar te overtreffen in
prestaties. Het op handen lopen en de dubbele salto's met aanloop van strand
naar zee met stuntsprong in de branding zijn sensationeel. Met allerlei
variaties proberen deze gespierde atletische zwarte jongens elkaar te
overtreffen.
Diverse mensentypes flaneren voorbij. De Masai zijn
de mooiste, zeker in hun traditionele jurk met lange dolk aan de zij. Ze zijn
lang, slank, kijken en lopen uitermate fier.
Bij zonsondergang hangen er honderden kleine
vogeltjes in de hibiscusbomen te kwetteren en sjilpen dat het een lieve lust
is. Heerlijk.
Tourists
for Tortoises
De boottocht naar Prison Island met onze ‘capten’
Tom is verfrissend, iets meer dan een halfuur
varen. We bezoeken natuurlijk
eerst de reuzenschildpadden, geven ze te eten, vermijden de drollen, zien ze
paren wat wat lullige geluiden met zich meebrengt. En, heu, niet erg lang
duurt. Hun geschiedenis als bedreigde diersoort is ontroerend. Ooit waren er
hier een paar duizenden en toch slaagde men erin om er honderden te komen
stelen voor hun schelp. In tempore non suspecto (1983) at ik in Belize eens een
reuze turtle steak voor 1 $. Verrassend lekker. Nu schaam ik me bij de
gedachte. Deze tortoises zijn, na die op de Galapagos, de grootste ter wereld,
enkel hier te vinden en ze worden normaal zo’n 100 jaar oud. We zien hun
eieren, hun pasgeboren babyturteltjes.
Dan gaat het naar de gevangenis, die dat
nooit werd, wel een quarantainekamp voor gele koortsgevallen. En dan via die
enorme slip wit poederzandstrand de boot weer in om verder bij de koralen te
gaan snorkelen. Altijd een belevenis, de soorten koraal, de dieptes en
hoogteverschillen en die steeds betoverende altijd maar anders veelkleurige
tropische visjes. Het blijft een fascinerende wereld onder de waterlijn in
exotische streken. Even komen ze tot vlak onder mijn buik. Ik grijp naar een
mooi stuk koraal en het breekt af. Ik neem het mee, al is het allicht verboden.
Hoe dan ook, na eindeloos wassen en verpakt in lagen plastiekfolie blijft het
erg stinken. By bye koraaltje.
Nadien op zoek naar lunch worden we wel tien keer
aangesproken. “Hi, I’m capten, I have
boat. Wanna go to Prison Island?” Tot we bijna in koor antwoorden: “We come
FROM Prison Island! We are freeeee.”
Spicy, rocky daytrip
Ik stel een trip samen dat het element spice tour,
de must-do-excursie hier, combineert met een rit
naar de Oostkust waar we, al
weken voordien boekten in het uitzonderlijk merkwaardige restaurant The Rock.
Uitleggen hoe bijzonder deze rots is met zijn trap naar het enig gebouwtje dat
net die door de zee ingevreten stuk rots omvat, kan beter door gewoon naar
foto’s te kijken. Zowel uniek bij laag- als bij hoogwater.
Maar eerst the spicy bit. We leren van alles over
kruiden en specerijen. Kweek, behandeling, gebruik en nut o.m. kaneel,
nootmuskaat, kruidnagel (85% van de wereldhandel), kardemon, citroengras,
cacao, vanille, aloe vera, kurkuma, gember... ook proeven we de nangka of
jackfruit, de grootste boomvrucht ter wereld met een smaak tussen mango, papaja
en lychee. We proeven tientallen fruitsoorten. Nella die
darmkrampen heeft,
krijgt als remedie een vreselijk straffe kruidnagel-gemberthee geserveerd. Van
een bloesem van de lipstick tree, wordt een zwart assistentje van onze gids
beschilderd met rood, Hindoebolletje op het voorhoofd en zo. We ruiken
ongelooflijk sterke onverfijnde basisparfums van zowat alles dat hier groeit,
waaronder het hoofdbestanddeel van Chanel 5. Ik smeer verse kurkuma op mijn
insectenbeten, vijf naast elkaar op mijn binnenarm (na 6 dagen nog niet weg).
Ik neem een verse kruidnagel en muskaatnootvrucht mee om thuis te drogen.
Nadien krijgen we een met machete opengehakte
koksnoot, ter plaatse gevlochten kronen, zelfs een das, een hangertje, een
ring, een handtasje, allemaal uit palmblaren en worden gekroond tot King and
Queen of Spices terwijl een lenige jongen blootsvoets een palmboom inkruipt om
daar te zingen en –vergeef me- de aap uit te hangen. Hij zingt hakuna matata,
jambo en zo.
We stoppen onderweg aan een van de grootste
attracties van het eiland The Jozani Forest vooral bekend om zijn baobabs,
unieke vogelsoorten en andere fauna, vooral de bedreigde rode colobusaapjes.
Helaas hebben we weinig tijd en het kost de volle pot. We laten het maar
zo om, terecht, te genieten van de onweerstaanbare ongerepte Oostkuststranden
boven Paje.
The
Rock.
