Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen

vrijdag 27 maart 2015

Reisverslag La Réunion-Mauritius 25/02-11/03/15

Woensdag - donderdag 25-26/02/15


Met de TGV naar luchthaven CDG. Het loopt er vol met militairen met kalashnikovs. Après Charlie Hebdo. Met Air Austral wordt het 10,5 uur vliegen met een tijdszoneverschil van slechts 3 uur. ’s Ochtends geland en huurwagen gehaald in airport Roland Garros. Meteen naar de westkust langs de N1, la Route des Tamarins, de enige snelweg van Saint-Denis naar het zuiden, langs de kustlijn. Soms met scherpe bergflanken en kloven met reuzennetten om vallende rotsblokken tegen te houden. Naast ons de zee. Tussen wal en water dus. In Saint-Gilles-les-Bains lopen we even rond in het centrum waar we de enige 3 terrasjes “zoals bij ons” van het eiland treffen. De hitte en nog in jeans, dat betekent dorst. Ik vind er Grimbergen van het vat, de enige plek deze dikke week hier, want voor de rest is het overal het dominerende lokale Dodo bier. Een friss, simpele pils en afhankelijk van waar je het drinkt 1,2€ tot 3,5€ in hotels. Het heeft de afbeelding van de dodo, zowat de nationale vogel hoewel hij uitgestorven is.

We nestelen ons twee dagen in het charmante Creoolse hotel Le Nautile dat tussen 2 authentieke gebouwen een zwembad en bar/restaurant heeft vol reuzenpotten “rum arrangé” (allerlei fruitsoortencombinaties die er maanden intrekken). We krijgen een kamer met terras en van daar rechtstreekse toegang tot het heerlijke zwembad. En aan de andere kant ligt het langs de Indische oceaan met een uitzonderlijk zandstrand want dit is niet echt een strandeiland. Volgende week Mauritius wel. Ik plons meteen de zee in dat warm en kalm afgeschermd ligt door een lang koraalrif. Gelukkig is er een windje want het is meer dan 30°. Diner in St-Gilles. We laten ons verleiden door een “Creoolse specialiteitenschotel” die tientallen verschillende hapjes beloofd. Maar dat blijken allemaal gefrituurde bladerdeeghapjes met diverse vullingen, maar dat proef je haast niet natuurlijk… Tegenvaller. Terug in het hotel merken we dat  het in het (dure) restaurant “vollen bak” is.

Vrijdag 27/02/15

De volgende morgen naar St-Paul. Eerst heerlijk buiten ontbijten omringd door tientallen kleine vogeltjes die duidelijk willen mee-eten en er zelfs met een pil van Nella vandoor gaan. Stel je voor dat ie ‘m ook inslikt, bommetje oestrogeen.
De markt in St-Paul, de grootste van het land is een bezoeking om parkeerplaats te vinden maar een wervelwind van geuren en kleuren en bezigheid. Ontelbare specerijen en een symfonie van tropische groenten en fruit waarvan een paar mij nog onbekend. En massa’s vanillewortels, waar dit eiland bekend voor is. Maar ook artisanale voorwerpen en verleidelijke prullaria. We geraken niet uitgekeken, maar dorst en warm. We gaan in de hitte ook nog een Hindoetempel bezoeken, zoals altijd heerlijk kleurrijk met die pasteltinten, steeds een exotische fabel.


Zaterdag 28/02/15

Met de auto naar Cirque de Malfate. We ondergaan de langzaam veranderende landschappen naargelang we stijgen. Van plantages (bananen, veel suikerriet, ananas) naar weelderig loofbos, lage struiken tot kale, stenen rotsen en mossen. Uitzichten op een kustlijn waarvan de wolken erboven al onder onze ooghoogte staan. Aangekomen bij de Piton Maïdo werpen we een blik op de Cirque (keteldal). Impressionante, diepgroene, indrukwekkende flanken maar dan komt in een oogwenk uit het dal zelf mistige wolken naar boven en we zien niks meer daar beneden. Af en toe een flard. Een zeer bijzonder verschijnsel. Het zicht op de Piton des Neiges (de hoogste bergtop van de Indische Oceaan (3070 m) die het eiland beheerst is superb en de vulkaanachtige landschappelijke context behoorlijk indrukwekkend. Dan terug afdalen naar de kust om wat verder weer te klimmen naar de Cirque de Cilaos. En dat zullen we geweten hebben…


La Réunion is ruwweg een eivormig eiland (70 bij 50 km) waar je de kust volgend in minder dan 3,5 uur kan rondrijden (207 km kustlijn). Het binnenland wordt beheerst door 3 Cirques en centraal dus de Piton des Neiges en in het zuidwesten de nog  levende vulkaan die de laatste decennia nog uitbraken kende nl. de Piton de la Fournaise (2632 m) met ongelooflijke plateaus, massieve wanden en kloofdalen en een brede lavastroom die tot in de zee schuift. Het eiland ligt ten westen van Madagaskar en is dus geografisch zowat deel van Zuidoost-Afrika maar politiek deel van Europa als overzees Frans grondgebied, zoals o.m. Martinique, Guadeloupe, Frans-Polynesië, enz… 95% is er katholiek en de eerste taal is er naast het Creools uiteraard Frans maar iedereen spreekt ook wel Engels. De munt is de euro natuurlijk. Er zijn niet veel toeristen deze tijd van het jaar, vooral Fransen. Je kan maar op één plaats centraal het eiland dwarsen. Alle andere wegen naar boven betekenen terugrijden langs dezelfde weg.

Op weg naar Cilaos volgen we een rivier onderaan een diepe kloof met overweldigende rotspartijen en uitbundig groen. En dan begint het. We volgen een weg die zo erg stijgt dat ik praktisch 45 minuten enkel in eerste en tweede versnelling kan rijden, vlak naast steile flanken links en een diep ravijn rechts en dan beginnen er 500 (!) toegeknepen U-bochten die direct na de curve messcherp hellen en waar je nooit ziet wat er van de andere kant komt. Claxonneren is dus de boodschap. Er zijn zelfs stukken waar maar één wagen kan passeren. Als je dan niks ziet komen… Soms best beangstigend spannend.
De Peugeot 208 krijt en kriept in de haarspeldbochten. De motor brult en ik draai me het leplazarus aan het  stuur, van links naar rechts 500 bochten lang. Nadien voel ik overal spierpijn  in mijn schouders. Onderweg zijn er drie krappe tunnels waar slechts één auto in één richting kan, dus als je een tegenligger ziet, betekent dat  achteruit rijden in een donkere, vrij lange smalle gang.
Dit is de enige weg naar Cilaos waar alles 20% duurder is, want alles moet dus langs hier komen. Hoe de bussen het doen is me een raadsel. Het is al laat op de middag en eindelijk iets voor het dorp zien we een snackbarretje met zoals overal een waslijst aan eetbaars, enkel een paar goedkope plastieken stoelen en verder geen complimenten. Ik kies maar wat uit en krijg een half stokbrood met ham, sla, pikante saus en frieten erin. Het geheel opgewarmd en gegratineerd met kaas. Hum.
Kort daarna komen we aan ons hotel,  groot en één en al kleurrijke creoolse charme. We zitten ietsje van het gezellige centrum gedomineerd door een merkwaardige witte kerktoren. Het hotel maakt volop reclame voor hun buffet à volonté  waarop nogal wat locale specialiteiten. Doen dus,  maar er komt best wat volk op af en wij, een van de laatsten, moeten schrapen voor de laatste brokjes. Slapen is zonder airco maar het is dan ook al een stuk minder warm (23 °). We zitten wel onder de muggenbeten en lopen de hele week vol grote rode plekken, vooral aan de onderbenen. Maar we zien noch horen ooit een mug.

Zondag  1/03/15

Na een korte rit voor een magnifiek zicht over Cilaos en een staalblauwe hemel boven de ons omcirkelende diepgroene bergkammen, die altijd later op de dag een mistige wolkensluier meekrijgen, besluiten we aan het meertje in een familiepicknickachtige omgeving een lichte lunch te nemen. De beste deal is eenvoudig: een super mals stuk kip met frieten in weggooiborden. We zitten tussen de locals die duidelijk hun zondag beleven. Dan wat zwemmen in het kleine zwembad en dineren in het hotel.

Ik profiteer van de zwaardvis combava (met heerlijke limoen kefir) en met rougaille on-the-side (een soort tomatenbrokjessaus in een pikante kruidenmengeling). Deze sidedish wordt gemaakt met van alles eigenlijk. Pikante ananas iemand? En toch zie je er geen pepertjes of iets pimentachtigs in. Hier komt alles met witte rijst en dé specialiteit hier gekweekt: linzen, klein maar fijn en uitzonderlijk smaakvol. Idem voor de rode bonen. De keuken kan je moeilijke verfijnd noemen zoals in vele Aziatische landen wel het geval  is. De cari (carry) is overal de pla nummer een, vergelijkbaar met Indische curry’s (die wel honderden variaties kennen ) maar de cari hier, met vis, kip, vlees, crevetten is ook niet zo bijzonder. Ik probeer wat Creools te leren. Comment ça va = comment i lé, pourquoi = pokoué, rien du tout = zero calebasse, s.v.p. = siouplé. Dus raad even wat is: zori, domin, yièr ? O ja, ‘ti rum is gewoon een kleine rum..


