Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen

zondag 3 december 2017

‘The Emirates’: Abu Dhabi, Dubai, Ajman (UAE) (2-9/11/17)



“The Sky is the Limit?”
(een reisverhaal vol hemelbestormende verwondering, verbazing, verbijstering
en vragen, veel vragen…)

Dubai? Abu Dhabi? Nee, die staan niet op mijn bucketlist. Maar aan die prijs? Klasse hotels, spectaculaire bezienswaardigheden, excursies, vluchten en transfers inbegrepen, nog nooit in deze hoek van de wereld geweest, een weekje? We doen het!

Donderdag

Natuurlijk heeft een goedkope reisdeal geen ideale vluchturen. Zo komt het dat we ’s ochtends al
aanzetten naar Zaventem en via Istanboel met Turkish Airlines (best prima) pas om 3.00 uur ’s nachts in ons hotel toekomen (GMT+3). We blijken een groepje van 16 te zijn. Onze Nederlandstalige gids heet Güven, een Turk geboren in Genk. En hij maakt meteen het verschil door niet alleen info en feiten te vertellen maar vooral duiding om het leven en handelen in de Emiraten te vatten.
Want dit is een samenleving met een economie en een visie die heel ver van de onze ligt. Marhaba! (welkom). We logeren in het Grand Millennium Al Wahda*****luxe (34 verdiepingen met een roofzwembad, 844 kamers).

Vrijdag

Abu Dhabi betekent letterlijk ‘Vader van de Gazelle’. Het is het grootste emiraat en bijna alle olie in de VAE komt van boorplatforms buiten hun kusten.
Op de briefing van onze gids om 11.00 uur blijkt dat allerlei topmomenten niet in de excursies zijn inbegrepen, zoals de Dubai Dhow Dinner Cruise in Dubai, het bestijgen van de hoogste toren ter wereld, een bezoek met cocktails aan het duurste hotel ter wereld. Maar iedereen boekt deze tours erbij, want hier zijn en dit niet meemaken, lijkt geen optie.

Op de middag vertrekken we naar het Yas eiland. We rijden door zandvlaktes, langs bouwwerven, bruggen, kaalte, maar toch even langs uitgestrekte mangroves tussen al dat zand. Op Yas ligt het hypermoderne formule 1-circuit Yas Marina waar binnen enkele weken de Grote Prijs Abu Dhabi wordt gereden op een 5,5 km lange piste. Er staat een prachtig state-of-the-art hotel, de Yas Viceroy met een zwevend dak vol lichtdioden en 12 restaurants, gebouwd over de racebaan heen, zodat je vanuit je hotelsuite de wedstrijd kan volgen.

Het is 33°, maar aangenaam, toch is een boottochtje vanuit de Yacht Marina welkom. Dan rijden we naar het Ferrari World Pretpark met zijn 200 000 m² grote rode dak. Het bevat o.m. de snelste achtbaan ter wereld (van 0 tot 217 km/uur in 2,5 seconden, liefhebbers?) de G-Force attractie en uiteraard allerlei Ferrarimodellen. Het complex zit vervat in een grote shopping mall met overal leuke bijzonder versierde auto’s.

Malls zijn hier de bruisende ontmoetingsplaatsen, koel, vol drink-, hap- en eetgelegenheden en winkels natuurlijk. Opmerkelijk, overal zijn hier de top- en luxemerken hardnekkig aanwezig met soms duizelingwekkende producten (en prijzen)… En ze zitten vol attracties. In de Mall of the Emirates b.v. kan je schaatsen, zelfs skiën.

Terugkerend zien we in de verte op het opgespoten eiland Saadiyat de site waar binnen vijf dagen Macron het Louvre opent. Het bouwwerk, met een soort zwevende koepel, heeft een kostprijs van 108 miljoen euro. 525 miljoen Amerikaanse dollar werd betaald voor het gebruik van de naam ‘Louvre’ alleen al en 747 miljoen dollar voor kunstleningen en speciale tentoonstellingen. Ook Frank Gehry is bezig aan een nieuw Guggenheim. Je kan dus stellen dat Abu Dhabi inzet op cultuur en sport en Dubai eerder op (spektakel)architectuur.

We gaan naar de Sheikh Zayed Grand Mosque, een van de betoverendste en grootste moskeeën in de wereld. Sneeuwwit en vol glanzende en glorieuze koepels en minaretten met binnenin een 5 600 m² groot tapijt door 1 200 vrouwen met de hand geknoopt, kroonluchters van 10 op 15 m met meer dan een miljoen kristallen, daarmee de grootste Swarovski luchter ter wereld, prachtige muur- en pilaardecoraties en sierlijk ingelegd vloeren.

Hilariteit als de dames een bedekkende soort djellaba of kaftan met kap moeten aandoen. Ook de mannen moeten broeken tot onder de knie dragen en, moeilijk voor ons, handje in handje of affectie tonen mag niet, maar hier en daar zie ik zondaars. Iedereen moet door sluisgebouwen met een metaal- en bagagedetector net zoals op een vliegveld. En ook de schoenen moeten uit. Maar het bezoek laat een overweldigend sprookjesachtige indruk na van pure schoonheid en het loopt er barstensvol bezoekers uit de hele wereld.
De Islam is de staatsgodsdienst maar toch (zeker in Dubai) vrij tolerant met b.v. toch zeven vrouwen in een regering van 29.

Terug in het hotel hebben we een uurtje om ons op te frissen en langs de Corniche rijden we naar het Emirates Palace Hotel, waar staatshoofden en superrijken logeren. Een van de beste hotels ter wereld, pure 1 000 en 1 nacht vol goud en klatergoud, met een prachtige ingang en praaloprit omzoomd met fonteinen en palmen.. Elk stukje groen is hier aangevoerd. Het ligt recht tegenover de Etihad Towers met een restaurant op de 63ste verdieping en een 360° view. Niks bijzonders … in de Taratoren draait het restaurant op 126 m. zelfs rond. In de verte zien we de residentie van de opper-emir en dan wacht ons een dinner cruise op een Shuya yacht in de Perzische Golf met de skyline van Abu Dhabi als hoofdacteur.



Bij het buffet hoort water en fris want in de Emiraten is alcohol strikt verboden, al is er hier en daar wel een uitweg. Sommige hotelbars en een uitzonderlijke pub. Ook hier kan wijn besteld worden, al is deze extra wel schromelijk duur.

Terug naar het hotel snakken we naar een biertje. Dus gaan er zes van ons letterlijk ondergronds want, o geluk, naast het hotel is deep down zo’n echte, wat Engelse, kroeg met op allerlei schermen voetbal, baseball en acht bieren op het vat, waaronder Stella en Hoegaarden. Prijzig maar een verlossing na een hete, drukke dag. En dan hebben we zoveel nog niet gezien. Het Valken-hospitaal (de valk is het symbooldier hier) de oasestad Al Ain, de Heritage Village, kamelenraces…

ZATERDAG

We gaan al weer vroeg op weg naart het multiculturele Dubai, met zijn 680 hotels, zo’n twee uurtjes rijden. We passeren de site waar in 2020 de wereldexpo zal plaatsvinden. Ook hier worden duizelingwekkende infrastructuren uit de grond gestampt en de records en getallen slaan ons weer om de oren. Er worden 30 miljoen bezoekers verwacht. Het thema is “Future”. Kijk eens aan…

Onze drink- en plaspauze gebeurt op een originele stopplaats met allerlei kleurige en aangeklede foodtrucks en met overal oldtimers. Helemaal de sfeer van de 50’s, route 66 en andere Americana. Je kan er de heerlijkste, verse fruitsapcombinaties, smoothies en allerlei wereldkeukenhapjes bekomen. Even een andere sfeer toch.

