Posts tonen met het label reis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reis. Alle posts tonen

zondag 3 december 2017

‘The Emirates’: Abu Dhabi, Dubai, Ajman (UAE) (2-9/11/17)



“The Sky is the Limit?”
(een reisverhaal vol hemelbestormende verwondering, verbazing, verbijstering
en vragen, veel vragen…)

Dubai? Abu Dhabi? Nee, die staan niet op mijn bucketlist. Maar aan die prijs? Klasse hotels, spectaculaire bezienswaardigheden, excursies, vluchten en transfers inbegrepen, nog nooit in deze hoek van de wereld geweest, een weekje? We doen het!

Donderdag

Natuurlijk heeft een goedkope reisdeal geen ideale vluchturen. Zo komt het dat we ’s ochtends al
aanzetten naar Zaventem en via Istanboel met Turkish Airlines (best prima) pas om 3.00 uur ’s nachts in ons hotel toekomen (GMT+3). We blijken een groepje van 16 te zijn. Onze Nederlandstalige gids heet Güven, een Turk geboren in Genk. En hij maakt meteen het verschil door niet alleen info en feiten te vertellen maar vooral duiding om het leven en handelen in de Emiraten te vatten.
Want dit is een samenleving met een economie en een visie die heel ver van de onze ligt. Marhaba! (welkom). We logeren in het Grand Millennium Al Wahda*****luxe (34 verdiepingen met een roofzwembad, 844 kamers).

Vrijdag

Abu Dhabi betekent letterlijk ‘Vader van de Gazelle’. Het is het grootste emiraat en bijna alle olie in de VAE komt van boorplatforms buiten hun kusten.
Op de briefing van onze gids om 11.00 uur blijkt dat allerlei topmomenten niet in de excursies zijn inbegrepen, zoals de Dubai Dhow Dinner Cruise in Dubai, het bestijgen van de hoogste toren ter wereld, een bezoek met cocktails aan het duurste hotel ter wereld. Maar iedereen boekt deze tours erbij, want hier zijn en dit niet meemaken, lijkt geen optie.

Op de middag vertrekken we naar het Yas eiland. We rijden door zandvlaktes, langs bouwwerven, bruggen, kaalte, maar toch even langs uitgestrekte mangroves tussen al dat zand. Op Yas ligt het hypermoderne formule 1-circuit Yas Marina waar binnen enkele weken de Grote Prijs Abu Dhabi wordt gereden op een 5,5 km lange piste. Er staat een prachtig state-of-the-art hotel, de Yas Viceroy met een zwevend dak vol lichtdioden en 12 restaurants, gebouwd over de racebaan heen, zodat je vanuit je hotelsuite de wedstrijd kan volgen.

Het is 33°, maar aangenaam, toch is een boottochtje vanuit de Yacht Marina welkom. Dan rijden we naar het Ferrari World Pretpark met zijn 200 000 m² grote rode dak. Het bevat o.m. de snelste achtbaan ter wereld (van 0 tot 217 km/uur in 2,5 seconden, liefhebbers?) de G-Force attractie en uiteraard allerlei Ferrarimodellen. Het complex zit vervat in een grote shopping mall met overal leuke bijzonder versierde auto’s.

Malls zijn hier de bruisende ontmoetingsplaatsen, koel, vol drink-, hap- en eetgelegenheden en winkels natuurlijk. Opmerkelijk, overal zijn hier de top- en luxemerken hardnekkig aanwezig met soms duizelingwekkende producten (en prijzen)… En ze zitten vol attracties. In de Mall of the Emirates b.v. kan je schaatsen, zelfs skiën.

Terugkerend zien we in de verte op het opgespoten eiland Saadiyat de site waar binnen vijf dagen Macron het Louvre opent. Het bouwwerk, met een soort zwevende koepel, heeft een kostprijs van 108 miljoen euro. 525 miljoen Amerikaanse dollar werd betaald voor het gebruik van de naam ‘Louvre’ alleen al en 747 miljoen dollar voor kunstleningen en speciale tentoonstellingen. Ook Frank Gehry is bezig aan een nieuw Guggenheim. Je kan dus stellen dat Abu Dhabi inzet op cultuur en sport en Dubai eerder op (spektakel)architectuur.

