Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen

donderdag 4 augustus 2016

Rondreis Sicilië april 2016

De pracht en praal van Sicilië ontdekken. Van de zoutpannen van Trapani tot aan de Griekse tempels van Agrigento, en van de prachtige barokstad Siracusa tot aan de Etna en het bekoorlijke Taormina? Helderblauwe zee, mediterraan klimaat en de overheerlijke-eerlijke keuken! Een verblijf van 12 nachten in sfeervolle agriturismo's en comfortabele hotels….?

Si, andiamo! Subito!


La Bella Isola Sicilia, het is als liefde op het eerste gezicht... Je kunt er niets aan doen! Het grootste eiland van Italië, omgeven door de Middellandse Zee en verschillende culturen is het aanknopingspunt met de Arabische en Afrikaanse landen. Op het eiland heerst een gevarieerd landschap met groene wouden, goudbruine heuvels, olijfgaarden en vele citroen- en sinaasappelplantages, een keur aan geuren en kleuren. Tel daar de fraaie architectuur, het warme klimaat, de bijzondere keuken én een eigen huurauto bij op en da’s een perfecte vakantie voor ons!

14-15/04 Trapani (hotel Baglio Santacroce)
We vertrekken voor de eerste maal vanuit Eindhoven. Bij aankomst In Trapani blijken 20 tot 30 Nederlanders zowat dezelfde tourformule geboekt te hebben. Het aanschuiven bij de autohuurbalie duurt bijgevolg meer dan 2 uur, +- zelfde duur van de vlucht. Het helpt niet als de reizigers dan pas hun vouchers proberen te vinden. De bestelde kleine Lancia Y blijkt niet meer beschikbaar. Het wordt een Peugeot 308 mét (een slecht) navigatiesysteem.


 Het hotel in Valderice ligt in een mooi domein met een verpletterend uitzicht over het natuurgebied Lo Zingaro die de zee en de omliggende wijngaarden domineert. De accommodatie is in authentieke oude gebouwen en met een opleg van 15€ trakteren we ons op een seaview balcony room. Zo’n zicht is dé perfecte reisstart. Het is al 18.00 uur. Geen zin meer om op zoek te gaan naar eetgelegenheden na een dag op basis van 1 broodje. Dus dan maar het panoramische hotel-restaurant. Pure romantiek bij zonsondergang. Ik probeer de lokale Pasta Trapanese (met amandelen) 6€ en Nella een Scoglio (linguine met mosselen, vongole en gamberi). Succulent. Onze grote ogen hadden ook een calamari fritti en één à la griglia besteld, maar da’s al veel te veel. Een literkaraf uitstekende huiswijn 4€, het kan niet op. Natuurlijk vallen we als een blok in slaap.

We beginnen met de havenstad Trapani, Noordwest-Sicilië. Eerst sukkelen met het ondermaatse navigatiesysteem, even dwalen en dan naar het verste puntje: Torre de Ligny, een soort ouwe vuurtoren met de sikkelvormige havenmuren en de stad aan zijn voeten. Dwalend door de sfeervolle straten van het romantische centrum, bewonderen we barokke paleizen en karakteristiek witte vissershuisjes. Rond Corso Vittorio Emmanuele bezoeken we wat kerken en ondergaan de gezellige mengelmoes à la Siciliana. We besluiten te lunchen langs de Lungomare maar de aanbevolen osteria’s hebben hun terrassen buiten nog niet in dienst en dat is wel de bedoeling. Ik laat me dan verleiden tot het binnendringen in de oude binnenstad met de auto. Een vergissing. We moeten door steegjes waar je van spiegel tot spiegel nauwelijks 5 cm overhoudt. Alleen al daarom wil iedereen hier een kleine wagen. Er wordt gegesticuleerd, geroepen en gezucht bij het leven Maar goed. We eten ergens de bekende arancini, gevulde gefriteerde rijstballen, 1,8€. Met 2 heb je voldoende. Ik neem de hier vermaarde kuskus met vis. Komt van het Marokkaanse couscous, jawel. Sicilië was immers een eiland waar de geschiedenis overheen gegaan is en vele culturen hun invloed nalieten…
Daarom zit dit eiland zo vol diversiteit en rijkdom aan ervaringen. Het woord mengelmoes en de charme ervan, maakt misschien zelfs de essentie van dit eiland uit.

Er is een kabelbaan naar de pittoreske middeleeuwse vestingstad Erice (op een hoogte van 751 m) met een spectaculair uitzicht over Trapani en de Egadische eilanden. Met de veerboten kan je in 25 tot 35 minuten naar Favignana of Levanzo.
Maar we rijden steil en kronkelend naar boven. Er zijn best wat toeristen maar niet veel, ook Amerikanen: “So sorry about what happened with you folks” (over aanslag Zaventem) en ‘Chipanezen’… De gladgesleten kasseistraten doen Brugge verbleken en zijn bergop en -af levensgevaarlijk en wandelonvriendelijk. Nadat we uitgestorven straatjes en kronkelsteegjes en massaal veel kleine kerkjes achter ons laten, bereiken we de Castello, een echte oude versterkte burcht. Het panoramisch uitzicht naar alle kanten is verbluffend, een view over Noord-Sicilië tot Marsala. ’s Avonds kiezen we weer voor het uitstekend hotel-restaurant maar houden het wijselijk bij maar 1 gerecht al is het morgen onze huwelijksverjaardag…

16/04 Op weg naar Agrigento (Agriturismo Passo dei Briganti) 176 km

We passeren de bekende zoutpannen van Trapani, al sinds de 12de eeuw produceren deze  het beste zout van Italië. Het schilderachtige landschap met witte zoutpiramides en typisch Spaanse Don Quichotteachtige windmolentjes is een prachtig gezicht! Je kan er tussen varen, oogsten, baden, proeven maar we nemen enkel wat foto’s, hoewel de zoutpiramides in april er helaas niet zijn. We vervolgen onze weg langs de seaside, zeer aangenaam. We slaan Marsala en Selinunte over, nochtans de grootste Griekse archeologische site hier (in opp.) maar we doen morgen de Tempelvallei.
In Sciacca heb je vanaf de Piazza A Scandaliato een prachtuitzicht over de haven en de benedenstad. Voor de lunch vinden we in een wandelsteegje een trattoria vol lokale families, typisch en ongedwongen, met de TV aan en zo, waar we ons te goed doen aan een symfonie van antipasti. Op weg naar de wagen wijst een inwoner ons op “het langste balkon van Italië, Signori!”.
Op onze bestemming, een agriturismo, leidt een harde zandweg vol putten en kloven naar boven tot we gebouwen helemaal in Siciliaanse boerenstijl ingericht, bereiken. Vanwege onze jubileumdag krijgen we de beste kamer. Alles is hier eenvoudig tot zelfs primitief. Omdat het ver van alles is, kiezen we het enige menu à 20€ incl. antipasti, 2 primi, secondo, dessert, 1 liter water en 1 liter wijn. En alle ingrediënten zijn huisgeteeld en -gemaakt.

Er heerste een jolige sfeer en zowat alle Nederlanders zitten als koppeltjes aan aparte tafeltjes over en weer te praten. Ik steel de show met een onverwachte jubileumspeech waarin ik mijn echtgenote vraag of ze nog met me wil verder doen, tot groot jolijt van iedereen. Nadien kan de sfeer niet meer stuk… ook al door de zwierige, gekke Melina die allen euforisch bediend. Op vraag van Nella belooft ze de volgende dag de fameuze Cannoli Siciliani te maken (maar zal niet lekker wezen) en ze zette dan alle tafels bijeen als één lange tafeldis, wat nu ook weer niet de bedoeling was, maar er heerst vanaf dan sowiesoeen gezellig groepssfeertje. Maar tijdens de dag doet elkeen toch wat hij wil, het is echt geen groepsreis. Maar doordat ik Italiaans spreek en veel uit reiservaringen put en suggesties en tips kan geven, word ik al snel gekscherend tot “onze reisleider” gebombardeerd.

Grappige gebeurtenis. Ik vraag Nella haar getrokken foto’s naar mijn mail op mijn iPad te sturen. Blijkt ze die per vergissing allemaal naar de enige ander Wim Van Besien ter wereld gestuurd te hebben, nl. de CFO van Jetair. Woeha!

Ijs is hier ook een verhaal apart, we kwamen al jasmijnbloesem ijs tegen, mandarijn ijs en… marihuana ijs, jawel. Pistache ijs is hier zelfs niet groen, al is dit echt wel de streek ervan. We merken ook dat het hoogseizoen nog niet begon, zwembaden zijn nog niet gevuld, bepaalde voorraden er nog niet en vele herbergen zijn nog zowat leeg , maar als we op historische sites komen, ontploft het wel van de toeristen. Wat moet dat geven binnen een maand.

17/04 zondag

Met ons bezoek
aan de Vallei der Tempels, wanen we ons even terug in de Oudheid. Het gebied vol eeuwenoude monumenten, intrigerende tempels en religieuze huizen vormt een van de grootste archeologische gebieden van de Middellandse Zee en werd dan ook niet zonder reden door UNESCO tot Cultureel Erfgoed verklaard. Het schitterende landschap met olijf- en amandelbomen en gekke gehoornde geiten, maken het plaatje af...

Dan trekken we naar de rotskust bij Scala dei Turchi. Afdalend tot op een strandje aan de voet. Nog geen strandweer, maar deze bijzondere rots (de 'Trap van de Turken') heeft een opmerkelijke witte kleur die prachtig afsteekt tegen het helderblauwe water van de zee.
In de vooravond probeer ik via een VPN-install de match Anderlecht-Club mee te pikken, maar dat lukt niet echt. Ik stel me dan maar tevreden met de fantastische radiocommentaar van Peter Vandenbempt op Radio één op mijn tablet.

18/04 Siracusa (
Agriturismo La Perciata) 220 km

De
reis gaat verder naar de kuststad Siracusa, in het zuidoosten van Sicilië. We maken een ommetje helemaal door de inlandse bergen om de betoverende Villa Romana del Casale te bezoeken. Een enorme mozaïeken vloeren- en murenweelde, uitstekend geconserveerd, wekt onze bewondering op. Lange wandelbruggen lopen door de ontelbare ruimtes. Er is massaal veel volk en je geraakt er moeilijk voorbij als je dat wil. De kunstige mozaïektaferelen moeten een titanenwerk geweest zijn.

Dan gaat het verder en doemt links de Etna dominerend op. Dan gaat het via de oostkust en Catania naar onze volgende verblijf La Perciata. Deze schenkt ons (weer eens) de mooiste luxesuite. Een grote leefruimte met terras en keuken, 2 slaapkamers en in totaal 3 grote balkonterrassen aan 3 verschillende kanten. Er is ook een zwembad, nog ijskoud. Ik ben dan ook de enige die er in zwemt en we zonnen even. Dat doet deugd na de winter…

19/04

We bezoeken het wonderlijke Syracuse. Deze karakteristieke barokstad ligt gedeeltelijk op het eiland Ortygia dat met drie bruggen is verbonden aan het vasteland. Hier vind je de historische stadskern met gezellige smalle straatjes en diverse culturele schatten (waaronder de tempel van Apollo en een imposante barokke domkerk). Geschiedenisliefhebbers kunnen hun hart ophalen bij Parco Archeologica della Neapolis, een archeologische park met onder meer een Romeinse amfitheater (dat qua formaat niet onder doet aan het Colosseum), een Grieks theater en het altaar van Hieron, maar dat doen we morgen. 


