donderdag 13 maart 2014

REISVERSLAG CRUISE MALEISIË - PHUKET – MYANMAR – PORT BLAIR (INDIA) - SINGAPORE

15/02-04/03/14 HAL


Dag
Omschrijving
Aankomst
Vertrek
Dag 1
Singapore, Singapore
16.00
Dag 2
Malacca, Maleisië
08.00
17.00
Dag 3
Penang, Maleisië
08.00
17.00
Dag 4
Phuket, Thailand
08.00
16.00
Dag 5
Dag op zee
-
-
Dag 6
Rangoon, Myanmar (Visum)
10.30
-
Dag 7
Rangoon, Myanmar
-
-
Dag 8
Rangoon, Myanmar
08.30
Dag 9
Port Blair, India (visum vooraf)
08.00
17.00
Dag 10
Dag op zee
-
-
Dag 11
Porto Malai, Maleisië
08.00
17.00
Dag 12
Port Klang, Maleisië
08.00
-
Dag 13
Port Klang, Maleisië
-
20.00
Dag 14
Singapore, Singapore
12.00
-
Dag 15
Singapore, Singapore
-

 Zaterdagnamiddag + zondag 15-16/02/14

Vlotte avondvlucht Zaventem – Zurich - Singapore met Swissair. Eerste keer dat ik lang kan slapen op een internationale vlucht. Ik bekijk de film ‘Blue Jasmine’ maar als grote Woody-fan vind ik er niet veel aan. We duiken in een credit card cab na rijen aanschuiven en toch supervlotte taxi-dispatch. Ik boekte hotel Copthorns omdat je er op wandelafstand langs de riverbank terrasrestaurantjes hebt. Ik doe me er te goed aan liters Tiger bier (dorst!) nu de hitte ons overvalt en verorber een succulente spicy seafood platter. Nella reuzenasperges en nooit geziene schelpdieren. Dan de doos in om het tijdsverschil meteen eruit te krijgen. Ze gaven ons, omdat we Belgen zijn Room TinTin (1010).
Maandag 17/02/14 Singapore 30°

Het is mijn eerste keer op een schip met meer dan 1 000 pax (1 400!), de MS Volendam van Holland America Line (HAL). We zijn van verleden jaar met Silversea de hoogste luxe en service gewend, we gaan duidelijk een trapje lager, maar beloven onszelf alles te nemen zoals het komt.

Immigratie en inschepingprocedures zijn hier zeer ernstig te nemen en veelomvattend. Maar als Belgen, in tegenstelling tot pakweg Duitsers , Britten of Amerikanen, val je meestal onder “other countries” waar rijen korter zijn en controles iets minder intens. Toch vele checkoperaties en intens papierwerk in te vullen. “Bent u ziek? Hebt u diarree? Moet u overgeven?” Wie hier iets schrijft geraakt nooit aan boord natuurlijk. Eindelijk betreden we onze “ocean view stateroom”, een simpele buitenhut. Twee  supervriendelijke Philippino’s  Mardi en Ram worden onze cabin stewards. Tegenvaller: geen minibar en daar, in tegenstelling tot Silversea, dranken niet inbegrepen zijn en dus duur aantikken, smokkelde ik wat biertjes aan boord die ik nu zal moeten koelen in ijsemmers die we bijvragen. Maar zelfs plat water voor ’s nachts is te betalen en constant zullen we het gevoel hebben dat men achter ons geld aanzit. Ook internet is duur, enkel beschikbaar in lounges en traag (normaal want via satelliet). Eigenlijk een domper op onze cruisebeleving. Maar goed. We gaan aperitieven bij de zwembadbar en lunchen aan het Lidobuffet. Vanwege gastrointestinal illness = GID (of toch het risico) wordt zelfbediening de eerste 24 uur niet toegelaten (incubatietijd) en alles door het personeel met plastic handschoenen aangereikt. GID is dé vloek op cruiseschepen dezer dagen blijkt. Je bent slecht 24 uur ziek (diarree en overgeven) maar het is superbesmettelijk. Het zal de hele cruise een item blijven met warnings en papieren aansporingen (constant handen wassen, sanitizers gebruiken) aangepaste servicemomenten én tot 2 x midden de reis een oproep van de kapitein over de P.A.-system. Het moet ernstig zijn.

Wegvaren uit Singapore is altijd een feest. Aan de poolbar hoor ik een leuk koppel jonge veertigers Vlaams

praten. We maken kennis en het klikt meteen. Bourgondiërs met pakken reiservaring. Een vriendschap ontstaat. Wim en Anja uit Hemiksem zijn grappig, interessant, levensgenieters, begripvol en superaangenaam gezelschap. ’s Avonds stropt de open seating even maar wij willen bij iedereen aansluiten. Het worden twee Australische koppels en een paar … Belgen, Willy en Lut, sympathieke jonge gepensioneerden die al twee maanden aan boord zijn. Het wordt een gezellig gesprek. Aussies are awesome. Maar het eten en de service stellen me teleur. Het geharrewar bij de tafelplaatsing wordt gecompenseerd met een schaal chocolaatjes in de hut nadien.
MS Volendam Is 238 meter lang, 61 214 bruto ton en heeft 10 passagiersdekken. Het bezit 5 restaurants en 7 bars: de Explorer Lounge (piano en viool: klassiek met een twist), The Crown’s Nest 120° panoramisch zicht, helemaal on top en ’s avonds disco, The Pianobar (met sologitarist of pianistentertainer), De Ocean bar (jazzcombo), een koffiebar aan de bibliotheek met internetcafé en een bar aan elke pool. De food, nochtans onder supervisie van culinair consultant Rudi Sodamin (in mijn tijd die van Cunard) is van een veel lager niveau dan ik gewoon ben. Maar goed dat is de prijs ook. Bij de restaurants zitten 2 restaurants aan meerprijs: Canaletto (Italiaans) en Le Pinnacle (Frans), gebaseerd op Sirio Maccioni’s beroemde NewYorks etablissement Le Cirque.

Dinsdag 18/02/14 Malacca (Maleisië) 30°
Na moeilijkheden om fatsoenlijke warme melk te bemachtigen (overkookte, vuile vettige brij, dit is
vele malen gebeurd) leggen we aan in Malacca (Maleisië). Direct een tenderoperatie, de enige deze cruise maar met lokale tenders. Controles ontscheping zijn ernstig maar nu je boordpas (= cabin key + betaalregistratiekaart aankopen aan boord + aanduiding reddingssloep) snel kan gescand worden (direct alle gegevens met foto op computer) gaat het vlot. De plannetjes in het boekje van het schip zijn waardeloos en af en toe zelfs compleet fout. En (bewust?) ook de shore information. Allicht om zoveel mogelijk excursies te verkopen. In de hitte zoeken we ons een weg naar de resten van het Portugese fort Porta de Santiago a Famosa. We lopen het voorbij, want het blijkt enkel een hoopje stenen te zijn. Dan de kerk van Sint-Paulus (wat ruïnemuren) en de bescheiden town hall. Na de drukte en de brandende zon nemen we een rickshaw terug. Deze fietsen hier zijn compleet versierd met bloemen en zottigheden. Onze trapper heeft een Winnie de Poohfiets. Gekke kitsch maar toch uniek. IJswater en gekoelde doekjes zijn geen luxe op de pier. Ik ontdek echter dat ik mijn boordplastiekje kwijt ben, gewoon uit mijn zak gevallen allicht. Maar met Nella bij me en wat praten raak ik toch terug en krijg meteen een nieuwe “passe-partout”.

s’ Avonds is het gala-avond. Opgekleed begeven we ons naar de introductie door kapitein James Russel Dunford (U.K.). die zijn officiers voorstelt. Wij kiezen weer voor open seating bij onbekenden. Het wordt een Canadees onderonsje. Nadien gaan we de show bekijken, een liveorkest en 6 zanger(essen). Titel: “Unforgettable”. Maar ik vind het van een bedroevend niveau. 25 jaar terug op Cunard werden er al voorstellingen gegeven die gevarieerder, boeiender en spectaculairder waren dan dit. Nadien spreek ik met cruise director Bruce. Hij deed al 22 world cruises en altijd enkel HAL. We hebben het over vroeger en nu. “Toen waren cruise director’s nog kings”, zegt hij. Maar ik vind dat hij vast zit en de programma’s bieden weinig nieuws buiten kookdemo’s (heel goed gedaan), Tai Chi en vele eet- en proefhappenings, maar telkens tegen extra betaling.
Woensdag 19/02/14: Georgetown op het magische eiland Penang (Maleisië) 30°