We gaan naar de Sheikh Zayed Grand Mosque, een van de betoverendste en grootste moskeeën in de wereld. Sneeuwwit en vol glanzende en glorieuze koepels en minaretten met binnenin een 5 600 m² groot tapijt door 1 200 vrouwen met de hand geknoopt, kroonluchters van 10 op 15 m met meer dan een miljoen kristallen, daarmee de grootste Swarovski luchter ter wereld, prachtige muur- en pilaardecoraties en sierlijk ingelegd vloeren.

Hilariteit als de dames een bedekkende soort djellaba of kaftan met kap moeten aandoen. Ook de mannen moeten broeken tot onder de knie dragen en, moeilijk voor ons, handje in handje of affectie tonen mag niet, maar hier en daar zie ik zondaars. Iedereen moet door sluisgebouwen met een metaal- en bagagedetector net zoals op een vliegveld. En ook de schoenen moeten uit. Maar het bezoek laat een overweldigend sprookjesachtige indruk na van pure schoonheid en het loopt er barstensvol bezoekers uit de hele wereld.
De Islam is de staatsgodsdienst maar toch (zeker in Dubai) vrij tolerant met b.v. toch zeven vrouwen in een regering van 29.

Terug in het hotel hebben we een uurtje om ons op te frissen en langs de Corniche rijden we naar het Emirates Palace Hotel, waar staatshoofden en superrijken logeren. Een van de beste hotels ter wereld, pure 1 000 en 1 nacht vol goud en klatergoud, met een prachtige ingang en praaloprit omzoomd met fonteinen en palmen.. Elk stukje groen is hier aangevoerd. Het ligt recht tegenover de Etihad Towers met een restaurant op de 63ste verdieping en een 360° view. Niks bijzonders … in de Taratoren draait het restaurant op 126 m. zelfs rond. In de verte zien we de residentie van de opper-emir en dan wacht ons een dinner cruise op een Shuya yacht in de Perzische Golf met de skyline van Abu Dhabi als hoofdacteur.



Bij het buffet hoort water en fris want in de Emiraten is alcohol strikt verboden, al is er hier en daar wel een uitweg. Sommige hotelbars en een uitzonderlijke pub. Ook hier kan wijn besteld worden, al is deze extra wel schromelijk duur.

Terug naar het hotel snakken we naar een biertje. Dus gaan er zes van ons letterlijk ondergronds want, o geluk, naast het hotel is deep down zo’n echte, wat Engelse, kroeg met op allerlei schermen voetbal, baseball en acht bieren op het vat, waaronder Stella en Hoegaarden. Prijzig maar een verlossing na een hete, drukke dag. En dan hebben we zoveel nog niet gezien. Het Valken-hospitaal (de valk is het symbooldier hier) de oasestad Al Ain, de Heritage Village, kamelenraces…

ZATERDAG

We gaan al weer vroeg op weg naart het multiculturele Dubai, met zijn 680 hotels, zo’n twee uurtjes rijden. We passeren de site waar in 2020 de wereldexpo zal plaatsvinden. Ook hier worden duizelingwekkende infrastructuren uit de grond gestampt en de records en getallen slaan ons weer om de oren. Er worden 30 miljoen bezoekers verwacht. Het thema is “Future”. Kijk eens aan…

Onze drink- en plaspauze gebeurt op een originele stopplaats met allerlei kleurige en aangeklede foodtrucks en met overal oldtimers. Helemaal de sfeer van de 50’s, route 66 en andere Americana. Je kan er de heerlijkste, verse fruitsapcombinaties, smoothies en allerlei wereldkeukenhapjes bekomen. Even een andere sfeer toch.

Wij rijden verder en zien uit het kale woestijngebied Dubai opduiken. De autostrade wordt breder en breder (soms tot acht rijvakken!). Het verkeer wordt steeds drukker (de files hier duren in het spitsuur twee tot drie uur, elke dag). Tja, met zo’n benzineprijs… Al is er ook een metro (een half miljoen mensen per dag). Opeens zitten we tussen de wolkenkrabbers. We zien o.m. een gebouw in de vorm van de Big Ben, later een design frame als een moderne triomfboog, een cirkelvormig gebouw uitgewerkt volgens de principes van de gulden snede, de schuine Capital Gate en de ‘verdraaide’ Infinity toren. De ene al fraaier dan de andere.