We wandelen helemaal door en rond deze leuke stad. Vooral de markt brengt sfeer. Nella koopt een stuk of dertig ricci, stekelige zee-egels waar ze verzot op is. Normaal is dit duur en ze openen al helemaal een beproeving. Maar hier werd het schaarse oranje pulpvlees reeds in een bekertje gedaan, klaar om op wat brood uitgesmeerd te worden. Njamie. Een luid taterende man maakt broodjes buiten. De ingrediënten die erin gaan, van wilde venkel over allerlei kruiden, sla en groenten, soorten charcuterie en kazen in één grote dikke smeuïge rol, levert met uitleg en entertainende show (hij werkte er 10 minuten aan) een smaakbom op, met voorsprong het lekkerste “broodje” ooit gegeten. Vijf euro, mijnheer. We zullen er met zijn twee, twee dagen van eten. Meer willen we niet, buiten een goede Nero d’Avolo van de streek natuurlijk… Ik laat bij een echte ouwe barbier een wet shave doen. In een antieke inrichting met witte schort, dik schuim met de borstel, een heel ritueel. Nog nooit voelden mijn kaken zo fris.
’s Avonds is er een gratis wijnproeverij, wat er gewoon op neerkomt dat het gezelschap enkele flessen mag soldaat maken met hapjes kaas en antipasti. Geen uitleg, niks… We trekken ons na wat gezwem, terug op ons terrassenparadijs met ons broodje….

20/04 Naar de Etna (hotel d’Orange) 131 km

Voor we verder reizen brengen we een bezoek aan Noto.
Deze puur barokke stad aan de voet van de Ibleïsche bergen dankt zijn bijnaam 'de gele stad' aan de zandkleur die in veel historische gebouwen terugkomt. Naast de talloze bezienswaardigheden en de bijzondere architectuur, kun je hier ook de overheerlijke 'pezzo duro' proberen, een lokale lekkernij gemaakt van amandelen, chocolade en andere noten. Daarna bezoeken we nog even Neapolis, de site van Syracuse. De tempelresten stellen niks voor bij wat we al gezien hebben, maar een hoogtepunt is de grot van Dionysius, in de vorm van een oor, ooit ‘ontdekt door Caravaggio’, en met een beklemmende, galmende akoestiek. Geen kathedraal, geen enkele ruimte was ooit zo’n auditieve belevenis. Er was gezang dat pure ambient werd. Een orgelpunt. Ook de tuinen vlakbij hebben iets sprookjesachtig. Onvergetelijk.
En dan naar Francavilla di Sicilia, vlakbij de Etna, met een heerlijk goed restaurant. We zwoegen ons puffend een weg door het stadje en kopen ons wat dranken, want dorst hebben we steeds.

21/04

De Etna is hét symbool van Sicilië, met 3 350 meter de hoogste van Europa, je kan wandelen over het bijzondere landschap dat aan de maan doet denken en luisteren naar het pruttelende geluid van de lava. Het is een hele onderneming om iets avontuurlijks te doen. We rijden tot op een hoog punt waar de skiliften (niet in gebruik) beginnen, maar het valt ons wat tegen. Verleden jaar zagen we de wonderlijkste vulkanische fenomenen volop in La Reunion.
Dus snel kustwaarts naar Taormina, de sjieke stad van Sicilië, d
at alles heeft om toeristen te behagen. We lopen door de gezellige Corso Umberto vol restaurants en winkeltjes en aanschouw hoe de sfeer zich omtovert tot een groot feest. Vooral het Griekse theater is de moeite waard. Ik was hier al ooit voordien en vond het al een van de mooiste topzichten ter wereld: bovenaan het theater zie je de archeologische resten als een podiumdecor, met rechts een stuk pittoresk dorp en de flanken van de Etna, van de top afglijdend in een glinsterende, zilveren zee met strandrand, bomen, kustbaantjes… uniek!
We komen de assessore (schepen) van Taormina tegen, die prompt zegt dat hij een vriend is van de Brugse burgemeester. Ze hebben dezelfde problemen. Kunnen niks anders vanwege het smalle stratenpatroon en de massa’s toeristen kiezen voor een verkeersvrije, minstens -luwe binnenstad. Ze stonden daar te discussiëren over ingrepen om niet nog meer te verstikken, want zelfs de megalomane parkeersystemen, met een reuzenlift zelfs en een streng no-go-zone beleid, bereikt nu al zijn limieten.

22/04

Niet ver van ons hotel vormt het prachtige natuurfenomeen de Gole Alcantara Gorge een ultieme attractie.
De Rivier van Venus die zich effectvol door albast en lavaformaties van de Etna boort, wordt een superleuke ervaring. In deze kloof stroomt het smeltwater van de Etna langs spectaculaire rotswanden van lava, vol watervallen. Een heerlijke wandeling vol verrassingen en foto-opportunities. Eens beneden stap ik in het ijskoude water. De legende zegt dat Venus Vulcano had bedrogen en hij uit wraak het water ijskoud liet worden. De overlevering zegt dat wie er toch ingaat het effect libido en potentie verhogend zou zijn. Mijn vrouw gilde: Neeee!!! Maar te laat…..
We lunchen inde hoteltuin, gaan ergens een ijsje eten en luieren wat. Jammer dat het dakzwembad nog niet open is.


23/04 naar Montalbano Elicona (Hotel Federico II) 162 km

De laatste stop is Montalbano Elicona, in het noordoosten van het eiland. Dit middeleeuwse dorp werd uitgeroepen tot een van de mooiste dorpen van Italië. Vanaf deze regio is een bezoek aan de Eolische eilanden zo gemaakt - dagelijks vertrekken meerdere veerboten vanuit de haven van Milazzo. Deze zeven vulkanische eilanden, genoemd naar de koning van de winden 'Aeolus', liggen ten noorden van Sicilië, o.m. de Stromboli waarlangs ik al een paar keer vaarde. Eigenlijk zijn het vulkaantoppen die deze eilandjes vormen en hier en daar kringelen er dan ook dampen op. Maar uiteindelijk doen we dat niet, want het weer valt even tegen. Het regent.


We bezoeken het dorpje. Morgen zijn hier middeleeuwse spektakels op en rond de burcht en versterkingen. We worden in sympathie genomen door een local die ons trakteert op aperitief en we blijven dan maar in dit simpele complex pretentieloos en goedkoop lunchen. ’s Avonds doe ik voor een prikje  een ‘percorso benessere’. Eigenlijk interesseert mij, meer dan sauna en bubbels, het Turks bad, maar juist dat werkt niet. Ik maak mijn beklag en mag het morgen overdoen.

24/04

We gaan naar Tindari, het bekendste bedevaartsoord van Sicilië. Langs smalle wegels, nergens een mens te zien, het is zondag, rijden we door uitbundige wilde natuur, een symfonie van veldbloemen, veel wilde venkel, gele hellingen vol brem noordwaarts, maar als we er aankomen, lijkt het hek van de dam. Tindari loopt vol bedevaarders die precies deze zondag uit hun holen zijn gekropen. Aan de vroegere Akropolis, nu een enorm plein, vind je de kerk van de Zwarte Madonna. Het is fris maar aangenaam wandelen en met schitterende uitzichten hoog boven de zee…
In de namiddag naar de wellness. Helaas werkt dat Turks bad weer niet en en Nella ondergaat een massage die snel moet gestopt worden vanwege de nerveus en helemaal niet ontspannen makende geluidsoverlast van verschuivende tafels erboven. We laten noteren dat we niet kregen wat we boekten en eten ’s avonds voor het eerst slecht en ongeorganiseerd, een kalfslapje als een lap leder en prijszettingen die niet kloppen.

25-26/04 Terug naar Trapani 286 km

Bij het uitchecken willen ze dat we de extra’s van de wellness betalen, maar dat weigeren we principieel. Nella, met haar ook Zuid-Italiaans bloed zegt: ik betaal niet wat ik niet gekregen heb. Bel de manager. Die zegt hetzelfde. Dan is ie onbereikbaar. Niks brengt iets op. Er wordt volgehouden. O.K. zegt Nella, dan vertrekken we zonder betalen. Verbluft duwt ze me de auto in en ik vertrek. Later zouden we van andere gasten horen dat er paniek uitbrak. Natuurlijk was het niet de bedoeling niks te betalen. Na een tijd belt Nella trouwens het hotel terug op en deze keer kan de manager wel bereikt worden. Deze belt ons later terug. Hij toont alle begrip en laat ons enkel de niet-gecontesteerde extra’s per factuur doormailen wat we prompt bij thuiskomst betalen. Maar dat was even amaikes….

Van Montalbano Elicona rijden we terug naar Trapani, waar we nog één nacht verblijven.
Onderweg genieten we van prachtige uitzichten en lassen een bezoekpauze in in het middeleeuwse plaatsje Cefalù (op zo'n 75 km ten oosten van Palermo). Dit betoverende kustplaatsje ligt in de schaduw van een steile rots, direct aan zee. Het waait en de zee is stormachtig maar het is een beregezellige plek. Dan passeren we Palermo, gaan we niet in, maar voor het laatste stukje naar Trapani willen we nog het prachtige klooster en de kerk van Santa Maria La Nova in Monreale zien, een orgie van mozaïeken en bladgoud. De zichten naar beneden op Palermo zijn het laatste hoogtepunt van deze reis. We eten een pizzaatje en rijden de rest van het langste traject van deze vakantie naar hetzelfde starthotel waar uitbundige afscheidsdrinks en traktaties van de hotelbaas (likeuren met allerlei smaken in biberonflessen) ons ten dele vallen. En natuurlijk eten we nog een … Scoglio. Morgen vliegen we terug…

Enkele bedenkingen, nabeschouwingen, leuke herinneringen.

Ik: “Kijk Nella, er hangt witte rook boven de Etna!” Zij droogjes: “Habemus papam”

Ik: “welke vis eet je? Zij: “De vis van de dag”.
Na de reis: Hoe was Sicilië? “ ’t liep daar vol Hollanders”.
Sicilië: je begrijpt er niks van, probeer dat ook niet rationeel. Het simpelste is er niet of slecht georganiseerd, maar als je je niet opwindt, valt alles uiteindelijk toch ergens in zijn plooi.
Publieke toiletten bv zijn meestal een ramp: geen toiletpapier of de sjas werkt niet en de regering heeft duidelijk bezuinigt op het departement “toiletbrillen”.
Café cremino freddo, kleintje met room, heerlijk.