Wij rijden verder en zien uit het kale woestijngebied Dubai opduiken. De autostrade wordt breder en breder (soms tot acht rijvakken!). Het verkeer wordt steeds drukker (de files hier duren in het spitsuur twee tot drie uur, elke dag). Tja, met zo’n benzineprijs… Al is er ook een metro (een half miljoen mensen per dag). Opeens zitten we tussen de wolkenkrabbers. We zien o.m. een gebouw in de vorm van de Big Ben, later een design frame als een moderne triomfboog, een cirkelvormig gebouw uitgewerkt volgens de principes van de gulden snede, de schuine Capital Gate en de ‘verdraaide’ Infinity toren. De ene al fraaier dan de andere.

Tussen die ontelbare wolkenkrabbers, soms in de gekste vormgeving, belanden we in de enorme Dubai Mall (met 1 621 winkels, kostprijs 20 biljoen dollar, slik) in de wijk Business Bay. Daar staat ook de Burj Khalifa, de hoogste toren ter wereld, en vol architecturale hoogstandjes.
Dubai is het rijk van de creatieve ingenieurs en bouwpromotors en elk gek idee word na verificatie volledig ondersteund door de staat. Mening van een medereiziger: “Dit geeft ons een beeld wat er in dit deel van de wereld allemaal aan het gebeuren is. De boot van nieuwe ontwikkelingen en technische evolutie is hier duidelijk vertrokken, mede door de korte beslissingslijnen, een boot die we in Europa en zeker in België riskeren te missen door onze regelgeving en besluiteloosheid”.

Deze mall is een mega-infrastructuur over diverse verdiepingen vol attracties zoals een reuze-aquarium, een waterval met beelden van duikers, best mooi, enz… De indrukken houden niet op. En overal blingbling en de shops die me zeggen: Dubai. Do.Buy. We gaan dirhams afhalen om straks iets te eten. Er staan wel twaalf pinautomaten naast elkaar, ATM’en als een soort ademhalen.

Allerlei mensensoorten lopen door elkaar, met het meest in het oog springend, de Emirati zelf. Mannen in hagelwitte tunieken en hoofddoek met zwarte band en supergetrimde baarden, de dames perfect koket opgemaakt op hoge hakken en vol gracieuze elegantie behangen met de mooiste juwelen en duurste handtassen over hun hidjab. Wat hier allemaal aan luxe te koop wordt aangeboden, tart de verbeelding.

En dan komen we buiten. Op de terrassen rond een grote vijver staan we voor de Burj Khalifa, 828 m. Nekpijnhoog. We mengen ons in de drukte en eten een kleinigheidje, Anatolia Soujouk en Barba Ganoush. Een echte lokale keuken bestaat hier niet, wel humus in alle soorten, dadels en vijgen en het leunt aan bij de Turkse keuken met veel vlees. Vegetariërs komen aan hun trekken, maar hier is duidelijk nog een lange weg te gaan. Ik die altijd mij onbekende dingen wil proberen, drink een gefermenteerd pikant zwart wortelsapje, maar dat zou ik me na een paar uur ernstig beklagen. Terwijl we eten wordt er een show van de dansende fonteinen opgevoerd (er zijn er 12 verschillende) maar we zullen morgenavond bij valavond met een lichtspektakel erbij, er nog meer van genieten.

We rijden naar de old town Bastakiya en bezoeken er het Heritage House. Een best mooi vormgegeven belevenismuseum met scenische tableaus en uitleg over hoe de Bedoeïenen leefden, de woestijn, de tentenbehuizing, de parelhandelaars, de kameel en de flora en fauna. Helaas krijg ik opeens een vreselijke diarree-aanval. Net op tijd maar een (sorry) spetterend gebeuren. Twee uur lang voel ik me ongemakkelijk en moet nog enkele keren, maar dan is het over. ‘Incident de parcours’ met tak en wortel uitgeroeid.

Dan wandelen we  door de Soeks. Het doet deugd om na die beklemmende artificiële wereld, deze wijk met zijn nauwe straatjes vol kraampjes en kleine winkeltjes en een stuk authenticiteit en “folklore” te beleven zoals we die kennen van de medina’s en de bazars in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Kortom, even afkicken en een tegengewicht na de hoogmis van het groot-kapitalisme.

We stappen op een primitieve abra boot (kost 1 Dirham) en varen op de Creek kanalen (hier liggen de roots van Dubai, ooit een bescheiden vissersdorp) tussen allerlei houten en oude abra’s naar een verdere overkant. Een heerlijk moment dat me wat aan de sfeer van de Mekongrivier doet denken.
Vandaar naar hotel Time Grand Plaza, bagage uitladen, even plonsen in het zwembad op het dak en ons klaarmaken voor een nieuwe uitstap. Een biertje is een expeditie, maar ik doe een vluggertje en vind een hotel met weer zo’n grote donkere sportbar en tientallen schermen, snookertafels en vele bieren op het vat. De eigenaar vertelt me dat Hoegaarden hier het populairste gerstenat is.

Avonduitstap naar de Dubai Marina om vanaf Pier 7 op een Dhow (een traditionele Arabische boot) te dineren omheen de panoramische skyline en letterlijk tussen de fabelachtige
wolkenkrabbers varend naar zee o.m. langsheen het befaamde, kunstmatig aangelegde beroemde Palmeiland. De ontvangst is met rode loper, mooi gedekte tafels en ja, het wordt een onvergetelijke belevenis. Marijke, Veronique, Piet en Annick (uit Maldegem) zijn opnieuw onze tafelgenoten. Marijke: “Ik loop precies in een film rond”. Klopt, het is verrukkelijk indrukwekkend en betoverend. De city lights, de warme avond, die unieke, hoge steeds bijzondere, fraaie torens … wat een avond!

ZONDAG

Güven is onverbiddelijk. We gaan al weer vroeg terug naar het centrum. Nou ja, de kruising van autostrades met al zijn road interchanges, omgeven door hoogbouw is niet bepaald een “centrum”.
Onze eerste stop is de Burj Al Arab, zowat het symbool van Dubai, in de tijd net klaar voor het jaar 2000. We passeren de luchthaven en er wordt al volop een tweede gebouwd, beiden vlakbij het centrum (hallo Zaventemproblemen?).

