Posts tonen met het label cruises. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cruises. Alle posts tonen

vrijdag 16 juni 2017

Kroatische eilanden, minicruise mei 2017

Log-in op mijn Blog-Inn…

Vrijdag en zaterdag
De volgeboekte Embraer brengt ons van de luchthaven van Deurne in 1u40 naar Split in Hrvatska (= Kroatië). De shuttlebus naar het centrum heeft als eindpunt de ferry- en cruisehaven in Obala Kneza Domagoja dat ook nog eens samenvalt met het treinstation. En dat alles op geen 300 meter van het hartje van de stad. De drukste groenten- en algemene markt van het land krioelt er van de kraampjes en kopers en ligt onder de ZW-toren van het oude paleis van de Romeinse keizer Diocletianus.
Ik vond hier een kamer op 50 meter, eigenlijk een onooglijk appartementje, dubbel bed, badkamer met kleine regendouche, zelfs een onnodige kleine kitchenette voor de prijs van, hou u vast, 34€/ nacht cash te betalen. Er is wel bijna geen ruimte, maar voor 1 nacht in een rustig steegje op slechts 100 m van het door Unesco bijna compleet omvattende oude stad met zijn verbijsterende gezellige drukte, is dit een koopje.

Het grootste deel van de binnenstad is zowat gebouwd binnen de gedeeltelijk bewaarde Romeinse muren en torens van wat een enorme vestiging moet geweest zijn. Daarbinnen vind je dan weer een kathedraal (tevens een Romeins mausoleum) kerken, nissen, nauwe steegjes die naadloos overgaan in openluchtcafeetjes, restaurantjes, patio’s en pleintjes. Langs soms nauwelijks een persoon brede gangetjes, gaat het naar boven en beneden, er is een stuk onderstad en telkens weer die verrassende straatjes met ruimtes die dan bistrootjes worden of terrasjes. Soms weet je niet waar een straat begint en een bar eindigt. Overal geveltjes en torentjes, oude monumenten, Romeinse zuilen…. Kortom, een wandeling door anderhalf millennium gemengde cultuurgeschiedenis en architectuur. Maar oergezellig.
Een hoogtepunt is de setting van het Perisilium (een Romeinse onthaalruimte) met collonades en zuilengalerijen. Een deel wordt omsloten door de Svetu Duje met klokkentoren, baptisterium, crypte en schatkamer. Met dan aan de andere kant het renaissancepaleis Grisgono EIpci. En in de trapsgewijs opgebouwde ruimte kan je zelfs zitten met een kussentje en een plankje want het is tegelijk onderdeel van café Luksor, waar altijd sfeer is met constant akoestische optredens en zo. Een voorbeeld hoe de horeca hier a.h.w. in de aderen en poriën van deze soms aandoenlijk kronkelende oude stad gekropen is. Uniek. We eten een hapje en ik neem cevapi kuna, een wat simpel ogende worstvormige gehaktballen, maar met een eigenzinnige lekkere smaak. Voorts is hier vooral risotto met inktvis een specialiteit.

Frontaal voor het paleis en de oude stad bevindt zich een schitterende, brede, mooi-modern aangelegde zee promenade die tussen waterkant en paleismuur een enorme voetgangerszone creëert met een keten van uitgebreide terrassen van cafés, bars en bistro’s die zeker ’s avonds gloedvol bruisend tot leven komt. Flaneren in Split is dus een feest. De volgende morgen merken we dat nog des te meer, want de al unieke markt vol geur en kleur zet zich verder langs gelegenheidskraampjes van de extra zaterdagmarkt. Een rij zo lang als de promenade zelf. Het aanbod hier is kortweg van alles, van kleine juwelen tot houten bewerkte kleine meubelen. Grappig, iedereen heeft blijkbaar een houten pollepel nodig vandaag, want zowat iedereen loopt er mee rond. Maar ook krukjes tot ligstoelen die de boomvorm herkenbaar laten, lavendel, prullaria, creatieve- tot kitschsouvenirs. Zoals overal ter wereld zijn de voetbalshirts alomtegenwoordig met vooral de lokale helden op de roodwitgeblokte nationale shirts en bijna allen eindigend op -ic, Raketic, Modric, Perisic (ex-Club), Mandzukic. Overweldigende zaterdagochtend. Ik bestel een eenvoudig ontbijtje, maar Nella wil een croissant bij haar latte macchiato. En dat hebben ze niet. Geen nood, zegt de kelner, twee pandjes verder is er een bakker, koop het daar en eet het hier maar op. Ik zie het bij ons niet snel gebeuren.

Door de nauwe straatjes hebben ze hier een systeem van laadkarretjes met een motor waarop iemand staat en stuurt. Zo worden bevoorrading en vuilnisophalen uitgevoerd, want auto’s kunnen dus bijna nergens bij. Wat me wel tegenvalt is dat de Airco-bakken overal buitenhangen, ook aan de straatzijdegevels, zeer ontsierend en wat zegt Unesco daarvan? Waar ik me dan wel kapot mee blijf lachen is het woord “apartman” dat je overal ziet. Het betekentappartement”.

Gisteren kwamen we een kleine fanfare tegen met daarachter typische tot soms groteske gelaarsde majorettes goochelend met stokjes. En daar achter oneindige rijen van telkens 4 jongeren, toch meestal meisjes in jeans of broek met wit topje, T-shirt of hemdje. Later vinden we ze dansend op het commando van een stem eenvoudige folkloredanspasjes uitvoerend. Primitief maar door die enorme menigte, honderden langs een stuk Lungomare, heeft het toch wel iets bijzonders. Blijkt het te maken te hebben met het feest van de patroonheilige van de stad op 7 mei.

Na nog een wandeling in de binnenstad en de groenten-, fruit-, kruiden-, bloemen- en plantenmarkt met o.m. aardbeien voor een prikje, de eerste minikersen, sluiten we onze koffers en kamer en trekken onze trolleys amper 250 meter verder waar ons yacht like cruiseschip, de MS Seagull van Katarina Lines, ons opwacht.
Stel u voor… Dit kleine schip, 8 man bemanning met plaats voor 28 pax, werd gecharterd door Classix Cruises. Het hele vaartuig voor ons groepje, 8 reisagenten, incl. de oersympathieke Paul De Bruyne, zaakvoerder van Classix. Hij is een relaxte cruiseloveholic en entrepreneur, meer een genieter dan een opgefokte sales rep. My kind of guy. Het zal een aantrekkelijke kennismaking worden met alle medereizigers. Onbezorgd island hopping, vrij aanvoelend, langsheen enkele hoogtepunten van de Kroatische kust(eilanden).

De crew
doet samen zowat alles. Barman Drako, een Thibaut Courtoiskloon, de kok en een poetsvrouw en wat sailors hebben hun specifieke taken maar staan ten dienste van elke operatie. Machinist Dominik en de kapitein spelen zelf voor host en alles wordt met ons afgesproken. Zo kunnen we b.v. gelijk waar stoppen om een (brrr) frisse duik te nemen vanaf de steigerplank achteraan het schip. Wat ook typisch blijkt aan het concept, is dat we altijd ’s nachts in een haventje blijven liggen. De afstanden zijn dan ook erg kort hier.