De Barbazzale wijn, een druivensoort gekweekt op de lavagrond van de Etna is wel bijzonder. Licht complexe structuur maar toch zacht, vol en rond, jong maar smaakvol, ideaal bij niet gesofisticeerde gerechten. Het is een iets anders dan de wel lekkere Nero d’Avola.

vrijdag 27 maart 2015

Reisverslag La Réunion-Mauritius 25/02-11/03/15

Woensdag - donderdag 25-26/02/15


Met de TGV naar luchthaven CDG. Het loopt er vol met militairen met kalashnikovs. Après Charlie Hebdo. Met Air Austral wordt het 10,5 uur vliegen met een tijdszoneverschil van slechts 3 uur. ’s Ochtends geland en huurwagen gehaald in airport Roland Garros. Meteen naar de westkust langs de N1, la Route des Tamarins, de enige snelweg van Saint-Denis naar het zuiden, langs de kustlijn. Soms met scherpe bergflanken en kloven met reuzennetten om vallende rotsblokken tegen te houden. Naast ons de zee. Tussen wal en water dus. In Saint-Gilles-les-Bains lopen we even rond in het centrum waar we de enige 3 terrasjes “zoals bij ons” van het eiland treffen. De hitte en nog in jeans, dat betekent dorst. Ik vind er Grimbergen van het vat, de enige plek deze dikke week hier, want voor de rest is het overal het dominerende lokale Dodo bier. Een friss, simpele pils en afhankelijk van waar je het drinkt 1,2€ tot 3,5€ in hotels. Het heeft de afbeelding van de dodo, zowat de nationale vogel hoewel hij uitgestorven is.

We nestelen ons twee dagen in het charmante Creoolse hotel Le Nautile dat tussen 2 authentieke gebouwen een zwembad en bar/restaurant heeft vol reuzenpotten “rum arrangé” (allerlei fruitsoortencombinaties die er maanden intrekken). We krijgen een kamer met terras en van daar rechtstreekse toegang tot het heerlijke zwembad. En aan de andere kant ligt het langs de Indische oceaan met een uitzonderlijk zandstrand want dit is niet echt een strandeiland. Volgende week Mauritius wel. Ik plons meteen de zee in dat warm en kalm afgeschermd ligt door een lang koraalrif. Gelukkig is er een windje want het is meer dan 30°. Diner in St-Gilles. We laten ons verleiden door een “Creoolse specialiteitenschotel” die tientallen verschillende hapjes beloofd. Maar dat blijken allemaal gefrituurde bladerdeeghapjes met diverse vullingen, maar dat proef je haast niet natuurlijk… Tegenvaller. Terug in het hotel merken we dat  het in het (dure) restaurant “vollen bak” is.

Vrijdag 27/02/15

De volgende morgen naar St-Paul. Eerst heerlijk buiten ontbijten omringd door tientallen kleine vogeltjes die duidelijk willen mee-eten en er zelfs met een pil van Nella vandoor gaan. Stel je voor dat ie ‘m ook inslikt, bommetje oestrogeen.
De markt in St-Paul, de grootste van het land is een bezoeking om parkeerplaats te vinden maar een wervelwind van geuren en kleuren en bezigheid. Ontelbare specerijen en een symfonie van tropische groenten en fruit waarvan een paar mij nog onbekend. En massa’s vanillewortels, waar dit eiland bekend voor is. Maar ook artisanale voorwerpen en verleidelijke prullaria. We geraken niet uitgekeken, maar dorst en warm. We gaan in de hitte ook nog een Hindoetempel bezoeken, zoals altijd heerlijk kleurrijk met die pasteltinten, steeds een exotische fabel.


Zaterdag 28/02/15

Met de auto naar Cirque de Malfate. We ondergaan de langzaam veranderende landschappen naargelang we stijgen. Van plantages (bananen, veel suikerriet, ananas) naar weelderig loofbos, lage struiken tot kale, stenen rotsen en mossen. Uitzichten op een kustlijn waarvan de wolken erboven al onder onze ooghoogte staan. Aangekomen bij de Piton Maïdo werpen we een blik op de Cirque (keteldal). Impressionante, diepgroene, indrukwekkende flanken maar dan komt in een oogwenk uit het dal zelf mistige wolken naar boven en we zien niks meer daar beneden. Af en toe een flard. Een zeer bijzonder verschijnsel. Het zicht op de Piton des Neiges (de hoogste bergtop van de Indische Oceaan (3070 m) die het eiland beheerst is superb en de vulkaanachtige landschappelijke context behoorlijk indrukwekkend. Dan terug afdalen naar de kust om wat verder weer te klimmen naar de Cirque de Cilaos. En dat zullen we geweten hebben…


La Réunion is ruwweg een eivormig eiland (70 bij 50 km) waar je de kust volgend in minder dan 3,5 uur kan rondrijden (207 km kustlijn). Het binnenland wordt beheerst door 3 Cirques en centraal dus de Piton des Neiges en in het zuidwesten de nog  levende vulkaan die de laatste decennia nog uitbraken kende nl. de Piton de la Fournaise (2632 m) met ongelooflijke plateaus, massieve wanden en kloofdalen en een brede lavastroom die tot in de zee schuift. Het eiland ligt ten westen van Madagaskar en is dus geografisch zowat deel van Zuidoost-Afrika maar politiek deel van Europa als overzees Frans grondgebied, zoals o.m. Martinique, Guadeloupe, Frans-Polynesië, enz… 95% is er katholiek en de eerste taal is er naast het Creools uiteraard Frans maar iedereen spreekt ook wel Engels. De munt is de euro natuurlijk. Er zijn niet veel toeristen deze tijd van het jaar, vooral Fransen. Je kan maar op één plaats centraal het eiland dwarsen. Alle andere wegen naar boven betekenen terugrijden langs dezelfde weg.

Op weg naar Cilaos volgen we een rivier onderaan een diepe kloof met overweldigende rotspartijen en uitbundig groen. En dan begint het. We volgen een weg die zo erg stijgt dat ik praktisch 45 minuten enkel in eerste en tweede versnelling kan rijden, vlak naast steile flanken links en een diep ravijn rechts en dan beginnen er 500 (!) toegeknepen U-bochten die direct na de curve messcherp hellen en waar je nooit ziet wat er van de andere kant komt. Claxonneren is dus de boodschap. Er zijn zelfs stukken waar maar één wagen kan passeren. Als je dan niks ziet komen… Soms best beangstigend spannend.
De Peugeot 208 krijt en kriept in de haarspeldbochten. De motor brult en ik draai me het leplazarus aan het  stuur, van links naar rechts 500 bochten lang. Nadien voel ik overal spierpijn  in mijn schouders. Onderweg zijn er drie krappe tunnels waar slechts één auto in één richting kan, dus als je een tegenligger ziet, betekent dat  achteruit rijden in een donkere, vrij lange smalle gang.
Dit is de enige weg naar Cilaos waar alles 20% duurder is, want alles moet dus langs hier komen. Hoe de bussen het doen is me een raadsel. Het is al laat op de middag en eindelijk iets voor het dorp zien we een snackbarretje met zoals overal een waslijst aan eetbaars, enkel een paar goedkope plastieken stoelen en verder geen complimenten. Ik kies maar wat uit en krijg een half stokbrood met ham, sla, pikante saus en frieten erin. Het geheel opgewarmd en gegratineerd met kaas. Hum.
Kort daarna komen we aan ons hotel,  groot en één en al kleurrijke creoolse charme. We zitten ietsje van het gezellige centrum gedomineerd door een merkwaardige witte kerktoren. Het hotel maakt volop reclame voor hun buffet à volonté  waarop nogal wat locale specialiteiten. Doen dus,  maar er komt best wat volk op af en wij, een van de laatsten, moeten schrapen voor de laatste brokjes. Slapen is zonder airco maar het is dan ook al een stuk minder warm (23 °). We zitten wel onder de muggenbeten en lopen de hele week vol grote rode plekken, vooral aan de onderbenen. Maar we zien noch horen ooit een mug.

Zondag  1/03/15

Na een korte rit voor een magnifiek zicht over Cilaos en een staalblauwe hemel boven de ons omcirkelende diepgroene bergkammen, die altijd later op de dag een mistige wolkensluier meekrijgen, besluiten we aan het meertje in een familiepicknickachtige omgeving een lichte lunch te nemen. De beste deal is eenvoudig: een super mals stuk kip met frieten in weggooiborden. We zitten tussen de locals die duidelijk hun zondag beleven. Dan wat zwemmen in het kleine zwembad en dineren in het hotel.

Ik profiteer van de zwaardvis combava (met heerlijke limoen kefir) en met rougaille on-the-side (een soort tomatenbrokjessaus in een pikante kruidenmengeling). Deze sidedish wordt gemaakt met van alles eigenlijk. Pikante ananas iemand? En toch zie je er geen pepertjes of iets pimentachtigs in. Hier komt alles met witte rijst en dé specialiteit hier gekweekt: linzen, klein maar fijn en uitzonderlijk smaakvol. Idem voor de rode bonen. De keuken kan je moeilijke verfijnd noemen zoals in vele Aziatische landen wel het geval  is. De cari (carry) is overal de pla nummer een, vergelijkbaar met Indische curry’s (die wel honderden variaties kennen ) maar de cari hier, met vis, kip, vlees, crevetten is ook niet zo bijzonder. Ik probeer wat Creools te leren. Comment ça va = comment i lé, pourquoi = pokoué, rien du tout = zero calebasse, s.v.p. = siouplé. Dus raad even wat is: zori, domin, yièr ? O ja, ‘ti rum is gewoon een kleine rum..


Maandag 2/03/15

We checken uit en dan gaat het weer naar beneden met adembenemende zichten en bochten. Die 500 haarspelden lang. Ik rij zowat 35 minuten in point,-mort. Af en toe is het schrikken maar als de uitzonderlijk kans er is om aan een point de vue te stoppen, riskeren we dat. We moeten naar de vulkaan, dat betekent afdalen naar de kust en een eind verder weer hup naar boven.
Na een blitzbezoek aan Entre-Deux, een sympathiek dorpje dat meer aandacht van ons verdiende, gaan we via Le Tampon (ja ze hebben hier leuke namen), naar la Plaine des Cafres en zo naar Bourg-Murat, het laatste punt en mogelijke  uitvalsbasis naar de vulkaan. Het enige hotel  is een tweesterren. Na de badkamers met zit- en ligbad voor twee, zal dat een minimum aan comfort en enkel wifi aan de receptie betekenen .

Vlak voor het dorp stranden we in een file die bijna geen meter beweegt, links zien we nochtans al het hotel liggen. Ten einde raad manoevreer ik zelfs op de tegenrichtingstrook met Nella een einde verder in geval van... Gelukkig is er weinig tegenverkeer en wat verder linksaf zijn we er meteen. De receptionist vertelt ons dat het gewoon een trage file is voor het benzinestation waarvan er hier maar een is. Maar honderden auto’s die minstens een uur aanschuiven voor brandstof? Pas ‘s avonds zal onze frank vallen als we op het nieuws horen dat er een staking is van de benzinedistributeurs.

We bezoeken het zeer aan te raden Maison du Volcan, een modern complex, één van de
schitterendste multimediale musea die ik ooit zag, er is zelfs 4D-projectie. Zo had ik me het Historium in Brugge gedroomd, zeer info- en edutainend met de middelen van vandaag. De meest indrukwekkende en ronduit overweldigende beelden, films en presentaties bestormen ons. God wat een absolute must-do, daarenboven staat morgen het bezoek van de vulkaan zelf op het programma. Dat betekent vroeg opstaan en voor negen uur op het eindpunt zijn, want anders maak je kans op wolken en nul zicht. We eten in het resto van het hotel, wat meevalt, al lijkt het interieur bijna Tirools. Ik eet rougaille de saucisses. Worst jawel, maar met een unieke gerookte smaak.

