Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen

zondag 5 oktober 2014

Liefde voor taal (een hommage aan mijn oud-leraren Nederlands)

Het zijn gepassioneerde leraren die je met het virus van liefde voor taal aansteken. Dat is bekend: passie is een doorgeefluik. Dit is een kort stukje, een hommage aan de leraren Nederlands uit mijn leven.
Ik begin met Roger Verkarre (+ 2001). Regentaat Torhout. Hij was een priester-leraar, maar van de “bevrijde” soort. Legendarisch was zijn eerste les en openingszin. “Sommige zeggen: Verkarre is links, anderen zeggen: Verkarre is rechts. Maar ik ben niet links, noch rechts, maar Verkarre! En onberekenbaar!”
Roger Verkarre was een intieme vriend van wijlen dichter Paul Snoeck en schreef zelf ook poëzie. Wat aanstekelijk werkte, want zelf begon ik niet onverdienstelijke gedichten te schrijven met o.m. de bundels “de Achtste Dag” en “Leven met Lene”, waarvan sommigen gepubliceerd werden in poëziebloemlezingen à la “Beste Gedichten van het Jaar”.
Verkarre was de man die bij Hadewijch’s “Alle dinghe” het vers “
MI ES TE INGHE AL EL” uitschreeuwde, claimend dat het met al  die klinkers een weergave van een orgasme was. Verkarre was de man die tijdens een vroegmis die hij opdroeg voor de paters die in hun pijen suffend in hun koorgestoelte zaten te soezen i.p.v. “Bid broeders!” de mooie verdraaiing formuleerde: “Broed bidders!” Slechts 2 schrokken lichtjes wakker. Verkarre was dé Gezellekenner en ik werd een instant Gezellefan. Hij was de man die bij het lezen van literatuur op vrijdagnamiddag klaagde dat dat toch niet ging na die slechte vislunch. Vrijdag visdag was massaal gehaat op school en af en toe zouden we ook hem stiekem zien frieten eten in het dorp (net als wij)… Verkarre was ook de man die pleitte dat het woord “zwaantje” nooit zou weg mogen als term voor de gemotoriseerde politie. Een statement.

Het jaar daarvoor hadden we Tytgat, een indrukwekkende verschijning met een lange roodachtige baard, bril en een taal met licht Hollands accent die twee keer zo snel praatte als een gewone mens. Een sneltrein van informatie, geluid, klanksoorten en -woorden en moeilijke, metershoge leerstof. Maar een locomotief van ingehouden woordenpassie. Daartegenover, een dt-fout in gelijk welk examen, ook van ander vakken, en je had herexamens. En ook moesten we 10 boeken van allerlei stijlen en periodes lezen en bespreken. Van de Leeuw van Vlaanderen tot Nooit meer slapen van Hermans. Dat waren tijden beste jongeren van nu!
In de Latijnse op Sint-Lodewijks hadden we eerst Schaeverbeke (“Schavie”), een instituut in een grijze schort die ons netjes liet noteren in een dik, verplicht bij Decorte te kopen,  schrift met ruitjes, bijgenaamd het “telefoonboek“. Dan was er Mr. Baele die zo graag een lapnaam wou, maar Baele is dat niet lapnaamachtig genoeg? De rijkdom van het benoemen was er anders wel overal. Een studiezaal op pijlers werd b.v. “De Ark Van Noach” genaamd.

Na mijn overschakeling naar de moderne kreeg ik Descheemaeker. Deze was zelf een van de auteurs van de handboeken Nederlands die in de humanoria’s overal werden gebruikt. Zijn bijnaam was “schètje”, hij was ook maar een, heu, scheetje groot. Eens had ik het zo bont gemaakt met kattenkwaad dat na een reeks waarschuwingen hij me toepiepte: “Ik heb u verwittigd Van Besien, ik moet u een hele zware straf geven. Schrijf anderhalve bladzijde!“ Het strafste was dat ik me nadien ben gaan verontschuldigen in de hoop op strafkwijtschelding en jawel hoor. Doodbrave man. In de menswetenschappen werd Nederlands het absolute hoofdvak. Dhr. Vangheluwe, een flamboyant heerschap voedde ons op met (de zonet overleden) Ward Ruyslinck en Wierook en Tranen, waarvan ik ooit nog een bespreking maakte. Over Ruyslinck werd buitenschools geringschattend gedaan maar zijn invloed was groot en hij was toch een opstapje naar de ‘grote’ literatuur. Kortom, Claus kwam later. Maar hij en Vangheluwe zorgden ervoor dat ik voor de rest van mijn leven zeer maatschappijkritisch zou ingesteld blijven. Het boek Het Reservaat heb ik meegesleept gelezen en ik ging spontaan protesteren binnen ons gezin tegen kleinburgerlijkheid , bekrompenheid, domheid en massaconsumptie. Helaas op het niveau van de puber die ik toen nog was. Lichtjes belachelijk dus. Zo wou ik op reis in Spanje niet naar het strand gaan bruinen, dat was te banaal, dus zat ik op ons appartement in lange teksten de wereld te verbeten. Vakantie! Maar weigerde ik toen al stierengevechten te gaan bekijken en zo.
Ik eindig met Godfried Desloovere (foto: midden centraal), die de gewoonte had als hij een mooie tekst of gedicht had gelezen, te besluiten met “Da’s toch schoon, hé mijne heren?” Geen wonder dat ik schreef, las en naar Poëzieavonden ging. Zo liet ik me vernederen door acteur Guido Lauwaert, toen organisator van de Nacht van de Poëzie (waarvan ik droomde er te mogen optreden). Toen ik met hem door Gent wandelde liet hij mij zijn boekentas dragen maar toen we er Hugo Claus, de meester zelf ja, tegenkwamen, hij mij introduceerde als zijn “loopjongen”, hield ik het voor bekeken. Al maakte ik het nog eens mee dat aan de Unief van Leuven ik na een Nacht van de Poëzie tot de ochtend met de mega-stonede Simon Vinkenoog op de lappen ging. Hij draaide constant overal zijn jointjes openlijk, dronk bij het leven en kraamde pseudo-poëtische onzin uit. Ook hij liet mij zijn boekentas dragen maar dat was met plezier want een dolle nacht.
Maar niet alleen literatuur. De rijkdom van taal, ook het volkse. Opmerkingen en geestigheden, ook in dialect, kunnen mij gelukkig maken, of een goede volzin, een alerte commentaar, de ultieme woordspeling of zelfs de man op de markt gisteren die over een kuip vissla zei: “ ’t er zit daar nu ne keer twee keer nietent in”. De taal is gansch het volk. Dank u leraren Nederlands.

vrijdag 8 maart 2013

Reis en cruise Bali-Lombok-Java-Singapore 11-26/02/20132


Reis met cruise van Bali naar Singapore 11-26/02/20132
Voorwoord: op vraag van sommigen die best wel een volledig reisverslag wensten, maar mijn invalshoek indachtig (beschouwingen, bedenkingen over de tourist trade, Indonesië, luxecruising in deze tijd en leuke details die me opvielen…) zal dit een eerder lang stuk worden. Ook reflecteer ik over de luxecruises in het licht van mijn verleden als cruise director. Wie mijn boek “Toeristenvallen en –opstaan” las, kan dit stuk een beetje als een opvolger ervan beschouwen.

Inleiding: Na meer dan 20 jaar ga ik terug op cruise, ditmaal als passagier. Ik stopte destijds op een vijfsterrenplus schip van Cunard als Cruise Director (vanwege oncombineerbaar met mijn vers huwelijk). We besluiten het dan ook maar meteen in stijl te doen en gaan voor het beste van het beste. Het wordt Silversea ******, de awardwinning top company in het luxesegment (video). Want we realiseren ons ook dat als ik de werkgerelateerde reizen van die tijd en reizen met een dochter wegdenk, Nella en ik eigenlijk nooit op huwelijksreis waren met z’n twee alleen. Dus noemen we het maar “onze honeymoon”… De tickets arriveren in een mooie zilveren doos met een prachtige lederen tas met daarin alle documenten inclusief grote lederen bagagelabels.
Escape to Bali. We vertrekken 3 dagen vroeger, de vlucht is veel  goedkoper dan en met het gewonnen geld verblijven we zowat gratis in Bali. We kiezen opnieuw voor het heerlijke Sanur, maar in het bescheidener hotel Parigati vlak naast het spectaculair-prachtige Bali Hyatt waar we een paar jaar terug waren. Omdat we eigenlijk al alle hoogtepunten op Bali bezochten toen we daar 2 weken waren, concentreren we ons op puur, rustig genieten.