Alles begon hier met petroleum, vandaar de rijkdom. 88% van de bevolking (op 2,5 miljoen inwoners). Zijn buitenlanders, vooral Indiërs, Pakistani en Filipino’s, die als (relatief) goedkope arbeidskrachten (expats) werken in door hen zelf gekozen omstandigheden. Waaronder vooral bouwvakkers. Of bijzondere jobs zoals ruitenwassers, meestal, bijna voorspelbaar… Nepalezen. Maar goed. Het hoeft geen betoog dat de bouwsector hier industrietak nr. 1 is. Waar 40 jaar terug enkel woestijn was, vallen deze bouwresultaten niet te schatten. Maar olie is eindig, vandaar dat de Emirati zich volledig gooien op investeringen, waarbij zij al tientallen jaren voorliggen op ons. Er bestaat ook geen misdaad of verwaarloosbaar en het is proper. Zie ook Singapore. Maar het is simpel. Wie kritiek heeft, protesteert of tegenwerkt, die wordt het land uitgezet en komt nooit meer terug. Emirati zelf zijn “met een pensioen geboren”, hoeven niks meer te doen en zijn in alles bevoorrecht.

Sheik Moh Bin Rashid in ’95: “I am a leader and I have visions, I watch, I read faces, I take visions and move full throttle”.
Zelfs tegen de enorme energieverspilling staan stilaan ook gevorderde ecologische oplossingen zoals Masdar van Sir Norman Foster. Maar het houdt niet op. Projecten op komst: een “palmeiland (eigenlijk archipel) in de vorm van de wereldkaart “The World” en nog twee palmeilanden.

De Durj Al Arab met zijn iconische vormgeving als een zeilschip is een tophotel 5+2=7 sterren, de Sky View Bar, het heliplatform, het duurste hotel ter wereld. Sommige suites kosten 30 000 euro per nacht! Ze claimen er ook dat elk artikel op de wereld bij wens kan gevlogen en geleverd worden binnen de 12 uur. Dus alle gekke grilletjes zijn hier bevredigbaar.

We nemen foto’s van Jumeira Beach (+- 3km) strand. Het is echt heet nu. 34 graden, en ze zeggen dat het hier in de zomer tot 60 graden kan oplopen. Dan is buitenkomen onleefbaar en ik denk aan de energiefactuur alleen al van alle airco hier.

We passeren nog zo’n superhotel, de Jumeira Al Qasr. Buiten staan beelden van gouden, dartelende paarden. Dan doemt het fameuze eiland Dubai Palm op, dat een heel andere dimensie geeft aan het woord ‘palmeiland’. Volledig opgespoten en een huzarenstukje dat onze Belgische baggeraars DEME en Jan De Nul geen windeieren heeft gelegd. Het is nog groter dan ik dacht, maar een echt goed “overzicht” is moeilijk te vinden. We gaan in het begin zelfs een tunnel in om helemaal op het einde (5 km in zee) vlakbij het dominerende prachtige hotel Atlantis weer boven te komen. Uiteindelijk gaan we ook dit indrukwekkende complex bezoeken. Een van de attracties hier is weer het enorme aquarium “Lost Chambers” vol tropische kleurrijke vissen van alle soorten en scenografische setting. Je mag er zelfs in snorkelen of duiken.

Terug in het hotel is er oef, eindelijk wat tijd. Ik ga wat zonnen en zwemmen. Een biertje of alcohol kan weer niet, wat een standing joke wordt. Marijke: “Straks ga ik nog raar beginnen doen”.
De sfeer in ons groepje Vlamingen is bijzonder aangenaam en iedereen praat met iedereen. Vanavond gaat iedereen zich op zijn “chicst” kleden want we zullen eindigen in de Sky Lounge van het Burj Al Arab tijdens onze Dubay by Night. We krijgen daar dan twee cocktails (eentje van het huis en een naar keus) maar er heerst dus een strikte dress code. Wat wil je voor het duurste hotel ter wereld (7 sterren)?

Nu eerst terug naar de Dubai Mall waar we een plaatsje bemachtigen in het Jones Café, met het beste uitzicht op de dansende fonteinen onder de Burj Khalifa. We bestellen eten en water en genieten drie maal van een show (1 op ‘Con Te Partiro’, 1 op ‘Skyfall’ en 1 op ‘iets Oosters’). De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. Er wordt gefotografeerd en gevideoot bij het leven. Er is een massa volk en de hele setting is betoverend terwijl het donker wordt en natuurlijk die imponerende hoogste toren.

Tijd om het te bestijgen. Daar komt een enorme organisatie bij kijken met veel people traffic control, identiteits- en bagagechecks, een lang parcours om dan aan te schuiven bij eén van de liften die in nauwelijks een minuut, met op alle wanden audiovisueel spektakel, ons naar de 125ste verdieping (er zijn er 163) brengt. Alles wat we zien over de bouw en de consequenties van dit gebouw is duizelingwekkend, alsook het zicht over Dubai by night van zo hoog. Weer een WAW-belevenis.

De Durj Khalifa: 10 000 mensen wonen er, er zijn 54 liften (de snelste 65km/u) het heeft een verbruik van één miljoen water (cf. een kleine stad bij ons) 100 00 ton koelvloeistof per uur, 22 miljoen werkuren, 300 000m³ beton.


Onder de indruk gaan we op de bus naar die andere Burj, de Burj Al Arab. Het interieur is verpletterend, wat een ervaring, overal goud, marmer en versmachtende rijkdom dat ons van de sokken blaast. Ik hoor dat de ‘goudsoek’ in Dubai 400 winkels telt. Sippend aan een cocktail in de Sky Lounge verkijken we ons op de rijken der aarde want wij, gewone stervelingen kunnen hier normaal niet komen en deze exclusiviteit werd enkel door onze lokale DMC bekomen (allicht tegen een serieuze prijs). En dan buiten staan de Rolls Royces en andere Bentleys. Wat je hier aan dure wagens bijeen ziet, tart de verbeelding. Bepaalde wagens kosten tot een miljoen en een nummerplaat met een cijfer binnen de 20 zelfs nog een veelvoud daarvan. Prestige, prestige, indruk maken, dat is waar het hier om draait. Geld. Kapitaal. Rijkdom.

Na de olie wordt nu ingezet op investeringen. Wie kent van Dubai (de grootte van Oost en West-Vlaanderen?) niet Fly Emirates en de voetbalploegen in hun handen of als hoofdsponsor: Real Madrid, AC Milan, PSG, Arsenal. En van Abu Dhabi, de airline Etihad en de voetbalploegen Manchester City en New York City FC.

Pompaf duiken we na middernacht in ons bed. Morgen de laatste twee dagen relax. Eindelijk.

MAANDAG

Op het programma een rondje product demo’s die we moeten doorbijten, maar voor zo’n excursie wel de prijs helpen drukken. Een superprofessionele tapijtendemonstratie met werkstukken vol ongelofelijke kunstige patronen. Leerrijk maar wie wil nog een tapijt? Dan edelstenen en sieraden. Ik doe er mijn vrouwtje schitterende oorringen cadeau maar mijn portefeuille kreunt. Dan prachtige lederwaren (van lam, kalf, schaap) voornamelijk jassen. Weer superprofessionele verkopers waartegen je weerwerk moet bieden.