Tussen die ontelbare wolkenkrabbers, soms in de gekste vormgeving, belanden we in de enorme Dubai Mall (met 1 621 winkels, kostprijs 20 biljoen dollar, slik) in de wijk Business Bay. Daar staat ook de Burj Khalifa, de hoogste toren ter wereld, en vol architecturale hoogstandjes.
Dubai is het rijk van de creatieve ingenieurs en bouwpromotors en elk gek idee word na verificatie volledig ondersteund door de staat. Mening van een medereiziger: “Dit geeft ons een beeld wat er in dit deel van de wereld allemaal aan het gebeuren is. De boot van nieuwe ontwikkelingen en technische evolutie is hier duidelijk vertrokken, mede door de korte beslissingslijnen, een boot die we in Europa en zeker in België riskeren te missen door onze regelgeving en besluiteloosheid”.

Deze mall is een mega-infrastructuur over diverse verdiepingen vol attracties zoals een reuze-aquarium, een waterval met beelden van duikers, best mooi, enz… De indrukken houden niet op. En overal blingbling en de shops die me zeggen: Dubai. Do.Buy. We gaan dirhams afhalen om straks iets te eten. Er staan wel twaalf pinautomaten naast elkaar, ATM’en als een soort ademhalen.

Allerlei mensensoorten lopen door elkaar, met het meest in het oog springend, de Emirati zelf. Mannen in hagelwitte tunieken en hoofddoek met zwarte band en supergetrimde baarden, de dames perfect koket opgemaakt op hoge hakken en vol gracieuze elegantie behangen met de mooiste juwelen en duurste handtassen over hun hidjab. Wat hier allemaal aan luxe te koop wordt aangeboden, tart de verbeelding.

En dan komen we buiten. Op de terrassen rond een grote vijver staan we voor de Burj Khalifa, 828 m. Nekpijnhoog. We mengen ons in de drukte en eten een kleinigheidje, Anatolia Soujouk en Barba Ganoush. Een echte lokale keuken bestaat hier niet, wel humus in alle soorten, dadels en vijgen en het leunt aan bij de Turkse keuken met veel vlees. Vegetariërs komen aan hun trekken, maar hier is duidelijk nog een lange weg te gaan. Ik die altijd mij onbekende dingen wil proberen, drink een gefermenteerd pikant zwart wortelsapje, maar dat zou ik me na een paar uur ernstig beklagen. Terwijl we eten wordt er een show van de dansende fonteinen opgevoerd (er zijn er 12 verschillende) maar we zullen morgenavond bij valavond met een lichtspektakel erbij, er nog meer van genieten.

We rijden naar de old town Bastakiya en bezoeken er het Heritage House. Een best mooi vormgegeven belevenismuseum met scenische tableaus en uitleg over hoe de Bedoeïenen leefden, de woestijn, de tentenbehuizing, de parelhandelaars, de kameel en de flora en fauna. Helaas krijg ik opeens een vreselijke diarree-aanval. Net op tijd maar een (sorry) spetterend gebeuren. Twee uur lang voel ik me ongemakkelijk en moet nog enkele keren, maar dan is het over. ‘Incident de parcours’ met tak en wortel uitgeroeid.

Dan wandelen we  door de Soeks. Het doet deugd om na die beklemmende artificiële wereld, deze wijk met zijn nauwe straatjes vol kraampjes en kleine winkeltjes en een stuk authenticiteit en “folklore” te beleven zoals we die kennen van de medina’s en de bazars in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Kortom, even afkicken en een tegengewicht na de hoogmis van het groot-kapitalisme.

We stappen op een primitieve abra boot (kost 1 Dirham) en varen op de Creek kanalen (hier liggen de roots van Dubai, ooit een bescheiden vissersdorp) tussen allerlei houten en oude abra’s naar een verdere overkant. Een heerlijk moment dat me wat aan de sfeer van de Mekongrivier doet denken.
Vandaar naar hotel Time Grand Plaza, bagage uitladen, even plonsen in het zwembad op het dak en ons klaarmaken voor een nieuwe uitstap. Een biertje is een expeditie, maar ik doe een vluggertje en vind een hotel met weer zo’n grote donkere sportbar en tientallen schermen, snookertafels en vele bieren op het vat. De eigenaar vertelt me dat Hoegaarden hier het populairste gerstenat is.