Dinsdag 3/03/15

Onderweg naar de vulkaan ondergaan we weer de meest waanzinnige zichten en indrukken van gestolde lava nog ondersteund door de indrukwekkende infobelevenis in het museum gisteren. Daar zagen we o.m. close-ups van lava die zich onder zee vormt en verandert tot koralen. Alles nog overgoten door de beelden van recente uitbarstingen en andere rampachtige toestanden.
We  zien massa’s pitons, kleine heuveltjes die alweer bebost zijn, kraterachtige kliffen en rotsen in alle mogelijke vormen. De kleuren worden grijs, oker, roestbruin, terracotta, vuilbruin, zwart...
En dan… is er la Plaine des Sables, een verrukkelijke, wereldvreemde vlakte die zich voor ons uitstrekt en waar we hotsend en botsend (putten! richels!) door moeten. Een heus maanlandschap. Spacy. Out-of-this-world. Nodigt zo uit om als filmdecor te dienen. Gisteren was het Indiana Jones, nu Star Wars. Ik zag al zo veel vulkanen en dito landschappen (Lanzarote, IJsland, Hawaï, Santorini, Guatemala, Nicaragua, Bali, …) maar dit slaat alles.
Kort daarna bereiken we het eindpunt: een enorme cirkelvormige krater met daarin een verrassende minikrater in een totaal andere substantie en centraal de dubbel hoofdkrater en een brede lavastrook die afglijdt tot in de zee. Wawkes.

We klimmen en klauteren en fotograferen ons te pletter. Veel wandelaars, want dit eiland biedt het toppunt aan qua avontuurlijke en fysisch pittige wandelingen voor de geoefende liefhebbers, tot en met het afdalen in de kraterwand zelf. Best spannend als je denkt aan de lava-erupties die de laatste decennia nog voor kwamen. Overweldigd keren we terug. Waar we op de terugweg  nog meer onmetelijk diepe kraterputten en speciale zichtpunten bezoeken.

Maar langzaam stijgt de spanning. Over twee dagen moeten we van het zuiden naar het noorden, en dan naar de luchthaven voor onze vlucht naar Mauritius. Zullen we het halen met een ¾ tank? De situatie blijkt, eens afgedaald, ronduit dramatisch. Ofwel staan de benzinestations leeg ofwel staan honderden auto’s en trucks aan te schuiven. Ik bereken dat we er zullen geraken. Maar we willen toch niks riskeren. Als er een station is met slecht zes wagens voor, ga ik ervoor. Maar al snel komt een gendarme ons vragen of we een emergency of medische service zijn: “Monsieur, tout les stations sont confisqué!”

We komen aan in Pierrefonds, in hotel La Domaine des Pierres, met een prachtig uit megastukken
hout gepolijst interieur. We krijgen een luxekamer, zowat een minivilla. Binnen anderhalve maand zijn we nl. 25 jaar gehuwd en we laten niet na dat te vermelden, wat overal een extraatje oplevert. De setting van dit hotel met ernaast een mooi tropische tuin (een bezoekersattractie maar gratis voor ons) is mooi en romantisch met keizerpalmen die overal een ererol opeisen. We lunchen wat verder een combinatie van broodjes van een boulanger, biertjes van een minisupermarkt en samoussas, pikante hapjes van een kraampje. Allez, ik toch. Dan wordt het siësten en zwemmen in een heerlijk zwembad, helemaal voor ons alleen. We eten in het restaurant waar maar vier mensen zitten, lekker buiten. En dan slapen. Maar ik ben alweer wakker om 4 uur en hoor dat het regent. “De hele dag”, zegt mijn iPad. Tja. “Weet dat een continue regenbui hier zoveel water naar beneden kan laten storten als in Parijs op 1 jaar tijd”, vertelt mijn Geoguide. En ook dat het volop het cycloonrisico-seizoen is. Een week na onze terugkomst zal een van de ergste cyclonen ooit Vanuatu herleiden tot een rampgebied, weliswaar heel ver van hier.

Woensdag 4/03/15

Gaan ontbijten met de paraplu. Tijdens een regenpauze loop ik alleen het kronkelende parcours van het tropische park af. No soul. Reuzenwaterlelies, bonsaituinen, rare plantensoorten, palmen uit de Comoren,opgezette kleurige joekels van vlinders, bloemen, bloemen in serres, op en neer over bruggetjes en in een vijver de replica van het eiland opgetrokken in diverse gesteenten waaronder een bijzonder roze kristalachtige steen dat hier overal terug te vinden is als tuindecoratie. Ik wandel stevig door langs een cactuswoud. Opeens voel ik een steek in mijn bovenarm. Een vuistdik stuk cactus met lange stekels die doorheen mijn T-shirt in mijn arm boorden, hangt afgerukt aan mijn arm. Vingerlange stevige pinachtige stekels. Ik slaag er niet in het onding te verwijderen. Integendeel ik  prik me de hele tijd. Het lukt niet. De cactus blijft aan me hangen. Ik loop dan maar door en tref eindelijk een kleurling die me er voorzichtig van verlost. “Het is als een anemoon”, zegt hij. “Het plakt en is moeilijk te verwijderen”. Omdat het zo uniek is en ik de prikbom aan Nella wil tonen probeer ik het te isoleren en op een of andere manier het kreng mee te nemen,wat niet lukt. Nadien blijken er vijf mooie puntjes in mijn vel te zitten. Een knalrood vogeltje - roder kan niet - kijkt me medelijdend aan.

Naar het noorden via de zuid- en zuidoostkust. Wat een rijplezier. Door stadjes, gehuchten,
woekerende natuur, pittoreske plekjes en prachtige berg- en oceaanzichten. Dan even “slunze” geven want het is een urenlange rit helemaal naar Hell-Bourg in de derde en laatste cirque, le Cirque de Salazie. Uitbundig groen en dan, lap, een bruine vlakte lavarotsen, de helling waarlangs de vulkaan zich in zee stortte. De weg loopt opeens door een grillige versteende stroom waar hier en daar wat voorzichtige varens en mossen beginnen op te springen. Vurig braaksel gestopt en gestold in de oceaan. En dit net na l’Anse des Cascades, een groene, idyllische plek waar watervallen hoog en smal bijna rechtstreeks in zee storten. Een oase met superdikke bomen vol machtige, uitwaaierende wortels en lianen. Een ouwe dame bij een klein kraampje mixt mij een superb drankje met zes diverse tropische vruchten en wat ijs. Exotiek op de tong en langs de slokdarm.

Na Saint-Rose gaat het weer naar boven. Vol riviertjes en vele watervallen die van steile bergflanken in de diepte storten. Aandoenlijk en overzichtelijker dan voorheen. Geen wonder dat dit kleine eiland zoveel diverse microklimaten kent. Soms hangen de begroeide rotsen half over de weg en plenst er water uit waardoor het een paar seconden lijkt alsof je door een carwash rijdt. Vandaar dat je hier nergens cabriolets ziet, trouwens sowieso niet aan te raden met deze zon die weer uitbundig schijnt doorheen het vertrouwde wolkendek. Op een leuke plek naast een brug vinden we een schattig restaurantje waar ik een Massalé Boucamé eet, gerookt varkensvlees aan mergpijpen in een saus.

Dan, na Cilaos komt Hell-Bourg, het enige overzeese van “les plus beaux Villages de France”. Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: Comment i lè?” Ik moet een klap in zijn hand geven en dan vuist tegen vuist doen, de begroeting hier. Maar ik versta hem niet, en hij lijkt dronken of gek. Als hij later Nella ziet met haar elektronische sigaret maakt hij misbaar, “Pa bjieng”, mompelt hij afkeurend. Allicht denkt hij dat het een gesofisticeerd drugapparaatje is? Bij het gaan slapen houdt een luidruchtige familie naast ons (vijf man en kindergejengel) ons wakker, amai, de muren lijken van karton.
Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: “

Donderdag 5/03/15

We rijden naar Saint-Denis, de hoofdstad, waar we in de late namiddag onze vlucht naar Mauritius moeten nemen. Wat slenteren langs de littoral en bestellen een hapje op de bekende eetmarkt Le Barachois. Typische maar goed uitgeruste eetkraampjes met een waslijst aan betaalbaar eetbaars, eigen nou ja, terras. Je bestelt, haalt af en smult uit plastic, drinkt van blik of flesje, maar het is helemaal mijn ding, authentieke, food zonder tralala maar lekker. Stukken goedkoper dan “echte” restaurants. Ik vind streetfood in Thailand en Vietnam b.v. supersafe, dus waarom hier niet. Al leerde ik ooit dat dat niet hetzelfde is in Zuid-Amerika (2 voedselvergiftigingen lang geleden). De keuken hier is O.K. maar bereikt nergens de culinaire rijkdom van Indochina en Thailand.

Ik had me zorgen gemaakt over de volle tank die ik moest afleveren aan Hertz en overal staan nog ellenlange wachtrijen. Maar vlakbij de luchthaven blijkt de Peugeot zelfs nog halfvol te zitten en ergens vinden we snel bediening. Door middel van met water gevulde flessen en een rol wc-papier, proberen we de wagen wat op te schonen want die moet in propere staat teruggebracht worden anders wordt er 41€ aangerekend. Al na de tweede dag in hotel Vogeltjesparadijs na het wegrijden vanonder een boom lagen zowat tien grote plakjes op onze voorruit. Kleine vogeltjes, grote souvenirs. Reken later het stof van La Plaine des Sables erbij, de modder na de regenvlagen en u kan zich voorstellen dat het nodig was.

De vlucht naar Mauritius in een bescheiden vliegtuig duurt slechts 45 min. We worden naar het noorden gebracht door een chauffeur van Mauretoco, de lokale agent, langs de enige snelweg die dwars door het eiland snijdt naar hoofdstad Saint-Louis dat we doorkruisen tot in La Grand Baie. De man vertelt ons honderuit over zijn land dat ook een verdraagzame samenleving telt tussen diverse godsdiensten. Trots zegt hij, dat er bijna geen werkloosheid is vergeleken met La Réunion. Maar, poneert hij, daar krijgen ze werkloosheidsuitkering, hier niet, dus waarom gaan werken als je met lui zijn geld krijgt, dat “werkt niet”? Dat zouden onze vakbonden eens moeten horen. En eigenaardig, krèk hetzelfde vertelde onze driver-for-one-day in booming Kuala Lumpur, precies een jaar geleden. Het doet nadenken, want beiden waren heel kritisch en toch trots op hun lage werkloosheid.

Mauritius, kleiner en vlakker dan Réunion, is 64 km lang en 55 km breed en zag er verrukkelijk uit vanuit de lucht, honderden droomstranden beschermd door riffen, baaitjes en uitbundige palmen. Onderweg genieten we van een spectaculaire zonsondergang. We doen er slechts 1uur 15 min. over want de spits is hier normaal meer dan spits, naar verluidt. We kozen La Baie omdat het het enige resort is dat vlakbij een gezellig stadje ligt op wandelafstand zodat je niet “opgesloten” zit in je (overal wel prachtige) hotel. Dat zou blijken. Gewoon effe langs het strand en de vissers- en plezierbootjes naar een wervelende ambiance van restaurantjes, boetiekjes, bars en lokale meeting points, allemaal langs een straat bij het strand in de baai en met genoeg lokale touch om sympathiek te blijven. Verder is er minder te bezoeken dan in La Reunion. Maar deze vijf dagen zijn bedoeld als rust-ontspan-relaxvakantie.
Hotel La Mauricia is vrij groot maar zoals overal hier, niet hoger dan twee verdiepingen. Mauritius is geen Belgische kust, elk resort heeft zijn groen domein. Het betekent kamerzicht op zee versperd door bomen in de tuin. Het doet met zijn palmen, de grote arbre de fruits de pain (vruchten die doen denken aan opgeblazen groene avocado’s) bloemen en inplanting een beetje denken aan Bali Hyatt. Het strand is in principe privé maar iedereen kan er voorbij wandelen, wat weinig gebeurt. Het hotel was half pension verplicht wat eigenlijk tegen onze principes is maar kom, ’s middags kunnen we nog altijd op zoek naar iets kleins en lekkers.