Met onze bus rijden we door het Emiraat Sharjah, een erg moslimgerichte cultuur zichtbaar in de ontelbare overal opdoemende moskeetjes. Veel eenvoudiger en zowat het verblijf van de gewone man die de dure appartementen in Dubai niet kan betalen en er per auto elke dag gaat werken (en in de file staat). Hier moet je niet roepen als oplossing “iedereen op de fiets”, ik heb er de hele trip maar twee gezien. Toch een weeffout. Je kan het een verdienste noemen om vanuit het niets en in een pure droge woestijn in 40 jaar tijd deze duizelingwekkende steden en infrastructuren te bouwen, maar hier werd niet aan gedacht. Toch lossen ze alle problemen op, denk aan watervoorziening, staal- en betonproductie en alles, maar dan ook alles, moet hier ingevoerd worden! En denk alleen al wat het betekent om op zo’n losse zandgrond vreselijk diepe funderingen te moeten gieten.

Dan komen we in het Emiraat Ajman waar ons een luxeresort wacht, de Fairmont Ajman. Moderne elegantie, vijf verschillende restaurants, twee cafés waar je ook enorme waterpijpen kan roken en je eigen rookmengsel samenstellen. Het ontbijtbuffet is een eindeloze orgie van specialiteiten en zowat alles dat gegeten wordt qua ontbijt in de hele wereld, met show cooking stations Aziatisch, Arabisch, Japans en noem maar op……

Omdat ik goed bekend ben met de geplogenheden van de reisindustrie en mijn weg ken na een leven in het internationaal toerisme, was ik er in geslaagd een upgrade te bekomen voor een kamer met zeezicht.

Terwijl iedereen al lang ingecheckt was, blijkt die van ons nog niet klaar, een uur later zelfs nog geen ander alternatief. Teneinde raad besluit het management ons een upgrade van de upgrade te geven. Dit resulteert in een stateroom met frontaal zeezicht, luxe canapés en een balkon met buiten eettafel voor zes een living met zithoek voor tien personen, nog een eettafel voor zes, twee toiletten, een mooie slaapkamer met nog eens een balkon met zeezicht en een grote jacuzzi, inloopdouche en twee prachtige wastafels en uiteraard overal de nodige voorzieningen. Niet dat dit zo belangrijk is. We zijn hier ook maar twee nachtjes, maar een kers op de taart, ’t zal wel zijn.

We lunchen bij het zwembad met bar, waar je ook in het zwembad aan de toog kan zitten en vallen prompt nadien in een lange siëstaslaap. Nadien gaan we heerlijk buiten aperitieven, om dan in resto Kiyi in Ottomaanse sfeer een Turks maal te verorberen dat we niet eens voor de helft op kunnen.

DINSDAG

De faciliteiten, diverse bars, zwembad en zon vormen de ingrediënten van een dag uitrusten en genieten. Hoewel de meeste anderen nog een jeepsafari doen. Maar dat deed ik al ooit, maar dan wel zonder het met lege banden surfen over de duinen… Mijn rug lijkt opgelucht.

WOENSDAG/ DONDERDAG

Vanavond vertrekt onze vlucht pas na 01u30. Tegen de middag moeten we uitchecken, al stelt het hotel tot ’s avonds nog wat accommodatiefaciliteiten ter beschikking. Van reception girl Fiona, een iconisch “Chinees” poppemieke, kunnen we voor een prijsje bekomen dat we tot 18 uur in de kamer mogen blijven. Dat komt goed uit. Mijn rug moet horizontaal dringend recupereren als ik een nacht rechtop zittend zal moeten vliegen.

Na twee en een halfuur bereiken we de luchthaven. Het wordt een nacht met obligaat aanschuiven en allerlei controles, wachten en als we rond 2u30 in de lucht zijn, wil iedereen slapen. Maar komen ze rond met eten, tja. Rond 6 uur zijn we in Istanboel Atatürk en rond 11 uur in Zaventem waar het shuttlebusje ons naar de goedkope veraf-parking brengt.

EPILOOG

Dat deze reisbestemming verbijstert, dat begrijpt u. En de vragen? Ja die vragen. Die hebt u allicht…

En dan nog dit. Mijn dank gaat naar een supergids. Güven was een reisbegeleider, attent, beschikbaar, vriendelijk, informatief, maar dat zou normaal moeten zijn. Een enthousiaste verhalenverteller, een infotainer die je op sleeptouw neemt en het verhaal achter de feiten kan duiden, dat is van onschatbare meerwaarde!

©WimVanBesien 2017, dit artikel is auteursrechterlijk en intellectueel beschermd.
Meer foto’s van deze reis op Flickr

vrijdag 11 november 2016

Jambo Zanzibar

Jambo Zanzibar!

Om 4 uur 's nachts is het hallucinant te zien hoeveel karavanen mensen met valiezen van overal de vroegere kiss and ridezone van Brussels Airport betreden. Allemaal door de trechter van de gekanaliseerde tent met pre-luchthavencontrole. Zwaarbewapende militairen kijken toe. Zowat iedereen mag zonder bagagecheck door, tenzij je er verdacht, lees moslimachtig, uitziet. De vlucht naar Zanzibar om 6.20 uur is in een 737, elf uur vliegen incl. een uurtje technische stop (tanken en crew change) zonder het vliegtuig te verlaten in Hurghada, Egypte...

Adembenemend om lang enkel over geel en bruin woestijnzand te vliegen dat zich later zonder spoor van beschaving in zee stort. Geel wordt turquoise, dan licht- naar donkerblauw vol eilandjes, kale zandbanken boven water. Deel twee, nog eens vijf uur, heeft zijn hoogtepunt als we de Nijl volgen en boven Luxor vliegen tot Aswan. Dan verder over Khartoum, Addis Abeba, Lake Victoria, de
Kilimanjaro, een massief stuk zwart met relatief weinig sneeuw dat boven de wolken uitsteekt, Nairobi... met arrival 19.00 uur plaatselijk. Dan na een chaotische heksenketel waar niemand weet wat en hoe, papieren invullen, visum betalen 50$, uitgebreide controles met registratie van al je vingerafdrukken en fotoshoot, snel nog twintig minuutjes taxi (13$) naar Zanzibar City, meer bepaald Stone Town, de krioelende en fascinerende Unesco erfgoedstad.

Introduction

Zanzibar is Hakuna Matata. Zanzibar is Afrika ontmoet het Oosten.

Ook in de onfraaie geschiedenis van Sultans en slavendrijverij. Zanzibar was er de draaischijf en de markt van. De kruising van de twee culturen is quintessentially Zanzibar. Mooi en lelijk. Volk, ras en kleur. Fauna en flora. Een wereld apart.

Zenji means...

We verblijven in Zenji hotel van een Hollands/Zanzibar stel Anneloes en Mani (kort voor Suleihman). Een goedkoop bescheiden pand met weinig faciliteiten. Eerst door een kaal stukje restaurant, wat souvenirs en dan door een gang een bureautje binnen, de receptie.
Jeffrey, een graatmagere Eddie Murphykloon, begroet ons uitbundig expressief, legt alles uit, soms moeilijk verstaanbaar en als we iets onverwachts vragen, blijkt meermaals dat hij wat anders begrepen heeft. Net zoals straks overal. Maar telkens ik hem voorbij kom, is het een enthousiast heftig handen schudden.