Met de HST naar Düsseldorf waar we met KLM rond 18.40 uur via Amsterdam en met stop in Singapore naar Denpasar vliegen. Het begint goed. We zijn nog maar net vertrokken en de paus besluit af te treden. De luchthaven van Düsseldorf is vrij nieuw en duidelijk “op de groei gekocht” maar steriel. Tijdens de nachtvlucht bekijk ik films. Ik zie eindelijk het sterke “Jagten” van Vinterberg, “Lincoln” (m.i. overroepen) en de biografiefilm over Hitchcock. Wel ellendig weinig hellende zetels voor een 16 en 1/2 uur durende vlucht.
Als we de warmte op ons voelen vallen en een taxi ons naar het schattige Parigata voert, voelen we ons meteen exotisch gelukkig en de mooie herinneringen overvallen ons in elk detail. Ik maak korte metten met de visumaanschaf en het taxiopbod want ik weet perfect de juiste prijs (internet!). De receptioniste begroet me met een brede glimlach “Welcome Mister Wiiim!” en een fruitpunch. Het is 21.30 uur, snel eten dus. Overal is er free wifi en na een laat lokaal maal om de hoek, skypen we (tijdsverschil 7 uur) met onze dochter Tanya op Erasmus in Lugano, Zwitserland, die het goed blijkt te stellen.
De volgende ochtend meteen vroeg op. Eerst de zon zien opkomen. We zitten de hele reis dicht bij de evenaar, dus zon op rond zowat 6.20 en onder om 18.25 uur. Dan zo snel mogelijk het frisse zwembad in, eigenlijk een lauwwarm bouillonnetje, waar ik tussen de waterstraalspuwende watergeesten en de onvermijdelijke waterval – het regent! - dol als een kind. Het ontbijt. Sober qua keuze. Toch weer mensen die hun borden kunstig opladen. Zwelg-art. Dan snel gaan ATM’n en Rupiahs kopen. Dankzij mijn app converter is het snel omgezet want 1€ is ongeveer 12 657 Rupiahs (IDR). Anders constant rekenwerk. We namen ons voor als eerste activiteit naar Gina te gaan die aan het strand stevige bodymassages verschaft à 4€ voor een uur. Een en ander lijkt al veranderd maar we vinden haar nog en laten ons door haar medewerksters kneden onder airco maar met de geur van de zee. Dan ga ik meteen naar mijn geliefd simpel strandbartje maar de toenmalige meisjes zijn er niet meer en het werd overgenomen door een wat excentriek uitziend maar sympathiek koppel uit … Nieuwpoort!
Ze gaven zichzelf 2 jaar om te slagen hier en offerden daarvoor 3 horecazaken op. Een administratieve jungle, ploeteren door de lokale gewoonten, ‘afdrachten’ en in een mum Balinees geleerd. En je moet maken dat je goed staat met de lokale gemeenschap, de Banjar, want die bepaalt alles  Bij neen, kan je het vergeten. Snel volledig geïntegreerd werk geven aan een pak personeel waarmee je niet met Vlaamse managementprincipes moet afkomen, faut le faire. Maar kijk wat ik ervoor terug krijg, zegt Frederiek, en hij wijst naar de kleurrijke omgeving, de zee, de weelderige plantengroei en het klimaat. De mensen op Bali zijn ook erg vriendelijk en relatief weinig opdringerig vergeleken bij elders in de wereld. Dat komt o.m. vanwege de hoge aanwezigheid van Hindoes die constant kleine bloemen, planten, vruchten en wierookoffertjes brengen op hun duizenden altaartjes, naast een tolerantie met diverse ander godsdiensten. Indonesiëkenners waarschuwden ons: op de andere eilanden is het overwegend moslim en de gedragsverandering is idem dito…

Ik slurp aan de Bintangbiertjes (bintang = ster, hun Stella dus) die erin gaan als water en trouwens meer kosten dan mijn heerlijke veggie curry die ik extra spicy bestelde (3€). Alle Belgische vuiligheid ga ik uit mijn lijf branden, nè! Even een groot onderhoud voor mijn eco-systeem.
We plukken verder de dag. Wandelen langs de zee in een verzengende hitte om te siësten in onze koele kamer. Jetlag overwinnen is ont-jet-liggen. Winter ontvluchten direct smeken om airco. Helaas reisregel nr. 568 treedt in werking. Bel s’ ochtends de receptie als iets stuk is, zeg dat er geen haast bij is en je de hele lange voormiddag niet op de kamer bent, dan komen ze… juist. Ik constateer verder dat ondanks jaren ervaring en het benutten van alle voorbehoedsmiddelen hij daar al weer is: Wim’s knalrode neus.

’s Avonds trekken we op shoppingavontuur want dochterlief moest perse een of ander Chanelleke hebben die hier goedkoop zijn. Buiten het levendige, gezellige gedoe langs de straatjes is dit voor mij een dieptepunt maar kom, de sfeer is betoverend. We slaan om de minuut een vervoeraanbod af en ik moet lachen met de “Tourist Office”. Gewoon een standje op straat met foldertjes allerlei erin, meestal vlakbij een autoverhuurder. We zoeken het restaurantje waar we vroeger een paar keer echt fijn aten. De setting is dezelfde, de food delicious maar alles is meer verwestert en toeristischer met de gehate geplastificeerde afbeeldingen van gerechten en een deurlokster. Ik heb ook niks met een Australiër die op elektrische gitaar Creedence staat te kwelen. We willen beide de gamelanklanken (orkest bestaande uit o.m. diverse soorten xylofonen) die zo mysterieus en zenachtig rustgevend zijn. Maar we beseffen dat straks ook hier het authentieke karakter zal oplossen in de grote globaliseringslokop. Het eten b.v. is helaas al niet meer 100 %  wat zij ooit kookten en aanboden, maar wat zij denken dat wij denken dat zij zouden moeten klaarmaken en hoe wij het willen gepresenteerd zien. Doodjammer vind ik dat altijd. En verwarrend ook: een biertje kost ergens 32 000 IDR, elders 32 000 IDR, jamaar meneer + 12% governementtax en + 5% servicetax. Dan nog elders 32 000 + 21% governementtax. Hoe zit dat hier? Ah, in het paradijs moet dat kunnen.


De volgende ochtend zwembad. Wat Michelinvrouwtjes lopen rond geflankeerd door mannen met spruitendlang grijs borsthaar gedragen boven een goed bedoeld punt. Ik spits de oren, hoor Deens, Frans, Australisch (logisch, Bali is wat Tenerife is voor Europeanen) en red code alarm … Russen. Hoewel deze hier blijkbaar alleen komen om te ‘wonen’ in het zwembad, zou ik toch niet in Kuta willen zitten (badplaats Kuta is ook het lively uitgaanscentrum van het eiland). En alle oudjes hier zitten in ligstoelen met een iPad. Ook deze ouwe jongen.
Vrijheid is altijd en overal je eigen plekje hebben. Straks op de cruise! Hier wordt echter strategisch gedacht. Stoel gescoord in de schaduw, maar straks komt de zon. Beslommeringen. Vandaar de handdoekenboekhouding. In het begin lijkt er een systeem achter te zitten. Elk paar badhanddoeken aan het zwembad wordt per kamer opgeschreven. Waarna later op de dag niemand er nog naar omkijkt en iedereen toch doet wat hij wil. Bali en tolerantie. Er is een poolman die zogezegd toekijkt om alles volgens de regels te laten verlopen, maar nooit iets zal zeggen, want als een klant over hem klaagt, is hij zijn job kwijt. Maar waarvoor dient hij dan? Overal staat b.v.: neem eerst een douche. Waarom ben ik altijd de enige die dat effectief doet?