Het buffet is enorm uitgebreid met veel live cooking. En dineren aan een tafeltje vlak naast het uitgestrekte zwembad betekent vakantiegevoel. En ik eet elke dag van de heerlijke fruitsalade. Het onthaal is persoonlijk, niet aan een balie maar met een drankje in de zetel. We kregen hier al een stevige korting vanwege ons jubileum. Maar op onze kamer wacht ons daarenboven twee zwanen, tegen elkaar  in hartvorm gevouwen, uit badhanddoeken en met de woorden “25 ans” uit takjes gemaakt. Schattig.

Vrijdag 6/03/15

Zonnen en La Baie verkennen. Gezellig, maar warm en plakkerig. Het is er toch overal duurder dan verwacht. We sleuren dus een voorraadje water en bier en fris mee uit een supermarkt want dat scheelt meer dan een slok op een borrel met de hotel- of minibarprijzen. 1€ i.p.v. 4. Phoenix is hier de meermaals wereldbekroonde pils. Dankzij Belgische input, verneem ik. Nadien geniet ik van diverse dipjes in het heerlijke zwembad. Elke avond is er een themabuffet, gisteren Azië, vandaag Maritiaans. Zes zwarte schoonheden met wervelende breeduitwaaierende rokken vallen binnen, aangedreven door vurige percussie van vijf mannen met handtrommels en tamboerijnen. Ze dansen doorheen het enorme restaurant. Het opzwepende ritme heeft me meteen te pakken. Terwijl iedereen apathisch toekijkt, begin ik mee te swingen en, met de hoed van de bandleader op, eindig ik als een woeste triangelbegeleider. Hèhè, dat was ambiance.

Later passeren we de show- en dansvloer naast het zwembad aan de andere kant van de tuin waar
elke avond een orkest optreedt. Dezelfde groep begint er een uitbundige folkloreshow. Meeslepend en met die enorme rokken die hoog opgetild worden als blikvanger. Daar komen veel foto’s van want het zwierige van de knappe melkchocoladen meisjes in hun frivole klederdracht op een simpele aanstekelijke beat met creoolse gezangen is onweerstaanbaar. Op het einde komt het onvermijdelijke publiek-doet-mee-moment. Ik verschuil me lafjes, drukdoend achter mijn camera, maar Nella is de klos. Ze leren handjes draaien, koekebakke vlaaien, wiegewaaien en… patat,  schudden met je gat. Het ritueel blijft maar doorgaan …et alors on danse.

Zaterdag 7/03/15

Het regent pijpenstelen maar het blijft broeierig warm.
Als je van de kamer naar je terras gaat beslaat je bril. Overal rond het zwembad, de centrale lobby’s en het zwembad is er wifi maar niet in de kamers. Er gaan iPadden betekent na een minuut een waterfilmpje op je scherm. Het hotel met uitzicht op de baai en de bootjes heeft een bar met de naam Bay Watch Bar, what’s in a name, maar zelfs die is uitgestorven. Ik ga zwemmen in de regen, in de tropen altijd heerlijk. In zwembroek door de regen lopen, het heeft iets, al ben ik de enige. Het vocht waait overal binnen en over de hoog overdekte ruimtes tot meters binnen. Waterstof spettert rond. Voor het personeel is het dweilen met… juist. Over de middag is er twee uurtjes regenrespijt en we eten in La Baie aan een primitief minifoodstalletje voor de locals en maken er nadien een rustdag van. Nella koopt zich een verrukkelijk licht zomerkleedje, maar het zal veel papierwerk en douaneprocedures vergen om uiteindelijk in de luchthaven amper 7€ BTW terug te krijgen..

Zondag 8/03/15

Het is grijs, constant bewolkt, maar er is hoop. Na een tijd is het doenbaar om op de vochtige ligstoelmatrassen wat te zonnen-achter-wolken. Zwemdipjes blijven een must want je zweet snel.

Maandag 9/03/15

Zie zaterdag. Killing time, siësten, internetten, lezen. Een uitstap kon vanaf het begin al niet meer, vanwege volgeboekt, ook huurauto’s. Dus geen reuzenschildpadden, noch de fameuze Pamplemousse Gardens, noch andere prachtige kustlijnen met betoverende zandstrandzichten. Maar niet getreurd. We zijn gelukkig en deze 14 dagen hebben deugd gedaan, bedenk ik bij een exotische huiscocktail.

Dinsdag - woensdag 10-11/03/15

We worden pas om 14.30 uur opgehaald om naar de luchthaven te gaan. En dankzij de aangeboden faciliteiten na check-out, kan je douchen en verschonen en zo, dus ik bruin me nog even te pletter onder een felle zon die hier aan de hemel van rechts naar links gaat.
Van Mauritius naar La Réunion en dan herinchecken naar Parijs waar vertraging de wachthal aan de gate omtovert tot een heksenketel en de snackstand zichzelf snel compleet uitverkoopt. Het is in CDG lang wachten op onze bagage maar oef, we halen toch onze TGV en om 11.00 uur zijn we in Brugge.



donderdag 13 maart 2014

REISVERSLAG CRUISE MALEISIË - PHUKET – MYANMAR – PORT BLAIR (INDIA) - SINGAPORE

15/02-04/03/14 HAL


Dag
Omschrijving
Aankomst
Vertrek
Dag 1
Singapore, Singapore
16.00
Dag 2
Malacca, Maleisië
08.00
17.00
Dag 3
Penang, Maleisië
08.00
17.00
Dag 4
Phuket, Thailand
08.00
16.00
Dag 5
Dag op zee
-
-
Dag 6
Rangoon, Myanmar (Visum)
10.30
-
Dag 7
Rangoon, Myanmar
-
-
Dag 8
Rangoon, Myanmar
08.30
Dag 9
Port Blair, India (visum vooraf)
08.00
17.00
Dag 10
Dag op zee
-
-
Dag 11
Porto Malai, Maleisië
08.00
17.00
Dag 12
Port Klang, Maleisië
08.00
-
Dag 13
Port Klang, Maleisië
-
20.00
Dag 14
Singapore, Singapore
12.00
-
Dag 15
Singapore, Singapore
-

 Zaterdagnamiddag + zondag 15-16/02/14

Vlotte avondvlucht Zaventem – Zurich - Singapore met Swissair. Eerste keer dat ik lang kan slapen op een internationale vlucht. Ik bekijk de film ‘Blue Jasmine’ maar als grote Woody-fan vind ik er niet veel aan. We duiken in een credit card cab na rijen aanschuiven en toch supervlotte taxi-dispatch. Ik boekte hotel Copthorns omdat je er op wandelafstand langs de riverbank terrasrestaurantjes hebt. Ik doe me er te goed aan liters Tiger bier (dorst!) nu de hitte ons overvalt en verorber een succulente spicy seafood platter. Nella reuzenasperges en nooit geziene schelpdieren. Dan de doos in om het tijdsverschil meteen eruit te krijgen. Ze gaven ons, omdat we Belgen zijn Room TinTin (1010).
Maandag 17/02/14 Singapore 30°

Het is mijn eerste keer op een schip met meer dan 1 000 pax (1 400!), de MS Volendam van Holland America Line (HAL). We zijn van verleden jaar met Silversea de hoogste luxe en service gewend, we gaan duidelijk een trapje lager, maar beloven onszelf alles te nemen zoals het komt.

Immigratie en inschepingprocedures zijn hier zeer ernstig te nemen en veelomvattend. Maar als Belgen, in tegenstelling tot pakweg Duitsers , Britten of Amerikanen, val je meestal onder “other countries” waar rijen korter zijn en controles iets minder intens. Toch vele checkoperaties en intens papierwerk in te vullen. “Bent u ziek? Hebt u diarree? Moet u overgeven?” Wie hier iets schrijft geraakt nooit aan boord natuurlijk. Eindelijk betreden we onze “ocean view stateroom”, een simpele buitenhut. Twee  supervriendelijke Philippino’s  Mardi en Ram worden onze cabin stewards. Tegenvaller: geen minibar en daar, in tegenstelling tot Silversea, dranken niet inbegrepen zijn en dus duur aantikken, smokkelde ik wat biertjes aan boord die ik nu zal moeten koelen in ijsemmers die we bijvragen. Maar zelfs plat water voor ’s nachts is te betalen en constant zullen we het gevoel hebben dat men achter ons geld aanzit. Ook internet is duur, enkel beschikbaar in lounges en traag (normaal want via satelliet). Eigenlijk een domper op onze cruisebeleving. Maar goed. We gaan aperitieven bij de zwembadbar en lunchen aan het Lidobuffet. Vanwege gastrointestinal illness = GID (of toch het risico) wordt zelfbediening de eerste 24 uur niet toegelaten (incubatietijd) en alles door het personeel met plastic handschoenen aangereikt. GID is dé vloek op cruiseschepen dezer dagen blijkt. Je bent slecht 24 uur ziek (diarree en overgeven) maar het is superbesmettelijk. Het zal de hele cruise een item blijven met warnings en papieren aansporingen (constant handen wassen, sanitizers gebruiken) aangepaste servicemomenten én tot 2 x midden de reis een oproep van de kapitein over de P.A.-system. Het moet ernstig zijn.

Wegvaren uit Singapore is altijd een feest. Aan de poolbar hoor ik een leuk koppel jonge veertigers Vlaams

praten. We maken kennis en het klikt meteen. Bourgondiërs met pakken reiservaring. Een vriendschap ontstaat. Wim en Anja uit Hemiksem zijn grappig, interessant, levensgenieters, begripvol en superaangenaam gezelschap. ’s Avonds stropt de open seating even maar wij willen bij iedereen aansluiten. Het worden twee Australische koppels en een paar … Belgen, Willy en Lut, sympathieke jonge gepensioneerden die al twee maanden aan boord zijn. Het wordt een gezellig gesprek. Aussies are awesome. Maar het eten en de service stellen me teleur. Het geharrewar bij de tafelplaatsing wordt gecompenseerd met een schaal chocolaatjes in de hut nadien.
MS Volendam Is 238 meter lang, 61 214 bruto ton en heeft 10 passagiersdekken. Het bezit 5 restaurants en 7 bars: de Explorer Lounge (piano en viool: klassiek met een twist), The Crown’s Nest 120° panoramisch zicht, helemaal on top en ’s avonds disco, The Pianobar (met sologitarist of pianistentertainer), De Ocean bar (jazzcombo), een koffiebar aan de bibliotheek met internetcafé en een bar aan elke pool. De food, nochtans onder supervisie van culinair consultant Rudi Sodamin (in mijn tijd die van Cunard) is van een veel lager niveau dan ik gewoon ben. Maar goed dat is de prijs ook. Bij de restaurants zitten 2 restaurants aan meerprijs: Canaletto (Italiaans) en Le Pinnacle (Frans), gebaseerd op Sirio Maccioni’s beroemde NewYorks etablissement Le Cirque.