We worden verwelkomd door een aangenaam meisje van Katarina Lines, die zelf wacht op haar collega “with the machine”. Blijkt dat een draagbare betaalterminal te zijn. Na de jolige introductie, de kennismaking, een lokale likeur en de lunch komen we overeen pas om 20.00 uur in Hvar aan te leggen waar we het enig niet-voorziene avondmaal zullen nemen. Dat heeft ons ruimte om een klein plaatsje te bezoeken voor een uurtje. Even schrikken, nee het heet toch niet Stalingrad, maar Stari Grad (wat oude stad betekent). Het was ooit de oud-Griekse stad Pharos (385 v. C.). We maken een gezellige wandeling langs de waterkant vol kleine bootjes, jachten, propere huizen, weinig spectaculair que expliciete bezienswaardigheden maar met occasionele bars, terrassen en zowat… niemand. Hier is het seizoen duidelijk nog niet op gang gekomen.

Ook niet later in Hvar op het eiland Hvar. Hoe zonnig en zomers aangenaam het was in Split, er wacht ons een meteorologisch mindere periode en het begint al te miezeren. In het avondlichwandelen we rond. Veel jachten en duizend jaar geschiedenis weerspiegeld zich in gotische paleizen en renaissanceloggia’s. Opnieuw cleane, gezellige steegjes met banken buiten en aantrekkelijke interieurs in kelders of ruimtes met oude muren en hier en daar nog een verloren Romeinse zuil. Het stadje wordt gedomineerd door een grote burcht bovenop de heuvel, maar we blijven beneden op zoek naar een avondmaal. In het gekozen restaurant eten de meesten verrukkelijk lamsvlees met ovengeroosterde rozemarijnpatatjes. Er is een wijn die enkel hier gefabriceerd wordt en geniet van het dubbeleffect zon en weerspiegeling zon op de zee en zo op de ranken maar tegelijk afgekoeld door de zeebries die hier overal wel heerst. Deze wijn van een rood druivenras, Zlatan Plavac Barrique wordt door Vivino erg hoog getaxeerd, een heerlijke neus en medium dry body… Een steeds fellere wind doet het schip aan de kade de hele nacht toch op en neer dansen. Voor deze jongen best slaapbevorderend.

Zondag
We vertrekken ’s ochtends van Hvar en zoals voorspeld we’re in for a bumpy ride. Een iemand wordt zeeziek, maar, en dat is toch uniek leuk, we gaan voor de lunch lekker voor anker in een beschermde baai vol maquis en bos. Geen deining meer maar een 360° idyllische setting. Van hier is het slechts een half uur varen naar Korcula, een hoogtepunt. Een met middeleeuwse wallen versterkte stad op een schiereilandje. Ik was er ooit al, maar herinner me niks meer. We krijgen een grappige gids mee, al zie ik haar klassieke pointes al van mijlen ver aankomen. De graatvormige straatjes zijn uniek en ooit door de Romeinen op de tekentafel bedacht om op wind, schaduw, winterkou en zomerwarmte te anticiperen. We bezoeken o.m. de kathedraal Sveti Marko met superluide klokken (15de eeuw) en de Landpoort met de Venetiaanse Marcusleeuw. De cultuurhistorische invloed van de handelsnatie Venetië is overal in Kroatië aanwezig. De Serenissima was hier de baas nadat de verdedigingswallen het oninneembaar maakten (15de, 16de eeuw).

Het huis waarin Marco Polo nog een tijd verbleef, heeft een laatgotische woontoren en vier verdiepingen. Uiteraard draait alles hier erg rond deze wereldreiziger. Na de gidsbeurt wandelen welekker rondom de stad vol terrasjes en ondervinden weer het verschil tussen een winderige flank en een luwere kant.

’s Avonds rijden we met een taxibusje naar een verloren dorpje waar we de “Village Experience” ondergaan, een confrontatie met het lokale, landelijke leven en haar sociale ontwikkeling én eetcultuur. Frank, een knokige, oude eilandbewoner, die zoals zovele landgenoten hier naar Nieuw-Zeeland vertrok om er lang te wonen en geld te verdienen, leidt ons rond. Nadien keerden ze terug om een stukje land te kopen. Zowat de levensdroom van elkeen hier. We krijgen een soort zelfgestookte grappa, waarvan een met rozengeur en -smaak, zien verse pasta met de hand rollen en genieten tenslotte van een pretentieloze, rustieke maaltijd vol lokale specialiteitjes, kaas en charcuterie... en een smakelijke ragù op houten banken onder een natuurlijk afdak buiten, deels overdekt met wijnranken.

Maandag

In Mljet bevindt zich een uitgestrekt nationaal natuurpark vol bossen (dennen, meditteraans maquis maar ook steeneiken en aardbeibomen en zo) en fauna, waaronder de ingevoerde mungo (mongoose) die nu een plaag geworden zijn. Het is wat klimmen over rotspaden tot aan een dubbel zoutwatermeer dat met een sluis aan mekaar hangt. We nemen er een boot naar een charmant mini-eilandje Otok Sveta Marija, waarop slechts één gebouw, een oud, vervallen klooster, ooit gesticht door Benedictijnen uit Puglia dat nu enkel een “restoran” herbergt (Melita). Op zich een prachtige locatie voor privéfeesten en met regelmatig concerten die door de heuvels rond het water een bijzonder akoestisch effect krijgen.

Eens terug is het vooral grappig om mee te maken dat, zoals we al veel zagen, tot drie boten horizontaal naast elkaar liggen, waardoor je als je terug moet naar het verste schip, je dus doorheen de twee eerste boten moet passeren. Er is een soort vrijheid van aanleggen maar met beperkingen en hindernissen. Als het schip naast de wal weg moet of er komt een ferry binnen of zo, dan moeten de twee andere ook even weg om plaats te ruimen.

We varen naar het eilandje Sipan. Weer zo’n echt Kroatisch havendorpje omheen een kleine baai... Op het terrasje naast het schip komt een jongentje trots zijn net gevangen octopus tonen. We blijven hier liggen want we zijn al vlak bij eindpunt Dubrovnik.

Het is captain’s dinner vanavond, we dineren dus met kapitein Tom en zijn broer Dominik (machinist-manusje-van-alles). Allerlei soorten gegrilde vissen, mosselen en schelpdieren spoelen we door met lokale wijnen, o.m. Vrhunsko Vina Graservina uit Kutjevo (die naam!). De crew wordt voorgesteld en de babbels met de broers zijn uniek, want ze vertellen zo vol passie en levensbetrokkenheid over varen en hun familietradities binnen het scheepvaartwezen en in Kroatië in het algemeen. Ontroerend authentiek en amicaal sympathiek. Ik amuseer me ook met de Waalse Rose-Marie die met haar accent constant me plaagt. “Wimmeke, schatteke, … pas op hé!”