Maandag 2/03/15

We checken uit en dan gaat het weer naar beneden met adembenemende zichten en bochten. Die 500 haarspelden lang. Ik rij zowat 35 minuten in point,-mort. Af en toe is het schrikken maar als de uitzonderlijk kans er is om aan een point de vue te stoppen, riskeren we dat. We moeten naar de vulkaan, dat betekent afdalen naar de kust en een eind verder weer hup naar boven.
Na een blitzbezoek aan Entre-Deux, een sympathiek dorpje dat meer aandacht van ons verdiende, gaan we via Le Tampon (ja ze hebben hier leuke namen), naar la Plaine des Cafres en zo naar Bourg-Murat, het laatste punt en mogelijke  uitvalsbasis naar de vulkaan. Het enige hotel  is een tweesterren. Na de badkamers met zit- en ligbad voor twee, zal dat een minimum aan comfort en enkel wifi aan de receptie betekenen .

Vlak voor het dorp stranden we in een file die bijna geen meter beweegt, links zien we nochtans al het hotel liggen. Ten einde raad manoevreer ik zelfs op de tegenrichtingstrook met Nella een einde verder in geval van... Gelukkig is er weinig tegenverkeer en wat verder linksaf zijn we er meteen. De receptionist vertelt ons dat het gewoon een trage file is voor het benzinestation waarvan er hier maar een is. Maar honderden auto’s die minstens een uur aanschuiven voor brandstof? Pas ‘s avonds zal onze frank vallen als we op het nieuws horen dat er een staking is van de benzinedistributeurs.

We bezoeken het zeer aan te raden Maison du Volcan, een modern complex, één van de
schitterendste multimediale musea die ik ooit zag, er is zelfs 4D-projectie. Zo had ik me het Historium in Brugge gedroomd, zeer info- en edutainend met de middelen van vandaag. De meest indrukwekkende en ronduit overweldigende beelden, films en presentaties bestormen ons. God wat een absolute must-do, daarenboven staat morgen het bezoek van de vulkaan zelf op het programma. Dat betekent vroeg opstaan en voor negen uur op het eindpunt zijn, want anders maak je kans op wolken en nul zicht. We eten in het resto van het hotel, wat meevalt, al lijkt het interieur bijna Tirools. Ik eet rougaille de saucisses. Worst jawel, maar met een unieke gerookte smaak.

Dinsdag 3/03/15

Onderweg naar de vulkaan ondergaan we weer de meest waanzinnige zichten en indrukken van gestolde lava nog ondersteund door de indrukwekkende infobelevenis in het museum gisteren. Daar zagen we o.m. close-ups van lava die zich onder zee vormt en verandert tot koralen. Alles nog overgoten door de beelden van recente uitbarstingen en andere rampachtige toestanden.
We  zien massa’s pitons, kleine heuveltjes die alweer bebost zijn, kraterachtige kliffen en rotsen in alle mogelijke vormen. De kleuren worden grijs, oker, roestbruin, terracotta, vuilbruin, zwart...
En dan… is er la Plaine des Sables, een verrukkelijke, wereldvreemde vlakte die zich voor ons uitstrekt en waar we hotsend en botsend (putten! richels!) door moeten. Een heus maanlandschap. Spacy. Out-of-this-world. Nodigt zo uit om als filmdecor te dienen. Gisteren was het Indiana Jones, nu Star Wars. Ik zag al zo veel vulkanen en dito landschappen (Lanzarote, IJsland, Hawaï, Santorini, Guatemala, Nicaragua, Bali, …) maar dit slaat alles.
Kort daarna bereiken we het eindpunt: een enorme cirkelvormige krater met daarin een verrassende minikrater in een totaal andere substantie en centraal de dubbel hoofdkrater en een brede lavastrook die afglijdt tot in de zee. Wawkes.

We klimmen en klauteren en fotograferen ons te pletter. Veel wandelaars, want dit eiland biedt het toppunt aan qua avontuurlijke en fysisch pittige wandelingen voor de geoefende liefhebbers, tot en met het afdalen in de kraterwand zelf. Best spannend als je denkt aan de lava-erupties die de laatste decennia nog voor kwamen. Overweldigd keren we terug. Waar we op de terugweg  nog meer onmetelijk diepe kraterputten en speciale zichtpunten bezoeken.

Maar langzaam stijgt de spanning. Over twee dagen moeten we van het zuiden naar het noorden, en dan naar de luchthaven voor onze vlucht naar Mauritius. Zullen we het halen met een ¾ tank? De situatie blijkt, eens afgedaald, ronduit dramatisch. Ofwel staan de benzinestations leeg ofwel staan honderden auto’s en trucks aan te schuiven. Ik bereken dat we er zullen geraken. Maar we willen toch niks riskeren. Als er een station is met slecht zes wagens voor, ga ik ervoor. Maar al snel komt een gendarme ons vragen of we een emergency of medische service zijn: “Monsieur, tout les stations sont confisqué!”

We komen aan in Pierrefonds, in hotel La Domaine des Pierres, met een prachtig uit megastukken
hout gepolijst interieur. We krijgen een luxekamer, zowat een minivilla. Binnen anderhalve maand zijn we nl. 25 jaar gehuwd en we laten niet na dat te vermelden, wat overal een extraatje oplevert. De setting van dit hotel met ernaast een mooi tropische tuin (een bezoekersattractie maar gratis voor ons) is mooi en romantisch met keizerpalmen die overal een ererol opeisen. We lunchen wat verder een combinatie van broodjes van een boulanger, biertjes van een minisupermarkt en samoussas, pikante hapjes van een kraampje. Allez, ik toch. Dan wordt het siësten en zwemmen in een heerlijk zwembad, helemaal voor ons alleen. We eten in het restaurant waar maar vier mensen zitten, lekker buiten. En dan slapen. Maar ik ben alweer wakker om 4 uur en hoor dat het regent. “De hele dag”, zegt mijn iPad. Tja. “Weet dat een continue regenbui hier zoveel water naar beneden kan laten storten als in Parijs op 1 jaar tijd”, vertelt mijn Geoguide. En ook dat het volop het cycloonrisico-seizoen is. Een week na onze terugkomst zal een van de ergste cyclonen ooit Vanuatu herleiden tot een rampgebied, weliswaar heel ver van hier.

Woensdag 4/03/15

Gaan ontbijten met de paraplu. Tijdens een regenpauze loop ik alleen het kronkelende parcours van het tropische park af. No soul. Reuzenwaterlelies, bonsaituinen, rare plantensoorten, palmen uit de Comoren,opgezette kleurige joekels van vlinders, bloemen, bloemen in serres, op en neer over bruggetjes en in een vijver de replica van het eiland opgetrokken in diverse gesteenten waaronder een bijzonder roze kristalachtige steen dat hier overal terug te vinden is als tuindecoratie. Ik wandel stevig door langs een cactuswoud. Opeens voel ik een steek in mijn bovenarm. Een vuistdik stuk cactus met lange stekels die doorheen mijn T-shirt in mijn arm boorden, hangt afgerukt aan mijn arm. Vingerlange stevige pinachtige stekels. Ik slaag er niet in het onding te verwijderen. Integendeel ik  prik me de hele tijd. Het lukt niet. De cactus blijft aan me hangen. Ik loop dan maar door en tref eindelijk een kleurling die me er voorzichtig van verlost. “Het is als een anemoon”, zegt hij. “Het plakt en is moeilijk te verwijderen”. Omdat het zo uniek is en ik de prikbom aan Nella wil tonen probeer ik het te isoleren en op een of andere manier het kreng mee te nemen,wat niet lukt. Nadien blijken er vijf mooie puntjes in mijn vel te zitten. Een knalrood vogeltje - roder kan niet - kijkt me medelijdend aan.

Naar het noorden via de zuid- en zuidoostkust. Wat een rijplezier. Door stadjes, gehuchten,
woekerende natuur, pittoreske plekjes en prachtige berg- en oceaanzichten. Dan even “slunze” geven want het is een urenlange rit helemaal naar Hell-Bourg in de derde en laatste cirque, le Cirque de Salazie. Uitbundig groen en dan, lap, een bruine vlakte lavarotsen, de helling waarlangs de vulkaan zich in zee stortte. De weg loopt opeens door een grillige versteende stroom waar hier en daar wat voorzichtige varens en mossen beginnen op te springen. Vurig braaksel gestopt en gestold in de oceaan. En dit net na l’Anse des Cascades, een groene, idyllische plek waar watervallen hoog en smal bijna rechtstreeks in zee storten. Een oase met superdikke bomen vol machtige, uitwaaierende wortels en lianen. Een ouwe dame bij een klein kraampje mixt mij een superb drankje met zes diverse tropische vruchten en wat ijs. Exotiek op de tong en langs de slokdarm.