Niet ver buiten de gate bemachtig ik een deftig plan. Onder een koperen ploert wandelen we
doorheen het drukke stadje. Eerst Clan Jetties, een hele huizenwijk op palen boven de zee en dan op zoek naar Khoo Kongsi, een Chinese Clan tempel. Prachtig decoratiewerk en een gek opschrift.
Dan gaan we op zoek naar de Chez Nous.Tussen de aangeraden lunchadresjes waar ik echt Maleis wil eten, staat deze beschreven als ‘Belgian style’. Benieuwd. Ik hoop op een fris Belgisch biertje want buiten Stella is er aan boord enkel Hollands (Heineken brrr), Amerikaans (Bud) of Aziatisch bier. Enkel pils dus… We spraken er af met Wim en Anja om vandaar een taxi te delen naar de grootste Chinese tempel in dit land , de Kek Lok Si Temple  buiten de stad en ook onze eerste (Thai) reclining (liggende) Budha ‘Wat Chaiya’.
De Chez Nous met tergende foto’s van Duvel en Hopus blijkt gesloten. Dat valt tegen. Zeker een biertje vinden, want moslimland. Enkel nogal veel lokale limonades (ik dronk er eentje met speculaassmaak) en ook fatsoenlijk eten valt in de buurt niet meteen te vinden. We besluiten een briefje achter te laten aan de deur met een boodschap, waarna we prompt Wim en Anja tegen het lijf lopen.
Kek Lok Si is een uitspatting van de klassieke Chinese krullen, lampions, felle kleuren afgewisseld met pastelkleuren, in een op en af van tempeltjes, zijpaviljoentjes, beelden en versiering. De taxi parkeert onder de tempel en dan gaat het naar boven, een visueel orgasme. Een funicular brengt ons naar de top waar een enorm “Maria-achtig” beeld met nog in aanbouw zijnd zuilencomplex de heuvel beheerst. Het heeft een soort Corcovadogehalte. Ook een wat grijzig uitzicht over stad, tuinen en de baai. Winkeltjes, prullaria, wierook, fraaie franjes… duizenden impressies uit een andere cultuur bestormen onze zintuigen.. Op weg naar de reclining Budha staat de chauffeur erop de “lifting Budha”  te bezoeken. Hij brengt ons voor een beeld. Als je geknield ervoor gaat zitten, je erg concentreert op een wens en dan in een ruk het beeld boven je hoofd kan tillen, komt die wens uit. Mijn wens zal uitkomen, die van Nella niet… Van de 108 voet lange reclining terug naar het schip waar we om 16 uur van Mex tacos en grilletjes gaan proeven aan de grillbuffetstand op het open dek.

Donderdag 20/02/14 Phuket (Thailand) 32°
Hier was ik al een paar keer, maar Nella nooit. Wat doen? Er is veel, maar alles vraagt een rit.
Wie rijdt op het eiland stort zich dan ook op die meer dan duizend passagiers. Na een geharrewar van taxiopbod en afbieden van 120 $ naar 60, besluiten we daarvoor een scenic drive te doen naar de 45 meter hoge witmarmeren Big Budha met schitterend zicht op Chalong Bay, gevolgd door een goedkope full body massage op Kata Beach. Een gelegenheidskoppel Britten kunnen we overtuigen te taxidelen. Hun filosofie: “O.K., als het niet langer dan 3,5 uur duurt en we terug zijn voor lunch”. De oude vrouw die ons van in het begin aanklampte en niet meer loste blijkt de chauffeur van een relatief nieuwe auto te zijn, toch vergeleken bij wat we de rest van de cruise zagen. De Big B blijkt nog steeds in aanbouw omringd door diverse boeddhistische ornamenten, we klimmen naar boven en wandelen erom heen in een stofwolk. Nadien naar the beach. Tijdens de afdaling geven we een babyolifant te eten, altijd goed voor een leuke foto. We krijgen elk een superstevige body massage op een enorm bed onder een palmafdakje op het strand. 2 Thaise ontfermen zich over ons synchroon (10€ elk). Ik kreun, overal pijntjes. En blijk dezelfde avond vol blauwe plekken te staan. Die tere slanke meisjes hebben supergespierde vingers. ’s Avonds eten we met Wim en Anja en even later plaatsen ze Willy en Lut bij ons. Het wordt gezellig met intens napraten in de Ocean bar met 5 Stella’s in een emmer voor de prijs van 4. Klok ’s nacht 1 uur terug.

Vrijdag 21/02/2014: at sea. 27°
Ontbijten op volle zee met een soundtrack van vogeltjes die fluiten in het bos, het blijft absurd.
Dagje chillen voor het grote avontuur er aankomt. Want in Myanmar, haven Thilawa, de poort naar Rangoon/ Yangon op 1 uur rijden, mag je niet in de haven lopen. Erbuiten zou bijna geen of lamentabel vervoer zijn. Bangmakerij om excursies te verkopen? We zullen er 2 dagen liggen. Er zijn excursies met overnachting via een binnenlandse vlucht naar Bagan, archeologische parel van het eerste Myanmarrijk met zijn unieke Mount Popa en ook naar het fameuze Mandalay. Maar zo’n excursie kost 1 200€ p.p.! Voortdurend worden er navigatiemeldingen gemaakt want het schip is de eerste met dergelijke tonnenmaat die bijgevolg vanaf 3 uur ’s nachts langzaam met soms maar een dikke meter verschil boven bodem, de rivier op zal varen. Delicaat.

Ik ga naar de location talk, een kookshow in een theater met camera’s overal, inclusief plafond. Het is alsof je naar een kookTV-programma kijkt met alles nog eens op grote zijschermen in detail. Ik neem deel aan een teamquiz en breng mijn Amerikaans groepje antwoorden bij die met geografie, Europa en cultuur te maken hebben. Al blijft de quiz erg op Amerikaanse,  Angelsaksische leest geschoeid.
‘s Avonds, tweede gala, en een eetfestijn waarbij een supersympathieke Balinese ober ons verwent. Wim eet gewoon 3 hoofdgerechten i.p.v. de voortoestandjes (kreeft, tonijnsteak). Dan moet de klok een half (!) uur achteruit. Nog nooit meegemaakt. Trouwens, dit is bijna een noord-zuid cruise. Op zo’n klein verschil qua breedtegraad 2,5 uur andere tijdszone, raar….
Zaterdag 22/02/14 Thilawa (Myanmar), naar Bago 28°

Omdat we via diverse kanalen vernamen dat transport beperkt en onberekenbaar is, kozen we
eieren voor ons geld en boekten een busexcursie naar Bago, ooit hoofdstad van lager-Birma geregeerd door de Mon-dynastie 14-16de eeuw. Twee uur rijden over minder goede wegen. De armoede en vooral vuilnis, de ongekende verkeerschaos blijven altijd een schok. Je voelt wel dat dit land krampachtig probeert, in het kielzog van het Thaise succes, een nieuw oord van cultuurtoerisme te worden. Maar de infrastructuur en organisatie zijn effenaf ontoereikend en voor Westerse zielen een bezoeking. Zoals de vuilnis die iedereen gewoon overal achterlaat in een van stof geteisterd land. De walgelijkste toiletten die qua geur, primitiviteit, vuil, nooit papier, je a.h.w. veroordelen in je broek te doen. Ook de transportmiddelen zijn armtierig. Auto’s met een bak waarin hoogstens 10 man kunnen, bevatten er het dubbel opeengepakt en met nog een paar eraan hangend.