Iedereen heeft hier een job, weliswaar slecht betaald, maar de uitvoering ervan is op zijn zachtst dubieus. Zo zijn er overal bewakers. Maar de zin ervan ontsnapt me soms. Bagageonderzoek en een metaaldetector aan de hoofdingang van het Bali Hyatt zorgt voor een veiligheidsgevoelshowtje, maar langs het strand kan iedereen over 400 meter ongehinderd het hotel recht binnenwandelen. Als ik de barman wijs naar hun speciale Cocktails of the House, er een “Sunset on Bali” uitpik, begint hij in paniek een soort handleiding te zoeken, over en weer te rennen om raad, om 15 minuten later te vertellen dat een bepaald ingrediënt er niet meer is. Schouderophalen. Maar leuke tropische namen, dat wel. Niet platjes zoals in Albufeira (massatoeristspot Algarve): cocktails met  namen als Viagra, Orgasm en ga maar door. Wel leuk op de barlijst: onder het hoofdstuk Scotch whisky staat: Johnny Walker, J&B, Canadian and Irish Whisky (zonder eind-e). Maar taalfouten zijn er overal: een meunière van vis mét een escalope, que? blijkt escalope van vis te zijn natuurlijk.
We hebben een afspraak met Made Catra, onze privégids van toen. Op de tweede dag gaat het schip naar Tanah Ampo in Oost-Bali. We bezochten in die hoek al veel zoals het justitiepaleis in Klungklung (heerlijke muurschilderijen) en het pre-hindoe zelfbedruipende dorp Tenganan, maar waren nooit bij de Besikah moedertempel bij de vulkaan Agung geraakt. Vanaf Tanah Ampo ware dat ideaal en Made ging ons een trip maken met een en ander dat we nog niet voorheen zagen. Noteer daarbij dat excursies aan boord zeer duur zijn, net omdat vele van dit soort passagiers absoluut niet geconfronteerd wil worden met hassle and chaos en de beste probleemloze reisomstandigheden eisen. Maar da’s niet mijn reisfilosofie. Helaas hadden we net voor de cruise een itinerary change gekregen. Bleek dat er een kleine tsunami was geweest in Indonesië en de jetty (aanlegsteiger) er was weggespoeld zodat er eenvoudig weg niet meer met sloepen kan getenderd worden. Hetzelfde gold voor het vrij ontoegankelijke en dus niet-toeristische Bangka island waar ik ontzettend naar uitkeek. Een verloren groot zandstrand met Seychellenachtig grote ronde rotsen. Mja, er heeft altijd al een Robinson Crusoë of Columbus in mij geleefd. Dit ware toch, noem het, minimale compensatie. Ook al omdat dit een mooi contrast of aanvulling was “in de balans” van de cruise. Na de drukke, hectische miljoenenstad Jakkarta, wat rustig natuurschoon en eenvoudige prilheid. Helaas ook daar was de aanlegsteiger dus washed away. Bedenking: ik moet dringend weer eens het ‘weinig ontdekte’ ontdekken of een boomhut maken ;-). Boys wake up call J.

Wat kan ik nog doen? Ook de mogelijkheid om te paragliden (in het zuidelijk schiereiland) is er niet : foute westenwind. Allemaal jammer voor Made die desperate is voor business. En klaagt. Maar baruitbater Frederiek zegt me later “Er is wel een toeristenterugval en ’t is laagseizoen maar ze zijn zoals de horeca aan onze kust, van zodra ze kunnen, klagen ze”. Belgische nuchterheid. Ik bestel meteen een Bintangbier.
We gingen opnieuw voor een massage want voor de prijs kan je niet sukkelen. Daarna vocht opnemen bij Komilfo, zo heet de tent van Frederiek en Miyu. Ik neem er een cocktail met Bali rum en veel verse vruchtenmix. Het is Valentijn vandaag en Frederiek neemt vanavond zijn personeel met hun liefjes mee naar de McDonald’s. Daar zijn ze hier in de wolken van. Voor hen is dit zo uitzonderlijk, zelfs al moeten ze een uur aanschuiven en bestellen ze gewoon rijst met kip. De McDonald’s verpakkingen zullen een lang souvenirleven leiden in hun huisjes. McDonald’s op Valentijn, het is eens iets anders.
Wijzelf worden geprikkeld om “iets” te doen. Honingmaan, Valentijn, een romantische omgeving…. Ons hotel maakt reclame voor een Valentijndiner met orkest en dans. Het menu is duidelijk stukken duurder dan elders, het ziet er slecht georganiseerd uit, slingertjes en hartjes uit de kleuterklas, ze lijken zelf nog niet alles goed te weten maar we zijn vlakbij onze kamer, ’t is de laatste avond and what the hell… We zien wel… We eten een soort pompoensoep en gegrilde vis. De avond met een Aziatisch eenmansorkest die in fonetische Engels klassieke songs verkracht, lokte 4 koppels. Valentijn die tristesse uitstraalt. Maar we bekijken het van de humorzijde. Jamaica Farewell van Harry Belafonte, dé Caraïbenhit op Valentijn in Bali? Wanneer een koppel de tafel verlaat midden het menu loopt een kelner er in paniek achteraan. Waar gaan jullie naartoe? “Wij gaan dansen, meneer.”


The Silversea Experience. De volgende ochtend koop ik nog wat mooie lekker zittende polootjes en zwembroeken. Het spel van afdingen. Kleine percentjes, rijke ventjes en Nella in een onbarmhartige hoofdrol. Dan opweg naar de haven Benoa en het cruiseschip Silver Shadow. Supereffeciënte check-in, flashing smiles en begroetingen en nadat er van ons snelle foto’s werden gemaakt zal ik vanaf dan voor de rest van de cruise door iedereen die ertoe doet in de sociale context constant begroet worden met “Good morning Mr. Wim” of “Evening Mr. Vènbussien”, zelfs al zag ik ze nooit voorheen. Dit is het systeem dat we in de tijd bij de fivestarplus operation invoerden. Op dit niveau weten wie elke gast is en wat ze willen. Na 1 keer in de bar onthouden ze al je favoriete drankjes of suggereren er die bij je mood moeten passen, een Sea Breeze b.v. Pour it out, Russell!
We worden begroet door Heri Kupaeri, onze kleine Indonesische butler met zwarte zwaluwstaart, grote witte strik en schattige flaporen die ons door de eerste keuzes begeleidt: welke lijn amenities voor de badkamer, keuze uit 6, willen we? We kiezen Bulgari. Welke type kussen willen we? Weeral 6 types (allemaal tot in het detail beschreven) en welke dranken of hapjes willen we at all time in onze koelkast? Mineraalwater, softdrinks, bier, maar ook  champagne kan en fijne wijnen. Ik suggereer “misschien een kleine whisky voor laat op onze veranda als afzakkertje?”. Ik krijg prompt een grote fles Johnny Walker Black die ik van de hele cruise niet zou aanraken. De deal bij zessterrenschepen is simpel: alles is inbegrepen, tenzij laundry, casino, welness, de boetieks aan boord (waaronder een H. Stern), wifi en excursies. En dineren in het intieme Le Champagne restaurant by Relais and Chateaux waar wat bijbetaald moet worden voor net nog iets verfijnder en geraffineerder eten en de kans op exclusievere wijnen, cognacs en sigaren kan wel, maar tegen een kleine opleg na reservatie. Plaats bemachtigen blijkt moeilijk. Maar mijn oude reputatie is me voorafgegaan en we krijgen na elkaar van diverse diensten: gratis laundry, 500 minuten gratis wifi voor een waarde van 170$, 200$ krediet op onze rekening, dus vrij spenderingsbedrag uitgenomen de casino, 1 gratis diner in le Champagne en nog een en ander. Met die 200$ zal Nella 4 tassen van Harrods kopen, want net in solden, en samen een excursie. We bestellen een avondje in Le Champagne en de wifi is voor ons natuurlijk heel belangrijk. Maar via de satelliet is dat toch een stuk moeilijker en trager dan aan land, komt daarbij het hele tellersysteem en de berekening van het in blok aankopen, wat ik hier het enige minpunt vind aan boord. Bij aankomst werd onze credit card geregistreerd en alles gaat er automatisch vanaf. Uiteindelijk zou dat op het einde maar een paar 100-den dollars zijn. Als repeater krijg je ook snel bonussen. Zo ontmoette ik gasten die tegen het einde van de cruise zochten om nog snel 1 000$ krediet op te maken.
Die eerste avond gaan we naar de voorstelling van de staff en de lecturers in de Panorama Lounge en de 6 zanger-entertainers, Wendee, Anastasia, Kashena, Jonathan en Kyle (allen Amerikanen) ronden af met een indrukwekkende “Brindiamo” uit “La Traviata”. We toasten inderdaad. Dan doen we The Bar aan en The Restaurant voor een fijn diner overgoten met allerlei wijnen die ons constant worden voorgesteld zodat we zelfs foto’s nemen met onze iPhones om ze bij een volgende gelegenheid te herinneren. Nadien is er een Balinese show die we echt flut vinden vergeleken bij de spectaculaire en acrobatische spektakels die we vroeger zagen en gaan met plezier onder de wol van het zachtste bed ooit. Want goed slapen was er tot nu niet bij. Vigilo, ergo sum. Geen idee waarom.