Avonduitstap naar de Dubai Marina om vanaf Pier 7 op een Dhow (een traditionele Arabische boot) te dineren omheen de panoramische skyline en letterlijk tussen de fabelachtige
wolkenkrabbers varend naar zee o.m. langsheen het befaamde, kunstmatig aangelegde beroemde Palmeiland. De ontvangst is met rode loper, mooi gedekte tafels en ja, het wordt een onvergetelijke belevenis. Marijke, Veronique, Piet en Annick (uit Maldegem) zijn opnieuw onze tafelgenoten. Marijke: “Ik loop precies in een film rond”. Klopt, het is verrukkelijk indrukwekkend en betoverend. De city lights, de warme avond, die unieke, hoge steeds bijzondere, fraaie torens … wat een avond!

ZONDAG

Güven is onverbiddelijk. We gaan al weer vroeg terug naar het centrum. Nou ja, de kruising van autostrades met al zijn road interchanges, omgeven door hoogbouw is niet bepaald een “centrum”.
Onze eerste stop is de Burj Al Arab, zowat het symbool van Dubai, in de tijd net klaar voor het jaar 2000. We passeren de luchthaven en er wordt al volop een tweede gebouwd, beiden vlakbij het centrum (hallo Zaventemproblemen?).

Alles begon hier met petroleum, vandaar de rijkdom. 88% van de bevolking (op 2,5 miljoen inwoners). Zijn buitenlanders, vooral Indiërs, Pakistani en Filipino’s, die als (relatief) goedkope arbeidskrachten (expats) werken in door hen zelf gekozen omstandigheden. Waaronder vooral bouwvakkers. Of bijzondere jobs zoals ruitenwassers, meestal, bijna voorspelbaar… Nepalezen. Maar goed. Het hoeft geen betoog dat de bouwsector hier industrietak nr. 1 is. Waar 40 jaar terug enkel woestijn was, vallen deze bouwresultaten niet te schatten. Maar olie is eindig, vandaar dat de Emirati zich volledig gooien op investeringen, waarbij zij al tientallen jaren voorliggen op ons. Er bestaat ook geen misdaad of verwaarloosbaar en het is proper. Zie ook Singapore. Maar het is simpel. Wie kritiek heeft, protesteert of tegenwerkt, die wordt het land uitgezet en komt nooit meer terug. Emirati zelf zijn “met een pensioen geboren”, hoeven niks meer te doen en zijn in alles bevoorrecht.

Sheik Moh Bin Rashid in ’95: “I am a leader and I have visions, I watch, I read faces, I take visions and move full throttle”.
Zelfs tegen de enorme energieverspilling staan stilaan ook gevorderde ecologische oplossingen zoals Masdar van Sir Norman Foster. Maar het houdt niet op. Projecten op komst: een “palmeiland (eigenlijk archipel) in de vorm van de wereldkaart “The World” en nog twee palmeilanden.

De Durj Al Arab met zijn iconische vormgeving als een zeilschip is een tophotel 5+2=7 sterren, de Sky View Bar, het heliplatform, het duurste hotel ter wereld. Sommige suites kosten 30 000 euro per nacht! Ze claimen er ook dat elk artikel op de wereld bij wens kan gevlogen en geleverd worden binnen de 12 uur. Dus alle gekke grilletjes zijn hier bevredigbaar.

We nemen foto’s van Jumeira Beach (+- 3km) strand. Het is echt heet nu. 34 graden, en ze zeggen dat het hier in de zomer tot 60 graden kan oplopen. Dan is buitenkomen onleefbaar en ik denk aan de energiefactuur alleen al van alle airco hier.

We passeren nog zo’n superhotel, de Jumeira Al Qasr. Buiten staan beelden van gouden, dartelende paarden. Dan doemt het fameuze eiland Dubai Palm op, dat een heel andere dimensie geeft aan het woord ‘palmeiland’. Volledig opgespoten en een huzarenstukje dat onze Belgische baggeraars DEME en Jan De Nul geen windeieren heeft gelegd. Het is nog groter dan ik dacht, maar een echt goed “overzicht” is moeilijk te vinden. We gaan in het begin zelfs een tunnel in om helemaal op het einde (5 km in zee) vlakbij het dominerende prachtige hotel Atlantis weer boven te komen. Uiteindelijk gaan we ook dit indrukwekkende complex bezoeken. Een van de attracties hier is weer het enorme aquarium “Lost Chambers” vol tropische kleurrijke vissen van alle soorten en scenografische setting. Je mag er zelfs in snorkelen of duiken.