Een eerste (te lange en overbodige) stop behelst een War Memorial (27 000 soldaten).
Al heb je het in 5 minuten gezien en is Tyn Cot in Passendale 10 keer aangrijpender. Dan op naar de lunch in een leuk houten gebouw. Het eten is verrassend lekker: mini springrolls, Oosters soepje, een rijke groenten-vlees-met-rijstschotel en een stukje kreefte staart. Het lokale bier “Myanmar” in grote flessen wordt ons wel aangerekend wat niet zou mogen. En dan begint de blotevoetenhel. We bezoeken achtereenvolgens de Shewadaw tempel (met tand van Boeddha), de indrukwekkende Hinthagon pagode met zicht over de stad, en het sobere Kyukhamaing boedhistenklooster. Bezoek aan de refter en keuken, wat een andere wereld, en door een venster bemerk ik zich wassende monniken wat een rondje watergooien blijkt. Shewada’s reclining Budha is 55 meter lang en de tweede langste ter wereld. Blootsvoets is overal verplicht maar de vloeren zijn zo weerzinwekkend vuil dat iedereen nadien absoluut de voeten wil schoonmaken, wat moeilijk kan. En onze gids zegt dat dit zinloos is, vermits we telkens 10 minuten later ze weer moeten afdoen. De monumenten zijn anders prachtig en betoverend. Eindigen doen we in een Mon-dorp, een authentieke village. Iedereen wil overal van alles verkopen.
We zien een primitief weefgetouw in actie, kinderen joelen, brommers toeteren constant, wie een bromfiets heeft, voelt zich verheven boven de rest. En claxonneert zich te pletter, iedereen uit zijn weg. Ik bemerk ook een armoedig huis  met achteraan een schotelantenne en kleine kinderen in bordeauxkleurig boeddhistengewaad. Die zijn er overal.
Zeer laat terug, kapot van de busrit snel naar de dining room waar we verbrande Aziatisch ribbetjes eten. Erbarmelijk en ondermaats. Na onze klacht krijgen we een glas slechte bubbels. De compensatiepolitiek is hier onderdeel van de customer strategy.

Zondag 23/02/14 naar Yangon (Rangoon) 30°
Naar Yangon gaan kan enkel met een betalende shuttle (1 uur rijden) waar we p.p. 50$ voor moeten
betalen. Een schande. De oplichters van HAL zullen toch eens ter verantwoording moeten worden geroepen… De gids spreekt een soort Aziatisch-Engels dat niemand begrijpt. Maar dat houdt hem niet tegen om constant snel en veel te praten. Toch leer ik dat Rangoon 300 000 “populations” telt en een luxeappartement zo duur is als in NY (joking?) en er in het land steeds meer miljoenen toeristen komen. Zijn cijfers worden op bijzonder veel wenkbrauwengefrons onthaalt bij, heu, de niet-Amerikanen. Yankees geloven immers alles… Ter plaatse krijgen we 3,5 uur om er het beste van te maken. Met Wim en Anja delen we een taxi voor een prikje al rijdt de chauffeur constant fout omdat hij niet begrijpt waar we naartoe willen, het nochtans tweede belangrijkste monument hier, een … reclining Budha! Weliswaar de grootste, mooiste en indrukwekkendste van de drie tot nu toe. Die smile op zijn gezicht, die pastelkleuren, de voetzolen met de symbolische tekens, die eerbiedig biddende en offerende godsdienstbeleving van de locals, de wierook, de bloemen…
Vandaar gaat het naar de Shewadagon Pagoda, 2 500 jaar oud. Een enorm complex met ingangen aan alle windstreken. Met een lift naar boven, schouders en knieën bedekt. Mijn lange (korte) broek is 5 cm korter dan die van Wim. Het verdict: ik moet een dieprode sarong huren die makkelijk openvalt en nauwelijks zitten en wandelen toelaat. De fascinerende gouden megapagode met bovenaan onbereikbaar robijnen en edelstenen blijkt zelf nog omringd door een enorme site vol pagodes, tempels en paviljoentjes. Een en al goud, blinkend en tinkelende belletjes. Het is zondag en blijkbaar de grote familie-uitstap. Hele groepen inwoners doen hier overal waarin ze erg goed zijn, nl. zomaar een beetje zitten of hurken, soms wat meegebracht eten verorberend of flanerend. Dat toeristen hier nog uitzonderlijk zijn, blijkt uit het feit dat Nella zowel als Wim, beiden blond (Wim heeft zelfs iets van Kuifje) voor hun mobieltjes moeten poseren. Dit religieuze oord is betoverend, sprookjesachtig, kortom, een andere wereld. We geraken niet uitgekeken. Alleen dit was de moeite van de reis al waard. Het blootvoets lopen hier is aanvaardbaar, want propere vloer, alleen verbranden we ons aan de door de zon heetgebakerde tegels. Nadien met de taxi naar het oud- koloniale Strand Hotel. Airco! Bier! Ouderwets aandoenlijk. Alleen blijkt weer eens dat geen enkel taxichauffeur begrijpt waar we naartoe willen. Niemand spreekt behoorlijk Engels.



Langs kraampjes, food stalls, fruitverkopers, rommelaanbieders wandelen we terug naar de Sule pagode en de City Hall die uitkijken over het centrale park. En dan een uur terug, over die rare brug over de Yangon River. ’s Avonds ga ik even kijken naar “het huwelijkspel” een stokoud format waar men slecht met moeite aan 2 deelnemende koppels geraakt. Later zou nog een Thilawa Muziek en Dansshow volgen. Maar sorry, ik zag al zoveel local folklore shows. Het wordt kletsen met onze Belgische vrienden. Een eind verder ziten nog 2 West-Vlaamse koppels. We zullen constateren dat de Belgen de enigen zijn aan boord die hier de locale (bar)economie rechthouden. Al blijven kelnerinnen ambetant pushy. Je bestelt iets: “ Why not a double?”. Ergerlijk.
Maandag 24/02/14 at sea 28°

Dolce far niente. En alles in het teken van de grote administratieboeman morgen: Port Blair (India) op de Andaman en Nicobar eilanden in de Golf van Bengalen. Onooglijk, slechts een kleine dag daar, maar zeer veeleisend qua immigratiepapierwerk. In België kostte het bloed, zweet en tranen om ons visum te bemachtigen. Veel e-mail, getelefoneer, aangetekend versturen, reguliere pasfoto’s worden geweigerd en passen we zelf dan maar digitaal aan, enz. Er komen wel veel ongevraagde sms’jes toe die stellen: “we zijn bezig”,” het zit nu daar”, en… die ons zullen worden doorgerekend. Eindprijs voor ons beider visum: 301€! Die voor Myanmar kreeg je aan boord en waren minder duur voor 2 volle dagen. We krijgen een pakket documenten in te vullen. Komt daarbovenop de bangmakerij: transport ultraprimitief, ondermaats, nergens airco, relatief weinig te zien (klopt eigenlijk). Ik probeer zoveel mogelijk o.b.v. de info van location guide Ian Page, een leuke Londenaar (die humor) een strategie uit te denken die er zal op neerkomen: we zullen wel zien.
Dinsdag 25/02/14: Port Blair, Andaman en Nicobar isles (India) 30°

Het is zover. ’s Ochtends is het hele schip al stand-by. Met 5 documenten zal iedereen zich in 2 procedures moeten aanbieden voor een face to face met de immigratie, 1 400 man…
Dan pas kan het schip vrijgegeven worden. Als ex-CD maakte ik al zoveel mee en dit soort operaties vlot laten verlopen is uiteraard een zorgenkind. Meestal is de gestrengheid van ontschepingprocedures rechtevenredig met de armoede in het land en corruptiegevoelig (buiten de States en de toenmalige USSR). Aan de andere kant, weet ik dat… En jawel hoor, alles wordt opeens anders. Geen face to face meer, een aantal docs niet meer nodig en met slechts de fotokopie van je reispas met visum en je boordpas mag je eraf. Zelfs de custom declaration form is niet meer nodig. Met Wim en Anja worden we eens buiten de havenuitgang verpletterd door tientallen transportaanbieders, krakkemikkige taxi’s en de sympathieke tuktuks (overdekt brommertje met zitbankkarretje). Het leuke is dat we niet eens moeten afbieden en zagen, maar zijzelf tegen elkaar afbieden. We stappen in een stokoude witte taxi’ (stijl 50’s) met rammelende krakende versnellingen, geen ruiten, geen gordels maar wel een toeter naar het centrum: Aberdeen Bazar bij het Gandhipark. Vanaf daar plannen we te voet naar de enige, echte bezienswaardigheid hier te wandelen: de Cellular Jail (door de Britten gebouwd om freedom fighters te isoleren). Het is klimmen langs slordige straten – alles gebeurt hier op straat – overstelpt door getoeter, geteut en geclaxonneer in een verzengende vochtige hitte (36°) die klam aanvoelt.
De Jail is een gebouw met cellen, reconstructie van lijfstraffen, een ophangruimte, brrr. Maar ook oude foto’s van het eiland en bovenaan in de toren een uitzicht over het eiland. Het brengt me wel flashes van de films “Papillon” en ”Midnight Express”. Het is zweten en puffen, maar voor een schijntje gaan we terug tot de bazaar en halfoverdekte fruit- en groentemarkt met enkele soorten die ik zelfs nog nooit zag. Dan door het gekrioel naar het Ghandiplein.