Na Saint-Rose gaat het weer naar boven. Vol riviertjes en vele watervallen die van steile bergflanken in de diepte storten. Aandoenlijk en overzichtelijker dan voorheen. Geen wonder dat dit kleine eiland zoveel diverse microklimaten kent. Soms hangen de begroeide rotsen half over de weg en plenst er water uit waardoor het een paar seconden lijkt alsof je door een carwash rijdt. Vandaar dat je hier nergens cabriolets ziet, trouwens sowieso niet aan te raden met deze zon die weer uitbundig schijnt doorheen het vertrouwde wolkendek. Op een leuke plek naast een brug vinden we een schattig restaurantje waar ik een Massalé Boucamé eet, gerookt varkensvlees aan mergpijpen in een saus.

Dan, na Cilaos komt Hell-Bourg, het enige overzeese van “les plus beaux Villages de France”. Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: Comment i lè?” Ik moet een klap in zijn hand geven en dan vuist tegen vuist doen, de begroeting hier. Maar ik versta hem niet, en hij lijkt dronken of gek. Als hij later Nella ziet met haar elektronische sigaret maakt hij misbaar, “Pa bjieng”, mompelt hij afkeurend. Allicht denkt hij dat het een gesofisticeerd drugapparaatje is? Bij het gaan slapen houdt een luidruchtige familie naast ons (vijf man en kindergejengel) ons wakker, amai, de muren lijken van karton.
Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: “

Donderdag 5/03/15

We rijden naar Saint-Denis, de hoofdstad, waar we in de late namiddag onze vlucht naar Mauritius moeten nemen. Wat slenteren langs de littoral en bestellen een hapje op de bekende eetmarkt Le Barachois. Typische maar goed uitgeruste eetkraampjes met een waslijst aan betaalbaar eetbaars, eigen nou ja, terras. Je bestelt, haalt af en smult uit plastic, drinkt van blik of flesje, maar het is helemaal mijn ding, authentieke, food zonder tralala maar lekker. Stukken goedkoper dan “echte” restaurants. Ik vind streetfood in Thailand en Vietnam b.v. supersafe, dus waarom hier niet. Al leerde ik ooit dat dat niet hetzelfde is in Zuid-Amerika (2 voedselvergiftigingen lang geleden). De keuken hier is O.K. maar bereikt nergens de culinaire rijkdom van Indochina en Thailand.

Ik had me zorgen gemaakt over de volle tank die ik moest afleveren aan Hertz en overal staan nog ellenlange wachtrijen. Maar vlakbij de luchthaven blijkt de Peugeot zelfs nog halfvol te zitten en ergens vinden we snel bediening. Door middel van met water gevulde flessen en een rol wc-papier, proberen we de wagen wat op te schonen want die moet in propere staat teruggebracht worden anders wordt er 41€ aangerekend. Al na de tweede dag in hotel Vogeltjesparadijs na het wegrijden vanonder een boom lagen zowat tien grote plakjes op onze voorruit. Kleine vogeltjes, grote souvenirs. Reken later het stof van La Plaine des Sables erbij, de modder na de regenvlagen en u kan zich voorstellen dat het nodig was.

De vlucht naar Mauritius in een bescheiden vliegtuig duurt slechts 45 min. We worden naar het noorden gebracht door een chauffeur van Mauretoco, de lokale agent, langs de enige snelweg die dwars door het eiland snijdt naar hoofdstad Saint-Louis dat we doorkruisen tot in La Grand Baie. De man vertelt ons honderuit over zijn land dat ook een verdraagzame samenleving telt tussen diverse godsdiensten. Trots zegt hij, dat er bijna geen werkloosheid is vergeleken met La Réunion. Maar, poneert hij, daar krijgen ze werkloosheidsuitkering, hier niet, dus waarom gaan werken als je met lui zijn geld krijgt, dat “werkt niet”? Dat zouden onze vakbonden eens moeten horen. En eigenaardig, krèk hetzelfde vertelde onze driver-for-one-day in booming Kuala Lumpur, precies een jaar geleden. Het doet nadenken, want beiden waren heel kritisch en toch trots op hun lage werkloosheid.

Mauritius, kleiner en vlakker dan Réunion, is 64 km lang en 55 km breed en zag er verrukkelijk uit vanuit de lucht, honderden droomstranden beschermd door riffen, baaitjes en uitbundige palmen. Onderweg genieten we van een spectaculaire zonsondergang. We doen er slechts 1uur 15 min. over want de spits is hier normaal meer dan spits, naar verluidt. We kozen La Baie omdat het het enige resort is dat vlakbij een gezellig stadje ligt op wandelafstand zodat je niet “opgesloten” zit in je (overal wel prachtige) hotel. Dat zou blijken. Gewoon effe langs het strand en de vissers- en plezierbootjes naar een wervelende ambiance van restaurantjes, boetiekjes, bars en lokale meeting points, allemaal langs een straat bij het strand in de baai en met genoeg lokale touch om sympathiek te blijven. Verder is er minder te bezoeken dan in La Reunion. Maar deze vijf dagen zijn bedoeld als rust-ontspan-relaxvakantie.
Hotel La Mauricia is vrij groot maar zoals overal hier, niet hoger dan twee verdiepingen. Mauritius is geen Belgische kust, elk resort heeft zijn groen domein. Het betekent kamerzicht op zee versperd door bomen in de tuin. Het doet met zijn palmen, de grote arbre de fruits de pain (vruchten die doen denken aan opgeblazen groene avocado’s) bloemen en inplanting een beetje denken aan Bali Hyatt. Het strand is in principe privé maar iedereen kan er voorbij wandelen, wat weinig gebeurt. Het hotel was half pension verplicht wat eigenlijk tegen onze principes is maar kom, ’s middags kunnen we nog altijd op zoek naar iets kleins en lekkers.

Het buffet is enorm uitgebreid met veel live cooking. En dineren aan een tafeltje vlak naast het uitgestrekte zwembad betekent vakantiegevoel. En ik eet elke dag van de heerlijke fruitsalade. Het onthaal is persoonlijk, niet aan een balie maar met een drankje in de zetel. We kregen hier al een stevige korting vanwege ons jubileum. Maar op onze kamer wacht ons daarenboven twee zwanen, tegen elkaar  in hartvorm gevouwen, uit badhanddoeken en met de woorden “25 ans” uit takjes gemaakt. Schattig.

Vrijdag 6/03/15

Zonnen en La Baie verkennen. Gezellig, maar warm en plakkerig. Het is er toch overal duurder dan verwacht. We sleuren dus een voorraadje water en bier en fris mee uit een supermarkt want dat scheelt meer dan een slok op een borrel met de hotel- of minibarprijzen. 1€ i.p.v. 4. Phoenix is hier de meermaals wereldbekroonde pils. Dankzij Belgische input, verneem ik. Nadien geniet ik van diverse dipjes in het heerlijke zwembad. Elke avond is er een themabuffet, gisteren Azië, vandaag Maritiaans. Zes zwarte schoonheden met wervelende breeduitwaaierende rokken vallen binnen, aangedreven door vurige percussie van vijf mannen met handtrommels en tamboerijnen. Ze dansen doorheen het enorme restaurant. Het opzwepende ritme heeft me meteen te pakken. Terwijl iedereen apathisch toekijkt, begin ik mee te swingen en, met de hoed van de bandleader op, eindig ik als een woeste triangelbegeleider. Hèhè, dat was ambiance.

Later passeren we de show- en dansvloer naast het zwembad aan de andere kant van de tuin waar
elke avond een orkest optreedt. Dezelfde groep begint er een uitbundige folkloreshow. Meeslepend en met die enorme rokken die hoog opgetild worden als blikvanger. Daar komen veel foto’s van want het zwierige van de knappe melkchocoladen meisjes in hun frivole klederdracht op een simpele aanstekelijke beat met creoolse gezangen is onweerstaanbaar. Op het einde komt het onvermijdelijke publiek-doet-mee-moment. Ik verschuil me lafjes, drukdoend achter mijn camera, maar Nella is de klos. Ze leren handjes draaien, koekebakke vlaaien, wiegewaaien en… patat,  schudden met je gat. Het ritueel blijft maar doorgaan …et alors on danse.

Zaterdag 7/03/15

Het regent pijpenstelen maar het blijft broeierig warm.
Als je van de kamer naar je terras gaat beslaat je bril. Overal rond het zwembad, de centrale lobby’s en het zwembad is er wifi maar niet in de kamers. Er gaan iPadden betekent na een minuut een waterfilmpje op je scherm. Het hotel met uitzicht op de baai en de bootjes heeft een bar met de naam Bay Watch Bar, what’s in a name, maar zelfs die is uitgestorven. Ik ga zwemmen in de regen, in de tropen altijd heerlijk. In zwembroek door de regen lopen, het heeft iets, al ben ik de enige. Het vocht waait overal binnen en over de hoog overdekte ruimtes tot meters binnen. Waterstof spettert rond. Voor het personeel is het dweilen met… juist. Over de middag is er twee uurtjes regenrespijt en we eten in La Baie aan een primitief minifoodstalletje voor de locals en maken er nadien een rustdag van. Nella koopt zich een verrukkelijk licht zomerkleedje, maar het zal veel papierwerk en douaneprocedures vergen om uiteindelijk in de luchthaven amper 7€ BTW terug te krijgen..