Dinsdag

Rond Dubrovnik varen is normaal een betalende excursie op zich. Een belevenis, de indrukwekkende vestingmuren zo pal in de zee, het haventje. Maar de echte cruisehaven ligt wat verder, we schepen uit en rijden met de bus naar de grote ingang en verzamelplaats. Slechts vier dagen waren we aan boord maar het afscheid is superhartelijk. Voor Pile Gate, de grote stadspoort wacht de gids ons op. Hier zijn bijzonder veel plekjes die gebruikt werden in Game of Thrones. Ik was hier al enkele malen, maar het blijft een bezoek waard. De wirwar van opeengepakte straatjes met oude huizen, kloosters, musea met nergens nieuwbouw en omringd door die zeer dikke vestingen, vormt een wonderbaarlijk geheel. Langs de brede centrale hoofdstraat Stradun gaat het van de klokkentoren, de Onofriofontein en de Verlosserskerk naar het Luzaplein met de Rolandzuil, de Sveti Vlakokerk en zo naar de kleine haven.

Geschiedkundig valt er veel te vertellen maar de aardbeving van 1607 was wel wel cruciaal en delen van de stad waren grondig verwoest, waardoor je soms een mix van stijlen voor en na ziet, soms in een zelfde monument. En dan ontbrak de tijd ons nog om interieurs en musea te bezoeken.

Dan gaat het naar de kabelbaan waar we van boven op de heuvel een fascinerend uitzicht hebben op Dubrovnik, de kustlijn, de eilandjes, de blauwgroene Adriatic. Na een lekkere lunch met havenzicht spurten we in een plotse regenvlaag naar de bus die ons naar hotel Lapad brengt. Siësta, lekker dinertje in een restaurantje vlakbij en de volgende ochtend de vlucht naar Brussel, wat betekent dat we met de trein en een korte busrit nog naar Deurne moeten om de wagen op te pikken.

Het was een onverwachte, korte, maar memorabele ervaring, zo anders dan het “grote” cruisen. 

Meer foto's op Flickr: minicruise Kroatian Isles: https://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/albums/72157681812781162


donderdag 13 maart 2014

REISVERSLAG CRUISE MALEISIË - PHUKET – MYANMAR – PORT BLAIR (INDIA) - SINGAPORE

15/02-04/03/14 HAL


Dag
Omschrijving
Aankomst
Vertrek
Dag 1
Singapore, Singapore
16.00
Dag 2
Malacca, Maleisië
08.00
17.00
Dag 3
Penang, Maleisië
08.00
17.00
Dag 4
Phuket, Thailand
08.00
16.00
Dag 5
Dag op zee
-
-
Dag 6
Rangoon, Myanmar (Visum)
10.30
-
Dag 7
Rangoon, Myanmar
-
-
Dag 8
Rangoon, Myanmar
08.30
Dag 9
Port Blair, India (visum vooraf)
08.00
17.00
Dag 10
Dag op zee
-
-
Dag 11
Porto Malai, Maleisië
08.00
17.00
Dag 12
Port Klang, Maleisië
08.00
-
Dag 13
Port Klang, Maleisië
-
20.00
Dag 14
Singapore, Singapore
12.00
-
Dag 15
Singapore, Singapore
-

 Zaterdagnamiddag + zondag 15-16/02/14

Vlotte avondvlucht Zaventem – Zurich - Singapore met Swissair. Eerste keer dat ik lang kan slapen op een internationale vlucht. Ik bekijk de film ‘Blue Jasmine’ maar als grote Woody-fan vind ik er niet veel aan. We duiken in een credit card cab na rijen aanschuiven en toch supervlotte taxi-dispatch. Ik boekte hotel Copthorns omdat je er op wandelafstand langs de riverbank terrasrestaurantjes hebt. Ik doe me er te goed aan liters Tiger bier (dorst!) nu de hitte ons overvalt en verorber een succulente spicy seafood platter. Nella reuzenasperges en nooit geziene schelpdieren. Dan de doos in om het tijdsverschil meteen eruit te krijgen. Ze gaven ons, omdat we Belgen zijn Room TinTin (1010).
Maandag 17/02/14 Singapore 30°

Het is mijn eerste keer op een schip met meer dan 1 000 pax (1 400!), de MS Volendam van Holland America Line (HAL). We zijn van verleden jaar met Silversea de hoogste luxe en service gewend, we gaan duidelijk een trapje lager, maar beloven onszelf alles te nemen zoals het komt.

Immigratie en inschepingprocedures zijn hier zeer ernstig te nemen en veelomvattend. Maar als Belgen, in tegenstelling tot pakweg Duitsers , Britten of Amerikanen, val je meestal onder “other countries” waar rijen korter zijn en controles iets minder intens. Toch vele checkoperaties en intens papierwerk in te vullen. “Bent u ziek? Hebt u diarree? Moet u overgeven?” Wie hier iets schrijft geraakt nooit aan boord natuurlijk. Eindelijk betreden we onze “ocean view stateroom”, een simpele buitenhut. Twee  supervriendelijke Philippino’s  Mardi en Ram worden onze cabin stewards. Tegenvaller: geen minibar en daar, in tegenstelling tot Silversea, dranken niet inbegrepen zijn en dus duur aantikken, smokkelde ik wat biertjes aan boord die ik nu zal moeten koelen in ijsemmers die we bijvragen. Maar zelfs plat water voor ’s nachts is te betalen en constant zullen we het gevoel hebben dat men achter ons geld aanzit. Ook internet is duur, enkel beschikbaar in lounges en traag (normaal want via satelliet). Eigenlijk een domper op onze cruisebeleving. Maar goed. We gaan aperitieven bij de zwembadbar en lunchen aan het Lidobuffet. Vanwege gastrointestinal illness = GID (of toch het risico) wordt zelfbediening de eerste 24 uur niet toegelaten (incubatietijd) en alles door het personeel met plastic handschoenen aangereikt. GID is dé vloek op cruiseschepen dezer dagen blijkt. Je bent slecht 24 uur ziek (diarree en overgeven) maar het is superbesmettelijk. Het zal de hele cruise een item blijven met warnings en papieren aansporingen (constant handen wassen, sanitizers gebruiken) aangepaste servicemomenten én tot 2 x midden de reis een oproep van de kapitein over de P.A.-system. Het moet ernstig zijn.