De mensen hebben hier naast een rot gebit, ook lelijke rode (!) tanden door het kauwen op de
fameuze betel nut. We besluiten een tuktuk terug te nemen. De locals vallen over elkaar heen om je in hun pruttelend bolletje te krijgen. Bij elke prijs die je uitspreekt roept er wel eentje: “O.K. hier!” Dan word het teveel voor Corneel. Ik blaf luidop mijn bod, want ik wil betalen met oude roepies die ik nog had van Goa (25 jaar geleden) opgetopt met een dollar. Bij de roepies zitten enkele munten die zelfs niet meer bestaan. Ik zal ze later cadeau geven aan een verkoper in ruil voor een primitief plan van het eiland. Dan blijkt tuktukken een race te zijn van getoeter en kriskras door elkaar. Alsof het een wedstrijd is zoeven we reutelend op speed terug. ’s Avonds genieten we van een aperitiefje in de pianobar met de geweldige gitarist-zanger Garry. Blijkt er van 17u tot 20u een onaangekondigde “open bar” te zijn over het hele schip om te compenseren dat het schip in Singapore om 17 uur zal aankomen i.p.v. op de middag (waardoor excursies en zelfs terugvluchten sneuvelen). Het anders ‘lege’ schip loopt opeens vol met volk dat van overal (meerdere) drankjes meesleurt, smokkelt,… degoutant! Het menselijk ras dat profiteert, terwijl je anders heel weinig ziet spenderen in de bars... leer ze me kennen. De klokken gaan nu 1 uur vooruit…
Woensdag 28/02/14 at sea 28°

We doen een beetje van alles. Port talk. We zien Wim winnen op de roulette. Nella leert dieren maken met handdoeken. Gala-avond. Eerst ga ik genieten van het piano-vioolduo. Klassiek dat even goed overloopt naar “Smile” van Nat King Cole, gezongen, prachtig  “You'll find that life is still worthwhile If you just smile”. Het wordt mijn motto.  We gaan met zijn vieren eten in Canaletto met Italiaanse specialiteiten. Nella heeft zich als Italiaanse “laten uitnodigen” en dus betalen we geen opleg. Het eten is lekker, het decor en vooral het licht echter tegenvallend. Dan de bar in. Doordat de klok vooruit moet, is het opeens 01.15 uur.

Donderdag 27/02/14 Port Malai, Langkawi eiland (Maleisië) 28°
Prachtige dag, heerlijk eiland. Onbekend tropisch paradijsje met niet teveel toeristen. Maar toch
genoeg georganiseerd om na de armtierigheid van de laatste bestemmingen, dit oord in zijn nog primitieve schoonheid te omhelzen voor zijn minimum aan properheid, hygiëne, en faciliteiten.

Pas de dag voordien werd het schip verwittigd dat er buiten de port gate een wielerwedstrijd zou starten, de Ronde van Langkawi, zeg maar de Aziatische Tour de France. Gevolg: je kan eigenlijk pas van boord vanaf +- 10u30 omdat er toch geen bussen of taxi’s tot daar kunnen komen. Strikt genomen 1,5u verloren, maar goed om 10u20 zitten we op de (voor het eerst gratis, zou altijd zo moeten zijn) shuttlebus naar Pantai Cenang (het mooiste strand vol resorts). Na onderhandelen gaan we met Lut en Willy een taxi delen voor 5 uur “whatever”. Prijs 150 ringgit (18€ per persoon). We doorkruisen het groene weelderige  eiland en gaan aan boord van een toeristenboot voor ons vier, wat een uur ongelooflijk boeiend vaar- en kijkplezier oplevert. Soms megaspeedy tussen prachtige rotswanden, mangroves, vergezichten tot op zee. We verwijlen op een plek waar kleine arenden massaal rond onze hoofden vliegen, bezochten een vissersdorp op palen waar in grote netten allerlei soort vissen gekweekt of gehouden worden. Kleine stukjes calamares voederen levert een spektakel van 20 kg grote vissen die uit het water springen vechtend voor hun aas, een reuzenrog die naar bovenkomt en zich laat strelen en betasten.
Door de omgeving rond ons krijg ik een soort “Amazonegevoel”. De natuur en de hele setting is zo mooi en voelt avontuurlijk aan. Het eindigt met een bezoek aan de Bat Cave (vleermuizengrot). In het duister fluisterend (no talking!) en in het licht van een enkele zaklamp zien we tussen de stalactieten en stalagmieten massa’s van de grootste vliegende zoogdieren hangen. En dan buiten tussen intrigerende mangroves leuke aapjes, moeder met kindje in buidel ontluist andere moeder met baby op nauwelijks een vrije armlengte afstand. Dan weer bukken onder grillige rotsformaties. Een belevenis. Na afloop rijden we naar de Machingang  Mountain cable car, een piek van 700 meter boven de zeespiegel in identieke kabelhokjes als Sentosa (Singapore). Steil klimmend vinden we bovenaan een adembenemend uitzicht over het hele tropische eiland en zijn vele offshore eilandjes (eentje heet  Pregnant Maiden Island) met kleine witte, verborgen strandjes en zijn rijke fauna en flora. Weer een wow-moment.
Het is blijkbaar ook een hidden secret voor low budget travellers want er lopen best wat knappe zongebruinde jonge megablonde vlechtenmeisjes rond. Van het Scandinavische type, een hoog contrast met de kleine ranke mooie donkere lokale meisjes. Terug vangen we nog een glimp op van Cenang beach en zijn bartjes, resto’s en winkeltjes. Het is  4 uur, eten en een fris biertje zijn welkom. Dan volgt de mooie afvaart weg van Langkawi ‘en route to Port Klang’, the gateway voor 2 dagen Kuala Lumpur (KL).

’s Avonds om 21u30 is er een Chinese markt rond de zwembadruimte door schuifpanelen overdekt.
Overal hangen rode lampionnetjes, drakendecoraties en wel tien stalletjes waar live allerlei soorten noodles, dim-sums, wontons, loempiaatjes, sushi, dumplings, steamed buns, yakitori’s enz. ad lib worden klaargemaakt en geserveerd. Een deel van de Aziatische crew komt in stoet voorbij met gemaskerde dansers, grote trommen en veel lawaai. Kortom; precies Chinees Nieuwjaar al moet het plafond snel weer open want de temperatuur loopt snel hoog op. Een uur later is bijna iedereen weg. Helaas kon ik niet meeproeven omdat we net voordien dineerden met starentertainers The Macdonald Brothers uit Glasgow en Eve Sheratt,  een West-Endvocaliste die de avond voordien in het theater bijna een vol huis haalde. De broers treden zowat 10 maand per jaar op, de wereld rond op alle mogelijke schepen en voor diverse rederijen. Cruiseship’s life op zijn best, nl. 1x per week maximum 1 uur optreden, passagier status, goed betaald én de wereld zien. Makkelijker dan CD zijn.

Vrijdag 28/02/14: Port Klang. Naar Kuala Lumpur. 35° en 85% humidity.
Om 8u30 zijn we de eersten van boord. Naast ons komt the Mariner of the Seas aanleggen, zo’n
ellendig massaschip van Royal Caribbean (4 000 pax). We hebben de 1e taxi en tot onze verrassing staan die op een beurtrol en liggen de prijzen vast afhankelijk van wat je doet. Wim en Anja gaan in KL een nachtje op hotel verblijven. Uurtje rijden: 35$. Onderweg bepleit onze driver Kad een deal om ons terug te voeren. Maar maakt dan een voorstel all in om ons alle bezienswaardigheden rond te voeren en te gidsen voor een extra 160 ringgit (+-43€). Even denken. Al liggen heel wat mustsees dicht bijeen in het centrum, een paar taxi’s zouden toch nodig zijn. Een leuke lunchplaats moeten zoeken en Kad zorgt voor een gidsbeurt in goed Engels, advies, duiding en doet alles wat we willen, goede deal dus. Zowat ¼ van de kost van de shuttlebus vol oudjes van het schip. En overal worden we vlakbij gebracht en voorgesorteerd. We klagen niet.