Zondag 8/03/15

Het is grijs, constant bewolkt, maar er is hoop. Na een tijd is het doenbaar om op de vochtige ligstoelmatrassen wat te zonnen-achter-wolken. Zwemdipjes blijven een must want je zweet snel.

Maandag 9/03/15

Zie zaterdag. Killing time, siësten, internetten, lezen. Een uitstap kon vanaf het begin al niet meer, vanwege volgeboekt, ook huurauto’s. Dus geen reuzenschildpadden, noch de fameuze Pamplemousse Gardens, noch andere prachtige kustlijnen met betoverende zandstrandzichten. Maar niet getreurd. We zijn gelukkig en deze 14 dagen hebben deugd gedaan, bedenk ik bij een exotische huiscocktail.

Dinsdag - woensdag 10-11/03/15

We worden pas om 14.30 uur opgehaald om naar de luchthaven te gaan. En dankzij de aangeboden faciliteiten na check-out, kan je douchen en verschonen en zo, dus ik bruin me nog even te pletter onder een felle zon die hier aan de hemel van rechts naar links gaat.
Van Mauritius naar La Réunion en dan herinchecken naar Parijs waar vertraging de wachthal aan de gate omtovert tot een heksenketel en de snackstand zichzelf snel compleet uitverkoopt. Het is in CDG lang wachten op onze bagage maar oef, we halen toch onze TGV en om 11.00 uur zijn we in Brugge.



woensdag 24 juli 2013

Reisverslag Languedoc: Carcasonne en Lac du Salagou juli 2013


Zaterdag 29/06.
Eerst Tanya ’s ochtends vroeg in Zaventem droppen voor haar vlucht naar Nepal, waar ze in Kathmandu 4 weken met arme weeskindjes zal werken en Engels geven aan meisjes in een Boeddhistenklooster als vrijwilligerswerk. Dan rijden we  door naar Charleroi waar we heel wat tijd moeten zoek maken voor onze vlucht aan de beurt is. Altijd ellendig, dat tijd doden op luchthavens. Na landing in Carcasonne meteen ons huurwagentje ophalen en kort daarna zijn we al in ons gîte te Cavanac vlakbij. Een schattig chaletje in een pijnboombosje tussen de wijngaarden. We trekken meteen naar onze vrienden Stefaan en Ariane waar we hartelijk verwelkomd worden in hun “doening” die ze zich recent aanschaften. Een supergrote ex-B&B met een enorme tuin. Gloednieuw prachtig gebouw met reuzenruimtes, alle comfort en faciliteiten erop en eraan.. Weg van alles, helemaal privé en toch vlakbij Carcasonne met vooral een onbezoedeld schitterend uitzicht. We beleven een heerlijke avond waarbij het barbecuevlees ons om de oren vliegt (inside joke) en besluiten in een van de gastenkamers te overnachten.

Zondag 30/06.
De volgende ochtend zijn we kattelam en we besluiten vandaag vooral niks te doen. In een lokaal winkeltje kopen we net voldoende om de eerste dag door te komen. Ik kokkerel wat, we siësten, dolce far niente.

Maandag 1/07.
We trekken naar de Katharenstad, eerst de benedenstad Bastide Saint-Louis en dan in de zon de Cité op. Zon jawel. Want de eerste 2 dagen bleek het weer niet je dat. We verdelen de oude vestingstad in twee en doen de kant van de basiliek. We terrassen op het drukke, gezellige Place Marcou en gaan dan in een lommerrijke terrastuin dé lokale specialiteit waar ik zo dol op ben, degusteren: salade de gésiers en een koninklijke cassoulet. Na de middag vinden we met moeite de Hypermarché Casino waar we voorraden, water, drank en Zuid-Franse ingrediënten inkopen. Zonnen, zwemmetje. Wel vervelend zwembad. Blijkbaar moet nu in Frankrijk elk zwembad beveiligd zijn tegen “per ongeluk erin vallen”. Het alarmsysteem moet daarvoor telkens ontsleuteld worden. Maar het werkt niet altijd. Vervelend als je erin duikt en dat alarm begint te loeien… wat enkele malen gebeurt. Hapjes met de wijn van het landgoed. Het vakantiegevoel is er eindelijk.



Dinsdag 2/07.
De ochtendlijke croissants haal ik op 700 m in het enige, bijna niet te vinden piepklein epicerietje dat haast niks heeft. Qua groenten b.v. enkel uien en knoflook... Aandoenlijk. We besluiten een boottocht te maken op de Canal du Midi. Deze ervaring wekt bij mij de goesting op om eens een boot te huren en voor lange tijd ergens  zo’n lange kanaalvaart te doen. Langs het rustgevende met platanen omzoomde water, even die meer dan 60 sluisjes doen, en zalig relaxerend genieten van het ritme. Sommige huurboten hier bevatten tot 6 fietsen en meestal alle comfort. Toekomstplannen. Het is echter winderig en killig. Languedoc in juli en slechts 18°? Klimaatopwarming mijn, ahum r***. Na dat al hele jaar povere weer…
Enfin, we lunchen licht en vestigen dan het wereldrecord siësten, van 15 uur tot 19.30 uur! We gaan eten in ons dorpje dat dus letterlijk niks heeft buiten dat tja winkeltje en een coiffeuse, maar wel een château met een enorm restaurant en een zeer ruim keuzemenu van 45€ wijn en all in. Vrij lekker maar wel flauwe wijn (van hun eigen domein), vandaar allicht….

Woensdag 3/07.
Nog altijd slecht weer. En alsof de vermoeidheid nu pas echt van ons valt, doen we de hele dag niks, komen zelfs niet buiten. Tijdens mijn ontbijtzoektocht vind ik heerlijke campagnardeworsten die ik op de BBQ later omtover tot quasi-delicatessen met eigengemaakte ai oei li ! (aioli). Bij het bestellen van de worst zegt de man: “Il n’y a pas de soucis.” Hoe zo? Il n’y a pas de saucisses? Net voldoende warm om toch buiten te eten, daarna niksen, dutten, siësten, luieren, amai.

Donderdag 4/07.
Tijd voor actie. Ik stippelde een autotrip uit die hier en daar de Canal kruist. Trèbes, Rieux-Minervois en uiteindelijk Caunes-Minervois met zijn mooie abdij en een paar km verder het idyllische Notre Dame du Cros, een kapel naast een kabelende beek, mooie falaisen en een prachtige groene setting. We kopen ergens een vaasje in het rode marmer van hier, dat ook gebruikt werd bij o.m. de bouw van Versailles, Opéra de Paris tot de St-Pietersbasiliek van Rome toe. In het jachthaventje van Trèbes in een bocht van de Canal zijn er uitnodigende terrasjes, maar we eten gegrilde  vis ergens binnen (te fris) voor een prikje. We passeren het Truffeldorp, jammer dat het geen seizoen is, om eens terug wat verder te lezen en te rommelen.

Vrijdag 5/07.
 Vroeg op weg naar Lagrasse, zo’n “un des plus beaux villages de France”.

Ik koos een binnenweg door de heuvels langs smalle, soms gevaarlijke bergpassen, kronkelend maar vol mooie uitzichten. Lagrasse is een verstild dorp, zo’n postkaartfotoplek en we schieten dan ook volop dergelijke beelden. Oude bruggetjes over lege riviertjes, rustiek, erg rustig, er is  bijna niemand. Dan wordt het tijd om Carcasonne deel 2 te doen.
Dit uitgepuurde middeleeuwse Unesco-erfgoed is ergens best vergelijkbaar met Brugge. Toch valt het als toeristenstad nog mee met de drukte voor begin juli. Eigenlijk overal in de streek dus… Al blijft Brugge een echte  leefbare, bruisende stad en kreeg het vroeger het verwijt een Bokrijk of Disneyland te zijn of te worden. Dat klopt niet. Maar eerlijk is eerlijk, hier is dit anders. Nauwelijks echte inwoners in de historische kern, de meesten komen dus naar het “quasi-atttractiepark” werken.
We dompelen ons onder met het bezoek van het kasteel, een echte burcht uit de boekjes die een boeiende gevarieerde geschiedenis kent.. Er wordt een opvallend knap gemaakte en meeslepende audiovisuele presentatie getoond op dubbelscherm. Dat vertelt in 12 minuten op een zeer infotainende en toch interessante manier alles wat je moet weten. Perfect voor elk publiek. Zoiets hebben we nog tekort in Brugge en het is jammer dat het Historium deze invalshoek niet inhoudelijk beter bespeeld i.p.v. van hun keuze voor een fictieverhaal. Dan verder slenteren in straatjes, terrassen. Fotootje. Een echte ochtend voor de Homo Turisticus.