Wegvaren uit Singapore is altijd een feest. Aan de poolbar hoor ik een leuk koppel jonge veertigers Vlaams

praten. We maken kennis en het klikt meteen. Bourgondiërs met pakken reiservaring. Een vriendschap ontstaat. Wim en Anja uit Hemiksem zijn grappig, interessant, levensgenieters, begripvol en superaangenaam gezelschap. ’s Avonds stropt de open seating even maar wij willen bij iedereen aansluiten. Het worden twee Australische koppels en een paar … Belgen, Willy en Lut, sympathieke jonge gepensioneerden die al twee maanden aan boord zijn. Het wordt een gezellig gesprek. Aussies are awesome. Maar het eten en de service stellen me teleur. Het geharrewar bij de tafelplaatsing wordt gecompenseerd met een schaal chocolaatjes in de hut nadien.
MS Volendam Is 238 meter lang, 61 214 bruto ton en heeft 10 passagiersdekken. Het bezit 5 restaurants en 7 bars: de Explorer Lounge (piano en viool: klassiek met een twist), The Crown’s Nest 120° panoramisch zicht, helemaal on top en ’s avonds disco, The Pianobar (met sologitarist of pianistentertainer), De Ocean bar (jazzcombo), een koffiebar aan de bibliotheek met internetcafé en een bar aan elke pool. De food, nochtans onder supervisie van culinair consultant Rudi Sodamin (in mijn tijd die van Cunard) is van een veel lager niveau dan ik gewoon ben. Maar goed dat is de prijs ook. Bij de restaurants zitten 2 restaurants aan meerprijs: Canaletto (Italiaans) en Le Pinnacle (Frans), gebaseerd op Sirio Maccioni’s beroemde NewYorks etablissement Le Cirque.

Dinsdag 18/02/14 Malacca (Maleisië) 30°
Na moeilijkheden om fatsoenlijke warme melk te bemachtigen (overkookte, vuile vettige brij, dit is
vele malen gebeurd) leggen we aan in Malacca (Maleisië). Direct een tenderoperatie, de enige deze cruise maar met lokale tenders. Controles ontscheping zijn ernstig maar nu je boordpas (= cabin key + betaalregistratiekaart aankopen aan boord + aanduiding reddingssloep) snel kan gescand worden (direct alle gegevens met foto op computer) gaat het vlot. De plannetjes in het boekje van het schip zijn waardeloos en af en toe zelfs compleet fout. En (bewust?) ook de shore information. Allicht om zoveel mogelijk excursies te verkopen. In de hitte zoeken we ons een weg naar de resten van het Portugese fort Porta de Santiago a Famosa. We lopen het voorbij, want het blijkt enkel een hoopje stenen te zijn. Dan de kerk van Sint-Paulus (wat ruïnemuren) en de bescheiden town hall. Na de drukte en de brandende zon nemen we een rickshaw terug. Deze fietsen hier zijn compleet versierd met bloemen en zottigheden. Onze trapper heeft een Winnie de Poohfiets. Gekke kitsch maar toch uniek. IJswater en gekoelde doekjes zijn geen luxe op de pier. Ik ontdek echter dat ik mijn boordplastiekje kwijt ben, gewoon uit mijn zak gevallen allicht. Maar met Nella bij me en wat praten raak ik toch terug en krijg meteen een nieuwe “passe-partout”.

s’ Avonds is het gala-avond. Opgekleed begeven we ons naar de introductie door kapitein James Russel Dunford (U.K.). die zijn officiers voorstelt. Wij kiezen weer voor open seating bij onbekenden. Het wordt een Canadees onderonsje. Nadien gaan we de show bekijken, een liveorkest en 6 zanger(essen). Titel: “Unforgettable”. Maar ik vind het van een bedroevend niveau. 25 jaar terug op Cunard werden er al voorstellingen gegeven die gevarieerder, boeiender en spectaculairder waren dan dit. Nadien spreek ik met cruise director Bruce. Hij deed al 22 world cruises en altijd enkel HAL. We hebben het over vroeger en nu. “Toen waren cruise director’s nog kings”, zegt hij. Maar ik vind dat hij vast zit en de programma’s bieden weinig nieuws buiten kookdemo’s (heel goed gedaan), Tai Chi en vele eet- en proefhappenings, maar telkens tegen extra betaling.
Woensdag 19/02/14: Georgetown op het magische eiland Penang (Maleisië) 30°

Niet ver buiten de gate bemachtig ik een deftig plan. Onder een koperen ploert wandelen we
doorheen het drukke stadje. Eerst Clan Jetties, een hele huizenwijk op palen boven de zee en dan op zoek naar Khoo Kongsi, een Chinese Clan tempel. Prachtig decoratiewerk en een gek opschrift.
Dan gaan we op zoek naar de Chez Nous.Tussen de aangeraden lunchadresjes waar ik echt Maleis wil eten, staat deze beschreven als ‘Belgian style’. Benieuwd. Ik hoop op een fris Belgisch biertje want buiten Stella is er aan boord enkel Hollands (Heineken brrr), Amerikaans (Bud) of Aziatisch bier. Enkel pils dus… We spraken er af met Wim en Anja om vandaar een taxi te delen naar de grootste Chinese tempel in dit land , de Kek Lok Si Temple  buiten de stad en ook onze eerste (Thai) reclining (liggende) Budha ‘Wat Chaiya’.
De Chez Nous met tergende foto’s van Duvel en Hopus blijkt gesloten. Dat valt tegen. Zeker een biertje vinden, want moslimland. Enkel nogal veel lokale limonades (ik dronk er eentje met speculaassmaak) en ook fatsoenlijk eten valt in de buurt niet meteen te vinden. We besluiten een briefje achter te laten aan de deur met een boodschap, waarna we prompt Wim en Anja tegen het lijf lopen.
Kek Lok Si is een uitspatting van de klassieke Chinese krullen, lampions, felle kleuren afgewisseld met pastelkleuren, in een op en af van tempeltjes, zijpaviljoentjes, beelden en versiering. De taxi parkeert onder de tempel en dan gaat het naar boven, een visueel orgasme. Een funicular brengt ons naar de top waar een enorm “Maria-achtig” beeld met nog in aanbouw zijnd zuilencomplex de heuvel beheerst. Het heeft een soort Corcovadogehalte. Ook een wat grijzig uitzicht over stad, tuinen en de baai. Winkeltjes, prullaria, wierook, fraaie franjes… duizenden impressies uit een andere cultuur bestormen onze zintuigen.. Op weg naar de reclining Budha staat de chauffeur erop de “lifting Budha”  te bezoeken. Hij brengt ons voor een beeld. Als je geknield ervoor gaat zitten, je erg concentreert op een wens en dan in een ruk het beeld boven je hoofd kan tillen, komt die wens uit. Mijn wens zal uitkomen, die van Nella niet… Van de 108 voet lange reclining terug naar het schip waar we om 16 uur van Mex tacos en grilletjes gaan proeven aan de grillbuffetstand op het open dek.