Het is de filosofie van Zenji, kansen bieden aan mensen om te leren en enkel werken met eigen
producten. Opgeleiden hebben die kans al. Meer over deze edele kijk op zenjifoundation.com. ‘Zenji’ is de oude Perzische benaming voor de oorspronkelijke zwarte bevolking. ‘Bar’ zou voor kust staan. Vandaar Zanzibar. Maar de sympathieke fouten en misverstanden zijn hier niet te tellen. Net zoals gegarandeerd verloren lopen, het tekort aan aanduidingen, bewegwijzering of het totaal gebrek aan verkeersreglementen. Maar... that’s part of the fun, moet je denken. Wie anders denkt, moet maar naar Benidorm.

Maar het leidt tot grappige toestanden. Ik vroeg of ze iets van ons kunnen bewaren in hun koelkast. De idee was gekoeld bier, indien vindbaar, want moslimland. Jeffrey: “Like?” Ik: “Huh, something we might buy”. Hij: “Such like... a fish?” Bij het presenteren van de kamer: “This is a room with an airco that works”.

We aten er een paar keer een snelle hap. Nooit kregen we, noch hadden ze, wat we bestelden, buiten die simpele veggie curry. No problem, hakuna matata. Ja, het van The Lion King bekende Swahili songzinnetje voor ‘geen zorgen’, ‘wind je niet op’ is zowat de strijdkreet hier.

Maar toch, neem de laatste dag. Hilarisch. Nella koopt er in het miniboetiekje, een Afrikaans gedecoreerde lamp voor ons pas samenwonende dochter. Maar ze wil het in een wat cadeauachtige verpakking refererend naar het hotel. Niemand begrijpt het. Eigenaar Mani komt erbij. Gelukkig, want we vragen een test en het functioneert aanvankelijk niet. Nadien zegt hij onze pakjeswens te zullen doorgeven. We wachten een half uur, komen ze aan met een soort postpakket van een kraan in een kartonnen doos vastgemaakt met snelbinders. We geven het op. Wanneer we inpakken, besluit Nella die veel te grote doos te elimineren en de lamp tussen de kleren te stoppen. Om te ontdekken dat daarin effectief die waterkraan zit... Stel je voor...

Terug naar de romantiek.
Slapen onder een helikopter in een sprookjesachtig 1001-nacht ebbenhouten bed met sierlijk samengebonden muskietengaas en vaalgele koloniaal aandoende, zwakke lichtjes, het heeft iets... Naast het toilet bevindt zich een darmpje met waterknop, oorspronkelijk omdat bepaalde Arabieren geen wc-papier gebruiken, maar nu handig voor de schoonmaak. De hoge bedden herinneren aan de koloniale tijd toen daar massieve hutkoffers onder stonden.

Hoewel. Na drie dagen lekkend zweet van borst, rug, gelaat... ondanks die koffiemolen in het zwerk, zien we... wat is dat daarboven? Hé, dat ziet er een airconditioning uit. Tiens, hier ligt een afstandsbediening. Airco for dummies, maar alles wordt leefbaarder...

Receptionist Chris die later massa’s foto’s en selfies met me maakt, gaat altijd enthousiast door het lint. “Mister Wiiiim!”, stevige hand shake, schoudergeklop. Alle dagen zit er hier allerlei volk rond te hangen, geen idee wat ze er doen. Maar ik blijk populair. Wat een beetje happiness, levensvreugde en zotdoenerij al niet vermag. Let’s remain jolly. Ze lachen zich een breuk met mijn onnozeliteiten, ze zitten er gewoon op te wachten. “Mister Wiiim, you awl crazy mèn”

Day time, twilight, sunset, night

Om 5 uur 's ochtends hoor je de gezongen gebedsoproep, waar ik ondanks ontwakend morgenlicht
- we zitten dicht bij de evenaar, dus elke dag licht van +- 6.30 tot 18.30 uur- lekker half wakker doorheen snooze, ondanks het vibrerende stijgende straatkabaal...

Het roof top café, oef windje, is een bevrijding en bijna een voorwaarde om te profiteren van een verblijf in deze stad. De meeste restaurants hebben dat. Soms met panoramisch uitzicht over zee of daken en braakafval. Daar nemen we ook het ontbijt.

Breakfast is het minimum minimorum, maar ik stel me tevreden met het heerlijke hibiscus sap of de mango-met-iets-sap, de dagelijkse schijf watermeloen, minibanaan en ananas/papaya, een heerlijke espresso, dat wel, en wat toast.

Karibu Stone Town

Central market is een wervelstorm van indrukken. Indrukwekkend lange bananen en allerlei
mogelijke vruchten, te koop aangeboden in stapeltjes. Kleurrijke gesluierde tot gedrapeerde dames en de, je constant aansprekende locals, maken het tot een feest voor oog, oor en neus. Nou ja, als je de fish market of de meat market bezoekt, dan heb je een sterke maag nodig. Wat daar aan slordig kapotgerukte kadavers, zal ik het maar noemen, ligt, is niet bevorderlijk voor de appetijt, vooral niet op die vuile stenen, tja betonbakken, vol vliegen. En dan, zoals overal in de stad, ligt men in de onmogelijkste houdingen op de onmogelijkste plaatsen te slapen, te soezen, te knikkebollen, desnoods vlak naast een gehalveerde dikke tonijn of stukken vlees aan been. Later op weg naar de Anglican cathedral en de historische slavenmarkt (gruwelijke tijden moeten dat geweest zijn, pure onmenselijkheid) hebben we de kronkelstraatjes waar letterlijk iedereen “Karibu!” zegt, “Welcome!” (to my shop).

Djambo, hallo! En als wij westerlingen toch altijd wat gestresseerder lijken dan de inwoners: pole, pole, kalm aan. En ook de Hakuna matata’s zijn niet van de lucht. En best veel smiles als je contact hebt, al is er werk voor een legertje tandartsen…

Sommige moslimvrouwen zijn zelfs erg koket met hoofddoeken vol glittertjes en pareltjes en

verrassende djellaba’s. Anderen paraderen fier, toch helemaal anders dan in Arabische landen. Al vind je er ook de in zwart ingepakte soort en geüniformeerde moslimkinderen, al hebben die iets schattigs samen. Geen boerka’s, geen boerkini’s. De inboorlingen hier zijn over het algemeen slank tot mager, wel allemaal erg klein van postuur. Bijna geen “fwat momma’s” dus. Maar na een tijd ontdek je binnen die Afrikaanse populatie toch etnische verscheidenheden. Dus dit lijkt een diffuse en meerduidige samenleving die harmonieuze tolerantie voorstaat. Een voorbeeld.

De ‘papasi’ zijn wel vervelend. Hun truc is gewoon tegen je beginnen praten, hier heb je... daar is er... Ignoreren of duidelijk zeggen: no service needed, we will never pay. Tja. Eruitzien alsof je verloren bent of niet weet wat je wil binnen die overvloed van impulsen, werkt als een magneet op Zanzibarezen die dan op je afkomen. Helaas is dat moeilijk, want je bent sowieso verloren en overdonderd, dus niet evident.
waardoor ze, als ze dat lang volhouden, geld kunnen vragen voor hun ‘service’. Of commissie bij waar ze je brengen. Hoewel de mensen fundamenteel vriendelijk, vrij beleefd en behulpzaam zijn, is het toch moeilijk om ze te onderscheiden van degenen die er een slaatje uit proberen te slaan en dat is in de binnenstad zowat iedereen.