Violène, het meisje aan de deur, overtuigt ons haar restaurant Auberge des Musées binnen te stappen. In de binnentuin wil men ons enkel een tafeltje voor twee bezorgen die of in de zon zitten of een verdomhoekje lijken. Een tafel van vier kan niet. Het is 13.15 u. en het is er maar halfvol. We dringen aan en het personeel behandelt ons uitermate kort en onvriendelijk. Dan maar weer weg. Violène vangt ons op en plaatst ons aan een leuke tafel voor vier wat voor spanningen zorgt tussen het personeel. Nadien hebben we de hele tijd het gevoel dat we “gestraft” worden. We worden geïgnoreerd en mijn schotel nochtans van het dagmenu, de huisspecialiteit cassoulet natuurlijk, komt 15 minuten nadat Nella haar hoofdgerecht al op had. Naderhand bleken de helft van de tafels nooit bezet… Ook hun vestimentaire outfit vind ik minnetjes. Bedienen in je casual kledij is hier overal de gewoonte maar laat het smart casual zijn i.p.v. landlopercasual of een uniformshirtje, waarom niet. Voor het eerst zal ik een vlammende tripadvisor-recensie schrijven. Kijk, dit is wat gebeurt als toeristen “vanzelfsprekend” worden. Een gevaar dat ook de hospitality in bepaalde gelegenheden in Brugge bedreigd en op termijn de reputatie van een stad. Brugge bewaak uw onthaalkwaliteit en behandelingen van toeristen. Het blijven gasten die respect verdienen.
Als ik de parking wil uitrijden weigert de automaat mijn ticket. Als ik bij de parkeerdienst beland, bemerk ik dat ik voortdurend probeerde met het ticket van Q-Park Charleroi. Ahum.
Een avondlijke zonsondergang verdrinkend in de wijngaarden. Morgen verlaten we l’Aude voor l’Herault, toch een kleine 2 uur rijden.

Zaterdag 6/07.
De afrekening loopt vlot. We consumeerden hun eigen wijnen, olijfolie, confituur…
Ik rijd eerst door de Minervoisstreek naar Béziers. Het is heet. Er is een reuzenrommelmarkt. Als lunchtussenstop gaan we voor de schandalig goedkope fruits de merschotels op een terrasrestaurant langsheen een soort derderangsramblas. Reuzenoesters en -crevetten en 6 andere schelpdieren. Je kan hier een enorme pot mosselen-friet eten op 5 wijzen (o.m. met roquefort uit de streek) voor slechts 9,9€. Hallo België! De portie is enorm en de mosselen best groot en overweldigend ruikend. Nog maar eens valt op hoeveel goedkoper restaurants zijn vergeleken met ons land, uitgenomen de bieren met soms weinig keuze… maar we zitten in de grootste wijnstreek, dus…
Na een mooi uitzicht over de Pont Vieux en de stad met kathedraal erboven torend, op weg naar Liausson, ons gehucht bij Clermont-l’Herault, dat uitziet over het heel bijzondere Lac du Salagou. Turkoois water, kalkplateauheuvels vol garrigue met bruine strepen van de ruffe, rode aarde door ijzeroxidatie. Een merkwaardige plek. Onze gîte is een pareltje. Dat het supercomfortabel is en alles heeft is zeker meegenomen maar we hebben een privéterras met uniek zicht op het meer en dat is fantastisch natuurlijk. De hele omgeving is ook knalproper en naar ons verblijfje is het door lommerrijke bossen vol kermeseikjes en goed onderhouden straten. We zitten dan ook in het natuurpark van de Cevennes. Voor commerces moeten we wel telkens naar Clermont (7 km). We gaan snel inkopen doen, vooral dranken, fruit en groenten. En tanken. Dorst! Ik smeek Nella ergens een blik koud bier te vinden. Ze komt terug met een citroendrankje dat lijkt op bier… Dan volgt de welkom door de eigenaars met verse eitjes en 2 flessen wijn. De gîte is aangebouwd aan hun zeer charmant mooi verblijf. Zo’n huis waarvan je zou dromen als je een stek in Zuid-Frankrijk wil. Aangenaam, licht, nee, geen gerenoveerde fermette. We installeren ons, maar wat is het opeens heet geworden, 38° aub. Hoezeer ik dat voorheen al meemaakte, de volgende dagen wordt koelte zoeken toch een hoofdthema. Luiken dicht, ontelbare koude douches, soms gewoon binnenblijven. En ik die boos word als mensen, van zodra het eindelijk wat warmer wordt, al meteen beginnen klagen dat het té is.

Zondag 7/07.
Broodhalen is een halfuurtje weg zijn. We doen een minitrip langs Villeneuvette, charmant, en dan de attractie van de streek le Cirque de Mourèze, een keteldal met zijn vele grillig gevormde rotschaossen uit dolomietsteen.

Even wordt het klimmen, ploeteren, puffen. Vandaag weer 38°. Geen idee waarom de eigenares ons gisteren nog een donsdeken gaf. Maar we genieten. Lag bij de eerste week de nadruk eerder op cultuur dan staat de tweede in het teken van de natuur. We eindigen op een minizondagsmarktje in Sarcasc en tanken vloeistof in het enige volkscafé. Met vlees voor de BBQ , 5 groenten van de boer, geen 2€, huiswaarts via heerlijke zichten op de Lac en roodbruine rotsformaties waar verliefden met witte keien overal namen en boodschappen op nalieten.
Avondbarbecue met varkenshaasje en contorni op ons nagloeiend terras en dan opeens zijn daar een paar druppels, lekker, niks van aantrekken. Maar dan breekt het toch los, we hadden net zowat gedaan met eten. Onweer, regen en later als het donker is, staan we onder het afdak ademloos in bloot bovenlijf te genieten van de ozon en de zuurstof in de lucht kijkend naar een symfonie van kletterende donder en bliksems die als steekvlammen het meeroppervlak in vuur lijken te zetten. Het koelt wat af, wat welkom is. Tegenzijde is dat alle vliegen, motten en hun vriendjes uit de buurt nu bij ons wonen. Tabletje tegen muggen maar het gezoem leidt tot opstootjes bij deze jongen. Dat de constant bij ons vertoevende lapjeskat die nu eens allemaal kon vangen hé. Nop.

Maandag 8/07.
Parapentedag! Maar help, ik voel me niet echt lekker. Overvloedige diarree en zo slap als een vod.

De ochtend gaat verloren. Maar de al maanden gemaakte afspraak op Pic de Vissou gaat door om 16.00 uur.
De wind uit het zuiden is ideaal en sterk genoeg en de warmte dusdanig dat ik kan zweven boven de heuvels in T-shirt. Geen honger, dan maar met lege maag op weg, het is niet ver, wat zoeken en tenslotte 2 km langs een hobbelige stoffige puttenpiste, een uitdaging voor ons goedkoop huurchevroletje. Alles onder een verzengende, loden zon. Volgende keer toch een auto met airco en een die geen roofbouw pleegt op mijn, om medelijden smekende, rug na elke rit...
Halfuurtje te vroeg en nergens schaduw. Patrick arriveert gelukkig op tijd en we beginnen eraan. Ai, we moeten klauterend afdalen naar het startveld en Nella is daar niet op voorzien, zeker niet qua schoeisel, een benauwelijk moment want ze wil het opstijgen meemaken en fotograferen natuurlijk.. Maar ze redt het en een collega van Patrick zal haar weer naar boven begeleiden. In een zucht zijn we weg op de perfect, ideale zuidenwind. Ik zie zwevend boven de hoogste pieken, zelfs Sète en zijn lagune en de kust van de Middellandse Zee, toch op 50 km. Ik geniet weer volop. Ja echt, geluk en totale vrijheid is … eens goed van de grond gaan. Lol. (Op de foto: stipje beneden tussen mijn benen = Nella)

Dinsdag 9/07.
We vertrekken naar St-Guilhem-le-Désert, nog een plus beau village.

Eerst bezoeken we de Pont du Diable waar een leuke duivelse legende aan vastzit en dan langs les Gorges de L’Herault, riveropwaarts naar het dorp. We betrappen ons erop dat dit de vakantie is van de foto’s op of voor mooie bruggen met achtergrond. Guilhem, lokaal dialect voor Guillaume, Wim dus in ’t Nederlands, een neef van Karel De Grote die in de streek veel betekende. Het mooi bebloemde dorp is eigenlijk één smalle klimmende straat met boven de romaanse Abbaye de Gellone  en een leuk plein. Nog niet veel zag ik zoveel romaanse gebouwen die getuigen van de echt vroege middeleeuwen nog van voor het feodalisme. Eens terug gaan we in Clermont aan de centrale Allée in Le Tournesol, door iedereen aangeraden, een tweegangen-dagschotel eten voor slechts 13€.
Later gaan we even zwemmen en zonnen in onze stek. De eigenaars zijn weg voor familiale perikelen en we praten met hun vriend, Alain uit … Merchtem die op het huis past. Ze zijn al tientallen jaren bevriend geraakt en leerden elkaar kennen in... Damascus (Syrië).