We bewonderen het koninklijk paleis, een dramatische War Memorial, de Lake Gardens met hun
grootste vogelpark worldwide en orchideeën en hibiscus. Al stappen we hier niet af. In de National Mosque kunnen we niet binnen: moslimdienst. Maar het antieke Britse railway station is een uniek gebouw en zeker ook de vele gebouwen rond Independence Square. De onafhankelijkheid van de Britten in 1957 blijkt een belangrijke datum in Maleisië. In het visitor’s center zien we op een reuzenmaquette de groei en troeven van KL. Nu de bekende Petronas  twintowers (met dwarsbrug op kosten van Samsung) onttroond zijn als hoogste torens ter wereld horen we dat er snel een “tweede hoogste skyscraper” (na Dubai) eraan komt.
We bezoeken Central Market dat beantwoord aan onze verwachtingen, veel Oosters batikwerk en crafts naast toeristische prullaria die je in de hele wereld vindt. En een Aziatische eetmarkt. Een biertje (4€ voor een Carlsberg) mag wel, want in een overwegende moslimstad moeilijk te vinden en duur in tegenstelling tot de food. Ik bestel 2 pla’s lokaal Maleisisch eten, Nella 1 en water. Kostprijs voor alles 22 ringgit = +- 5€. Succulent, heel nieuwe smaken maar pikant als de beesten, wat niet in goede aarde valt bij Nella die dan een niet-pittig gerecht bijvraagt. We blijven over met eten voor wel nog 2 man. Dan via Petaling Street (Chinatown) naar Kad. Zijn nut blijkt als hij (zeer belangrijk deze cruise) propere toiletten vindt en een quick stop voor de verplichte foto voor de Petronas Towers en zo. Trouwens, dat was het eerste toilet waar ik papier vond op deze cruise (we hadden altijd onze eigen rol bij, gelukkig).

KL behoort tot de grootste filesteden ter wereld. (2,2 miljoen inwoners). Maar de goodwill en de
dynamiek spat er af. Ook de aanbouw van een HST naar Singapore in 40 minuten (met de auto: 5 uur) en die skyscraperplannen bewijzen dat. Natuurlijk hebben ze naturlijke rijkdommen (rubber b.v.) maar de werkloosheid bedraagt amper 2% en toch noemt Kad, zelf met pensioen als ex-militair maar bijwerkend, dezen ‘lazy bums’ en dat de Maleisiërs geen ordinair werk meer willen doen, daarvoor voeren ze Indiërs en Filippijnen in. Waar hebben we zoiets nog gehoord?
In de terminal building is er free wifi! Joepie! En aan boord is het heerlijk rustig. Velen zullen veel later terugkomen en minder gezien hebben dan wij. Al beweren de vier Westvlamingen dat ze hetzelfde deden als wij voor 85 ringgit slechts i.p.v. 210. Die Belgen toch! ’s Avonds heb ik een klein incident met wine cellar master Ingo omdat de wijnen naast snel uitgeput ook niet door de wijnstewards geduid of geadviseerd kunnen worden. Hij gaat zeer zwak in de verdediging: “Filippijnen zijn geen sommeliers, they are only order takers”. “I’m only 3 weeks on board”, enz... Hoe vriendelijk mijn constructieve kritiek ook is, de Duitser loopt rood aan terwijl hij anders overal de clown uithangt. Het gesprek bereikt een pijnlijk niveau doordat hij me niet snapt en compleet naast de kwestie antwoordt.

Zaterdag 1/03/14: Port Klang 2de dag 29°
Vermits we erin slaagden alles te zien in KL (1 uur rijden en KL is recordstad traffic jams) blijven we
een rustig dagje aan boord. We werden verwittigd dat er geen water zou zijn vanwege werken aan leidingen. Eens het water terug is flush ik na een kleine boodschap. Tot onze ontzetting spuit er water achter het toilet uit, dat niet wegloopt. Zo loopt onze badkamer langzaam vol tot aan de verhoogde deurboord. Alarm geslagen, zandzakjes, heu, grote badhanddoeken gelegd en na wat loodgieters, opzuig- en clean-werk is alles weer in orde. Geen excuses gehoord.

Van 17u30 tot 20u is er een BBQ bij de pool. Maar we gaan met onze Belvrienden eten en nakeuvelen. We worden “weggesprayed” naar bed. Het hele schip ruikt naar ontsmettingsmiddel en overal is personeel aan het spuiten, vegen en poetsen. Alle leuningen, klinken, knoppen. Ook staat de laatste dagen los van de vaste ontsmettingsapparaten nu aan elke eetpost een bemanningslid die het verplicht op je handen spuit
Zondag 2/03/14: op weg naar Singapore 27°

Na ontbijt in de hut krijgen we bericht van het fietsongeval van Tanya, kapotte knie en
hersenschudding + naar de spoed waar ze moet blijven. Het is een machteloos gevoel nu niet bij haar te kunnen zijn. En communiceren is moeilijk, tijdsverschil, moeilijk internet… Maar goed, het is een flinke meid, dramatisch lijkt het niet, maar opeens tellen we de uren af. Morgenochtend van boord, ’s avonds om 23u30 uur de vlucht, om dinsdag 8u in Zaventem te landen. Tijdens de dag nog een scheepsversie van “Dancing with the Stars” gezien waar 6 pax de hele cruise aan werkten. Zat goed in elkaar. Eindelijk een knap idee. Om 17.00 uur leggen we aan in Singa. We verbruikten 860 000 gallons fuel (85 per mijl) en 174 000 gallons drinkwater per dag. In totaal legden we 2 450 zeemijl af.

Maandag – dinsdag 3-4/03/14: Singapore en terugvlucht
Na een vlotte ontscheping gaan we naar een daghotel dat ik huurde om de dag comfortabel door te komen. We maken een wandeling langs de kust om terecht te komen in LongBeach, een premium seafood restaurant waar we verrukkelijke reuzenkrabben smullen (specialiteit black pepper Crab). En kijken naar die gekke geoducks. Dan wat rusten, opfrissen onder een reuzendouche en met een voorspoedige vlucht huiswaarts. In Zurich (6.00 u) klinkt in het treintje dat ondergronds terminals verbindt, het geluid van koebellen op alpenweiden en geloei, we komen niet meer bij… In Brussel komt John ons ophalen. Tanya is al terug thuis van het ziekenhuis, alles komt in orde. Oef.

Meer foto's: http://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/sets/72157642303263374/

zaterdag 9 november 2013

‘n Avondje Antwerpen


Allerheiligenweekend. Ik ben in Antwerpen voor een combine van werk en ontspanning. Dat laatste bestaat vooral uit een Wanneske doen (in de straten verdwalen).
Nadien ga ik aperitieven en een kleinigheidje eten. Maar waar? Al die fastfoodketens. Wat prijs ik me als Bruggeling gelukkig. We hebben nog steeds een centrum zonder een McDonalds.

Maar waarom zit er zo’n verschil op drankprijzen soms? Bij Café Tante Lies betaal je 2,90€ voor een Duvel “triple hop of gewoon, menier?”. Het toilet met witte tegels en een stokoud urinoir met klassieke reuksteen voelt bijna aan als een verlossing. De weekenddrukte passeert druilerig op mijn netvlies. Waarom zijn op feestdagen, net dan, zovele musea dicht? Dit overkwam me nu al zoveel keer.
Ik hoor de Nederlanders naast me zeggen: “Lekker dat vies potje”. Que? Blijken ze een vispannetje te eten. Er zijn verdorie in het weekend meer Nederlanders dan autoch- en allochtonen samen in de scheldestad. In een collectieve verbijsteringkramp “waarom is de stad dicht, mijnheer?” (het is 1 november).

Adolescenten van vooral vreemde komaf flaneren voorbij in een bestudeerd ritme en met kapsels waarover is nagedacht en hard aan gewerkt. De juiste gescheurde jeans, de oogopslag, niet echt macho meer maar duidelijk vele oefeningen voor de badkamerspiegel om cool  te ogen: een soort macho-understatementlook.
2 Oost-Europees uitziende mannen vragen mij in gebrekkig Duits:” Wo sind die Mädchen strassen?” Eerst begrijp ik niet wat ze bedoelen, dan wel. Het Schipperskwartier natuurlijk. Altijd rechtdoor en vraag het dan nog eens, grinnikt het slecht karakter in mij. De “Duitsers” klampen meteen een andere man aan.