Terug in het hotel is er oef, eindelijk wat tijd. Ik ga wat zonnen en zwemmen. Een biertje of alcohol kan weer niet, wat een standing joke wordt. Marijke: “Straks ga ik nog raar beginnen doen”.
De sfeer in ons groepje Vlamingen is bijzonder aangenaam en iedereen praat met iedereen. Vanavond gaat iedereen zich op zijn “chicst” kleden want we zullen eindigen in de Sky Lounge van het Burj Al Arab tijdens onze Dubay by Night. We krijgen daar dan twee cocktails (eentje van het huis en een naar keus) maar er heerst dus een strikte dress code. Wat wil je voor het duurste hotel ter wereld (7 sterren)?

Nu eerst terug naar de Dubai Mall waar we een plaatsje bemachtigen in het Jones Café, met het beste uitzicht op de dansende fonteinen onder de Burj Khalifa. We bestellen eten en water en genieten drie maal van een show (1 op ‘Con Te Partiro’, 1 op ‘Skyfall’ en 1 op ‘iets Oosters’). De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. Er wordt gefotografeerd en gevideoot bij het leven. Er is een massa volk en de hele setting is betoverend terwijl het donker wordt en natuurlijk die imponerende hoogste toren.

Tijd om het te bestijgen. Daar komt een enorme organisatie bij kijken met veel people traffic control, identiteits- en bagagechecks, een lang parcours om dan aan te schuiven bij eén van de liften die in nauwelijks een minuut, met op alle wanden audiovisueel spektakel, ons naar de 125ste verdieping (er zijn er 163) brengt. Alles wat we zien over de bouw en de consequenties van dit gebouw is duizelingwekkend, alsook het zicht over Dubai by night van zo hoog. Weer een WAW-belevenis.

De Durj Khalifa: 10 000 mensen wonen er, er zijn 54 liften (de snelste 65km/u) het heeft een verbruik van één miljoen water (cf. een kleine stad bij ons) 100 00 ton koelvloeistof per uur, 22 miljoen werkuren, 300 000m³ beton.


Onder de indruk gaan we op de bus naar die andere Burj, de Burj Al Arab. Het interieur is verpletterend, wat een ervaring, overal goud, marmer en versmachtende rijkdom dat ons van de sokken blaast. Ik hoor dat de ‘goudsoek’ in Dubai 400 winkels telt. Sippend aan een cocktail in de Sky Lounge verkijken we ons op de rijken der aarde want wij, gewone stervelingen kunnen hier normaal niet komen en deze exclusiviteit werd enkel door onze lokale DMC bekomen (allicht tegen een serieuze prijs). En dan buiten staan de Rolls Royces en andere Bentleys. Wat je hier aan dure wagens bijeen ziet, tart de verbeelding. Bepaalde wagens kosten tot een miljoen en een nummerplaat met een cijfer binnen de 20 zelfs nog een veelvoud daarvan. Prestige, prestige, indruk maken, dat is waar het hier om draait. Geld. Kapitaal. Rijkdom.

Na de olie wordt nu ingezet op investeringen. Wie kent van Dubai (de grootte van Oost en West-Vlaanderen?) niet Fly Emirates en de voetbalploegen in hun handen of als hoofdsponsor: Real Madrid, AC Milan, PSG, Arsenal. En van Abu Dhabi, de airline Etihad en de voetbalploegen Manchester City en New York City FC.

Pompaf duiken we na middernacht in ons bed. Morgen de laatste twee dagen relax. Eindelijk.

MAANDAG

Op het programma een rondje product demo’s die we moeten doorbijten, maar voor zo’n excursie wel de prijs helpen drukken. Een superprofessionele tapijtendemonstratie met werkstukken vol ongelofelijke kunstige patronen. Leerrijk maar wie wil nog een tapijt? Dan edelstenen en sieraden. Ik doe er mijn vrouwtje schitterende oorringen cadeau maar mijn portefeuille kreunt. Dan prachtige lederwaren (van lam, kalf, schaap) voornamelijk jassen. Weer superprofessionele verkopers waartegen je weerwerk moet bieden.