Bepaalde huizen zijn betoverend met hoge houten trappen, wat balustrades en balkons en dan, die hoge, wat lompe en toch elegant gedecoreerde sprookjesbedden. Maar tussenin helaas veel afvalplekken, ruïneachtige leegtes, golfplaten en bouwbereddering en dan opeens... een deur, wat een deur. Een fascinerend zware poort bijna in massief donkerbruinzwart hout met uitgekerfde versieringen en soms indrukwekkende koperen spijkers en ornamenten. Daar hebben ze hier een patent op. Een beetje fotograaf kan hier op dit aspect alleen, enkele dagen loose gaan. En je wil telkens roepen: “Sesam open u”. Het effect van een kruising tussen Indisch, Arabisch en Afrikaans lijkt de essentie van deze cultuur. Ook opvallend, nergens honden maar overal kleine, wit-beige poesjes. Raar.

Hoewel een van de veiligste steden van Afrika, (betrapping op beroving of stelen is een risico op gelyncht worden) zijn er toch de traditionele afzettrucjes. Afdingen is hier een keihard spel dat je moet spelen, net als het overzicht bewaren. In elke reisgids staat dat je sowieso verloren zal lopen in de oude stad. Niet met deze door azimut, kompas en stafkaart getrainde ex-scout met zijn – eigen lof stinkt- sterk oriëntatie vermogen. Quod non. Het klopt absoluut. Ook de stadsplannetjes zijn zowat waardeloos tot soms compleet fout.

We zien verder the Old Dispensary, the Old Custom House en the Big Tree, een uitzonderlijk wijd uitgespreide Indische banyanboom. Verder, the Palace Museum (Beit al-Sahel) huis van diverse
sultans, waar we worden ingewijd in de geschiedenis van de voortschrijdende levens- en woonstijl van die Arabische heersers. Een Ali Babagevoel. De man die naast de kassa stond en ons spontaan begint te gidsen, blijkt natuurlijk niet een onderdeel van de ticketprijs te zijn. Maar we laten het zo en op het einde geven we hem een dollar. Sim sala bim.

Forodhani Gardens wordt gedomineerd door landmark The House of Wonders (Beit al-Ajaib), een koloniale structuur vol balkons en met een clocktower en twee kanonnen ervoor. Nu nationaal een belangrijk museum voor geschiedenis en cultuur. En met ernaast het oude Omani Fort (Ngome Kongwe).
Het park ligt centraal langs the waterfront en is een oase van rust na de souksachtige belevenis in het
wirwarlabyrint van de binnenstad. ’s Avonds verandert het in een drukke, onderbelichte avondlijke streetfood market met een ongelooflijk groot aanbod van zowat alles dat op een stokje kan. Zeevruchten, kip, vlees, allerlei onherkenbaars. Men moet telkens uitleggen wat het is. Niet evident in deze donkerte. We herkennen alleen octopus. Verder lookbroden en chapati’s. Het is een bijzonder attractief, uniek gebeuren, waar je naar elk standje geronseld wordt als toerist. En het is natuurlijk onmogelijk er niet uit te zien als een toerist.

Helaas evolueert het naar een tourist ripp-off. Inboorlingen en bezoekers mengelen zich probleemloos in deze krioelende sfeer, maar wij Westerlingen betalen beslist meer. Elk stukje aangeduid is voorgebakken en heeft een absurd lage prijs in Tsh (Tanzaniaanse shilling). Alles wordt dan op een bordje gegooid en op de BBQ weer opgewarmd. Je moet vooraf niet betalen, zeggen ze. En… geen probleem, we regelen dat straks wel. Je gaat ergens zitten rommelen met papieren borden en plastic mes en vork, en nadien word je getrakteerd op een abnormaal hoge prijs. Begin er maar aan. Wij deden het anders. Toen onze food eraan kwam, vroegen we de prijs voor het in ontvangst nemen, wat niet hun bedoeling bleek. Maar we zagen hoe twee Zweedse dames niet wisten wat doen, nadat ze hoorden 49 000 shilling voor wat misschien hoogstens 10 000 mocht zijn. Geen idee hoe het afliep.

Bij ons ging het zo. Het laatste bod voor twee volgeladen porties wilden ze nog absoluut 35 000 Tsh krijgen. Je moet weten dat een gemiddelde lekkere curry met vlees of vis en groenten, of een degelijk hoofdgerecht in een deftig restaurant, niet over de 20 000 Tsh gaat, zowat 10$ (9€) en deze markt als officieel lokmiddel de superlage prijs heeft. We argumenteren licht verontwaardigd over en weer. Ondertussen komen er allerlei ‘specialisten’ bij. We maken duidelijk dat we niet meer dan 30 000 willen geven, tellen de briefjes tweemaal en stoppen het hen toe. Wat verwarring en dan zegt de ontvanger: ja maar, het moet 30 000 zijn en niet 25 000. Hij toont het ons natellend. Aha. De truc met de duif. Met alle Chinezen maar niet met den dezen. Ik zeg: dat briefje zit al in je zak of bij een vriend; we pakken onze plat en wandelen weg. Niemand komt ons na. Nadien ontdekken we dat het meeste voedsel, zogezegd onder stukken chapati, er niet op liggen.

Andere en betere avond. Een bescheiden hoogtepunt is de tropical sunset vanaf het dakterras van The
Africa House, een heerlijke mengeling van Arabische invloeden en Zanzibarese toepassingen. De ebbenhouten kisten met koperen versieringen zijn pure Ali Baba-achtige meesterwerken. Als oudste Engelse club in Oost-Afrika voel je hier nog de spirit van het koloniale Old Albion. Beelden van Britse puntsnordiplomaten, lords die gin-tonics drinkend bridgen, cricketen, golfen, hockeyen of tennissen, met biljarthal, bibliotheek, clubzetels en rooksalon.

De laatste dag spenderen we aan lezen, schrijven, inpakken. Het regent ook een aantal uur vrij heftig. November is het ‘klein’ regenseizoen. We gaan lekker eten in het mooie historische pand The House of Spices, wel moeilijk te vinden in de smalle Stone Town steegjes en straatjes waar zelfs geen auto tussen kan. Het beklemmendste is, er weer uitgeraken vanwege het totaal ontbreken van straat- noch andere verlichting...

The Tea House (Emerson on Hurumzi)

Schitterend (letterlijk) hoogtepunt. Verdoken in de wirwar achter de House of Wonders bevindt zich
dit hotel met restaurant The Tea House. Authentiek koloniaal, fantastische, bijna ceremoniale slaapkamers met indrukwekkende bedden en ingericht met fijn houtwerk, arabesken en veelkleurige gordijntjes en antieken zetels, zelfs met een bad in de vloer half in de buitenlucht. Overal balustrades, bloemen en prachtig. Het toilet sluit je met een zware schuifbalk bijna zoals een middeleeuws kasteel.