Ander terrasje. Druk. Ik spreek een Aantwaaarpenaar aan over zijn leuke koffie verkeerd in 3 nette laagjes. Omdat ik algemeen Nederlands spreek, denk ie allicht dat ik nen Ollander ben. In minder dan 1 ongevraagde minuut krijg ik de volgende onstuitbare boodschap mee: “Vroeger was alles beter. Nu zijn we nog alleen goed om belastingen te betalen voor de vreemdelingen. En die betalen geen belastingen. Ons land gaat failliet”. End of message.
De avond maakt zich op voor het nachtleven. “Oh, my Goooood!” Op mijn terras stormt een blonde del met een dik Russisch accent vol rollende rrr’en en roken, roken… naar buiten. Skinny jeans, megapumps. Ik vang op: “he’s fucking man … No, no, sushi is fuck….. Looking for a job, hey, it’s normal”. Tegen een licht geagiteerde man met zijn ogen constant op haar borsthoogte: “Hey? I am a grandma, you know that?.... You fucking Egyptian man…. Why you not speak good language. Speak language!” Gevolgd door een enorme sigarettendamp. Dan gaan ze samen weg, drukdoend. Om 3 minuten later terug te keren. Ik informeer me. Straks wordt hier al gedanst, de beats gaan al luider. Allerlei nationaliteiten. Stevige veertigers met een willetje. Geen Marokkanen, valt me op….

Een peroxide witharige vamp met loodzware borsten gecorrigeerd door een ruguitsparing met lintjes, rode jeans met Robin Hoodbotjes met luipaardmotief parkeert haar derrière frontaal voor mij. Ik hoor een mengelmoes van talen. Het is nog maar 8 uur maar daar is Billie Jean al. Allen even vlug naar binnen en dan weer massaal buiten roken, tetteren. Veel vrouwen dragen het soort oorringen die me doen denken aan een combinatie van een bomma, een del en … een taart ( van het Engelse tarty dan).
Ik praat met de jonge dienster van Mexicaanse afkomst, zij over de verloedering van de Keyzerlei, geen groen mijnheer. Ik over de vele restaurants, bistro’s en eethuizen, waarop zij: “Ja, maar Antwerpen mist wel nog een Hardrockcafé”. Ik vraag uitleg over de Chinese boog in de straat naast het Astridhotel. Buiten dat er in die straat 2 Chinese eettentjes zijn, krijg ik geen fatsoenlijke uitleg.“We’re lost in Music” schalt naar buiten. Iedereen vlamt weer naar binnen. 4 minuten later sigaretten... De Russische: “Sorry, I go very slow.... I am not romantic..... She’s bad woman! He? Easy boy?”

Het is duidelijk. Vanavond speelt het leven zich niet af voor mijn haardvuur. Filmscriptschrijvers aller landen, ik ken een inspirational environment en denk dus in some kind of movie te zitten. In de toiletten word ik overenthousiast begroet door een stevige leeftijdsgenote met kort ros haar. Help! Maar het blijkt de eigenaarster te zijn die handdoeken vervangt. Wat 2 uurtjes “de avonturen van Wim in Antwerpen” met een mens kan doen.
Ik ben duidelijk niet meer van deze wereld. In de Taj Mahal ben ik gecharmeerd door de gaten in het tafelkleed. Het eeuwenoud vast tapijt, very seventies, leidt naar een onooglijk toilet waar niemand in past en 2 mensen elkaar niet kunnen kruisen, een kronkeltrap met theelichtjes. De menu smaakt naar de reden waarom ik het koos: cheap. 3 Scandinaviërs aan het tafeltje naast me vragen de Indiër: “You have dark beer? Yes? O.K. 3 Duvel!” Ik vind het geweldig. Eens buiten is het nachtleven volop staring in the face. Woekerend. Ik bedenk snel welke BBC-detective er speelt op de VRT en haast me naar mijn hotelkamer. Ja, ik ben een watje. Maar de volgende dag zou ik vlakbij heerlijke biertempels, leuke kroegen, fijne bistro’s en een open museum ontdekken…

woensdag 24 juli 2013

Reisverslag Languedoc: Carcasonne en Lac du Salagou juli 2013


Zaterdag 29/06.
Eerst Tanya ’s ochtends vroeg in Zaventem droppen voor haar vlucht naar Nepal, waar ze in Kathmandu 4 weken met arme weeskindjes zal werken en Engels geven aan meisjes in een Boeddhistenklooster als vrijwilligerswerk. Dan rijden we  door naar Charleroi waar we heel wat tijd moeten zoek maken voor onze vlucht aan de beurt is. Altijd ellendig, dat tijd doden op luchthavens. Na landing in Carcasonne meteen ons huurwagentje ophalen en kort daarna zijn we al in ons gîte te Cavanac vlakbij. Een schattig chaletje in een pijnboombosje tussen de wijngaarden. We trekken meteen naar onze vrienden Stefaan en Ariane waar we hartelijk verwelkomd worden in hun “doening” die ze zich recent aanschaften. Een supergrote ex-B&B met een enorme tuin. Gloednieuw prachtig gebouw met reuzenruimtes, alle comfort en faciliteiten erop en eraan.. Weg van alles, helemaal privé en toch vlakbij Carcasonne met vooral een onbezoedeld schitterend uitzicht. We beleven een heerlijke avond waarbij het barbecuevlees ons om de oren vliegt (inside joke) en besluiten in een van de gastenkamers te overnachten.

Zondag 30/06.
De volgende ochtend zijn we kattelam en we besluiten vandaag vooral niks te doen. In een lokaal winkeltje kopen we net voldoende om de eerste dag door te komen. Ik kokkerel wat, we siësten, dolce far niente.

Maandag 1/07.
We trekken naar de Katharenstad, eerst de benedenstad Bastide Saint-Louis en dan in de zon de Cité op. Zon jawel. Want de eerste 2 dagen bleek het weer niet je dat. We verdelen de oude vestingstad in twee en doen de kant van de basiliek. We terrassen op het drukke, gezellige Place Marcou en gaan dan in een lommerrijke terrastuin dé lokale specialiteit waar ik zo dol op ben, degusteren: salade de gésiers en een koninklijke cassoulet. Na de middag vinden we met moeite de Hypermarché Casino waar we voorraden, water, drank en Zuid-Franse ingrediënten inkopen. Zonnen, zwemmetje. Wel vervelend zwembad. Blijkbaar moet nu in Frankrijk elk zwembad beveiligd zijn tegen “per ongeluk erin vallen”. Het alarmsysteem moet daarvoor telkens ontsleuteld worden. Maar het werkt niet altijd. Vervelend als je erin duikt en dat alarm begint te loeien… wat enkele malen gebeurt. Hapjes met de wijn van het landgoed. Het vakantiegevoel is er eindelijk.



Dinsdag 2/07.
De ochtendlijke croissants haal ik op 700 m in het enige, bijna niet te vinden piepklein epicerietje dat haast niks heeft. Qua groenten b.v. enkel uien en knoflook... Aandoenlijk. We besluiten een boottocht te maken op de Canal du Midi. Deze ervaring wekt bij mij de goesting op om eens een boot te huren en voor lange tijd ergens  zo’n lange kanaalvaart te doen. Langs het rustgevende met platanen omzoomde water, even die meer dan 60 sluisjes doen, en zalig relaxerend genieten van het ritme. Sommige huurboten hier bevatten tot 6 fietsen en meestal alle comfort. Toekomstplannen. Het is echter winderig en killig. Languedoc in juli en slechts 18°? Klimaatopwarming mijn, ahum r***. Na dat al hele jaar povere weer…
Enfin, we lunchen licht en vestigen dan het wereldrecord siësten, van 15 uur tot 19.30 uur! We gaan eten in ons dorpje dat dus letterlijk niks heeft buiten dat tja winkeltje en een coiffeuse, maar wel een château met een enorm restaurant en een zeer ruim keuzemenu van 45€ wijn en all in. Vrij lekker maar wel flauwe wijn (van hun eigen domein), vandaar allicht….