Donderdag 20/02/14 Phuket (Thailand) 32°
Hier was ik al een paar keer, maar Nella nooit. Wat doen? Er is veel, maar alles vraagt een rit.
Wie rijdt op het eiland stort zich dan ook op die meer dan duizend passagiers. Na een geharrewar van taxiopbod en afbieden van 120 $ naar 60, besluiten we daarvoor een scenic drive te doen naar de 45 meter hoge witmarmeren Big Budha met schitterend zicht op Chalong Bay, gevolgd door een goedkope full body massage op Kata Beach. Een gelegenheidskoppel Britten kunnen we overtuigen te taxidelen. Hun filosofie: “O.K., als het niet langer dan 3,5 uur duurt en we terug zijn voor lunch”. De oude vrouw die ons van in het begin aanklampte en niet meer loste blijkt de chauffeur van een relatief nieuwe auto te zijn, toch vergeleken bij wat we de rest van de cruise zagen. De Big B blijkt nog steeds in aanbouw omringd door diverse boeddhistische ornamenten, we klimmen naar boven en wandelen erom heen in een stofwolk. Nadien naar the beach. Tijdens de afdaling geven we een babyolifant te eten, altijd goed voor een leuke foto. We krijgen elk een superstevige body massage op een enorm bed onder een palmafdakje op het strand. 2 Thaise ontfermen zich over ons synchroon (10€ elk). Ik kreun, overal pijntjes. En blijk dezelfde avond vol blauwe plekken te staan. Die tere slanke meisjes hebben supergespierde vingers. ’s Avonds eten we met Wim en Anja en even later plaatsen ze Willy en Lut bij ons. Het wordt gezellig met intens napraten in de Ocean bar met 5 Stella’s in een emmer voor de prijs van 4. Klok ’s nacht 1 uur terug.

Vrijdag 21/02/2014: at sea. 27°
Ontbijten op volle zee met een soundtrack van vogeltjes die fluiten in het bos, het blijft absurd.
Dagje chillen voor het grote avontuur er aankomt. Want in Myanmar, haven Thilawa, de poort naar Rangoon/ Yangon op 1 uur rijden, mag je niet in de haven lopen. Erbuiten zou bijna geen of lamentabel vervoer zijn. Bangmakerij om excursies te verkopen? We zullen er 2 dagen liggen. Er zijn excursies met overnachting via een binnenlandse vlucht naar Bagan, archeologische parel van het eerste Myanmarrijk met zijn unieke Mount Popa en ook naar het fameuze Mandalay. Maar zo’n excursie kost 1 200€ p.p.! Voortdurend worden er navigatiemeldingen gemaakt want het schip is de eerste met dergelijke tonnenmaat die bijgevolg vanaf 3 uur ’s nachts langzaam met soms maar een dikke meter verschil boven bodem, de rivier op zal varen. Delicaat.

Ik ga naar de location talk, een kookshow in een theater met camera’s overal, inclusief plafond. Het is alsof je naar een kookTV-programma kijkt met alles nog eens op grote zijschermen in detail. Ik neem deel aan een teamquiz en breng mijn Amerikaans groepje antwoorden bij die met geografie, Europa en cultuur te maken hebben. Al blijft de quiz erg op Amerikaanse,  Angelsaksische leest geschoeid.
‘s Avonds, tweede gala, en een eetfestijn waarbij een supersympathieke Balinese ober ons verwent. Wim eet gewoon 3 hoofdgerechten i.p.v. de voortoestandjes (kreeft, tonijnsteak). Dan moet de klok een half (!) uur achteruit. Nog nooit meegemaakt. Trouwens, dit is bijna een noord-zuid cruise. Op zo’n klein verschil qua breedtegraad 2,5 uur andere tijdszone, raar….
Zaterdag 22/02/14 Thilawa (Myanmar), naar Bago 28°

Omdat we via diverse kanalen vernamen dat transport beperkt en onberekenbaar is, kozen we
eieren voor ons geld en boekten een busexcursie naar Bago, ooit hoofdstad van lager-Birma geregeerd door de Mon-dynastie 14-16de eeuw. Twee uur rijden over minder goede wegen. De armoede en vooral vuilnis, de ongekende verkeerschaos blijven altijd een schok. Je voelt wel dat dit land krampachtig probeert, in het kielzog van het Thaise succes, een nieuw oord van cultuurtoerisme te worden. Maar de infrastructuur en organisatie zijn effenaf ontoereikend en voor Westerse zielen een bezoeking. Zoals de vuilnis die iedereen gewoon overal achterlaat in een van stof geteisterd land. De walgelijkste toiletten die qua geur, primitiviteit, vuil, nooit papier, je a.h.w. veroordelen in je broek te doen. Ook de transportmiddelen zijn armtierig. Auto’s met een bak waarin hoogstens 10 man kunnen, bevatten er het dubbel opeengepakt en met nog een paar eraan hangend.

Een eerste (te lange en overbodige) stop behelst een War Memorial (27 000 soldaten).
Al heb je het in 5 minuten gezien en is Tyn Cot in Passendale 10 keer aangrijpender. Dan op naar de lunch in een leuk houten gebouw. Het eten is verrassend lekker: mini springrolls, Oosters soepje, een rijke groenten-vlees-met-rijstschotel en een stukje kreefte staart. Het lokale bier “Myanmar” in grote flessen wordt ons wel aangerekend wat niet zou mogen. En dan begint de blotevoetenhel. We bezoeken achtereenvolgens de Shewadaw tempel (met tand van Boeddha), de indrukwekkende Hinthagon pagode met zicht over de stad, en het sobere Kyukhamaing boedhistenklooster. Bezoek aan de refter en keuken, wat een andere wereld, en door een venster bemerk ik zich wassende monniken wat een rondje watergooien blijkt. Shewada’s reclining Budha is 55 meter lang en de tweede langste ter wereld. Blootsvoets is overal verplicht maar de vloeren zijn zo weerzinwekkend vuil dat iedereen nadien absoluut de voeten wil schoonmaken, wat moeilijk kan. En onze gids zegt dat dit zinloos is, vermits we telkens 10 minuten later ze weer moeten afdoen. De monumenten zijn anders prachtig en betoverend. Eindigen doen we in een Mon-dorp, een authentieke village. Iedereen wil overal van alles verkopen.
We zien een primitief weefgetouw in actie, kinderen joelen, brommers toeteren constant, wie een bromfiets heeft, voelt zich verheven boven de rest. En claxonneert zich te pletter, iedereen uit zijn weg. Ik bemerk ook een armoedig huis  met achteraan een schotelantenne en kleine kinderen in bordeauxkleurig boeddhistengewaad. Die zijn er overal.
Zeer laat terug, kapot van de busrit snel naar de dining room waar we verbrande Aziatisch ribbetjes eten. Erbarmelijk en ondermaats. Na onze klacht krijgen we een glas slechte bubbels. De compensatiepolitiek is hier onderdeel van de customer strategy.