Woensdag 10/07.
Marktdag in Clermont, een van de oudste van Frankrijk en de moeite, druk en gezellig langsheen de oude straten en halfpleinen van het oude stadscentrum. Als espadrillefan koop ik me een paar echte lederen voor 15€ al lijk ik er later wel erg grote voeten mee te hebben. Nella op zoek naar een superlicht zomerjurkje koopt een snoezig rokje. Dan terrassen en observeren van de va et vient van zovele mensen in vestimentaire niemendalletjes. Lokalen en toeristen haal je niet uit elkaar, sandalen, shorts en een shirt of iets negligé. Eerst nog een biertje. Bij grote dorst toch altijd uitkijkend voor Belgische bieren. In de Estaminet de Commerce schenken ze zelfs Grimbergen blanche en blond van het vat. En ABinbev is gelukkig overal aanwezig want sommige Franse pilsen zijn te doen (1666), maar als ze enkel Heineken hebben, ga ik toch weg. Maar bij het eten wordt het uiteraard streekwijn en hier dus vooral rosé. We ronden af, waarom niet, met een gelukkig gereserveerde plek op het bomvolle terras van Le Tournesol.

Opvallend het gratis karafje water dat je in Frankrijk altijd kreeg aan tafel is overal aan het verdwijnen. Jammer. Je moet er nu echt zelf om vragen.

Ik die altijd op zoek ben naar de lokale keuken, bestel wat ik anders een zwaktebod vind: entrecôte maar ik doe het voor de roquefortsaus. Deze kaas werd in deze streken uitgevonden. U kent het verhaal van de herder en zijn vergeten kaas in de grot wel. Na de salade perigourdine voel ik a.h.w. de cholesterol in hun handjes klappen maar goed, deze reis aten we toch vooral licht en gezond. Eens terug geeft  Nella een impressie van de Venus van Botticelli en ik van een Griekse krijgsheer die ten strijde wil trekken.
We krijgen ook nieuwtjes van ons Nepalese dochter via de iPhone zoals “Tanya- mosquito’s 0-16”. Hier is het “vliegen - Wim & Nella 16-0” maar ik voer een forcing.  Dra is de stand 20-5.

Donderdag 11/07.
We willen zee zien. Op naar Sète waar we langs Bouzigues (oestervelden) en de Etang de Thau de vissershaven en het centrum doorkruisen om uiteraard weer te belanden achter een enorme portie fruits de mer met een halve krab en halve kreeft voor nauwelijks 50€ beiden, met aioli, toastjes en een fris witje. Uitgezocht uit de tientallen visrestaurants langs de kade. Overal heben de terrassen van die heerlijk automatische benevelaars en democratische prijzen voor vele soorten verse vis en bouillabaisses. Wat me weer opvalt is hoe kinderen geconditioneerd worden. Kindermenu’s blijken in Europa overal hetzelfde: spaghetti, kip met friet of pizza. Zo kweek je slechte eenzijdige gewoontes. Een kwartetje gaat de terrasjes rond. Ik voorspel 4 nummers van hun medleyrepertoire juist (in de hele wereld overal ’t zelfde toch?): O sole mio, Nava havila, het Russische Nje kati en.. we zijn er niet ver van… het onvermijdelijke E viva Espana waar Samantha nooit een frank aan verdiende.
Vrijdag 12/07.

Laatste dag. Ik sta vroeg op en bestijg het klimwandelpad vlakbij van 7 km dat me tot op de Pic de Liausson moet brengen met uiteraard een schitterend zicht over de Lac du Salagou. Die kleine drie uur klauteren, niet meer gewoon, puf puf, loonde dus, maar de afdaling onderschat ik en even ga ik op mijn rug, klauw in distels, maar goed. De dag gaat op aan onze restjes opeten en laatste dingetjes doen.

Zaterdag 13/07.
Even ziet het er naar uit dat voor de terugrit naar Carcasonne op deze piekdag we te laat vertrokken en we belandden rond Béziers in een trechterfile, maar ik kan onstnappen langs kleine wegen. Uiteindelijk eten we vistapas voor 10€, ditmaal op het terras naast de Canalbocht van Trèbes met haventje en mooie boten lekker buiten. Dan huurwagen indienen , we deden toch bijna 1 000 km. Voor slechts 300€ all in. Vlotte terugreis. Om 21 uur zijn we thuis.

donderdag 19 juli 2012

Verslag vakantiereis Lot/ Dordogne 2012

Dag 1: naar Saint-Privat des Prés.

Tanya is voor het eerst naar Werchter geweest, 1 dagje maar. Leuk is dat ze er The Cure zag, 27 jaar later dan haar vader (toen in De Brielpoort). Minder leuk is dat ze dus de nacht moet doorsteken. De trein nemen van 04.00 uur, waarna ik haar om 06.00 uur ophaal aan het station, we haar thuis ontvetten en ontsmetten, op de achterbank gooien en dan gaat het in één ruk 8 uurtjes naar Saint-Privat op de grens tussen de Charente en l'Aquitaine.

Omdat ik het wel gehad heb met de vervelende péage Lille-Paris en zijn periphérique, rij ik om langs Dunkerque-Boulogne, Rouen, Le Mans. Vanaf Angoulème kleine baantjes tot we het huis van ouwe vriend Guy bereiken. Ik zag Guy niet meer sinds de late jaren 80. Hij heeft er een leuk optrekje met een appartementje voor ons. Maar het is echt wel in "la France profonde", the middle of nowhere maar met een enclave van wel 50% Britten. Het is vrijdagavond en happy hour en we eten dan ook in, wat ik denk, het enige restaurant in de verre omgeving, gerund door Engelsen. Guy is ondertussen Brit en leeft er na zijn tijd in Dubai met zijn gezellin Judith. Het wordt gezellig bijpraten. The food cooked by English is zoals het is, maar goedkoop. Guy nam mosselen zo’n kleintjes hebben ik echt wel nooitgezien… We kruipen vroeg onder de wol.

Dag 2: van Guy naar Puy.

De volgende ochtend door naar ons eerste adres voor een week: de gîte Malbec bij Puy-l' Évêque langs de Lot. Maar eerst gaan we Perigueux bezoeken voor we zuidelijker trekken. En wat een meevaller, makkelijk bereikbaar, mooie centrale parking onder heraangelegd modern plein, VVV, openbare automatische, gratis, propere toiletten en meteen toegang tot de middeleeuwse binnenstad met kronkelstraatjes, heerlijke hoekjes en massaal veel leuke pleintjes met overal terrasjes en eethuisjes zonder dat het toeristisch aanvoelt en je wandelt zelfs a.h.w. alleen. Hoe dan ook een voorbeeld voor toeristensteden. Hallo Brugge!
Deze stad was ooit een pelgrimsoord op weg naar Compostella. Nochtans zijn er niet teveel religieuze symbolen, maar je voelt het onderhuids. Place de la Vertu, Rue des Dépêchés. Er is wel de Cathédrale Saint Front in de vorm van een grieks kruis waar net een orgelconcert bezig is. Haëndel hoor ik. De kerk zelf doet aan de Sacré-Coeur van Parijs denken. Het is warm. De dorst slaat toe. Op een terrasje nemen we 2 kleine slaatjes en 1 bord du terroir à 17€ met daarop een reuzenaardappel uit de oven met crème, massa's sla, cuisses en confit de canard, magret de canard, gerookte droge schijfjes canard, (sorry) foie gras, rillettes, en nog een andere eendenbereiding. Overheerlijk, we delen en eten ons een breuk. Value for money. Tja, we zijn in de Périgord maar het canardaanbod is hier echt overal. Confit partout. En een soort Gaia kennen ze hier echt niet, verneem ik later. Erger. Dierenrechten? Mijn gesprekspartners weten echt niet waarover ik het heb…


Op de terugweg laat ik me eens goed gaan op de kronkelende départementals met weinig verkeer. Vijf maanden eco-stand beloon ik door helemaal fout de XF eens uit te testen in de sportstand en het toepassen van de manuele oversturing van de achttrapsautomaat. Langs heuvels en dalletjes, bossen en weiden brullend op de tonen van "Someone Somewhere in Summertime" terwijl The Simple Minds straks op het Werchterpodium staan. :-) Blijkt er nog altijd een jongentje met rijplezier in me te zitten.

Aangekomen in Puy, rijden we over de Lot. Het stadje ligt mooi boven de brug met zijn huizen en donjon tegen de okeren rotswanden. Drie km verder met zicht op onmetelijke wijngaarden, een zwembad voor ons alleen, terras en BBQ blijkt onze gîte leuk gebouwd met respect voor de oude wijnfuncties (vatenpatronen in de muur) maar met alle comfort. Lekker koel, ruime woonkamer en alle comfort. We gaan in de Intermarché inkopen doen en besluiten als we toch maximaal van onze gîte willen profiteren er voor te gaan. Dit is een nieuwe ervaring voor ons gezin. Een aperitiefje kan je anytime uit de frigo halen. Nooit meer afhankelijk van baruren en barprijzen or whatever en je kan liggen en zitten waar en hoe je wil. We genieten van het vooruitzicht.