Dinsdag 18/02/14 Malacca (Maleisië) 30°
Na moeilijkheden om fatsoenlijke warme melk te bemachtigen (overkookte, vuile vettige brij, dit is
vele malen gebeurd) leggen we aan in Malacca (Maleisië). Direct een tenderoperatie, de enige deze cruise maar met lokale tenders. Controles ontscheping zijn ernstig maar nu je boordpas (= cabin key + betaalregistratiekaart aankopen aan boord + aanduiding reddingssloep) snel kan gescand worden (direct alle gegevens met foto op computer) gaat het vlot. De plannetjes in het boekje van het schip zijn waardeloos en af en toe zelfs compleet fout. En (bewust?) ook de shore information. Allicht om zoveel mogelijk excursies te verkopen. In de hitte zoeken we ons een weg naar de resten van het Portugese fort Porta de Santiago a Famosa. We lopen het voorbij, want het blijkt enkel een hoopje stenen te zijn. Dan de kerk van Sint-Paulus (wat ruïnemuren) en de bescheiden town hall. Na de drukte en de brandende zon nemen we een rickshaw terug. Deze fietsen hier zijn compleet versierd met bloemen en zottigheden. Onze trapper heeft een Winnie de Poohfiets. Gekke kitsch maar toch uniek. IJswater en gekoelde doekjes zijn geen luxe op de pier. Ik ontdek echter dat ik mijn boordplastiekje kwijt ben, gewoon uit mijn zak gevallen allicht. Maar met Nella bij me en wat praten raak ik toch terug en krijg meteen een nieuwe “passe-partout”.

s’ Avonds is het gala-avond. Opgekleed begeven we ons naar de introductie door kapitein James Russel Dunford (U.K.). die zijn officiers voorstelt. Wij kiezen weer voor open seating bij onbekenden. Het wordt een Canadees onderonsje. Nadien gaan we de show bekijken, een liveorkest en 6 zanger(essen). Titel: “Unforgettable”. Maar ik vind het van een bedroevend niveau. 25 jaar terug op Cunard werden er al voorstellingen gegeven die gevarieerder, boeiender en spectaculairder waren dan dit. Nadien spreek ik met cruise director Bruce. Hij deed al 22 world cruises en altijd enkel HAL. We hebben het over vroeger en nu. “Toen waren cruise director’s nog kings”, zegt hij. Maar ik vind dat hij vast zit en de programma’s bieden weinig nieuws buiten kookdemo’s (heel goed gedaan), Tai Chi en vele eet- en proefhappenings, maar telkens tegen extra betaling.
Woensdag 19/02/14: Georgetown op het magische eiland Penang (Maleisië) 30°

Niet ver buiten de gate bemachtig ik een deftig plan. Onder een koperen ploert wandelen we
doorheen het drukke stadje. Eerst Clan Jetties, een hele huizenwijk op palen boven de zee en dan op zoek naar Khoo Kongsi, een Chinese Clan tempel. Prachtig decoratiewerk en een gek opschrift.
Dan gaan we op zoek naar de Chez Nous.Tussen de aangeraden lunchadresjes waar ik echt Maleis wil eten, staat deze beschreven als ‘Belgian style’. Benieuwd. Ik hoop op een fris Belgisch biertje want buiten Stella is er aan boord enkel Hollands (Heineken brrr), Amerikaans (Bud) of Aziatisch bier. Enkel pils dus… We spraken er af met Wim en Anja om vandaar een taxi te delen naar de grootste Chinese tempel in dit land , de Kek Lok Si Temple  buiten de stad en ook onze eerste (Thai) reclining (liggende) Budha ‘Wat Chaiya’.
De Chez Nous met tergende foto’s van Duvel en Hopus blijkt gesloten. Dat valt tegen. Zeker een biertje vinden, want moslimland. Enkel nogal veel lokale limonades (ik dronk er eentje met speculaassmaak) en ook fatsoenlijk eten valt in de buurt niet meteen te vinden. We besluiten een briefje achter te laten aan de deur met een boodschap, waarna we prompt Wim en Anja tegen het lijf lopen.
Kek Lok Si is een uitspatting van de klassieke Chinese krullen, lampions, felle kleuren afgewisseld met pastelkleuren, in een op en af van tempeltjes, zijpaviljoentjes, beelden en versiering. De taxi parkeert onder de tempel en dan gaat het naar boven, een visueel orgasme. Een funicular brengt ons naar de top waar een enorm “Maria-achtig” beeld met nog in aanbouw zijnd zuilencomplex de heuvel beheerst. Het heeft een soort Corcovadogehalte. Ook een wat grijzig uitzicht over stad, tuinen en de baai. Winkeltjes, prullaria, wierook, fraaie franjes… duizenden impressies uit een andere cultuur bestormen onze zintuigen.. Op weg naar de reclining Budha staat de chauffeur erop de “lifting Budha”  te bezoeken. Hij brengt ons voor een beeld. Als je geknield ervoor gaat zitten, je erg concentreert op een wens en dan in een ruk het beeld boven je hoofd kan tillen, komt die wens uit. Mijn wens zal uitkomen, die van Nella niet… Van de 108 voet lange reclining terug naar het schip waar we om 16 uur van Mex tacos en grilletjes gaan proeven aan de grillbuffetstand op het open dek.

Donderdag 20/02/14 Phuket (Thailand) 32°
Hier was ik al een paar keer, maar Nella nooit. Wat doen? Er is veel, maar alles vraagt een rit.
Wie rijdt op het eiland stort zich dan ook op die meer dan duizend passagiers. Na een geharrewar van taxiopbod en afbieden van 120 $ naar 60, besluiten we daarvoor een scenic drive te doen naar de 45 meter hoge witmarmeren Big Budha met schitterend zicht op Chalong Bay, gevolgd door een goedkope full body massage op Kata Beach. Een gelegenheidskoppel Britten kunnen we overtuigen te taxidelen. Hun filosofie: “O.K., als het niet langer dan 3,5 uur duurt en we terug zijn voor lunch”. De oude vrouw die ons van in het begin aanklampte en niet meer loste blijkt de chauffeur van een relatief nieuwe auto te zijn, toch vergeleken bij wat we de rest van de cruise zagen. De Big B blijkt nog steeds in aanbouw omringd door diverse boeddhistische ornamenten, we klimmen naar boven en wandelen erom heen in een stofwolk. Nadien naar the beach. Tijdens de afdaling geven we een babyolifant te eten, altijd goed voor een leuke foto. We krijgen elk een superstevige body massage op een enorm bed onder een palmafdakje op het strand. 2 Thaise ontfermen zich over ons synchroon (10€ elk). Ik kreun, overal pijntjes. En blijk dezelfde avond vol blauwe plekken te staan. Die tere slanke meisjes hebben supergespierde vingers. ’s Avonds eten we met Wim en Anja en even later plaatsen ze Willy en Lut bij ons. Het wordt gezellig met intens napraten in de Ocean bar met 5 Stella’s in een emmer voor de prijs van 4. Klok ’s nacht 1 uur terug.

Vrijdag 21/02/2014: at sea. 27°
Ontbijten op volle zee met een soundtrack van vogeltjes die fluiten in het bos, het blijft absurd.
Dagje chillen voor het grote avontuur er aankomt. Want in Myanmar, haven Thilawa, de poort naar Rangoon/ Yangon op 1 uur rijden, mag je niet in de haven lopen. Erbuiten zou bijna geen of lamentabel vervoer zijn. Bangmakerij om excursies te verkopen? We zullen er 2 dagen liggen. Er zijn excursies met overnachting via een binnenlandse vlucht naar Bagan, archeologische parel van het eerste Myanmarrijk met zijn unieke Mount Popa en ook naar het fameuze Mandalay. Maar zo’n excursie kost 1 200€ p.p.! Voortdurend worden er navigatiemeldingen gemaakt want het schip is de eerste met dergelijke tonnenmaat die bijgevolg vanaf 3 uur ’s nachts langzaam met soms maar een dikke meter verschil boven bodem, de rivier op zal varen. Delicaat.

Ik ga naar de location talk, een kookshow in een theater met camera’s overal, inclusief plafond. Het is alsof je naar een kookTV-programma kijkt met alles nog eens op grote zijschermen in detail. Ik neem deel aan een teamquiz en breng mijn Amerikaans groepje antwoorden bij die met geografie, Europa en cultuur te maken hebben. Al blijft de quiz erg op Amerikaanse,  Angelsaksische leest geschoeid.
‘s Avonds, tweede gala, en een eetfestijn waarbij een supersympathieke Balinese ober ons verwent. Wim eet gewoon 3 hoofdgerechten i.p.v. de voortoestandjes (kreeft, tonijnsteak). Dan moet de klok een half (!) uur achteruit. Nog nooit meegemaakt. Trouwens, dit is bijna een noord-zuid cruise. Op zo’n klein verschil qua breedtegraad 2,5 uur andere tijdszone, raar….
Zaterdag 22/02/14 Thilawa (Myanmar), naar Bago 28°

Omdat we via diverse kanalen vernamen dat transport beperkt en onberekenbaar is, kozen we
eieren voor ons geld en boekten een busexcursie naar Bago, ooit hoofdstad van lager-Birma geregeerd door de Mon-dynastie 14-16de eeuw. Twee uur rijden over minder goede wegen. De armoede en vooral vuilnis, de ongekende verkeerschaos blijven altijd een schok. Je voelt wel dat dit land krampachtig probeert, in het kielzog van het Thaise succes, een nieuw oord van cultuurtoerisme te worden. Maar de infrastructuur en organisatie zijn effenaf ontoereikend en voor Westerse zielen een bezoeking. Zoals de vuilnis die iedereen gewoon overal achterlaat in een van stof geteisterd land. De walgelijkste toiletten die qua geur, primitiviteit, vuil, nooit papier, je a.h.w. veroordelen in je broek te doen. Ook de transportmiddelen zijn armtierig. Auto’s met een bak waarin hoogstens 10 man kunnen, bevatten er het dubbel opeengepakt en met nog een paar eraan hangend.

Een eerste (te lange en overbodige) stop behelst een War Memorial (27 000 soldaten).
Al heb je het in 5 minuten gezien en is Tyn Cot in Passendale 10 keer aangrijpender. Dan op naar de lunch in een leuk houten gebouw. Het eten is verrassend lekker: mini springrolls, Oosters soepje, een rijke groenten-vlees-met-rijstschotel en een stukje kreefte staart. Het lokale bier “Myanmar” in grote flessen wordt ons wel aangerekend wat niet zou mogen. En dan begint de blotevoetenhel. We bezoeken achtereenvolgens de Shewadaw tempel (met tand van Boeddha), de indrukwekkende Hinthagon pagode met zicht over de stad, en het sobere Kyukhamaing boedhistenklooster. Bezoek aan de refter en keuken, wat een andere wereld, en door een venster bemerk ik zich wassende monniken wat een rondje watergooien blijkt. Shewada’s reclining Budha is 55 meter lang en de tweede langste ter wereld. Blootsvoets is overal verplicht maar de vloeren zijn zo weerzinwekkend vuil dat iedereen nadien absoluut de voeten wil schoonmaken, wat moeilijk kan. En onze gids zegt dat dit zinloos is, vermits we telkens 10 minuten later ze weer moeten afdoen. De monumenten zijn anders prachtig en betoverend. Eindigen doen we in een Mon-dorp, een authentieke village. Iedereen wil overal van alles verkopen.
We zien een primitief weefgetouw in actie, kinderen joelen, brommers toeteren constant, wie een bromfiets heeft, voelt zich verheven boven de rest. En claxonneert zich te pletter, iedereen uit zijn weg. Ik bemerk ook een armoedig huis  met achteraan een schotelantenne en kleine kinderen in bordeauxkleurig boeddhistengewaad. Die zijn er overal.
Zeer laat terug, kapot van de busrit snel naar de dining room waar we verbrande Aziatisch ribbetjes eten. Erbarmelijk en ondermaats. Na onze klacht krijgen we een glas slechte bubbels. De compensatiepolitiek is hier onderdeel van de customer strategy.