Zondag 23/02/14 naar Yangon (Rangoon) 30°
Naar Yangon gaan kan enkel met een betalende shuttle (1 uur rijden) waar we p.p. 50$ voor moeten
betalen. Een schande. De oplichters van HAL zullen toch eens ter verantwoording moeten worden geroepen… De gids spreekt een soort Aziatisch-Engels dat niemand begrijpt. Maar dat houdt hem niet tegen om constant snel en veel te praten. Toch leer ik dat Rangoon 300 000 “populations” telt en een luxeappartement zo duur is als in NY (joking?) en er in het land steeds meer miljoenen toeristen komen. Zijn cijfers worden op bijzonder veel wenkbrauwengefrons onthaalt bij, heu, de niet-Amerikanen. Yankees geloven immers alles… Ter plaatse krijgen we 3,5 uur om er het beste van te maken. Met Wim en Anja delen we een taxi voor een prikje al rijdt de chauffeur constant fout omdat hij niet begrijpt waar we naartoe willen, het nochtans tweede belangrijkste monument hier, een … reclining Budha! Weliswaar de grootste, mooiste en indrukwekkendste van de drie tot nu toe. Die smile op zijn gezicht, die pastelkleuren, de voetzolen met de symbolische tekens, die eerbiedig biddende en offerende godsdienstbeleving van de locals, de wierook, de bloemen…
Vandaar gaat het naar de Shewadagon Pagoda, 2 500 jaar oud. Een enorm complex met ingangen aan alle windstreken. Met een lift naar boven, schouders en knieën bedekt. Mijn lange (korte) broek is 5 cm korter dan die van Wim. Het verdict: ik moet een dieprode sarong huren die makkelijk openvalt en nauwelijks zitten en wandelen toelaat. De fascinerende gouden megapagode met bovenaan onbereikbaar robijnen en edelstenen blijkt zelf nog omringd door een enorme site vol pagodes, tempels en paviljoentjes. Een en al goud, blinkend en tinkelende belletjes. Het is zondag en blijkbaar de grote familie-uitstap. Hele groepen inwoners doen hier overal waarin ze erg goed zijn, nl. zomaar een beetje zitten of hurken, soms wat meegebracht eten verorberend of flanerend. Dat toeristen hier nog uitzonderlijk zijn, blijkt uit het feit dat Nella zowel als Wim, beiden blond (Wim heeft zelfs iets van Kuifje) voor hun mobieltjes moeten poseren. Dit religieuze oord is betoverend, sprookjesachtig, kortom, een andere wereld. We geraken niet uitgekeken. Alleen dit was de moeite van de reis al waard. Het blootvoets lopen hier is aanvaardbaar, want propere vloer, alleen verbranden we ons aan de door de zon heetgebakerde tegels. Nadien met de taxi naar het oud- koloniale Strand Hotel. Airco! Bier! Ouderwets aandoenlijk. Alleen blijkt weer eens dat geen enkel taxichauffeur begrijpt waar we naartoe willen. Niemand spreekt behoorlijk Engels.



Langs kraampjes, food stalls, fruitverkopers, rommelaanbieders wandelen we terug naar de Sule pagode en de City Hall die uitkijken over het centrale park. En dan een uur terug, over die rare brug over de Yangon River. ’s Avonds ga ik even kijken naar “het huwelijkspel” een stokoud format waar men slecht met moeite aan 2 deelnemende koppels geraakt. Later zou nog een Thilawa Muziek en Dansshow volgen. Maar sorry, ik zag al zoveel local folklore shows. Het wordt kletsen met onze Belgische vrienden. Een eind verder ziten nog 2 West-Vlaamse koppels. We zullen constateren dat de Belgen de enigen zijn aan boord die hier de locale (bar)economie rechthouden. Al blijven kelnerinnen ambetant pushy. Je bestelt iets: “ Why not a double?”. Ergerlijk.
Maandag 24/02/14 at sea 28°

Dolce far niente. En alles in het teken van de grote administratieboeman morgen: Port Blair (India) op de Andaman en Nicobar eilanden in de Golf van Bengalen. Onooglijk, slechts een kleine dag daar, maar zeer veeleisend qua immigratiepapierwerk. In België kostte het bloed, zweet en tranen om ons visum te bemachtigen. Veel e-mail, getelefoneer, aangetekend versturen, reguliere pasfoto’s worden geweigerd en passen we zelf dan maar digitaal aan, enz. Er komen wel veel ongevraagde sms’jes toe die stellen: “we zijn bezig”,” het zit nu daar”, en… die ons zullen worden doorgerekend. Eindprijs voor ons beider visum: 301€! Die voor Myanmar kreeg je aan boord en waren minder duur voor 2 volle dagen. We krijgen een pakket documenten in te vullen. Komt daarbovenop de bangmakerij: transport ultraprimitief, ondermaats, nergens airco, relatief weinig te zien (klopt eigenlijk). Ik probeer zoveel mogelijk o.b.v. de info van location guide Ian Page, een leuke Londenaar (die humor) een strategie uit te denken die er zal op neerkomen: we zullen wel zien.
Dinsdag 25/02/14: Port Blair, Andaman en Nicobar isles (India) 30°

Het is zover. ’s Ochtends is het hele schip al stand-by. Met 5 documenten zal iedereen zich in 2 procedures moeten aanbieden voor een face to face met de immigratie, 1 400 man…
Dan pas kan het schip vrijgegeven worden. Als ex-CD maakte ik al zoveel mee en dit soort operaties vlot laten verlopen is uiteraard een zorgenkind. Meestal is de gestrengheid van ontschepingprocedures rechtevenredig met de armoede in het land en corruptiegevoelig (buiten de States en de toenmalige USSR). Aan de andere kant, weet ik dat… En jawel hoor, alles wordt opeens anders. Geen face to face meer, een aantal docs niet meer nodig en met slechts de fotokopie van je reispas met visum en je boordpas mag je eraf. Zelfs de custom declaration form is niet meer nodig. Met Wim en Anja worden we eens buiten de havenuitgang verpletterd door tientallen transportaanbieders, krakkemikkige taxi’s en de sympathieke tuktuks (overdekt brommertje met zitbankkarretje). Het leuke is dat we niet eens moeten afbieden en zagen, maar zijzelf tegen elkaar afbieden. We stappen in een stokoude witte taxi’ (stijl 50’s) met rammelende krakende versnellingen, geen ruiten, geen gordels maar wel een toeter naar het centrum: Aberdeen Bazar bij het Gandhipark. Vanaf daar plannen we te voet naar de enige, echte bezienswaardigheid hier te wandelen: de Cellular Jail (door de Britten gebouwd om freedom fighters te isoleren). Het is klimmen langs slordige straten – alles gebeurt hier op straat – overstelpt door getoeter, geteut en geclaxonneer in een verzengende vochtige hitte (36°) die klam aanvoelt.
De Jail is een gebouw met cellen, reconstructie van lijfstraffen, een ophangruimte, brrr. Maar ook oude foto’s van het eiland en bovenaan in de toren een uitzicht over het eiland. Het brengt me wel flashes van de films “Papillon” en ”Midnight Express”. Het is zweten en puffen, maar voor een schijntje gaan we terug tot de bazaar en halfoverdekte fruit- en groentemarkt met enkele soorten die ik zelfs nog nooit zag. Dan door het gekrioel naar het Ghandiplein.