Dag 3: relax.

Of dat was de bedoeling: zonnen, zwemmen, barbecuetje 's middags, luieren, kortom op onze positieven komen, lezen, zelfverwenning en genieten van onze gîte. Pech, het druilt maar ik haal om 8 uur verse croissants (elke dag) en een baguette.
We veranderen onze plannen, bezoeken in Prayssac vlakbij een zondagse gezellige prondelmarkt, vermeien ons met raadspelletjes op een terras en besluiten in onze chalet, dixit Nella, met hapjes te lunchen en te siësten. In de namiddag klaart het op en we maken ons op voor de EK-finale Spanje-Italië. Door Nella's nationaliteit natuurlijk als tifosi van de Azurri. Het blijkt al snel er niet in te zitten. Spanje speelt eindelijk/helaas zijn beste wedstrijd tot nu en eens de kans op 2-1 de mist ingaat, is het verloren. Desondanks slapen we heerlijk hier. Ik toch veel beter dan thuis....

Dag 4: nu echt zonneluieren.

Lekker zwembad, terras en BBQ privé met uniek uitzicht foto: ontbijt), het heeft wat. We profiteren, grillen, wijntje, eten 3 x buiten, ik droom weg en daarmee is alles gezegd.

Dag 5: naar Saint-Cirq-Lapopie/ Cahors/ Luzech

Gezwind naar St-Cirq en jawel, het is inderdaad een van de mooiste dorpen van Frankrijk. De rit alleen is weer een plezier, bossen, valleien en kleine typische dorpjes toujours fleuri. De middeleeuwse kronkelstraatjes met authentieke middeleeuwse huisjes, balkonnetjes, onverwachte terrasjes zijn hartveroverend. Maar ook de klim naar de ruïne op de top voor betoverende vertezichten over de Lot, dalen en het "kabouterdorpje" zelf. We fotograferen ons te pletter. En toch is het hier niet onder de voet gelopen. Tof. In een restaurant compleet onder de wijnblaren, gelukkig, we puffen, krijgen we voor een prikje een enorm bord met massa's vlees, sla, knapperige patatjes. 1 schotel is nog niet door 3 man op te krijgen. Les: nooit denken dat je te weinig zal krijgen.

Op de terugweg heb ik eigenlijk geen zin in de hitte van de stad Cahors. Ik navigeer enkel naar de niet te missen Pont Valentré (14e E) met zijn bijzondere vorm afgebakend door 3 vierkante torens. Mooi. Dan door naar het kleine Luzech op de terugweg. Het wordt weer naarboven kruipen in de hitte tot op de ruine van de donjon voor het uitzicht. Eens terug thuis ploft Wim meteen in het zwembad. Koelte! Frisse drankjes, hapjes en een goed dik boek: ” Freedom”het meesterwerk van Jonathan Franzen, meeslepend, beklijvend, dat ik beurtelings in het Engels als iBook lees en in het NL als paperback. En ik erger me aan de Hollandse vertalingen. "Hou er mee op", wordt: "nou kan ie wel weer". En weet u wat "uitvlakken" is? Hooking up = een meisje een beurt geven, stevig van bil gaan .... maar haar "uitvlakken"? Hardstikke asjemenou!

Dag 6: Puy-l'Évêque
Eerst ontbijten we nog in de zon, dan druilt het de rest van de dag. 's Middags bezoeken we Puy zelf. Maar zoals steeds verliest alles zijn charme als het zo grijs blijft. Om 18 uur gaan we naar Luc, de vader van Vlaming Maarten die met ega Chrystelle "Badozo", de gîte uitbaten, zelf bouwden en deze week een tweede afwerken. In de Chateau Famaey van de gelijknamige wijnen en waarop wij van ons terrasgrasveldje over uitkijken, resideert hier al sinds 2003. De passie die zoals steeds bij wijnboeren doorklinkt in zijn verhalen, liet Luc, een bankfiliaalhouder, van levenskeuze veranderen. En met succes. Lekkere Cahorswijn vooral o.b.v. malbec maar in vele vormen, smaken, labels en soorten. Ze voeren uit naar 20 staten in de USA, Canada, Zuid-Amerika, Hongkong, Japan,Taiwan. Zijn marketingverhaal doet me aan zijn lippen hangen.

Aan de Pont is er een minimarktje des producteurs locals langs de oever. Er zijn bijna geen toeristen (of nog niet). Je kan met je eigen mes en vork aanschuiven aan tafels en van de kaasjes, canardstukken, lokale wijn, groentjes en specialiteiten proeven en ter plaatse opeten. Spotgoedkoop. Maar wij hadden gereserveerd in een crêperie met uitzicht op Puy en de rivier. Ik eet une galette 'le soleil du Quercy' dat letterlijk in die vorm geserveerd wordt, overheerlijk met een rocamadour fermier (al mijn derde ondertussen) als zon en canard fuméreepjes als stralen. Njamie. En een rouge Malbec Famaey natuurlijk.

Dag 7: naar Rocamadour
Het regent weer. Verdorie. "Dat is uitzonderlijk hier". Nou, dat was onze lente en belgenzomertje tot nu ook. Als we na 75 minuten dartelend rijden Rocamadour tegen de kalkrotsen zien liggen in de vallée d'Alzou zijn we meteen onder de indruk. Dat waweffect van dit bijzonder mooie en spectaculaire stadje ... we snappen waarom dit een mustsee is. Het gezellige straatje vol historische gebouwen, winkeltjes en een karaktervolle sfeer geeft ons moed om de eerste 200 trappen te beklimmen naar de magnifieke Sanctuaires. De cryptes, kapellen, torentjes, richeltjes, vergezichten... een onvergetelijk bezoek. Uiteindelijk zullen we meer dan 350 trappen doen, een wereldprestatie voor ons Nella. Proficiat wuvetje. Maar voor het tweede deel nemen we de schuine betalende lift. Dan moeten we op het kasteel nog eens overal op de vestingen klauteren en klimmen maar de zichten lonen absoluut de moeite. En laten zich niet beschrijven op een pretentieloze snelblog. De wandeling langs de kruisweg die de pelgrims vroeger op hun knieën deden is lommerrijk en rustgevend. We profiteren op een gelukkig overdekt terras (it’s raining again) om op onze positieven te komen en Wim slurpt met smaak zijn eerste cassoulet "maison" op. Wat een lekkernij toch. Boven l'Hospitalet maken we nog een panofoto (er was daar nog zoveel te doen, maar het giet) en dan via het ook onbezochte Gourdon terug. 's Avonds kunnen we toch nog even buiten zitten.

Dag 8: dolce far niente

Helaba! Er was vandaag voor dagen zon beloofd en die breekt maar niet echt door. Dus al wat inpakken, bloggen en een restjeslunch in elkaar knutselen. Ik wil nog dat zwembad in, maar als compensatie boeken we alvast een tafeltje in gastroresto Côté Lot boven Puy waar je een breedbeeld panoramisch zicht hebt over de omgeving. Fabuleux. Morgen zit onze eerste week er al op.... Om 2 uur nog altijd geen zon. Ik begin even te begrijpen dat er mensen zijn die van pure wanhoop, zoals ik verleden week las, een late booking doen: zongarantie, direct, naar waar doet er niet toe. Zou ik nooit doen. Drop mij met alle faciliteiten aan een zonovergoten Costa and I prefer to die... '-). Hoewel dus.
Maar we laten het niet aan ons hart komen. Pastisje en in plaats van een zonne- of zwembad is deze blog al meteen up-to-date. En nu de rest van de hapjes, slaatjes en "Vrijheid"... en dat dinner met uitzicht, à la grande.
Meer foto’s vindt u op Flickr:
http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157630663575402/

Dag 9: naar Belvès.
Opgeruimd staat netjes. Afscheid. Nog even de nieuwe, vandaag "op te leveren" gîte Sauvignon bewonderd en weg naar onze chambre d'hôte Le Petit Bonheur te Belvès. Perfecte naam voor een klein paradijsje ingericht door een Vlaams koppel, Marnic en Carine. Het is een supercharmante plek gerund door een echtpaar dat gastvrijheid tot een hoger levensdoel omvormde. Ik plons meteen het zwembad in na een sympathieke verwelkoming, voor mij …. met een Duvel. Daar gaan mijn plannen om zich te “laisser dépayser” en alleen lokale drinks te doen (wijn, pastis, enz…)

’s Avonds is er een gezellige table d’hôte. Met zijn 9 rond een ronde tafel met een centrale draaischijf. We maken dieper kennis met onze gastheren en medebewoners. Le Petit bonheur. Terecht, what’s in a name. Het is een perfecte setting en een ideale thuis voor Bourgondiërs die Dordogniërs willen worden. De inrichting is charming en oergezellig met een zonneterras, een schaduwterras, grote tuin en een grote, leuke barruimte buiten. Dit wordt echt vakantie!