Zondag 23/02/14 naar Yangon (Rangoon) 30°
Naar Yangon gaan kan enkel met een betalende shuttle (1 uur rijden) waar we p.p. 50$ voor moeten
betalen. Een schande. De oplichters van HAL zullen toch eens ter verantwoording moeten worden geroepen… De gids spreekt een soort Aziatisch-Engels dat niemand begrijpt. Maar dat houdt hem niet tegen om constant snel en veel te praten. Toch leer ik dat Rangoon 300 000 “populations” telt en een luxeappartement zo duur is als in NY (joking?) en er in het land steeds meer miljoenen toeristen komen. Zijn cijfers worden op bijzonder veel wenkbrauwengefrons onthaalt bij, heu, de niet-Amerikanen. Yankees geloven immers alles… Ter plaatse krijgen we 3,5 uur om er het beste van te maken. Met Wim en Anja delen we een taxi voor een prikje al rijdt de chauffeur constant fout omdat hij niet begrijpt waar we naartoe willen, het nochtans tweede belangrijkste monument hier, een … reclining Budha! Weliswaar de grootste, mooiste en indrukwekkendste van de drie tot nu toe. Die smile op zijn gezicht, die pastelkleuren, de voetzolen met de symbolische tekens, die eerbiedig biddende en offerende godsdienstbeleving van de locals, de wierook, de bloemen…
Vandaar gaat het naar de Shewadagon Pagoda, 2 500 jaar oud. Een enorm complex met ingangen aan alle windstreken. Met een lift naar boven, schouders en knieën bedekt. Mijn lange (korte) broek is 5 cm korter dan die van Wim. Het verdict: ik moet een dieprode sarong huren die makkelijk openvalt en nauwelijks zitten en wandelen toelaat. De fascinerende gouden megapagode met bovenaan onbereikbaar robijnen en edelstenen blijkt zelf nog omringd door een enorme site vol pagodes, tempels en paviljoentjes. Een en al goud, blinkend en tinkelende belletjes. Het is zondag en blijkbaar de grote familie-uitstap. Hele groepen inwoners doen hier overal waarin ze erg goed zijn, nl. zomaar een beetje zitten of hurken, soms wat meegebracht eten verorberend of flanerend. Dat toeristen hier nog uitzonderlijk zijn, blijkt uit het feit dat Nella zowel als Wim, beiden blond (Wim heeft zelfs iets van Kuifje) voor hun mobieltjes moeten poseren. Dit religieuze oord is betoverend, sprookjesachtig, kortom, een andere wereld. We geraken niet uitgekeken. Alleen dit was de moeite van de reis al waard. Het blootvoets lopen hier is aanvaardbaar, want propere vloer, alleen verbranden we ons aan de door de zon heetgebakerde tegels. Nadien met de taxi naar het oud- koloniale Strand Hotel. Airco! Bier! Ouderwets aandoenlijk. Alleen blijkt weer eens dat geen enkel taxichauffeur begrijpt waar we naartoe willen. Niemand spreekt behoorlijk Engels.



Langs kraampjes, food stalls, fruitverkopers, rommelaanbieders wandelen we terug naar de Sule pagode en de City Hall die uitkijken over het centrale park. En dan een uur terug, over die rare brug over de Yangon River. ’s Avonds ga ik even kijken naar “het huwelijkspel” een stokoud format waar men slecht met moeite aan 2 deelnemende koppels geraakt. Later zou nog een Thilawa Muziek en Dansshow volgen. Maar sorry, ik zag al zoveel local folklore shows. Het wordt kletsen met onze Belgische vrienden. Een eind verder ziten nog 2 West-Vlaamse koppels. We zullen constateren dat de Belgen de enigen zijn aan boord die hier de locale (bar)economie rechthouden. Al blijven kelnerinnen ambetant pushy. Je bestelt iets: “ Why not a double?”. Ergerlijk.
Maandag 24/02/14 at sea 28°

Dolce far niente. En alles in het teken van de grote administratieboeman morgen: Port Blair (India) op de Andaman en Nicobar eilanden in de Golf van Bengalen. Onooglijk, slechts een kleine dag daar, maar zeer veeleisend qua immigratiepapierwerk. In België kostte het bloed, zweet en tranen om ons visum te bemachtigen. Veel e-mail, getelefoneer, aangetekend versturen, reguliere pasfoto’s worden geweigerd en passen we zelf dan maar digitaal aan, enz. Er komen wel veel ongevraagde sms’jes toe die stellen: “we zijn bezig”,” het zit nu daar”, en… die ons zullen worden doorgerekend. Eindprijs voor ons beider visum: 301€! Die voor Myanmar kreeg je aan boord en waren minder duur voor 2 volle dagen. We krijgen een pakket documenten in te vullen. Komt daarbovenop de bangmakerij: transport ultraprimitief, ondermaats, nergens airco, relatief weinig te zien (klopt eigenlijk). Ik probeer zoveel mogelijk o.b.v. de info van location guide Ian Page, een leuke Londenaar (die humor) een strategie uit te denken die er zal op neerkomen: we zullen wel zien.
Dinsdag 25/02/14: Port Blair, Andaman en Nicobar isles (India) 30°

Het is zover. ’s Ochtends is het hele schip al stand-by. Met 5 documenten zal iedereen zich in 2 procedures moeten aanbieden voor een face to face met de immigratie, 1 400 man…
Dan pas kan het schip vrijgegeven worden. Als ex-CD maakte ik al zoveel mee en dit soort operaties vlot laten verlopen is uiteraard een zorgenkind. Meestal is de gestrengheid van ontschepingprocedures rechtevenredig met de armoede in het land en corruptiegevoelig (buiten de States en de toenmalige USSR). Aan de andere kant, weet ik dat… En jawel hoor, alles wordt opeens anders. Geen face to face meer, een aantal docs niet meer nodig en met slechts de fotokopie van je reispas met visum en je boordpas mag je eraf. Zelfs de custom declaration form is niet meer nodig. Met Wim en Anja worden we eens buiten de havenuitgang verpletterd door tientallen transportaanbieders, krakkemikkige taxi’s en de sympathieke tuktuks (overdekt brommertje met zitbankkarretje). Het leuke is dat we niet eens moeten afbieden en zagen, maar zijzelf tegen elkaar afbieden. We stappen in een stokoude witte taxi’ (stijl 50’s) met rammelende krakende versnellingen, geen ruiten, geen gordels maar wel een toeter naar het centrum: Aberdeen Bazar bij het Gandhipark. Vanaf daar plannen we te voet naar de enige, echte bezienswaardigheid hier te wandelen: de Cellular Jail (door de Britten gebouwd om freedom fighters te isoleren). Het is klimmen langs slordige straten – alles gebeurt hier op straat – overstelpt door getoeter, geteut en geclaxonneer in een verzengende vochtige hitte (36°) die klam aanvoelt.
De Jail is een gebouw met cellen, reconstructie van lijfstraffen, een ophangruimte, brrr. Maar ook oude foto’s van het eiland en bovenaan in de toren een uitzicht over het eiland. Het brengt me wel flashes van de films “Papillon” en ”Midnight Express”. Het is zweten en puffen, maar voor een schijntje gaan we terug tot de bazaar en halfoverdekte fruit- en groentemarkt met enkele soorten die ik zelfs nog nooit zag. Dan door het gekrioel naar het Ghandiplein.

De mensen hebben hier naast een rot gebit, ook lelijke rode (!) tanden door het kauwen op de
fameuze betel nut. We besluiten een tuktuk terug te nemen. De locals vallen over elkaar heen om je in hun pruttelend bolletje te krijgen. Bij elke prijs die je uitspreekt roept er wel eentje: “O.K. hier!” Dan word het teveel voor Corneel. Ik blaf luidop mijn bod, want ik wil betalen met oude roepies die ik nog had van Goa (25 jaar geleden) opgetopt met een dollar. Bij de roepies zitten enkele munten die zelfs niet meer bestaan. Ik zal ze later cadeau geven aan een verkoper in ruil voor een primitief plan van het eiland. Dan blijkt tuktukken een race te zijn van getoeter en kriskras door elkaar. Alsof het een wedstrijd is zoeven we reutelend op speed terug. ’s Avonds genieten we van een aperitiefje in de pianobar met de geweldige gitarist-zanger Garry. Blijkt er van 17u tot 20u een onaangekondigde “open bar” te zijn over het hele schip om te compenseren dat het schip in Singapore om 17 uur zal aankomen i.p.v. op de middag (waardoor excursies en zelfs terugvluchten sneuvelen). Het anders ‘lege’ schip loopt opeens vol met volk dat van overal (meerdere) drankjes meesleurt, smokkelt,… degoutant! Het menselijk ras dat profiteert, terwijl je anders heel weinig ziet spenderen in de bars... leer ze me kennen. De klokken gaan nu 1 uur vooruit…
Woensdag 28/02/14 at sea 28°

We doen een beetje van alles. Port talk. We zien Wim winnen op de roulette. Nella leert dieren maken met handdoeken. Gala-avond. Eerst ga ik genieten van het piano-vioolduo. Klassiek dat even goed overloopt naar “Smile” van Nat King Cole, gezongen, prachtig  “You'll find that life is still worthwhile If you just smile”. Het wordt mijn motto.  We gaan met zijn vieren eten in Canaletto met Italiaanse specialiteiten. Nella heeft zich als Italiaanse “laten uitnodigen” en dus betalen we geen opleg. Het eten is lekker, het decor en vooral het licht echter tegenvallend. Dan de bar in. Doordat de klok vooruit moet, is het opeens 01.15 uur.

Donderdag 27/02/14 Port Malai, Langkawi eiland (Maleisië) 28°
Prachtige dag, heerlijk eiland. Onbekend tropisch paradijsje met niet teveel toeristen. Maar toch
genoeg georganiseerd om na de armtierigheid van de laatste bestemmingen, dit oord in zijn nog primitieve schoonheid te omhelzen voor zijn minimum aan properheid, hygiëne, en faciliteiten.