Het ontbijt in La Terraza is een feest. Eindelijk de koffie zoals we die echt willen en er is een pletwals aan keuzes van op het moment klaargemaakte warme gerechten. Steevast wordt je bord dan door een ober naar je tafeltje gebracht, stoel onder je en servet op je. Je krijgt ook echt het tafeltje dat je wenst. De maître d’, vooral Marcello (een zeer entertainende Italiaan) moeten meesters zijn in hun vak. We besluiten buiten te eten hoewel het panorama er door de grote vensters overal is. Omdat door de routewijziging het schip een dag langer in Benoa blijft liggen, genieten we van de faciliteiten van het schip. Ik bezoek sporadisch activiteiten, neem een dip in zwembad of jacuzzi, een kort zonnebad, lees in mijn boek Back to Blood van Tom Wolfe (weer een klapper!) of pluk van de mooi gepresenteerde vruchtenschotel in de suite. Elke dag allerlei vers, soms voorgesneden, exotisch fruit waaronder snake en dragon fruit. Butler Heri smeekt a.h.w. dat we hem dingen vragen en zelfs al doe ik het niet, blijken mijn avondschoenen toch steevast geboend en in een vorm gezet. Toen het honeymoonverhaal hem blijkbaar ter ore kwam, vonden we een vol bad vol geurend schuim, omringd door rozenblaadjes en kaarsjes. Echte luxeservice is anticiperen op wat iemand kan willen.
In de namiddag liepen we al de kapitein Cataldo Destefano tegen het lijf die me toevertrouwd: “I read your CV”. Iedereen blijkbaar… Nella is afkomstig van de streek waar ook hij geboren werd (Barletta). Ik besluit mijn grapje met de naam Schettino te laten vallen. ’s Avonds is het gala-avond en natuurlijk werd ik via een officiële uitnodigingskaart geïnviteerd aan de eretafel van cruise director James ‘Jimmy’ Hovel uit Connecticut. Ik trek een van de enige smokings van de vele uit mijn oude tijd waarin ik nog (nauwelijks pas) aan en we maken ons op. Het heeft een heel bijzonder kort elegant jasje met zwarte en grijze strepen. In de gang roep Heri: “I love your jacquet”. Bon, da’s duidelijk. Heri is gay. Voor een moslim geen cadeau.

Het obligate handen schudden en beleefdheidwoordjes. De rij met kapitein, hotel manager en C.D. beleef ik voor de eerste keer van mijn leven aan de andere kant. Dan in het theater de introductie van de officers met zelfs een grapje die ik 20 jaar geleden al deed, maar het is snel voorbij. We dineren met C.D. Jimmy en Mr. en Mrs Bloom, die niet veel meer dan wat tomaat eten en geen alcohol drinken. Ik heb een paar interessante over-en-weers met Jimmy i.v.m. het cruise directorschap  en nadien gaan we naar de openingsshow. Schitterend gezongen in een theater met de modernste technieken waar vele zalen een punt kunnen aanzuigen, maar uiteindelijk is het niet van het niveau van Cunard toen. Tja, mijn schip de Vistafjord toen was ook dubbel de size. Shows waren met een 8 pieceband live + clicktrack en met wervelende dans en effecten, wat hier afwezig blijft. Maar goed, daarvoor komen we niet.

Even uitleggen dat een modaal cruiseschip 1 bemanningslid telt per 3 passagiers. In het luxesegment vroeger werd dat 1 op 2. Maar hier 1 op 1 en de Shadow neemt maximaal 350 gasten mee. Een heel leefbare situatie met genoeg ruimte en personeel ter beschikking overal. Mij krijg je nooit op van die ordinaire massaschepen waar stijl uitgevlakt wordt door kwaliteitsloze “grootheidswaanzin”.
De Silver Shadow is 186 m. lang en 25 m. breed, heeft prachtig interior design en hangt vol geauthoriseerde kunstwerken van Chagall, Picasso, Miro´, … en superbe foto’s die ik nooit voorheen zag van o.m. Marylin Monroe door Milton Greene e.a. Allen te koop, gemiddeld vanaf 10 000$. De kunsthandelaar in charge Rami Ron zegt dat hij mensen rijk maakt maar dat ze het niet eens beseffen.

Nadien gaan we naar de bar waar we, voor we het beseffen, uitfreaken op de dansvloer. Onderweg naar de hut, stopt Wilma van de kleine casinobar ons voor een intieme last drink in haar bar, ik zeg dat ik zot gedanst heb en ze zegt: “I’ve seen you” met een twinkel. O, o.  Maar ik beloof: volgende keer!
Lombok. De volgende ochtend ligt naast het krantenoverzicht alweer een nieuwe dinner invitation, dit keer van de guest relation manager. Ik ben vroeg op om Lembar op het eiland Lombok te bekijken. Verrukkend, overal kreken. Ik volg met belangstelling de vlotte tenderoperatie in volledig overdekte boten, de omroepen van de C.D., de vrijgave van het schip, het dispatchen van de excursies. Een fluitje, vlot, wow.
Op onze programma’s en in ons cruiseboek worden we volop gewaarschuwd voor tekort aan faciliteiten en aftroggelarij in Lombok. Deels willen ze daarmee natuurlijk de officiële excursies promoten, maar ook uit angst dat de frustraties van passagiers als een boemerang in het gezicht van Silversea zullen terugkomen. Ik ken het spelletje en zal ter plaatse wel iets regelen. De hal om de tenders te betreden is quasi leeg. Er is security check en er staan altijd flessen koel water en minihanddoekjes om mee te nemen klaar. In de tender maken we kennis met “Teri Milfsud from Gibraltar" en Erik Bruin, een Nederlander, die samen al 30 jaar een vastgoedbedrijf hebben in Marbella. We worden vrienden met dit flamboyante stel vol pit  gedurende de hele cruise. Want het klikt meteen en we besluiten samen te gaan voor een eigen taxitrip. De onderhandelingen met tientallen tegelijk zijn een bezoeking. Ridicule prijzen worden weggehoond, opdringerige would-be gidsen op hun plaats gezet. Auto’s afgekeurd. Eric: “Een zwart busje, ben je gek, man?”. Uiteindelijk settelen we een deal: een aantal uur hoogtepunten voor 50$. We worden spoedig afgezet bij pottenbakkers “dat we ook zelf mogen proberen”, herhaalt de gids. Na 3 minuten willen we weg tot frustratie van onze sjacheraar. Even later. You wanna see pearls? O.K, but 2 minutes, spellen we uit. Plechtig kondigt onze pipo terwijl we een luxewinkel binnen rijden: “Hier hebben jullie een vol uur de tijd!” 3 minuten later zijn we weer op pad. Teri heeft parels genoeg ...