Ik eet er een carpaccio van verse vis, eigenlijk
een ceviche met een hemelse smaak van kokos met
limoen, omringd door rauwe
courgetteschijfjes. Nadien lobster van de grill met een fantastische licht
gerookte smaak. De prijzen zijn naar lokale normen hoog, zowat als een bistro
in België, maar het is er binnen groter en gezelliger dan verwacht met een
loungy terrasgedeelte. Eerst naakt omringd door poederzand en putten en dan
door het opkomende blauw (vergelijk het met de Mont Saint-Michel) wat betekent
dat we met een bootje terug moeten. Ik roep het uit tot de meest bijzondere en
romantische plek waar ik ooit at. Een uniek en memorabel hoogtepunt. We
fotograferen ons te pletter en rijden dan terug naar het hotel. Onze trip liep
van 9 tot 17.30 uur. Perfect dus. Wel warm, maar een gammele taxi heeft ook
airco als hij de hele dag zijn ramen rijdend openlaat.
Mercury
’s Avonds trekken we naar Mercury’s bar waar alles
in het teken staat van de hier geboren Queenszanger, die bij de Islamieten als
promiscue element niet echt populair is. De vloedlijn in de avondschemering en
het jolige strandgebeuren van spelende en badende jongetjes, vissers- en andere
boten is perfect. Hier serveren ze als een van de weinigen in de directe buurt
(straal van tien minuten rond ons hotel) bier en alle mogelijke alcohol. Maar
het eten, de bediening en de wifikwaliteit is bedroevend. De toiletten zijn
ingedeeld als heren=king en dames=queen. Wat zou Freddy Mercury gekozen hebben?
Observations
Kleren... De opmars in de wereld van de
voetbalplunjes. T-shirts, broekjes, refererend aan allerlei
wereldploegen. Club
en Anderlecht kwam ik nog niet tegen. Ik zou de mensen die nooit op een
vliegtuig zullen zitten en 'Fly Emirates' dragen, niet te eten willen geven.
Hilarisch, twee vrouwen in een boerka (enkel een
ogenspleet) nemen een... selfie.
Armoede, maar iedereen heeft een mobieltje en nog
meer dan bij ons, zijn ze er constant op bezig. Velen zitten gewoon ergens uren
op een stuk steen te tokkelen of te bellen. Naar wie, over wat, het lijkt ons
een raadsel. Rondhangen, zowat letterlijk, overheerst als dagactiviteit. Er is
natuurlijk die constante 30° met een hoge luchtvochtigheid. Soms gutst het zweet
uit mijn body. Gratis Turks bad.
Afgematte leurders beginnen op het einde van de
dag, moedeloos hun waar van ver aan te prijzen terwijl niemand kijkt. Vanaf dan
beginnen mannen op hun taxi te liggen, bijna onverstaanbaar prevelend: “Taxi?”
Elektriciteit is een probleem hier. ‘s Avonds is er
zeer weinig avondlicht, wat normaal is in onderontwikkelde landen, maar toch,
een mens ziet graag wat hij eet. Smaak en geur gaan samen met kleur. Al heeft
het ook zijn typische charme. Meer nog, nergens geen helle neon noch
lichtpollutie en dus... sterrenhemels.
Eigenlijk is het best een beleefd, gastvrij en
tolerant volk. Ik denk dat wij ze misvormen (zie verder). Een voorbeeld. Net na
binnenkomst in het hotel de vierde dag, horen we een fikse klap. Een auto tegen
een camion. Direct verkeerschaos en er was al zoveel volk. Bijgevolg wordt de
toeloop enorm. Er wordt gekrijst, geroepen, geduwd, getrokken, het is
onoverzichtelijk. En... merkwaardig, de politie doet gewoon niks. We observeren
het allemaal vanuit de Vip-loge dat ons balkon opeens blijkt te zijn. Maar na
een tijd druipen er enkelen af en opeens lijkt het afgelopen. Geen oplossingen
gezien, geen regelingen. Na de razernij dooft het als een kaars. De berg heeft
een muis gebaard...
Reflections
TripAdvisor is een slechte tripadvisor.
De inflatie van de reviews. Letterlijk, maar dan
ook elk hotel, resto of bar hier, heeft een serie Awards of Excellence van TripAdvisor
hangen. En keer op keer stemt het niet overeen met mijn mening doorploegd qua
reiservaring.
Ding áltijd af naar beneden. Doe het voor het spel.
Dat niet doen, geeft een negatief effect op de economie. Als iemand door een
stomme toerist een weekloontje kan verdienen met het verkopen van een te
duurbetaalde prul, wees dan maar zeker dat dit overal de ronde doet. Gevolg,
iedereen gaat daarop speculeren i.p.v. van hun krachten in te zetten voor de
opbouw van het land op een constructieve manier. Kortetermijndenken. Aan de
andere kant wordt dan de druk op toeristen zo groot dat het riskeert zo
vervelend te worden, verteld wordt in reisgidsen, dat men op een bepaald moment
wegblijft. Deze stelling zag ik helaas al meermaals tijdens mijn vijfendertig
jaar internationale reiservaring, bevestigd.
Wim Van Besien
Meer leuke foto's:
https://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/albums/72157660671697838/with/30814630942/