De mensen hebben hier naast een rot gebit, ook lelijke rode (!) tanden door het kauwen op de
fameuze betel nut. We besluiten een tuktuk terug te nemen. De locals vallen over elkaar heen om je in hun pruttelend bolletje te krijgen. Bij elke prijs die je uitspreekt roept er wel eentje: “O.K. hier!” Dan word het teveel voor Corneel. Ik blaf luidop mijn bod, want ik wil betalen met oude roepies die ik nog had van Goa (25 jaar geleden) opgetopt met een dollar. Bij de roepies zitten enkele munten die zelfs niet meer bestaan. Ik zal ze later cadeau geven aan een verkoper in ruil voor een primitief plan van het eiland. Dan blijkt tuktukken een race te zijn van getoeter en kriskras door elkaar. Alsof het een wedstrijd is zoeven we reutelend op speed terug. ’s Avonds genieten we van een aperitiefje in de pianobar met de geweldige gitarist-zanger Garry. Blijkt er van 17u tot 20u een onaangekondigde “open bar” te zijn over het hele schip om te compenseren dat het schip in Singapore om 17 uur zal aankomen i.p.v. op de middag (waardoor excursies en zelfs terugvluchten sneuvelen). Het anders ‘lege’ schip loopt opeens vol met volk dat van overal (meerdere) drankjes meesleurt, smokkelt,… degoutant! Het menselijk ras dat profiteert, terwijl je anders heel weinig ziet spenderen in de bars... leer ze me kennen. De klokken gaan nu 1 uur vooruit…
Woensdag 28/02/14 at sea 28°

We doen een beetje van alles. Port talk. We zien Wim winnen op de roulette. Nella leert dieren maken met handdoeken. Gala-avond. Eerst ga ik genieten van het piano-vioolduo. Klassiek dat even goed overloopt naar “Smile” van Nat King Cole, gezongen, prachtig  “You'll find that life is still worthwhile If you just smile”. Het wordt mijn motto.  We gaan met zijn vieren eten in Canaletto met Italiaanse specialiteiten. Nella heeft zich als Italiaanse “laten uitnodigen” en dus betalen we geen opleg. Het eten is lekker, het decor en vooral het licht echter tegenvallend. Dan de bar in. Doordat de klok vooruit moet, is het opeens 01.15 uur.

Donderdag 27/02/14 Port Malai, Langkawi eiland (Maleisië) 28°
Prachtige dag, heerlijk eiland. Onbekend tropisch paradijsje met niet teveel toeristen. Maar toch
genoeg georganiseerd om na de armtierigheid van de laatste bestemmingen, dit oord in zijn nog primitieve schoonheid te omhelzen voor zijn minimum aan properheid, hygiëne, en faciliteiten.

Pas de dag voordien werd het schip verwittigd dat er buiten de port gate een wielerwedstrijd zou starten, de Ronde van Langkawi, zeg maar de Aziatische Tour de France. Gevolg: je kan eigenlijk pas van boord vanaf +- 10u30 omdat er toch geen bussen of taxi’s tot daar kunnen komen. Strikt genomen 1,5u verloren, maar goed om 10u20 zitten we op de (voor het eerst gratis, zou altijd zo moeten zijn) shuttlebus naar Pantai Cenang (het mooiste strand vol resorts). Na onderhandelen gaan we met Lut en Willy een taxi delen voor 5 uur “whatever”. Prijs 150 ringgit (18€ per persoon). We doorkruisen het groene weelderige  eiland en gaan aan boord van een toeristenboot voor ons vier, wat een uur ongelooflijk boeiend vaar- en kijkplezier oplevert. Soms megaspeedy tussen prachtige rotswanden, mangroves, vergezichten tot op zee. We verwijlen op een plek waar kleine arenden massaal rond onze hoofden vliegen, bezochten een vissersdorp op palen waar in grote netten allerlei soort vissen gekweekt of gehouden worden. Kleine stukjes calamares voederen levert een spektakel van 20 kg grote vissen die uit het water springen vechtend voor hun aas, een reuzenrog die naar bovenkomt en zich laat strelen en betasten.
Door de omgeving rond ons krijg ik een soort “Amazonegevoel”. De natuur en de hele setting is zo mooi en voelt avontuurlijk aan. Het eindigt met een bezoek aan de Bat Cave (vleermuizengrot). In het duister fluisterend (no talking!) en in het licht van een enkele zaklamp zien we tussen de stalactieten en stalagmieten massa’s van de grootste vliegende zoogdieren hangen. En dan buiten tussen intrigerende mangroves leuke aapjes, moeder met kindje in buidel ontluist andere moeder met baby op nauwelijks een vrije armlengte afstand. Dan weer bukken onder grillige rotsformaties. Een belevenis. Na afloop rijden we naar de Machingang  Mountain cable car, een piek van 700 meter boven de zeespiegel in identieke kabelhokjes als Sentosa (Singapore). Steil klimmend vinden we bovenaan een adembenemend uitzicht over het hele tropische eiland en zijn vele offshore eilandjes (eentje heet  Pregnant Maiden Island) met kleine witte, verborgen strandjes en zijn rijke fauna en flora. Weer een wow-moment.
Het is blijkbaar ook een hidden secret voor low budget travellers want er lopen best wat knappe zongebruinde jonge megablonde vlechtenmeisjes rond. Van het Scandinavische type, een hoog contrast met de kleine ranke mooie donkere lokale meisjes. Terug vangen we nog een glimp op van Cenang beach en zijn bartjes, resto’s en winkeltjes. Het is  4 uur, eten en een fris biertje zijn welkom. Dan volgt de mooie afvaart weg van Langkawi ‘en route to Port Klang’, the gateway voor 2 dagen Kuala Lumpur (KL).

’s Avonds om 21u30 is er een Chinese markt rond de zwembadruimte door schuifpanelen overdekt.
Overal hangen rode lampionnetjes, drakendecoraties en wel tien stalletjes waar live allerlei soorten noodles, dim-sums, wontons, loempiaatjes, sushi, dumplings, steamed buns, yakitori’s enz. ad lib worden klaargemaakt en geserveerd. Een deel van de Aziatische crew komt in stoet voorbij met gemaskerde dansers, grote trommen en veel lawaai. Kortom; precies Chinees Nieuwjaar al moet het plafond snel weer open want de temperatuur loopt snel hoog op. Een uur later is bijna iedereen weg. Helaas kon ik niet meeproeven omdat we net voordien dineerden met starentertainers The Macdonald Brothers uit Glasgow en Eve Sheratt,  een West-Endvocaliste die de avond voordien in het theater bijna een vol huis haalde. De broers treden zowat 10 maand per jaar op, de wereld rond op alle mogelijke schepen en voor diverse rederijen. Cruiseship’s life op zijn best, nl. 1x per week maximum 1 uur optreden, passagier status, goed betaald én de wereld zien. Makkelijker dan CD zijn.