We bezoeken de wat vervallen Lingsar tempel en lopen een deel van de scheepsexcursie tegen het lijf waar een vriend van Eric – de helft zijn hier al een maand sinds Sidney aan boord- ons vertelt over het Mayura Waterpaleis and Royal Court. Uiteindelijk blijkt dat nog de moeite. Een bijzondere setting, uitbundige moslimkinderen die met kleren en al in het zwembad springen en genoeg lokale cultuur en sfeer om ons tevreden te stellen. We besluiten terug te keren om toch de lunch voor 14 uur mee te pikken. De gids begint dan over hoeveel we hem wel zouden geven “want die 50$ is maar voor de benzine en de driver”. We zijn keihard, een deal is een deal. In de verzengende hitte slurp ik wat fruitpunch voor de lange tenderterugvaart waar we na een sneldouche fris lunchen met onze nieuwe vrienden en ons dan terugtrekken voor een koele siësta. God bless airco. De rest van de avond cocktails en via Teri en Eric massa’s leuke medereizigers leren kennen, show zien en disco dansen. Dan beland ik, toch wel loaded, bij Philippijnse Wilma voor een ultieme nightcap. Het werd verdorie 2 uur. Dat doe ik thuis nooit!
Hoera, een dag op zee die zou eindigen in een regeling door Teri waarbij we in het grillrestaurant  met lecturer en BBC, Discovery en National Geografic cineast/fotograaf Piet De Vries en eega (Hollandse naam, spreekt uitsluitend heu… Australisch) een grote tafel naast het zwembad krijgen. Under the stars met een symfonie van de lekkerste steaks op enorme hotstones gebakken. Mega filet mignons, New Yorksteak, rib eye’s, prawns on the grill en wijnen. Een belevenis! ’s Avonds is er de operashow die ik wel kan pruimen en ... het wordt weer laat. Latere shows tijdens de cruise: de onvermijdelijke Best of Broadway, verder o.m. Best of Beatles, een ABBA-show, enz…

Java. In Probolinggo tenderen we opnieuw. Aan de landingsplaats is een en ander beter geregeld. De port agent zorgde ervoor dat de riksja’s, triksjabrommers en de uitzonderlijke taxi’s een aanschuifbeurtrol hebben. We besluiten gewoon een riksjarit naar het centrum te nemen naar de lokale foodmarket, waar groenten, fruit, geslacht vlees, en specerijen in een duistere overdekte plaats ons betoveren. Onderweg wuift iedereen naar ons en wij wuiven terug like the queen. Het is duidelijk, hier komen erg weinig toeristen. Het stadje zelf heeft niks, is stoffig en armoedig, maar hey, we had a good time!
‘s Avonds dineren we lekker in Le Champagne en wanneer ik de wijnkast ga inspecteren hoor ik aan een van de 8 tafeltjes herkenbare taal. Belgen. Nadien maken we in de ernaast gelegen Connoisseurs room (ofte The Humidor, waar Nella vaak komt roken) kennis met Luc en Marie-Rose die de rest van de reis ons groepje zullen vervoegen.
De volgende dag is de dubbeldag in Semarang, waar we door folkloredansers ontvangen worden tijdens het aanleggen. We bestelden een ontbijt in onze suite en maken ons op voor een vertrek rond 8 uur. Het grote doel is vooral het mysterieuze Borobudur, de grootste Boedhatempel ter wereld en een van de zeven wereldwonderen. Het is minimum 3 uur ver en een transportnachtmerrie. Er werd vooraf een midlandexcursie verkocht met overnachting in de Hyatt en bezoek aan Yogyakarta, de culturele en ‘koninklijke’ hoofdstad van Java niet zover ervandaan, maar die trip kost bijna 1 000$ p.p. en dan zal je onvermijdelijk toch in batikshops of -fabriekjes terechtkomen. En absurd als je nacht aan boord al betaald is natuurlijk. En busexcursies of groepsbezoeken zijn ook helemaal niet mijn ding.
Ik vraag de shore excursion manager een privétransport te regelen, gids hoeft niet. Maar deze service heeft natuurlijk zijn prijs. Omdat ook de mooie Hindoetempel van Prambanan daar vlakbij ligt, besloot ik een marathonnetje te doen. We zouden ‘s ochtends vroeg vertrekken, van het schip allerlei voorraad en picknick in koelboxen meekrijgen om rond 23 uur te landen. Maar er is een misverstand over de prijs die we niet bereid zijn op te hoesten want Teri en Erik hadden via internet ruim vooraf een eigen arrangement geregeld met overnachting op hun eigen tempo voor 300$ p.p. In laatste instantie besluiten we dan toch maar de officiële dagexcursie te nemen naar Borobudur, minimum 3 uur heen en 3 uur terug. Er zijn extra facilities, een privé-VIP-ingang op de site en vooral de begeleiding door 2 lichtflikkerende en sirenezwaaiende politiewagens die alle verkeer in de weg in de berm duwen. Deze escort wordt uitgevoerd door netjes in het uniform zittende “Tourist Police”. Het voelt aan alsof we staatslieden zijn op weg naar een wereldcongres. Da’s erover. Aan de andere kant is het verkeersinfarct door de compleet ontoereikende infrastructuur voor de heksenketel van pick-ups, brommertjes, vrachtwagens en allerlei soorten busjes een hinderpaal die leidt tot uitspraken als: “Je weet wanneer je vertrekt maar nooit wanneer je terugkomt”. Onze gids ‘Mijn naam is Budhi en als ik mijn best doe, wordt ik misschien Boedha’ zou tot mijn ergernis de 7 uur bijna vol lullen, met om de 2 zinnen een ambetant lachje, want hij vertelt nooit iets grappig en ik ben lamlendig moe. Daarentegen weet ik nu alles van Java en hun problemen, hun geschiedenis geterroriseerd vooral door vulkaanuitbarstingen. Want zo kwam ook Borobudur (9de eeuw, een stoepa van 9 etages) aan het licht bedekt door lava en  het werd uiteindelijk door Unesco weer in volle glorie tevoorschijn getoverd in 1973-84. Eens ter plaatse moeten we een sarong om de lendenen en we vermaken ons om in en op dit robuuste maar zo magisch-mysterieuze monument te klimmen en veel prachtige foto’s te nemen waartoe de karakteristieke klokachtige elementen tegen een achtergrond van een heerlijk panoramisch uitzicht zich perfect lenen. Of we kijken ons de ogen uit naar de duizenden muurafbeeldingen over Sidharta en zovele boeddhistische verwijzingen.

Op een bepaald moment wordt het even absurd als we op dit Boedhistenheiligdom in de verte een moskee horen oproepen tot gebed. In een mooie luchtige patio wordt lunch geserveerd met een kleurrijke Javaanse folkloreshow, een heerlijk rustpunt na een paar uur zweten. Dan wordt voor de klassieker “het publiek mag ook meedoen” Nella uitgenodigd (iedereen weigerde) om met een oude man Indonesisch te dansen. Ze doet niet flauw en gehuld met een groene sluier krijgen we Italy dancing the Java. Geen souvenirjagers zijnde, kopen we toch een hele mooie, leuke rykshaw-replica en een schattig boedhavormig asbakje.
Op de terugweg maken we nog een schaduwmarionettentheaterdemonstratie mee. Typische lokale cultuur en interessant om te zien hoe ze het doen. Als we terug naar de bus willen waar tientallen souvenirverkopers dringen om hun waren te slijten, breekt de hel los. Tropisch. Heftig. Nat. Een hele reorganisatie ontstaat om de bussen onder een luifel te laten rijden zodat de passagiers via de achterdeur kunnen opstappen. Silversea-reizigers mogen niet nat worden. Terug is er de klassieke verkeerschaos met opstoppingen waar zelfs the tourist police niks kan aan doen. Als het compleet vast zit, zit het vast.

Ik staar uit het raam naar de weelderige natuur en de heksenketel rond deze baan. De Nederlandse roots kan hier en daar nog teruggevonden worden in de taal: Praktek doctor, Apotek, Restoran en out-of-the-blue Knalpot? En wat moet ik met: Simpatisi paling Indonesia? Bij sommige verkeerslichten staan er tellers die de seconden aftellen tot het groen wordt. Geen goed idee. Met nog 3 seconden te gaan, begint iedereen al aan te zetten.
Door de regen was ook de avondlijke megabarbecue under the stars op de bovendekken geschrapt. Nochtans een feest, werd ons voorgehouden. Maar vervangen door een wereldkeukenbuffet waarbij iedereen een circuit doorheen de kraaknette galley (keukens) aan diverse standjes, tafels, kookplaten, ter plekke gekookte lekkernijen van allerlei wereldlanden kan bekijken en opladen. Deze keer slaan we eerder snel een en ander achterover en kruipen vroeg onder de wol na een vermoeiende dag. Daar bereikt me het trieste nieuws van het overlijden van één van mijn all time hero’s (pdw). De volgende ochtend aan land breng ik het enkel tot de terminal waar opvallend veel volk geniet van free en sneller wifi zonder dat er een paymeter loopt.