De trappen zijn zwaar en hoog en uitputtend. Op het dak vierhoog uittorent boven de stad, met 360° zicht over Stone Town, de haven en de zee en de eilandjes in de verte. Het is schoenen uit en op tapijten tegen lage kussentjes op de vloer zitten aan lage tafeltjes. Een compleet Perzisch interieur. Dit is echt “dépayser”. Het panorama omvat moskee minaretten (voor de rest zijn die vijftigtal islamgebedshuizen onzichtbaar) een hindoetempel, een kerk, en overal het klagerig overkomende korangezang door luidsprekers. Maar wat een bakken sfeer.
Er zit een flinke bries, en even regent het. Alles is open aan de zijkanten, geen nood, zeilflappen worden een tijdje naar beneden gerold. De bediening is top met zwarte kelners in lange gewaden die alles uitleggen, onze handen laten wassen uit een kan met heerlijk rozenwater. Ik eet er de lekkerste veggieburger ooit en Nella tijgergarnalen met ananas van de grill en pilaurijst en groenten. Onvergetelijk.

On the beach

Ik kijk vanop een ligstoel van Tembo hotel uit over laagtij en talloze bootjes met namen zoals Blue
Wave, Red Monkey, Equator, Kisa Nini, Jambo, en - nu gaat het achteruit - Gladiator en... Facebook.com, Ladies Free en Mr. Bean. Simpele, smalle vervallen lange sloepen met holle kap, rudimentaire houten banken, die bij eb op het strand liggen. Wel sierlijk zijn de Dhows die bij valavond en zonsondergang met hun sierlijk uitgerekt driehoekig zeil, fotogenieke Afrikaanse romantiek uitstralen.

Ik bestel een Kilimanjaro, het beste bier hier, beter dan Safari en Serengeti, maar allen pils. Voor wie graag alcohol lust (de verleiding van fruitcocktails met een shot whatever is groot) is het hier een bezoeking. Zelfs de meest westerse hotelketens passen deze moslimregel toe. Enkelen vegen ze feestelijk aan hun laars, maar nergens kan je het te weten komen, tenzij ter plaatse zelf. Strandbar The Livingstone (naar de hier aangespoelde bekende Schotse ontdekkingsreiziger) zet dan ook meer bier om dan gelijk waar elders. Ondanks de Westerlingen, ik verkies altijd een 'lokale' sfeer, is het best een heerlijke plek, vooral dankzij de schaduwrijke mkungubomen met grote, heerlijk trosachtige dikke blaren. Ik kom er de enige Belgen in een week tegen: een groep van 14, bijna allen singels, die drie weken via Joker vooral minder bekende Afrikaanse reservaten deden.
Maar eten wil ik hier niet. Ik wil curry’s en inheems voedsel en geen variaties op westers fastfood, al is er -ere wie ere toekomt- geen enkele internationale, noch andere fastfoodtent te vinden in Zanzibar. Pluim!

Er lopen natuurlijk best wat strandleurders rond, met plastieken zonnebrillen, foulards of sarongs, kralen en pseudo koraalsieraden, maar ze zien duidelijk dat wie hier zit, er al enkele dagen verblijft. Het verschil zit er hem in ‘verse’ toeristen te vinden, want ze weten ook dat na twee dagen het vet van de soep is, vanwege honderden keren benaderd voor hun beurt. Hakuna matata blijft de uitroep om aandacht te trekken, die je overal hoort. Zou de Disneyheritage dat geweten hebben toen ze de gelijknamige song beroemd maakten? Al wordt het pijnlijk als een half tandeloze, haveloos uitziende rastagrijsaard met lange sikbaard ons, na zijn aanbod van miserabele kralenkettingetjes, meteen trakteert op deze reactie: “You don't want to buy my things, despite my misery. It is because I'm black. I am poor, so you don't want me”. Natuurlijk ben ik even van mijn melk, tot ik hetzelfde refrein hoor tegen enkele Polen,enkele tafels verder.

Zoals ik de laatste jaren a propos overal merk: de Oost-Europeanen zijn aan een serieuze inhaalbeweging bezig.
Vanaf 5 uur komen de local boys naar buiten aan de vloedlijn. Zoals overal ter wereld proberen ze elkaar te overtreffen in prestaties. Het op handen lopen en de dubbele salto's met aanloop van strand naar zee met stuntsprong in de branding zijn sensationeel. Met allerlei variaties proberen deze gespierde atletische zwarte jongens elkaar te overtreffen.

Diverse mensentypes flaneren voorbij. De Masai zijn de mooiste, zeker in hun traditionele jurk met lange dolk aan de zij. Ze zijn lang, slank, kijken en lopen uitermate fier.

Bij zonsondergang hangen er honderden kleine vogeltjes in de hibiscusbomen te kwetteren en sjilpen dat het een lieve lust is. Heerlijk.

Tourists for Tortoises

De boottocht naar Prison Island met onze ‘capten’ Tom is verfrissend, iets meer dan een halfuur
varen. We bezoeken natuurlijk eerst de reuzenschildpadden, geven ze te eten, vermijden de drollen, zien ze paren wat wat lullige geluiden met zich meebrengt. En, heu, niet erg lang duurt. Hun geschiedenis als bedreigde diersoort is ontroerend. Ooit waren er hier een paar duizenden en toch slaagde men erin om er honderden te komen stelen voor hun schelp. In tempore non suspecto (1983) at ik in Belize eens een reuze turtle steak voor 1 $. Verrassend lekker. Nu schaam ik me bij de gedachte. Deze tortoises zijn, na die op de Galapagos, de grootste ter wereld, enkel hier te vinden en ze worden normaal zo’n 100 jaar oud. We zien hun eieren, hun pasgeboren babyturteltjes.

Dan gaat het naar de gevangenis, die dat nooit werd, wel een quarantainekamp voor gele koortsgevallen. En dan via die enorme slip wit poederzandstrand de boot weer in om verder bij de koralen te gaan snorkelen. Altijd een belevenis, de soorten koraal, de dieptes en hoogteverschillen en die steeds betoverende altijd maar anders veelkleurige tropische visjes. Het blijft een fascinerende wereld onder de waterlijn in exotische streken. Even komen ze tot vlak onder mijn buik. Ik grijp naar een mooi stuk koraal en het breekt af. Ik neem het mee, al is het allicht verboden. Hoe dan ook, na eindeloos wassen en verpakt in lagen plastiekfolie blijft het erg stinken. By bye koraaltje.
Nadien op zoek naar lunch worden we wel tien keer aangesproken. “Hi, I’m capten, I have boat. Wanna go to Prison Island?” Tot we bijna in koor antwoorden: “We come FROM Prison Island! We are freeeee.”

Spicy, rocky daytrip

Ik stel een trip samen dat het element spice tour, de must-do-excursie hier, combineert met een rit

naar de Oostkust waar we, al weken voordien boekten in het uitzonderlijk merkwaardige restaurant The Rock. Uitleggen hoe bijzonder deze rots is met zijn trap naar het enig gebouwtje dat net die door de zee ingevreten stuk rots omvat, kan beter door gewoon naar foto’s te kijken. Zowel uniek bij laag- als bij hoogwater.