Vrijdag 28/02/14: Port Klang. Naar Kuala Lumpur. 35° en 85% humidity.
Om 8u30 zijn we de eersten van boord. Naast ons komt the Mariner of the Seas aanleggen, zo’n
ellendig massaschip van Royal Caribbean (4 000 pax). We hebben de 1e taxi en tot onze verrassing staan die op een beurtrol en liggen de prijzen vast afhankelijk van wat je doet. Wim en Anja gaan in KL een nachtje op hotel verblijven. Uurtje rijden: 35$. Onderweg bepleit onze driver Kad een deal om ons terug te voeren. Maar maakt dan een voorstel all in om ons alle bezienswaardigheden rond te voeren en te gidsen voor een extra 160 ringgit (+-43€). Even denken. Al liggen heel wat mustsees dicht bijeen in het centrum, een paar taxi’s zouden toch nodig zijn. Een leuke lunchplaats moeten zoeken en Kad zorgt voor een gidsbeurt in goed Engels, advies, duiding en doet alles wat we willen, goede deal dus. Zowat ¼ van de kost van de shuttlebus vol oudjes van het schip. En overal worden we vlakbij gebracht en voorgesorteerd. We klagen niet.

We bewonderen het koninklijk paleis, een dramatische War Memorial, de Lake Gardens met hun
grootste vogelpark worldwide en orchideeën en hibiscus. Al stappen we hier niet af. In de National Mosque kunnen we niet binnen: moslimdienst. Maar het antieke Britse railway station is een uniek gebouw en zeker ook de vele gebouwen rond Independence Square. De onafhankelijkheid van de Britten in 1957 blijkt een belangrijke datum in Maleisië. In het visitor’s center zien we op een reuzenmaquette de groei en troeven van KL. Nu de bekende Petronas  twintowers (met dwarsbrug op kosten van Samsung) onttroond zijn als hoogste torens ter wereld horen we dat er snel een “tweede hoogste skyscraper” (na Dubai) eraan komt.
We bezoeken Central Market dat beantwoord aan onze verwachtingen, veel Oosters batikwerk en crafts naast toeristische prullaria die je in de hele wereld vindt. En een Aziatische eetmarkt. Een biertje (4€ voor een Carlsberg) mag wel, want in een overwegende moslimstad moeilijk te vinden en duur in tegenstelling tot de food. Ik bestel 2 pla’s lokaal Maleisisch eten, Nella 1 en water. Kostprijs voor alles 22 ringgit = +- 5€. Succulent, heel nieuwe smaken maar pikant als de beesten, wat niet in goede aarde valt bij Nella die dan een niet-pittig gerecht bijvraagt. We blijven over met eten voor wel nog 2 man. Dan via Petaling Street (Chinatown) naar Kad. Zijn nut blijkt als hij (zeer belangrijk deze cruise) propere toiletten vindt en een quick stop voor de verplichte foto voor de Petronas Towers en zo. Trouwens, dat was het eerste toilet waar ik papier vond op deze cruise (we hadden altijd onze eigen rol bij, gelukkig).

KL behoort tot de grootste filesteden ter wereld. (2,2 miljoen inwoners). Maar de goodwill en de
dynamiek spat er af. Ook de aanbouw van een HST naar Singapore in 40 minuten (met de auto: 5 uur) en die skyscraperplannen bewijzen dat. Natuurlijk hebben ze naturlijke rijkdommen (rubber b.v.) maar de werkloosheid bedraagt amper 2% en toch noemt Kad, zelf met pensioen als ex-militair maar bijwerkend, dezen ‘lazy bums’ en dat de Maleisiërs geen ordinair werk meer willen doen, daarvoor voeren ze Indiërs en Filippijnen in. Waar hebben we zoiets nog gehoord?
In de terminal building is er free wifi! Joepie! En aan boord is het heerlijk rustig. Velen zullen veel later terugkomen en minder gezien hebben dan wij. Al beweren de vier Westvlamingen dat ze hetzelfde deden als wij voor 85 ringgit slechts i.p.v. 210. Die Belgen toch! ’s Avonds heb ik een klein incident met wine cellar master Ingo omdat de wijnen naast snel uitgeput ook niet door de wijnstewards geduid of geadviseerd kunnen worden. Hij gaat zeer zwak in de verdediging: “Filippijnen zijn geen sommeliers, they are only order takers”. “I’m only 3 weeks on board”, enz... Hoe vriendelijk mijn constructieve kritiek ook is, de Duitser loopt rood aan terwijl hij anders overal de clown uithangt. Het gesprek bereikt een pijnlijk niveau doordat hij me niet snapt en compleet naast de kwestie antwoordt.

Zaterdag 1/03/14: Port Klang 2de dag 29°
Vermits we erin slaagden alles te zien in KL (1 uur rijden en KL is recordstad traffic jams) blijven we
een rustig dagje aan boord. We werden verwittigd dat er geen water zou zijn vanwege werken aan leidingen. Eens het water terug is flush ik na een kleine boodschap. Tot onze ontzetting spuit er water achter het toilet uit, dat niet wegloopt. Zo loopt onze badkamer langzaam vol tot aan de verhoogde deurboord. Alarm geslagen, zandzakjes, heu, grote badhanddoeken gelegd en na wat loodgieters, opzuig- en clean-werk is alles weer in orde. Geen excuses gehoord.

Van 17u30 tot 20u is er een BBQ bij de pool. Maar we gaan met onze Belvrienden eten en nakeuvelen. We worden “weggesprayed” naar bed. Het hele schip ruikt naar ontsmettingsmiddel en overal is personeel aan het spuiten, vegen en poetsen. Alle leuningen, klinken, knoppen. Ook staat de laatste dagen los van de vaste ontsmettingsapparaten nu aan elke eetpost een bemanningslid die het verplicht op je handen spuit
Zondag 2/03/14: op weg naar Singapore 27°

Na ontbijt in de hut krijgen we bericht van het fietsongeval van Tanya, kapotte knie en
hersenschudding + naar de spoed waar ze moet blijven. Het is een machteloos gevoel nu niet bij haar te kunnen zijn. En communiceren is moeilijk, tijdsverschil, moeilijk internet… Maar goed, het is een flinke meid, dramatisch lijkt het niet, maar opeens tellen we de uren af. Morgenochtend van boord, ’s avonds om 23u30 uur de vlucht, om dinsdag 8u in Zaventem te landen. Tijdens de dag nog een scheepsversie van “Dancing with the Stars” gezien waar 6 pax de hele cruise aan werkten. Zat goed in elkaar. Eindelijk een knap idee. Om 17.00 uur leggen we aan in Singa. We verbruikten 860 000 gallons fuel (85 per mijl) en 174 000 gallons drinkwater per dag. In totaal legden we 2 450 zeemijl af.

Maandag – dinsdag 3-4/03/14: Singapore en terugvlucht
Na een vlotte ontscheping gaan we naar een daghotel dat ik huurde om de dag comfortabel door te komen. We maken een wandeling langs de kust om terecht te komen in LongBeach, een premium seafood restaurant waar we verrukkelijke reuzenkrabben smullen (specialiteit black pepper Crab). En kijken naar die gekke geoducks. Dan wat rusten, opfrissen onder een reuzendouche en met een voorspoedige vlucht huiswaarts. In Zurich (6.00 u) klinkt in het treintje dat ondergronds terminals verbindt, het geluid van koebellen op alpenweiden en geloei, we komen niet meer bij… In Brussel komt John ons ophalen. Tanya is al terug thuis van het ziekenhuis, alles komt in orde. Oef.

Meer foto's: http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157642303263374/