Jakkarta. Buzzling, hectic city. Op eigen kracht kan je alleen via een shuttlebussysteem buiten de haven geraken. Het is minimum 45 minuten naar het stadscentrum. Nella, die zich niet lekker voelt, blijft aan boord en ik ga met Teri en Erik op pad. Snel hebben we door dat het het beste is een bleubird taxi te nemen en, als je weet waar je naartoe moet, is het op de meter maar een handvol dollars te delen… We lopen wat doelloos rond op antiekmarktjes, beschouwen de ritten als sightseeing maar Jakkarta heeft geen dwingende noch noemenswaardige bezienswaardigheden. Ik slaag na veel poespas erin om vlakbij het enorme Monasplein mijn nog meer dan 1 miljoen rupia’s (die ik voorzien had voor ons avontuur naar Borobudur) te wisselen in een bank, mits veel administratieve rompslomp waarbij ik zelfs mijn paspoort, die ik uiteraard niet bijheb, moet tonen. Ik kan nog een briefje van 50€ terug scoren en wat losse dollars, de rest geef ik aan onze butler Heri  die ’s ochtends zei: “Eindelijk Jakkarta” (zijn thuis). Maar hij mag niet van boord. Hij zit er al 5 maand op met nog 1 maand te gaan.
More social life on board. We worden voorgesteld aan het oude koppel Lady Penelope Vernon en Sir Michael die een suite bezet waar de gemiddelde flatbewoner bij ons steenjaloers op zou zijn. Teri heeft een plannetje: “I’m giving Marcello a hard time!” Ze wil buiten aanThe Grill bij het zwembad een tafel organiseren waar de 4 koppels vervoegd worden door 4 van de entertainers want deze mogen enkel uitgenodigd worden door een koppel. De achtergrondliggende gedachte is deze jongens en meisjes die normaal in de crew mess eten, de grootste en sappigste steaks te voeren wat resulteert in een opbod van bestellingen allerlei die dan naar hen toegeschoven worden en gretig-vraatzuchtig verslonden. Maar als we naar de afspraak gaan, heeft een minitornado het halve dek meubilair weggeblazen en het giet pijpenstelen. Verwarring alom. Maar er wordt doorgezet en onder een afdak met de regen net naast ons, wordt het een bizar maar onvergetelijk eetfeest. Vooral de graatmagere Lady Penelope – ze weet niet eens hoeveel huizen ze bezit – is een ongelooflijke persoonlijkheid. Levenslustig, vol humor, maar een en al über-aristocratisch klassevol gedrag, is een plezier om mee te maken. Ze neemt foto’s met een iPad in Louis Vuittonhoesje, al weet ze half hoe het ding werkt. Maar heerlijke conversaties en een savoir faire van Britse verfijndheid en toch helemaal zichzelf en beresympathiek. Every inch a lady. En grappig! What a character. Sir Michael in een roos jasje, ook nog clever maar wat hardhorig, zegt op een moment over haar dat ze van Zuid-Afrika afkomstig is, waarop de lady repliceert: “Oh no. That was your first wife!”

De dag op zee die Parai beach op Bangka Island vervangt (jammer toch) is ook de dag dat we de evenaar overvaren met de onvermijdelijke King Neptune Crossing the Equater Ceremony. Een verkleedpartij met Neptunus en zijn koningin, piraten en zeemeerminnen die in aanwezigheid van de kapitein en o.lv. de cruise director slachtoffers (die wel op voorhand hun akkoord gaven) of leden van de staff beschuldigen van allerlei grappige nonsens of inside jokes en dan een enorme vis moeten kussen, of de voet van Neptunus en dan met spaghetti, saus en rotzooi allerlei worden overkapt. Vroeger was ik soms zelf Neptunus of de heraut die alles aankondigt, blij dat ik eens gewoon mag toekijken. De douches en het zwembad zijn voor een paar uur na afloop wel niet meer the place to be. Ik ga naar de infosessie van cruise consultant Alessandra over de savings die je kan scoren bij Silversea, het lidmaatschap van de Venetian Society, de itineraries van hun 7 schepen en ik bewonder de ongelooflijke marketing van hun product.
’s Middags hadden we nog een snelle verfijnde lunch met de 4 koppels en vele foto’s en ’s avonds is er dan het afscheidsgala, smoking aan, weer handjes schudden met de kapitein en gevolg. Het hoogtepunt in een afgeladen theater is wanneer echt wel massaal veel volk van de crew van suite attendants (kajuitstewardesses) tot matrozen, bedienend personeel allerlei, butlers , enz…, met een vlag het grote podium vullen en nadien een diashow wordt vertoond waarop veel passagiers of bemanningsleden  in situaties aan boord of aan land worden geprojecteerd op groot scherm. De scheepsfotograaf deed een ongelooflijke shoot en de ha’s, de haha’s en de oo’s zijn dan ook niet van de lucht. Op het heerlijk melige Con te Partiro wordt het zowaar een kippenvelmoment.

We zijn echter eventjes uitgesocialized en gaan voor het eten op geen enkele uitnodiging meer in. Even een tafeltje alleen met twee. Onze uitleg was dat we dringend een en ander moesten overleggen i.v.m. de aankondiging van onze dochter om in de zomer vrijwilligerswerk te gaan doen met arme weeskinderen in Nepal. We laten ons gewoon verwennen en gaan nog één keer voor een compleet menu. Bij alles staat er het aantal calorieën, vet, carbohydraten, enz… wat me doet beseffen dat ik niet eens actief de Spa (beauty salon, fitness en welness centre) bezocht. Ik eindig met een kaasplank, zelf samengesteld uit 5 kazen waarvan ik nooit hoorde, als afsluiter. Nog even. Waarna we de grote verdwijntruc toepassen.
Singapore, the Great. Singapore is, wat mij betreft, het summum van de bijna perfecte samenleving, proper, geen criminaliteit, superefficiënt en modern georganiseerd. De nieuwe terminal building met vele, maar snelle en vlotte pas- en andere controles is een parel van organisatie. De stad een symfonie van afwisseling tussen prachtige oude koloniale gebouwen en de knapste hoogbouwarchitectuur, skyscrapers met hangende tuinen, tussenparken in balkonnen met overwelvingen naast oude typische stadsgedeeltes zoals Little India en Chinatown. De dynamiek van Orchard Road, het koloniale gedeelte, het Merlion standbeeld, brede banen waar het verkeer soepel doorglijdt met veel groen, parken, water en ontelbare bezienswaardigheden en attracties, de hoogmis van een kapitalisme dat werkt. Het geheim? Zware boetes op alles. Zo wou Nella roken onder een luifeltje wachtend op de bus, we zijn toch in open lucht? Tot een inwoner er ons vriendelijk op komt wijzen dat dit niet mag en haar doorstuurt naar een soort centrale asbak weg van de luifel een eind verder. GAS-boetes consequent uitvoeren en je kan van de grond eten. Tja, dan weet ik het wel.

Goed, Nella was nooit eerder in Singa dus gaan we op de schitterende “topless” opendakdubbeldekbus vanwaar je in een uiterst efficiënt systeem kan afstappen bij bezienswaardigheden en er weer opspringen of een ander lijn nemen die om de 10-15 minuten steeds stipt op tijd komen aan- en afrijden. Heerlijk om een volledig overzicht te hebben van Singapore stad. We stoppen onder meer bij het drukke Little India waar ik op een overdekte foodmarket een Tigerbier soldaat maak. In Chinatown gaan we dan lokale stuff eten op een primitieve manier, een soort wontons en vleesbouillon met van alles in. Later nemen we een taxi naar Mount Faber waar we een mindblowing uitzicht krijgen over stad en eiland. De panorama freak in mij , heu … freakt out. En het summum is de kabelbaan nemen naar Sentosa Island dat ik zowat 25 jaar terug al deed. Deze is vernieuwd en wordt een belevenis met de schitterendste uitzichten mogelijk. Maar eerst een biertje. Geheel tegen mijn gewoonte in supertoeristische sites zoals deze, vergeet ik eerst de prijs te checken. Het wordt het duurste biertje uit mijn leven: 18,80 SGD (Singapore dollars) dat is 11,5€. Oeps.
Een extra meevaller en wat een mooi toeval, is dat de kabelbaan letterlijk over onze suite en het schip glijdt. Ik kan a.h.w. van ons privéliftbakje met grote beker vruchtenpunch naar ons balkonnetje springen. We fotograferen ons de pleuris: bovenopnames van ons cruiseschip en de vergezichten en het wervelende Sentosa Island, dat nu helaas, bweuk …, een attractiepark is geworden. Weliswaar mooi gedaan maar zo veraf van 25 jaar terug toen we gewoon naar het strand wandelden en Tigers dronken in een strandbar. Enfin, evolutie. Terug aan boord is het pakken geblazen, her en der afscheid nemen en we boekten een tafeltje in La Terraza waar we nog nooit ’s avond dineerden. Meestal wel ’s middag waar, naast de vers klaargemaakte heerlijk culinaire gerechten, er ook altijd een pastacorner is waar ze de pasta van de dag à la minute enkel voor jou klaarmaken. Kortom, de Italiaanse toets, daar gaan we dan ook eens voor…