Pas de dag voordien werd het schip verwittigd dat er buiten de port gate een wielerwedstrijd zou starten, de Ronde van Langkawi, zeg maar de Aziatische Tour de France. Gevolg: je kan eigenlijk pas van boord vanaf +- 10u30 omdat er toch geen bussen of taxi’s tot daar kunnen komen. Strikt genomen 1,5u verloren, maar goed om 10u20 zitten we op de (voor het eerst gratis, zou altijd zo moeten zijn) shuttlebus naar Pantai Cenang (het mooiste strand vol resorts). Na onderhandelen gaan we met Lut en Willy een taxi delen voor 5 uur “whatever”. Prijs 150 ringgit (18€ per persoon). We doorkruisen het groene weelderige  eiland en gaan aan boord van een toeristenboot voor ons vier, wat een uur ongelooflijk boeiend vaar- en kijkplezier oplevert. Soms megaspeedy tussen prachtige rotswanden, mangroves, vergezichten tot op zee. We verwijlen op een plek waar kleine arenden massaal rond onze hoofden vliegen, bezochten een vissersdorp op palen waar in grote netten allerlei soort vissen gekweekt of gehouden worden. Kleine stukjes calamares voederen levert een spektakel van 20 kg grote vissen die uit het water springen vechtend voor hun aas, een reuzenrog die naar bovenkomt en zich laat strelen en betasten.
Door de omgeving rond ons krijg ik een soort “Amazonegevoel”. De natuur en de hele setting is zo mooi en voelt avontuurlijk aan. Het eindigt met een bezoek aan de Bat Cave (vleermuizengrot). In het duister fluisterend (no talking!) en in het licht van een enkele zaklamp zien we tussen de stalactieten en stalagmieten massa’s van de grootste vliegende zoogdieren hangen. En dan buiten tussen intrigerende mangroves leuke aapjes, moeder met kindje in buidel ontluist andere moeder met baby op nauwelijks een vrije armlengte afstand. Dan weer bukken onder grillige rotsformaties. Een belevenis. Na afloop rijden we naar de Machingang  Mountain cable car, een piek van 700 meter boven de zeespiegel in identieke kabelhokjes als Sentosa (Singapore). Steil klimmend vinden we bovenaan een adembenemend uitzicht over het hele tropische eiland en zijn vele offshore eilandjes (eentje heet  Pregnant Maiden Island) met kleine witte, verborgen strandjes en zijn rijke fauna en flora. Weer een wow-moment.
Het is blijkbaar ook een hidden secret voor low budget travellers want er lopen best wat knappe zongebruinde jonge megablonde vlechtenmeisjes rond. Van het Scandinavische type, een hoog contrast met de kleine ranke mooie donkere lokale meisjes. Terug vangen we nog een glimp op van Cenang beach en zijn bartjes, resto’s en winkeltjes. Het is  4 uur, eten en een fris biertje zijn welkom. Dan volgt de mooie afvaart weg van Langkawi ‘en route to Port Klang’, the gateway voor 2 dagen Kuala Lumpur (KL).

’s Avonds om 21u30 is er een Chinese markt rond de zwembadruimte door schuifpanelen overdekt.
Overal hangen rode lampionnetjes, drakendecoraties en wel tien stalletjes waar live allerlei soorten noodles, dim-sums, wontons, loempiaatjes, sushi, dumplings, steamed buns, yakitori’s enz. ad lib worden klaargemaakt en geserveerd. Een deel van de Aziatische crew komt in stoet voorbij met gemaskerde dansers, grote trommen en veel lawaai. Kortom; precies Chinees Nieuwjaar al moet het plafond snel weer open want de temperatuur loopt snel hoog op. Een uur later is bijna iedereen weg. Helaas kon ik niet meeproeven omdat we net voordien dineerden met starentertainers The Macdonald Brothers uit Glasgow en Eve Sheratt,  een West-Endvocaliste die de avond voordien in het theater bijna een vol huis haalde. De broers treden zowat 10 maand per jaar op, de wereld rond op alle mogelijke schepen en voor diverse rederijen. Cruiseship’s life op zijn best, nl. 1x per week maximum 1 uur optreden, passagier status, goed betaald én de wereld zien. Makkelijker dan CD zijn.

Vrijdag 28/02/14: Port Klang. Naar Kuala Lumpur. 35° en 85% humidity.
Om 8u30 zijn we de eersten van boord. Naast ons komt the Mariner of the Seas aanleggen, zo’n
ellendig massaschip van Royal Caribbean (4 000 pax). We hebben de 1e taxi en tot onze verrassing staan die op een beurtrol en liggen de prijzen vast afhankelijk van wat je doet. Wim en Anja gaan in KL een nachtje op hotel verblijven. Uurtje rijden: 35$. Onderweg bepleit onze driver Kad een deal om ons terug te voeren. Maar maakt dan een voorstel all in om ons alle bezienswaardigheden rond te voeren en te gidsen voor een extra 160 ringgit (+-43€). Even denken. Al liggen heel wat mustsees dicht bijeen in het centrum, een paar taxi’s zouden toch nodig zijn. Een leuke lunchplaats moeten zoeken en Kad zorgt voor een gidsbeurt in goed Engels, advies, duiding en doet alles wat we willen, goede deal dus. Zowat ¼ van de kost van de shuttlebus vol oudjes van het schip. En overal worden we vlakbij gebracht en voorgesorteerd. We klagen niet.

We bewonderen het koninklijk paleis, een dramatische War Memorial, de Lake Gardens met hun
grootste vogelpark worldwide en orchideeën en hibiscus. Al stappen we hier niet af. In de National Mosque kunnen we niet binnen: moslimdienst. Maar het antieke Britse railway station is een uniek gebouw en zeker ook de vele gebouwen rond Independence Square. De onafhankelijkheid van de Britten in 1957 blijkt een belangrijke datum in Maleisië. In het visitor’s center zien we op een reuzenmaquette de groei en troeven van KL. Nu de bekende Petronas  twintowers (met dwarsbrug op kosten van Samsung) onttroond zijn als hoogste torens ter wereld horen we dat er snel een “tweede hoogste skyscraper” (na Dubai) eraan komt.
We bezoeken Central Market dat beantwoord aan onze verwachtingen, veel Oosters batikwerk en crafts naast toeristische prullaria die je in de hele wereld vindt. En een Aziatische eetmarkt. Een biertje (4€ voor een Carlsberg) mag wel, want in een overwegende moslimstad moeilijk te vinden en duur in tegenstelling tot de food. Ik bestel 2 pla’s lokaal Maleisisch eten, Nella 1 en water. Kostprijs voor alles 22 ringgit = +- 5€. Succulent, heel nieuwe smaken maar pikant als de beesten, wat niet in goede aarde valt bij Nella die dan een niet-pittig gerecht bijvraagt. We blijven over met eten voor wel nog 2 man. Dan via Petaling Street (Chinatown) naar Kad. Zijn nut blijkt als hij (zeer belangrijk deze cruise) propere toiletten vindt en een quick stop voor de verplichte foto voor de Petronas Towers en zo. Trouwens, dat was het eerste toilet waar ik papier vond op deze cruise (we hadden altijd onze eigen rol bij, gelukkig).

KL behoort tot de grootste filesteden ter wereld. (2,2 miljoen inwoners). Maar de goodwill en de
dynamiek spat er af. Ook de aanbouw van een HST naar Singapore in 40 minuten (met de auto: 5 uur) en die skyscraperplannen bewijzen dat. Natuurlijk hebben ze naturlijke rijkdommen (rubber b.v.) maar de werkloosheid bedraagt amper 2% en toch noemt Kad, zelf met pensioen als ex-militair maar bijwerkend, dezen ‘lazy bums’ en dat de Maleisiërs geen ordinair werk meer willen doen, daarvoor voeren ze Indiërs en Filippijnen in. Waar hebben we zoiets nog gehoord?
In de terminal building is er free wifi! Joepie! En aan boord is het heerlijk rustig. Velen zullen veel later terugkomen en minder gezien hebben dan wij. Al beweren de vier Westvlamingen dat ze hetzelfde deden als wij voor 85 ringgit slechts i.p.v. 210. Die Belgen toch! ’s Avonds heb ik een klein incident met wine cellar master Ingo omdat de wijnen naast snel uitgeput ook niet door de wijnstewards geduid of geadviseerd kunnen worden. Hij gaat zeer zwak in de verdediging: “Filippijnen zijn geen sommeliers, they are only order takers”. “I’m only 3 weeks on board”, enz... Hoe vriendelijk mijn constructieve kritiek ook is, de Duitser loopt rood aan terwijl hij anders overal de clown uithangt. Het gesprek bereikt een pijnlijk niveau doordat hij me niet snapt en compleet naast de kwestie antwoordt.

Zaterdag 1/03/14: Port Klang 2de dag 29°
Vermits we erin slaagden alles te zien in KL (1 uur rijden en KL is recordstad traffic jams) blijven we
een rustig dagje aan boord. We werden verwittigd dat er geen water zou zijn vanwege werken aan leidingen. Eens het water terug is flush ik na een kleine boodschap. Tot onze ontzetting spuit er water achter het toilet uit, dat niet wegloopt. Zo loopt onze badkamer langzaam vol tot aan de verhoogde deurboord. Alarm geslagen, zandzakjes, heu, grote badhanddoeken gelegd en na wat loodgieters, opzuig- en clean-werk is alles weer in orde. Geen excuses gehoord.

Van 17u30 tot 20u is er een BBQ bij de pool. Maar we gaan met onze Belvrienden eten en nakeuvelen. We worden “weggesprayed” naar bed. Het hele schip ruikt naar ontsmettingsmiddel en overal is personeel aan het spuiten, vegen en poetsen. Alle leuningen, klinken, knoppen. Ook staat de laatste dagen los van de vaste ontsmettingsapparaten nu aan elke eetpost een bemanningslid die het verplicht op je handen spuit
Zondag 2/03/14: op weg naar Singapore 27°

Na ontbijt in de hut krijgen we bericht van het fietsongeval van Tanya, kapotte knie en
hersenschudding + naar de spoed waar ze moet blijven. Het is een machteloos gevoel nu niet bij haar te kunnen zijn. En communiceren is moeilijk, tijdsverschil, moeilijk internet… Maar goed, het is een flinke meid, dramatisch lijkt het niet, maar opeens tellen we de uren af. Morgenochtend van boord, ’s avonds om 23u30 uur de vlucht, om dinsdag 8u in Zaventem te landen. Tijdens de dag nog een scheepsversie van “Dancing with the Stars” gezien waar 6 pax de hele cruise aan werkten. Zat goed in elkaar. Eindelijk een knap idee. Om 17.00 uur leggen we aan in Singa. We verbruikten 860 000 gallons fuel (85 per mijl) en 174 000 gallons drinkwater per dag. In totaal legden we 2 450 zeemijl af.

Maandag – dinsdag 3-4/03/14: Singapore en terugvlucht
Na een vlotte ontscheping gaan we naar een daghotel dat ik huurde om de dag comfortabel door te komen. We maken een wandeling langs de kust om terecht te komen in LongBeach, een premium seafood restaurant waar we verrukkelijke reuzenkrabben smullen (specialiteit black pepper Crab). En kijken naar die gekke geoducks. Dan wat rusten, opfrissen onder een reuzendouche en met een voorspoedige vlucht huiswaarts. In Zurich (6.00 u) klinkt in het treintje dat ondergronds terminals verbindt, het geluid van koebellen op alpenweiden en geloei, we komen niet meer bij… In Brussel komt John ons ophalen. Tanya is al terug thuis van het ziekenhuis, alles komt in orde. Oef.

Meer foto's: http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157642303263374/