Woensdag 3/07.
Nog altijd slecht weer. En alsof de vermoeidheid nu pas echt van ons valt, doen we de hele dag niks, komen zelfs niet buiten. Tijdens mijn ontbijtzoektocht vind ik heerlijke campagnardeworsten die ik op de BBQ later omtover tot quasi-delicatessen met eigengemaakte ai oei li ! (aioli). Bij het bestellen van de worst zegt de man: “Il n’y a pas de soucis.” Hoe zo? Il n’y a pas de saucisses? Net voldoende warm om toch buiten te eten, daarna niksen, dutten, siësten, luieren, amai.

Donderdag 4/07.
Tijd voor actie. Ik stippelde een autotrip uit die hier en daar de Canal kruist. Trèbes, Rieux-Minervois en uiteindelijk Caunes-Minervois met zijn mooie abdij en een paar km verder het idyllische Notre Dame du Cros, een kapel naast een kabelende beek, mooie falaisen en een prachtige groene setting. We kopen ergens een vaasje in het rode marmer van hier, dat ook gebruikt werd bij o.m. de bouw van Versailles, Opéra de Paris tot de St-Pietersbasiliek van Rome toe. In het jachthaventje van Trèbes in een bocht van de Canal zijn er uitnodigende terrasjes, maar we eten gegrilde  vis ergens binnen (te fris) voor een prikje. We passeren het Truffeldorp, jammer dat het geen seizoen is, om eens terug wat verder te lezen en te rommelen.

Vrijdag 5/07.
 Vroeg op weg naar Lagrasse, zo’n “un des plus beaux villages de France”.

Ik koos een binnenweg door de heuvels langs smalle, soms gevaarlijke bergpassen, kronkelend maar vol mooie uitzichten. Lagrasse is een verstild dorp, zo’n postkaartfotoplek en we schieten dan ook volop dergelijke beelden. Oude bruggetjes over lege riviertjes, rustiek, erg rustig, er is  bijna niemand. Dan wordt het tijd om Carcasonne deel 2 te doen.
Dit uitgepuurde middeleeuwse Unesco-erfgoed is ergens best vergelijkbaar met Brugge. Toch valt het als toeristenstad nog mee met de drukte voor begin juli. Eigenlijk overal in de streek dus… Al blijft Brugge een echte  leefbare, bruisende stad en kreeg het vroeger het verwijt een Bokrijk of Disneyland te zijn of te worden. Dat klopt niet. Maar eerlijk is eerlijk, hier is dit anders. Nauwelijks echte inwoners in de historische kern, de meesten komen dus naar het “quasi-atttractiepark” werken.
We dompelen ons onder met het bezoek van het kasteel, een echte burcht uit de boekjes die een boeiende gevarieerde geschiedenis kent.. Er wordt een opvallend knap gemaakte en meeslepende audiovisuele presentatie getoond op dubbelscherm. Dat vertelt in 12 minuten op een zeer infotainende en toch interessante manier alles wat je moet weten. Perfect voor elk publiek. Zoiets hebben we nog tekort in Brugge en het is jammer dat het Historium deze invalshoek niet inhoudelijk beter bespeeld i.p.v. van hun keuze voor een fictieverhaal. Dan verder slenteren in straatjes, terrassen. Fotootje. Een echte ochtend voor de Homo Turisticus.

Violène, het meisje aan de deur, overtuigt ons haar restaurant Auberge des Musées binnen te stappen. In de binnentuin wil men ons enkel een tafeltje voor twee bezorgen die of in de zon zitten of een verdomhoekje lijken. Een tafel van vier kan niet. Het is 13.15 u. en het is er maar halfvol. We dringen aan en het personeel behandelt ons uitermate kort en onvriendelijk. Dan maar weer weg. Violène vangt ons op en plaatst ons aan een leuke tafel voor vier wat voor spanningen zorgt tussen het personeel. Nadien hebben we de hele tijd het gevoel dat we “gestraft” worden. We worden geïgnoreerd en mijn schotel nochtans van het dagmenu, de huisspecialiteit cassoulet natuurlijk, komt 15 minuten nadat Nella haar hoofdgerecht al op had. Naderhand bleken de helft van de tafels nooit bezet… Ook hun vestimentaire outfit vind ik minnetjes. Bedienen in je casual kledij is hier overal de gewoonte maar laat het smart casual zijn i.p.v. landlopercasual of een uniformshirtje, waarom niet. Voor het eerst zal ik een vlammende tripadvisor-recensie schrijven. Kijk, dit is wat gebeurt als toeristen “vanzelfsprekend” worden. Een gevaar dat ook de hospitality in bepaalde gelegenheden in Brugge bedreigd en op termijn de reputatie van een stad. Brugge bewaak uw onthaalkwaliteit en behandelingen van toeristen. Het blijven gasten die respect verdienen.
Als ik de parking wil uitrijden weigert de automaat mijn ticket. Als ik bij de parkeerdienst beland, bemerk ik dat ik voortdurend probeerde met het ticket van Q-Park Charleroi. Ahum.
Een avondlijke zonsondergang verdrinkend in de wijngaarden. Morgen verlaten we l’Aude voor l’Herault, toch een kleine 2 uur rijden.

Zaterdag 6/07.
De afrekening loopt vlot. We consumeerden hun eigen wijnen, olijfolie, confituur…
Ik rijd eerst door de Minervoisstreek naar Béziers. Het is heet. Er is een reuzenrommelmarkt. Als lunchtussenstop gaan we voor de schandalig goedkope fruits de merschotels op een terrasrestaurant langsheen een soort derderangsramblas. Reuzenoesters en -crevetten en 6 andere schelpdieren. Je kan hier een enorme pot mosselen-friet eten op 5 wijzen (o.m. met roquefort uit de streek) voor slechts 9,9€. Hallo België! De portie is enorm en de mosselen best groot en overweldigend ruikend. Nog maar eens valt op hoeveel goedkoper restaurants zijn vergeleken met ons land, uitgenomen de bieren met soms weinig keuze… maar we zitten in de grootste wijnstreek, dus…
Na een mooi uitzicht over de Pont Vieux en de stad met kathedraal erboven torend, op weg naar Liausson, ons gehucht bij Clermont-l’Herault, dat uitziet over het heel bijzondere Lac du Salagou. Turkoois water, kalkplateauheuvels vol garrigue met bruine strepen van de ruffe, rode aarde door ijzeroxidatie. Een merkwaardige plek. Onze gîte is een pareltje. Dat het supercomfortabel is en alles heeft is zeker meegenomen maar we hebben een privéterras met uniek zicht op het meer en dat is fantastisch natuurlijk. De hele omgeving is ook knalproper en naar ons verblijfje is het door lommerrijke bossen vol kermeseikjes en goed onderhouden straten. We zitten dan ook in het natuurpark van de Cevennes. Voor commerces moeten we wel telkens naar Clermont (7 km). We gaan snel inkopen doen, vooral dranken, fruit en groenten. En tanken. Dorst! Ik smeek Nella ergens een blik koud bier te vinden. Ze komt terug met een citroendrankje dat lijkt op bier… Dan volgt de welkom door de eigenaars met verse eitjes en 2 flessen wijn. De gîte is aangebouwd aan hun zeer charmant mooi verblijf. Zo’n huis waarvan je zou dromen als je een stek in Zuid-Frankrijk wil. Aangenaam, licht, nee, geen gerenoveerde fermette. We installeren ons, maar wat is het opeens heet geworden, 38° aub. Hoezeer ik dat voorheen al meemaakte, de volgende dagen wordt koelte zoeken toch een hoofdthema. Luiken dicht, ontelbare koude douches, soms gewoon binnenblijven. En ik die boos word als mensen, van zodra het eindelijk wat warmer wordt, al meteen beginnen klagen dat het té is.

Zondag 7/07.
Broodhalen is een halfuurtje weg zijn. We doen een minitrip langs Villeneuvette, charmant, en dan de attractie van de streek le Cirque de Mourèze, een keteldal met zijn vele grillig gevormde rotschaossen uit dolomietsteen.