Met onze bus rijden we door het Emiraat Sharjah, een erg moslimgerichte cultuur zichtbaar in de ontelbare overal opdoemende moskeetjes. Veel eenvoudiger en zowat het verblijf van de gewone man die de dure appartementen in Dubai niet kan betalen en er per auto elke dag gaat werken (en in de file staat). Hier moet je niet roepen als oplossing “iedereen op de fiets”, ik heb er de hele trip maar twee gezien. Toch een weeffout. Je kan het een verdienste noemen om vanuit het niets en in een pure droge woestijn in 40 jaar tijd deze duizelingwekkende steden en infrastructuren te bouwen, maar hier werd niet aan gedacht. Toch lossen ze alle problemen op, denk aan watervoorziening, staal- en betonproductie en alles, maar dan ook alles, moet hier ingevoerd worden! En denk alleen al wat het betekent om op zo’n losse zandgrond vreselijk diepe funderingen te moeten gieten.

Dan komen we in het Emiraat Ajman waar ons een luxeresort wacht, de Fairmont Ajman. Moderne elegantie, vijf verschillende restaurants, twee cafés waar je ook enorme waterpijpen kan roken en je eigen rookmengsel samenstellen. Het ontbijtbuffet is een eindeloze orgie van specialiteiten en zowat alles dat gegeten wordt qua ontbijt in de hele wereld, met show cooking stations Aziatisch, Arabisch, Japans en noem maar op……

Omdat ik goed bekend ben met de geplogenheden van de reisindustrie en mijn weg ken na een leven in het internationaal toerisme, was ik er in geslaagd een upgrade te bekomen voor een kamer met zeezicht.

Terwijl iedereen al lang ingecheckt was, blijkt die van ons nog niet klaar, een uur later zelfs nog geen ander alternatief. Teneinde raad besluit het management ons een upgrade van de upgrade te geven. Dit resulteert in een stateroom met frontaal zeezicht, luxe canapés en een balkon met buiten eettafel voor zes een living met zithoek voor tien personen, nog een eettafel voor zes, twee toiletten, een mooie slaapkamer met nog eens een balkon met zeezicht en een grote jacuzzi, inloopdouche en twee prachtige wastafels en uiteraard overal de nodige voorzieningen. Niet dat dit zo belangrijk is. We zijn hier ook maar twee nachtjes, maar een kers op de taart, ’t zal wel zijn.

We lunchen bij het zwembad met bar, waar je ook in het zwembad aan de toog kan zitten en vallen prompt nadien in een lange siëstaslaap. Nadien gaan we heerlijk buiten aperitieven, om dan in resto Kiyi in Ottomaanse sfeer een Turks maal te verorberen dat we niet eens voor de helft op kunnen.

DINSDAG

De faciliteiten, diverse bars, zwembad en zon vormen de ingrediënten van een dag uitrusten en genieten. Hoewel de meeste anderen nog een jeepsafari doen. Maar dat deed ik al ooit, maar dan wel zonder het met lege banden surfen over de duinen… Mijn rug lijkt opgelucht.

WOENSDAG/ DONDERDAG

Vanavond vertrekt onze vlucht pas na 01u30. Tegen de middag moeten we uitchecken, al stelt het hotel tot ’s avonds nog wat accommodatiefaciliteiten ter beschikking. Van reception girl Fiona, een iconisch “Chinees” poppemieke, kunnen we voor een prijsje bekomen dat we tot 18 uur in de kamer mogen blijven. Dat komt goed uit. Mijn rug moet horizontaal dringend recupereren als ik een nacht rechtop zittend zal moeten vliegen.

Na twee en een halfuur bereiken we de luchthaven. Het wordt een nacht met obligaat aanschuiven en allerlei controles, wachten en als we rond 2u30 in de lucht zijn, wil iedereen slapen. Maar komen ze rond met eten, tja. Rond 6 uur zijn we in Istanboel Atatürk en rond 11 uur in Zaventem waar het shuttlebusje ons naar de goedkope veraf-parking brengt.