Naar huis. Laatste dag en disembarkation! We vaarden 1 387 nautical miles (wat niet veel is). De temperatuur was constant tussen de 26 en 31°.
Op de cruise leerden we 10 Belgen kennen. 10 op 340 pax! Een ervan, de sympathieke Marc, ex-notaris in Hasselt, was zo vriendelijk ons voor te stellen onze bagage bij hem in het Raffles Hotel achter te laten. Want iedereen blijft hier nog wat in Singa. Wij echter hebben niks voorzien. Om 10 uur moet iedereen van boord en onze vlucht is pas ’s avonds om 23.15 uur en op luchthavens kan je tegenwoordig niet meer onbewaakte bagage achterlaten. Probleem dus oef geregeld. Na een supervlotte disembarkation doen we dit, nemen in de Raffles afscheid van Marc en Nadine en gaan wandelen langs de Riverside vol leuke attracties. We zullen wel zien, misschien een boottoer op de rivier en zo de dag vullen. Nadat we een laatste maal lekker Singaporees-Indonesisch aten, slaat de vermoeidheid in onze benen. De onbedwingbare lust om ergens te gaan liggen, overvalt ons verpletterend. We besluiten dan maar om per taxi om de bagage te gaan en vandaar naar het prachtige Changi Airport. Maar pas vanaf 19 uur kunnen we bagage inchecken en toegang hebben tot comfortabele zit- en ligplaatsen. Wat een misrekening van formaat. Dus wij als sukkelaars in een onmogelijke positie op onze bagage wat proberen te pitten. Na een noedelgerecht zie ik in een lounge op TV de zondagse doelpunten van Lukaku overgoten met hysterische commentaar “And he’s only nineteen!”
Changi lijkt, maar is ook een fantastische luchthaven. Na een lange wandeling in een ontzettende mensenzee, bereiken we onze gate. Om 22 uur is hier zo’n drukke kronkelende symfonie van mensen van alle mogelijke rassen in allerlei soorten kledij die overal heen gaan, dat het me echt treft. Maar alles functioneert op wieltjes. De faciliteiten zijn supermodern en perfect gerund en letterlijk alles is voorzien tot in de kleinste details. Dan de zeer grondige controles opnieuw, toch 540 man in 1 Boeing, met vertrek stipt op tijd. Ik amuseer me met de 3 camera’s buiten op het Air Francevliegtuig (boven op de staart, in de neus en midden onderaan). Het vertrek wordt zo een leuk meeleven als de machine op de startbaan aanzet. Jezelf zien opstijgen. Ik bekijk aan boord de film “Argo” die geen 24 uur daarvoor de Oscar voor beste film won. Het gaat over Amerikaanse gijzelaars die ontsnappen per vliegtuig uit Iran… En dat bekijk ik dan letterlijk boven Iran. In een vliegtuig. My way to escape. Maar slapen kan ik niet ondanks de 12,5 uur lange duisternis. We landen op tijd in Paris CDG waar, weer absurdish, om 6.45 uur ‘s ochtends de wirwar van people-on-the-way (die zich allen willen opfrissen) mij betovert. We komen uiteindelijk om 15 uur thuis aan. Sedert het uitchecken aan boord waren we 36 uur in het getouw.
Van 30° naar min 1°. Ik ben slechts een halve kilo aangekomen maar mijn embonpoint is pronter dan ooit. Aan het werk!

Naschrift: kort na thuiskomst worden we ziek en verkouden, langer dan een week. God straft direct.
Meer foto’s op Flickr.
Meer over mijn cruise- en verleden in het internationaal toerisme in het boek “
Toeristenvallen en –opstaan. Rugzakglobbetrotter wordt luxecruisedirector”. Ondertussen alweer voorzichtig ideeën voor een vervolgboek. U kan nu vooraf intekenen
:-)

vrijdag 1 juli 2011

Boek "Toeristenvallen en opstaan. Rugzakglobetrotter wordt luxecruisedirector" door Wim Van Besien

Voorstelling boek

Bij uitgeverij Activating Tourism werd in 2005 het boek "Toeristenvallen en opstaan" - Rugzakglobetrotter wordt luxecruisedirector - door Wim Van Besien, aan de pers voorgesteld via een heuse tewaterlating door de "schepen van bootjes en toerisme".

Bestellen: enkel nog verkrijgbaar bij de auteur op het adres Geerwijnstraat 9, 8000 Brugge of via overschrijving van 12,5 € + 2,10 € (E.U.-landen + 4,20 €) port- en verzendingskosten op rekeningnummer KBC 470-0511151-82 met vermelding "toeristenvallen" en een duidelijk postadres.

Het ISBN-nummer is 9090196668.

Het handige, mooi gebonden boek bevat 128 blz. in een heldere, aangename lay-out.

Enkele reacties: "het leest als een trein", "verplichte leeslectuur op vakantie, te lezen tijdens, niet voor de reis", "de herkenbaarheid van een en ander vertaalt zich gretig in humor en ironie".

Inhoud

Hoe versiert een Griekse kapitein jonge toeristes en wat doet hij er mee? Hoe haalt de toeristische business maximaal rendement uit een toerist? Hoe moet je de beste plaatsen aan het zwembad en in de bus veroveren? Hoe wreed is de wraak van een afgewezen kandidaat-minnares-op-leeftijd-maar-met-poen?

De antwoorden en nog een massa andere anekdoten en verhalen leest u in 'Toeristenvallen en opstaan'. Het boek bevat de getuigenis van een toeristische pentito, maar het is evenzeer een mooi menselijk verhaal over de zoektocht naar eeuwige liefde in plaats van oppervlakkige seks.

Het verhaal begint met de droom van een jongeman om lowbudget een wereldreis te maken. Na zes maanden strandt de reis in Centraal-Amerika door een tropische hersenvliesontsteking. Maar hij heeft de smaak te pakken en wordt animator in Spaanse en Griekse vakantieclubs. Het wordt een tijd van helle zon, lichte meisjes en zware pret. Het werk bevalt hem zo goed dat hij zich opwerkt en het tot zijn eigen verwondering schopt tot cruise director op enkele van de meest prestigieuze cruiseschepen ter wereld.

Glamour en glitter worden zijn deel maar ook veel problemen en frustraties. Toch komt hij in zijn vak aan de hoogste top. Door zijn huwelijk met een Italiaanse moet hij echter kiezen om daar allemaal afstand van te doen. Amoureuze romances maken plaats voor een solide huwelijk en de status van gelukkige huisvader. Een bewuste keuze. Maar ook het besef dat er geen plaats meer zal zijn voor avontuurlijke vakanties noch luxecruises …

Tijdens een ordinaire vakantie vele jaren later, bevindt hij zich aan de kant van de vakantieganger en voelt zich slachtoffer van het massatoerisme. In Tenerife herinnert hij zich de valkuilen en valstrikken die voor toeristen worden opgezet. Hij mijmert relativerend en met zelfspot over hoe hij zelf met veel vallen en opstaan die merkwaardige, wervelende toerismejaren doorspartelde aan de andere kant van het gordijn.

'Toeristenvallen en opstaan' zit vol memorabele momenten, beleefd in de meest uiteenlopende omstandigheden in een wereld van de grootste luxe, en beschreven met veel humor en ironie. Het boek is ook een handleiding voor toeristen die zich al een keertje teveel bedot en bedrogen voelden.

Lijst van de hoofdstukken
Synopsis van het boek
Recensie van het boek

donderdag 30 juni 2011

Lijst van de hoofdstukken in "Toeristenvallen en opstaan".

Lijst van de hoofdstukken:

1. Er eindelijk tussenuit

Dit eerste hoofdstuk is een flash forward over mijn eerste stappen in het massatoerisme. Als slachtoffer wel te verstaan. Want toen had ik er al een carrière als dader op zitten. Lees in dit hoofdstuk hoe ik de tourist traps aan den lijve ondervind en beslis mijn eigen ervaringen te boek te stellen. Het getuigenis van een toeristische pen-tito als het ware …

2. Met een rugzak vol goesting

Hoe word je cruise director op het meest luxueuze cruiseschip ter wereld? Heel eenvoudig: begin op je 24ste met een rugzakreis rond de wereld. Haastige lezers kunnen dit hoofdstuk overslaan want het bevat alleen maar onbenullige voorvallen zoals: hoe sla je een bende pistolero's af als je logeert in een bordeel?