Even wordt het klimmen, ploeteren, puffen. Vandaag weer 38°. Geen idee waarom de eigenares ons gisteren nog een donsdeken gaf. Maar we genieten. Lag bij de eerste week de nadruk eerder op cultuur dan staat de tweede in het teken van de natuur. We eindigen op een minizondagsmarktje in Sarcasc en tanken vloeistof in het enige volkscafé. Met vlees voor de BBQ , 5 groenten van de boer, geen 2€, huiswaarts via heerlijke zichten op de Lac en roodbruine rotsformaties waar verliefden met witte keien overal namen en boodschappen op nalieten.
Avondbarbecue met varkenshaasje en contorni op ons nagloeiend terras en dan opeens zijn daar een paar druppels, lekker, niks van aantrekken. Maar dan breekt het toch los, we hadden net zowat gedaan met eten. Onweer, regen en later als het donker is, staan we onder het afdak ademloos in bloot bovenlijf te genieten van de ozon en de zuurstof in de lucht kijkend naar een symfonie van kletterende donder en bliksems die als steekvlammen het meeroppervlak in vuur lijken te zetten. Het koelt wat af, wat welkom is. Tegenzijde is dat alle vliegen, motten en hun vriendjes uit de buurt nu bij ons wonen. Tabletje tegen muggen maar het gezoem leidt tot opstootjes bij deze jongen. Dat de constant bij ons vertoevende lapjeskat die nu eens allemaal kon vangen hé. Nop.

Maandag 8/07.
Parapentedag! Maar help, ik voel me niet echt lekker. Overvloedige diarree en zo slap als een vod.

De ochtend gaat verloren. Maar de al maanden gemaakte afspraak op Pic de Vissou gaat door om 16.00 uur.
De wind uit het zuiden is ideaal en sterk genoeg en de warmte dusdanig dat ik kan zweven boven de heuvels in T-shirt. Geen honger, dan maar met lege maag op weg, het is niet ver, wat zoeken en tenslotte 2 km langs een hobbelige stoffige puttenpiste, een uitdaging voor ons goedkoop huurchevroletje. Alles onder een verzengende, loden zon. Volgende keer toch een auto met airco en een die geen roofbouw pleegt op mijn, om medelijden smekende, rug na elke rit...
Halfuurtje te vroeg en nergens schaduw. Patrick arriveert gelukkig op tijd en we beginnen eraan. Ai, we moeten klauterend afdalen naar het startveld en Nella is daar niet op voorzien, zeker niet qua schoeisel, een benauwelijk moment want ze wil het opstijgen meemaken en fotograferen natuurlijk.. Maar ze redt het en een collega van Patrick zal haar weer naar boven begeleiden. In een zucht zijn we weg op de perfect, ideale zuidenwind. Ik zie zwevend boven de hoogste pieken, zelfs Sète en zijn lagune en de kust van de Middellandse Zee, toch op 50 km. Ik geniet weer volop. Ja echt, geluk en totale vrijheid is … eens goed van de grond gaan. Lol. (Op de foto: stipje beneden tussen mijn benen = Nella)

Dinsdag 9/07.
We vertrekken naar St-Guilhem-le-Désert, nog een plus beau village.

Eerst bezoeken we de Pont du Diable waar een leuke duivelse legende aan vastzit en dan langs les Gorges de L’Herault, riveropwaarts naar het dorp. We betrappen ons erop dat dit de vakantie is van de foto’s op of voor mooie bruggen met achtergrond. Guilhem, lokaal dialect voor Guillaume, Wim dus in ’t Nederlands, een neef van Karel De Grote die in de streek veel betekende. Het mooi bebloemde dorp is eigenlijk één smalle klimmende straat met boven de romaanse Abbaye de Gellone  en een leuk plein. Nog niet veel zag ik zoveel romaanse gebouwen die getuigen van de echt vroege middeleeuwen nog van voor het feodalisme. Eens terug gaan we in Clermont aan de centrale Allée in Le Tournesol, door iedereen aangeraden, een tweegangen-dagschotel eten voor slechts 13€.
Later gaan we even zwemmen en zonnen in onze stek. De eigenaars zijn weg voor familiale perikelen en we praten met hun vriend, Alain uit … Merchtem die op het huis past. Ze zijn al tientallen jaren bevriend geraakt en leerden elkaar kennen in... Damascus (Syrië).

Woensdag 10/07.
Marktdag in Clermont, een van de oudste van Frankrijk en de moeite, druk en gezellig langsheen de oude straten en halfpleinen van het oude stadscentrum. Als espadrillefan koop ik me een paar echte lederen voor 15€ al lijk ik er later wel erg grote voeten mee te hebben. Nella op zoek naar een superlicht zomerjurkje koopt een snoezig rokje. Dan terrassen en observeren van de va et vient van zovele mensen in vestimentaire niemendalletjes. Lokalen en toeristen haal je niet uit elkaar, sandalen, shorts en een shirt of iets negligé. Eerst nog een biertje. Bij grote dorst toch altijd uitkijkend voor Belgische bieren. In de Estaminet de Commerce schenken ze zelfs Grimbergen blanche en blond van het vat. En ABinbev is gelukkig overal aanwezig want sommige Franse pilsen zijn te doen (1666), maar als ze enkel Heineken hebben, ga ik toch weg. Maar bij het eten wordt het uiteraard streekwijn en hier dus vooral rosé. We ronden af, waarom niet, met een gelukkig gereserveerde plek op het bomvolle terras van Le Tournesol.

Opvallend het gratis karafje water dat je in Frankrijk altijd kreeg aan tafel is overal aan het verdwijnen. Jammer. Je moet er nu echt zelf om vragen.

Ik die altijd op zoek ben naar de lokale keuken, bestel wat ik anders een zwaktebod vind: entrecôte maar ik doe het voor de roquefortsaus. Deze kaas werd in deze streken uitgevonden. U kent het verhaal van de herder en zijn vergeten kaas in de grot wel. Na de salade perigourdine voel ik a.h.w. de cholesterol in hun handjes klappen maar goed, deze reis aten we toch vooral licht en gezond. Eens terug geeft  Nella een impressie van de Venus van Botticelli en ik van een Griekse krijgsheer die ten strijde wil trekken.
We krijgen ook nieuwtjes van ons Nepalese dochter via de iPhone zoals “Tanya- mosquito’s 0-16”. Hier is het “vliegen - Wim & Nella 16-0” maar ik voer een forcing.  Dra is de stand 20-5.

Donderdag 11/07.
We willen zee zien. Op naar Sète waar we langs Bouzigues (oestervelden) en de Etang de Thau de vissershaven en het centrum doorkruisen om uiteraard weer te belanden achter een enorme portie fruits de mer met een halve krab en halve kreeft voor nauwelijks 50€ beiden, met aioli, toastjes en een fris witje. Uitgezocht uit de tientallen visrestaurants langs de kade. Overal heben de terrassen van die heerlijk automatische benevelaars en democratische prijzen voor vele soorten verse vis en bouillabaisses. Wat me weer opvalt is hoe kinderen geconditioneerd worden. Kindermenu’s blijken in Europa overal hetzelfde: spaghetti, kip met friet of pizza. Zo kweek je slechte eenzijdige gewoontes. Een kwartetje gaat de terrasjes rond. Ik voorspel 4 nummers van hun medleyrepertoire juist (in de hele wereld overal ’t zelfde toch?): O sole mio, Nava havila, het Russische Nje kati en.. we zijn er niet ver van… het onvermijdelijke E viva Espana waar Samantha nooit een frank aan verdiende.
Vrijdag 12/07.

Laatste dag. Ik sta vroeg op en bestijg het klimwandelpad vlakbij van 7 km dat me tot op de Pic de Liausson moet brengen met uiteraard een schitterend zicht over de Lac du Salagou. Die kleine drie uur klauteren, niet meer gewoon, puf puf, loonde dus, maar de afdaling onderschat ik en even ga ik op mijn rug, klauw in distels, maar goed. De dag gaat op aan onze restjes opeten en laatste dingetjes doen.

Zaterdag 13/07.
Even ziet het er naar uit dat voor de terugrit naar Carcasonne op deze piekdag we te laat vertrokken en we belandden rond Béziers in een trechterfile, maar ik kan onstnappen langs kleine wegen. Uiteindelijk eten we vistapas voor 10€, ditmaal op het terras naast de Canalbocht van Trèbes met haventje en mooie boten lekker buiten. Dan huurwagen indienen , we deden toch bijna 1 000 km. Voor slechts 300€ all in. Vlotte terugreis. Om 21 uur zijn we thuis.