Maar eerst the spicy bit. We leren van alles over kruiden en specerijen. Kweek, behandeling, gebruik en nut o.m. kaneel, nootmuskaat, kruidnagel (85% van de wereldhandel), kardemon, citroengras, cacao, vanille, aloe vera, kurkuma, gember... ook proeven we de nangka of jackfruit, de grootste boomvrucht ter wereld met een smaak tussen mango, papaja en lychee. We proeven tientallen fruitsoorten. Nella die
darmkrampen heeft, krijgt als remedie een vreselijk straffe kruidnagel-gemberthee geserveerd. Van een bloesem van de lipstick tree, wordt een zwart assistentje van onze gids beschilderd met rood, Hindoebolletje op het voorhoofd en zo. We ruiken ongelooflijk sterke onverfijnde basisparfums van zowat alles dat hier groeit, waaronder het hoofdbestanddeel van Chanel 5. Ik smeer verse kurkuma op mijn insectenbeten, vijf naast elkaar op mijn binnenarm (na 6 dagen nog niet weg). Ik neem een verse kruidnagel en muskaatnootvrucht mee om thuis te drogen.
Nadien krijgen we een met machete opengehakte koksnoot, ter plaatse gevlochten kronen, zelfs een das, een hangertje, een ring, een handtasje, allemaal uit palmblaren en worden gekroond tot King and Queen of Spices terwijl een lenige jongen blootsvoets een palmboom inkruipt om daar te zingen en –vergeef me- de aap uit te hangen. Hij zingt hakuna matata, jambo en zo.

We stoppen onderweg aan een van de grootste attracties van het eiland The Jozani Forest vooral bekend om zijn baobabs, unieke vogelsoorten en andere fauna, vooral de bedreigde rode colobusaapjes. Helaas hebben we weinig tijd en het kost de volle pot. We laten het maar zo om, terecht, te genieten van de onweerstaanbare ongerepte Oostkuststranden boven Paje.

The Rock.

Ik eet er een carpaccio van verse vis, eigenlijk een ceviche met een hemelse smaak van kokos met


limoen, omringd door rauwe courgetteschijfjes. Nadien lobster van de grill met een fantastische licht gerookte smaak. De prijzen zijn naar lokale normen hoog, zowat als een bistro in België, maar het is er binnen groter en gezelliger dan verwacht met een loungy terrasgedeelte. Eerst naakt omringd door poederzand en putten en dan door het opkomende blauw (vergelijk het met de Mont Saint-Michel) wat betekent dat we met een bootje terug moeten. Ik roep het uit tot de meest bijzondere en romantische plek waar ik ooit at. Een uniek en memorabel hoogtepunt. We fotograferen ons te pletter en rijden dan terug naar het hotel. Onze trip liep van 9 tot 17.30 uur. Perfect dus. Wel warm, maar een gammele taxi heeft ook airco als hij de hele dag zijn ramen rijdend openlaat.

Mercury

’s Avonds trekken we naar Mercury’s bar waar alles in het teken staat van de hier geboren Queenszanger, die bij de Islamieten als promiscue element niet echt populair is. De vloedlijn in de avondschemering en het jolige strandgebeuren van spelende en badende jongetjes, vissers- en andere boten is perfect. Hier serveren ze als een van de weinigen in de directe buurt (straal van tien minuten rond ons hotel) bier en alle mogelijke alcohol. Maar het eten, de bediening en de wifikwaliteit is bedroevend. De toiletten zijn ingedeeld als heren=king en dames=queen. Wat zou Freddy Mercury gekozen hebben?

Observations

Kleren... De opmars in de wereld van de voetbalplunjes. T-shirts, broekjes, refererend aan allerlei
wereldploegen. Club en Anderlecht kwam ik nog niet tegen. Ik zou de mensen die nooit op een vliegtuig zullen zitten en 'Fly Emirates' dragen, niet te eten willen geven.

Hilarisch, twee vrouwen in een boerka (enkel een ogenspleet) nemen een... selfie.

Armoede, maar iedereen heeft een mobieltje en nog meer dan bij ons, zijn ze er constant op bezig. Velen zitten gewoon ergens uren op een stuk steen te tokkelen of te bellen. Naar wie, over wat, het lijkt ons een raadsel. Rondhangen, zowat letterlijk, overheerst als dagactiviteit. Er is natuurlijk die constante 30° met een hoge luchtvochtigheid. Soms gutst het zweet uit mijn body. Gratis Turks bad.

Afgematte leurders beginnen op het einde van de dag, moedeloos hun waar van ver aan te prijzen terwijl niemand kijkt. Vanaf dan beginnen mannen op hun taxi te liggen, bijna onverstaanbaar prevelend: “Taxi?”
Elektriciteit is een probleem hier. ‘s Avonds is er zeer weinig avondlicht, wat normaal is in onderontwikkelde landen, maar toch, een mens ziet graag wat hij eet. Smaak en geur gaan samen met kleur. Al heeft het ook zijn typische charme. Meer nog, nergens geen helle neon noch lichtpollutie en dus... sterrenhemels.

Eigenlijk is het best een beleefd, gastvrij en tolerant volk. Ik denk dat wij ze misvormen (zie verder). Een voorbeeld. Net na binnenkomst in het hotel de vierde dag, horen we een fikse klap. Een auto tegen een camion. Direct verkeerschaos en er was al zoveel volk. Bijgevolg wordt de toeloop enorm. Er wordt gekrijst, geroepen, geduwd, getrokken, het is onoverzichtelijk. En... merkwaardig, de politie doet gewoon niks. We observeren het allemaal vanuit de Vip-loge dat ons balkon opeens blijkt te zijn. Maar na een tijd druipen er enkelen af en opeens lijkt het afgelopen. Geen oplossingen gezien, geen regelingen. Na de razernij dooft het als een kaars. De berg heeft een muis gebaard...

Reflections

TripAdvisor is een slechte tripadvisor.

De inflatie van de reviews. Letterlijk, maar dan ook elk hotel, resto of bar hier, heeft een serie Awards of Excellence van TripAdvisor hangen. En keer op keer stemt het niet overeen met mijn mening doorploegd qua reiservaring.


Ding áltijd af naar beneden. Doe het voor het spel. Dat niet doen, geeft een negatief effect op de economie. Als iemand door een stomme toerist een weekloontje kan verdienen met het verkopen van een te duurbetaalde prul, wees dan maar zeker dat dit overal de ronde doet. Gevolg, iedereen gaat daarop speculeren i.p.v. van hun krachten in te zetten voor de opbouw van het land op een constructieve manier. Kortetermijndenken. Aan de andere kant wordt dan de druk op toeristen zo groot dat het riskeert zo vervelend te worden, verteld wordt in reisgidsen, dat men op een bepaald moment wegblijft. Deze stelling zag ik helaas al meermaals tijdens mijn vijfendertig jaar internationale reiservaring, bevestigd.

Wim Van Besien

Meer leuke foto's:
https://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/albums/72157660671697838/with/30814630942/