Dag 10:  Langs de Dordogne: Saint-Cyprien, Beynac-et-Cazenac, La Roque-Gageac
Het dreigt de hele dag te regenen. Tant pis. We trekken naar de gezellige zondagmarkt van Saint-Cyprien. Alle soorten kraampjes staan er kriskras door elkaar. Specerijen, kleren, bloemen, lokale specialiteiten en kazen, gadgets, groenten, grappige prullaria, … een symfonie van geuren en smaken. We kopen o.a. 2 truffels (aan 6€ slechts), een shortje, kruiden, gedroogde zwarte trompettes en ‘n regenjasje voor Tanya en een salamiworst van eend met truffel voor 3€. Evidemment. We volgen de slingerende Dordogne tot Beynac.
Dit prachtige dorp aan de oever vol bootjes en kano’s was ooit decor voor de film ‘Chocolat’ met La Binoche. Het is steil bergop langs nauwe middeleeuwse, kronkelende straatjes met leuke huisjes, alles tegen de  falaises aangebouwd. Prachtige vergezichten, bloementuinen, onverwachte hoekjes … tot het majestueuze kasteel bovenaan. Ik waan me in Doornroosje of (niet denigrerend bedoeld) een mooie romantische middeleeuwse Disneyfilm. We fotograferen ons te pletter. Bovenaan worden we dan echt overvallen door een fikse bui, dus wordt het een lunch met een heerlijke lokale sla. Dan gaan we verder tot La Rogue-la-Gageac, een mooi straatdorp waar we een uurtje rondvaren op historisch-gereconstrueerde boten, goed voor verbluffende zichten op kastelen, kliffen en oude huizen tegen de rotsen aan. Ik geniet van de verzorgde professionele en vriendelijk commentaar in het Frans, maar het kan ook met audioguides in alle talen. Hier kunnen de meeste Brugse bootjesmannen nog van leren (zie ook blog “Verzandt Brugge opnieuw?”). Nella heeft zich weer overtroffen met al dat bergop klauteren vandaag maar het was een indrukwekkende superdag en we zijn terecht moe.

Dag 11: Op pad naar Sarlat
Sarlat-La-Canéda is één van de grootste musts uit de streek en een bezoekersattractie op zich. Het stadje is vrij vlak vol kronkelende straatjes, steegjes en gezellige pleintjes met terrasjes. Een en al sfeervolle boel. Verzorgde huizen en monumenten, nog meestal door en door middeleeuws en Unesco erfgoed. Ik eet er aguillettes (filetjes) de canard met de fameuze pommes de terre sarladaises. We slaan wat delicatessen in. In het terugkeren kopen we in een supermarkt een en ander om soms wat te picknicken deze week en enkele potten cassoulet voor thuis. Het was een mooie warme dag.

Dag 12: Montpazier en dichte omgeving
Montpazier is één van de wel tien “les plus beaux villages de France” die je hier vindt binnen een straal van 50 km (waaronder Belvès zelf). Het is een middeleeuwse bastille, wel vlak en met een schaakbordpatroon. Via Beaumont gaan we naar het gehucht Cadouin vlakbij een mooie, oude abdij iets eten en dan lang siësten, lezen, petanquen waarbij Tanya haar ouders afkuist met een vlotte 14 – 11 – 2. Dan picknicken we met een flesje lokale wijn na een uitgebreid aperitief van heu… Belgische biertjes.

Dag 13:  Les Jardins de Marqueyssac, avondje Belvès met Marché Gourmand en vervolg.

Dit werd een bijzondere dag. Het is eindelijk wat beter weer. Ideaal om de “hangende” tuinen van Marqueyssac te gaan bezoeken. Buxusstruiken in alle mogelijke vormen geknipt en langs verschillende wandelpaden waaronder de majestueuze zichten op Castenaud, andere kastelen en dorpen en belvedère over de hele uitgestrekte groene Dordognevallei. Een paradijs op  zich, kindvriendelijk en een onvergetelijke setting. Een toeristisch pareltje. Tanya laat een heleboel leuke foto’s schieten die ze dezelfde dag nog op haar blog verwerkt tot haar eigen versie van Alice in Wonderland. Surf ernaar voor een creatieve insteek. Aanrader.

’s Avonds maken we ons op om met onze gastheren en 2 medegasten Belvès te bezoeken en deel te nemen aan de Marché Gourmand. Het middeleeuwse stadje bevat naast een leuk centraal plein en gebouwen, ook onverwachte hoekjes en kantjes en … troglodyten. Deze grotholen die zich letterlijk onder het stadscentrum bevinden, werden in vroegere tijden bewoont op een zeer primitieve manier. Het bezoeken waard al had het Engels commentaar een hoog Allo-Allo gehalte. En dan smikkelen en smakkelen: keuze te over. Democratisch. Primitief-authentiek maar gezellig en met alle ingrediënten van een volksfeest. Dat in le Petit bonheur wordt verder gezet met o.m. chacha-demo’s (Nella en Carine vooral) en halve danspartijen. Opeens stonden de 3 koppels allen te slowen. Ja, daar zijn wij Vlamingen goed in hé. Onze versie van een bal populair. Wel reuzenamusant, dat spreekt.

Dag 14: Langs de Vézère het groen en de prehistorie in.

Omdat de vorige avond bleek dat men wel eens een tochtje in de Jaguar wil doen, doen we met Luc, Christine, Marnic en Carine een ritje in de omgeving. Waarbij we o.a. de echte originele route naar Compostella dwarsen. Het raakt me als ik denk aan al die trekkende monniken vroeger en waarvan we in de streek al zoveel sporen zagen. Een stuk geschiedenis trekt voorbij. Nadien blijkt er een spijker in mijn al halfplatte voorband te zitten. Maar voor 12,5€ lossen ze het op in de lokale garage. Oef.

Op weg met zijn drietjes dan. We volgen een mooie panoramische route vanaf La Bugue en volgen de Vézère richting Les Eyzies-de-Taynac tot in St.-Léon, nog zo’n idyllisch dorp. We lunchen in een grote tuin. Gésiers d’oie. Onderweg zien we vele rotsspleten met troglodyten. Les Eyzies (niet uitspreken zoals een Hollander daar: Les Zizis)  is de streek van de prehistorische grotten. Lascaux is vlakbij maar we voelen geen behoefte de copy van de bekende rotstekeningen in het echt te gaan bekijken al aanschuivend. We genieten vooral, zoals steeds, van de leuke dorpjes en de prachtige streek. Et le manger, mes amis….

Dag 15: rust en pakken

Inpakdag en wat laatste dingetjes. We profiteren van het redelijke weer om buiten ons boek met plezier uit te lezen. Een lunchje in Belvès en ’s avonds onze eigen “restjes” opeten.

Dag 16: naar Saumur (Loîre)
Omdat het quatorze juillet is én de zaterdag van een vakantieperiodewissel, vreesde ik voor helse traffic. Al wil ik sowieso niet over Parijs gaan, toch boekte ik 3 dagen terug een dagje bij in een leuk hotelletje dat ik ken “au Bords de la Loîre” op het eilandje midden in de rivier te Saumur. Hier is het vlak en weeral grijs maar het stadje ligt mooi aan die brede Loîre met zicht op de oude stad, gedomineerd door zijn kasteel. Saumur is de missing link van een vorige reis lang terug. Er is een marktje en we verpozen wat bij een brasserie maar drinken geen Cadre Noir (ons geliefde cava-alternatief). Waarna we naar de top van het stadje wandelen. Van 14 juli merken we niet veel, tenzij het lawaai ’s avonds van het volksfeest aan de overkant van het water dat op het ogenblik dat ik in slaap val uitbarst in een spetterend vuurwerk... Morgen rijden…

Dag 17: naar huis

De volgende ochtend rijden we in één ruk in minder dan 5 uur (niente traffico) via de Opaalkust naar Brugge waar waarachtig wat zon schijnt. Kort na 13u zijn we er. We deden 2920 km.

PS 1: Nawee 1. De volgende dag maak ik een dampende pastaschotel met volop die truffels. Delicieux, vooral als je weet wat dit op restaurant zou kosten.

PS 2: Nawee 2. Omdat we zo te spreken zijn over Le Petit Bonheur als ons ontdekte aards paradijsje, gaan we er voor een week terug, eind augustus in de gîte-formule. Met Ryanair is het 50€ heen en terug naar Bergerac op 50 minuten. En huurwagentjes kosten 30€/dag en er valt nog zoveel te bezoeken: Castelnaud, kastelen, grotten, dorpjes waaronder nog Domme, Limieux, en ik wil zeker parapenten of ULM’en, en misschien kayakken… en genieten!!!
Wordt vervolgd dus. In de Dordogne is zoveel meer te zien en te doen op een kleine oppervlakte dan in de Provence. Het is er groener, veelzijdiger, gastronomischer en jawel, met meer geschiedenis. Alleen dat weer dat daar stabieler is hé…

Meer foto’s vindt u op Flickr: http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157630663611912/ en
http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157630663559406/