3. Sex, drinks and rock 'n' lol

Mijn eerste stappen in de toeristische industrie als animator in Spaanse en Griekse vakantieclubs. Een nieuwe wereld gaat open. Ik leer drinken, meisjes versieren, toeristen animeren en het geld uit hun zakken doen rollen … De wereld is één grote fiesta.

4. In de cruise business

Dromend van glamour en glitter beland ik in de cruisewereld. Maar ik ondervind al snel: het is niet al goud dat blinkt. Je hebt cruiseschepen en cruiseschepen. Ik debuteer op het Sovjetcruiseschip Brezhnev, zeg maar de getunede Lada van de cruiseschepen.

5 Naar de top en weer terug

Het lukt! Als assistent cruise director maak ik mijn eerste cruise rondom de wereldbol. Daarna word ik een eerste keer cruise director. Zelfs twee dode passagiers en een orkaan in de Golf van Biskaje houden me niet tegen. Ik geraak op de top. En ondervind dat je er ook kan afvallen.

6. Een nummertje Grieks

I'm back in business: ik word cruise director bij een Griekse rederij. De organisatie is een puinhoop en de kapitein heeft een hobby: jonge vrouwelijke passagiers binnendoen, of desnoods aanranden als ze niet willen meewerken. Ellendige tijden. Maar ook een blijde gebeurtenis: ik leer een vrouw kennen die niets te maken heeft met het decadente cruisewereldje.

7. Cruise roes en sailor's blues

Net nu ik op de Vistafjord de absolute wereldtop van het cruisetoerisme heb gehaald, roept de liefde mij. Ik kies voor de liefde, maar het is met grote weemoed dat ik op een Hawaiiaans terrasje achter een grote exotische cocktail afscheid neem van het cruisen. A sailor swallowin' the blues.

8. Eindelijk weer thuis

De wereld rond reizen is een sensatie. De wereld drie keer rond reizen is ook nog aardig, zeker als je er goed voor betaald wordt. Maar de vierde keer heb je het toch stilaan 'bekeken'. Of om het met mijn naam te zeggen: 'bezien'. Dan ga je verlangen naar een huisje met een tuintje en een stamkroeg om de hoek. Home sweet home! Oost west, thuis best!

9. L'amour toujours

Beste lezer, nu je mijn verhaal hebt gelezen, weet je dat ik in hart en nieren een family man ben. Daarom durf ik nu een boekje opendoen over het hormonaal aspect van de toeristische business. Want dat hormonaal aspect bestaat wel degelijk. Wat wil je? Avontuurlijk ingestelde jongens en meisjes die elkaar vinden in een sfeer van zon, zee en fun. Daar moet koekenbak van komen.

10. Handjesschudden en wegwezen

Als reizen eten is, dan is cruisen snoepen. Tenzij de kelner met zijn Bombe Suprise pal onder een sprinkler gaat staan. De Animal Bar is ook niet wat je snoepen noemt. Maar soms is het toch lachen geblazen, zeker als een charmante Amerikaanse toerist poneert: "I found the Greek ruins in a very poor state". Wel en wee van een cruise director, hier is de uitsmijter.

Elk hoofdstuk (behalve de woordenlijst) is als volgt opgebouwd:

o Titel (meestal cryptisch: bv. "Een nummertje Grieks")

o Korte inleiding in een kadertje, bedoeld als een teaser voor het hoofdstuk en meteen ook verduidelijking van de titel.

o Tekst van het hoofdstuk

Synopsis van het boek
Recensie van het boek

woensdag 29 juni 2011

Synopsis "Toeristenvallen en opstaan"

Aanleiding

Ik werkte jarenlang in de toeristische business en schopte het van simpele animator in een vakantieclub tot cruise director op een van de meest luxueuze en prestigieuze cruiseschepen ter wereld (Cunard). Een job die normaal niet weggelegd is voor een "Belgske", maar door keihard werken geraakte ik zover.

Nadat ik er uit gestapt was en als gewone toerist op reis ging, ondervond ik zelf hoe toeristen worden behandeld als een kudde koeien die gemolken moeten worden. Tijdens zo'n kuddereis naar Tenerife besloot ik dit boek te schrijven. De getuigenis van een toeristische pentito als het ware.

Drie thema's

Er zijn drie thema's of rode draden verweven in dit boek.

o De 'tourist traps' of 'toeristenvallen': hoe haalt de business maximaal rendement uit een toerist?

o Een blik achter de schermen van het toerisme: glamour, glitter, feestjes, seks …

o Een 'human interest'-aspect: mijn zoektocht naar eeuwige liefde in plaats van snelle seks.

Opbouw van het boek

De opbouw is als volgt:

o Een verklarende woordenlijst als een soort proloog. Niet zozeer informatief bedoeld, wel om een luchtige en humoristische toon te zetten. Een appetizer.

o Hoofdstuk 1: verslag van de reis met mijn gezin naar Tenerife. Het loopt al fout van in de luchthaven en in Tenerife erger ik me blauw. Tijdens deze reis besluit ik dit boek te schrijven over mijn 'verleden' in de toeristische business.

o Hoofdstukken 2 tot 8: chronologisch verhaal van mijn toeristisch verleden (van rugzakglobetrotter tot luxecruisedirecteur). Doorspekt met massa's anekdoten en waar gebeurde verhalen.

o Hoofdstuk 9: anekdoten en beschouwingen over seks en liefde te land, ter zee en in de lucht.

o Hoofdstuk 10: anekdoten en beschouwingen over de toeristische business.

dinsdag 28 juni 2011

Recensie "Toeristenvallen en opstaan".

Recensie “Toeristen(vallen en opstaan) door de Belgian Federation of Tourist Press.

Er zijn in ons land slechts zeer weinig autobiografische boeken geschreven van personen die hun carrière gemaakt hebben in de toeristische sector. Meestal is men van jongsaf door het toerisme gebeten. Dit is ook het geval met Bruggeling Wim Van Besien, die oorspronkelijk de wereld ontdekte als low budget rugzaktoerist (hij beschrijft vooral zijn Centraal-Amerikaanse ervaringen) en daarbij tal van problemen aan de lijve heeft ondervonden.

Met vallen en opstaan heeft hij zich kunnen opwerken van animator (= entertain to make money) in Spaanse en Griekse vakantieclubs tot C.D. (cruise director) van ‘s werelds meest luxueuze cruiseschepen, zoals de Vistafjord. Omwille van familiale omstandigheden kwam er echter een einde aan dat bijzonder boeiende maar ook zo opslorpende beroep, en is de auteur nu directeur van het succesvolle evenementenbureau Perfect+ in Brugge.

Dit boek leest men ongetwijfeld in één ruk uit… Iets wat mij toch maar zelden overkomt, tenzij onlangs met de alom geprezen Da Vinci Code. Deze autobiografie in 10 hoofdstukjes boeit van begin tot einde. Met een prettige en vlotte pen en doorspekt van de nodige ludiekjes leert men vele mooie plaatsen van de wereld kennen - veelal doorweven met historische gebeurtenissen die in ons geheugen zijn geprent - en maakt men uiteraard kennis met alle hoekjes van zo’n drijvend hotel als het cruiseschip.

Een ruimer publiek zal dit boek ook wel best spannend vinden, niet alleen omwille van het avontuur, maar zelfs van de regelrechte erotisch getinte ervaringswereld. Ook tal van clichés komen tot uiting: zoals dat van de oppervlakkige Amerikaanse pax (= passagiers) die denken dat de hele wereld aan hun voeten ligt, of van het ongedrag van de Duitse toeristen … en dat van de doorbrave Belgen. Ook commercialisatie (of business) in het toerisme en bij cruises in het bijzonder worden besproken, met nadruk op de toeristenvallen (= tourist traps).

Dit warme menselijke verhaal is uitgegeven door Activating in Brugge, telt 128 pagina’s en kost 12,50 €. Nu nog slechts te verkrijgen bij de auteur.

Prof. P.D.G.