EPILOOG

Dat deze reisbestemming verbijstert, dat begrijpt u. En de vragen? Ja die vragen. Die hebt u allicht…

En dan nog dit. Mijn dank gaat naar een supergids. Güven was een reisbegeleider, attent, beschikbaar, vriendelijk, informatief, maar dat zou normaal moeten zijn. Een enthousiaste verhalenverteller, een infotainer die je op sleeptouw neemt en het verhaal achter de feiten kan duiden, dat is van onschatbare meerwaarde!

©WimVanBesien 2017, dit artikel is auteursrechterlijk en intellectueel beschermd.
Meer foto’s van deze reis op Flickr

donderdag 4 augustus 2016

Rondreis Sicilië april 2016

De pracht en praal van Sicilië ontdekken. Van de zoutpannen van Trapani tot aan de Griekse tempels van Agrigento, en van de prachtige barokstad Siracusa tot aan de Etna en het bekoorlijke Taormina? Helderblauwe zee, mediterraan klimaat en de overheerlijke-eerlijke keuken! Een verblijf van 12 nachten in sfeervolle agriturismo's en comfortabele hotels….?

Si, andiamo! Subito!


La Bella Isola Sicilia, het is als liefde op het eerste gezicht... Je kunt er niets aan doen! Het grootste eiland van Italië, omgeven door de Middellandse Zee en verschillende culturen is het aanknopingspunt met de Arabische en Afrikaanse landen. Op het eiland heerst een gevarieerd landschap met groene wouden, goudbruine heuvels, olijfgaarden en vele citroen- en sinaasappelplantages, een keur aan geuren en kleuren. Tel daar de fraaie architectuur, het warme klimaat, de bijzondere keuken én een eigen huurauto bij op en da’s een perfecte vakantie voor ons!

14-15/04 Trapani (hotel Baglio Santacroce)
We vertrekken voor de eerste maal vanuit Eindhoven. Bij aankomst In Trapani blijken 20 tot 30 Nederlanders zowat dezelfde tourformule geboekt te hebben. Het aanschuiven bij de autohuurbalie duurt bijgevolg meer dan 2 uur, +- zelfde duur van de vlucht. Het helpt niet als de reizigers dan pas hun vouchers proberen te vinden. De bestelde kleine Lancia Y blijkt niet meer beschikbaar. Het wordt een Peugeot 308 mét (een slecht) navigatiesysteem.


 Het hotel in Valderice ligt in een mooi domein met een verpletterend uitzicht over het natuurgebied Lo Zingaro die de zee en de omliggende wijngaarden domineert. De accommodatie is in authentieke oude gebouwen en met een opleg van 15€ trakteren we ons op een seaview balcony room. Zo’n zicht is dé perfecte reisstart. Het is al 18.00 uur. Geen zin meer om op zoek te gaan naar eetgelegenheden na een dag op basis van 1 broodje. Dus dan maar het panoramische hotel-restaurant. Pure romantiek bij zonsondergang. Ik probeer de lokale Pasta Trapanese (met amandelen) 6€ en Nella een Scoglio (linguine met mosselen, vongole en gamberi). Succulent. Onze grote ogen hadden ook een calamari fritti en één à la griglia besteld, maar da’s al veel te veel. Een literkaraf uitstekende huiswijn 4€, het kan niet op. Natuurlijk vallen we als een blok in slaap.

We beginnen met de havenstad Trapani, Noordwest-Sicilië. Eerst sukkelen met het ondermaatse navigatiesysteem, even dwalen en dan naar het verste puntje: Torre de Ligny, een soort ouwe vuurtoren met de sikkelvormige havenmuren en de stad aan zijn voeten. Dwalend door de sfeervolle straten van het romantische centrum, bewonderen we barokke paleizen en karakteristiek witte vissershuisjes. Rond Corso Vittorio Emmanuele bezoeken we wat kerken en ondergaan de gezellige mengelmoes à la Siciliana. We besluiten te lunchen langs de Lungomare maar de aanbevolen osteria’s hebben hun terrassen buiten nog niet in dienst en dat is wel de bedoeling. Ik laat me dan verleiden tot het binnendringen in de oude binnenstad met de auto. Een vergissing. We moeten door steegjes waar je van spiegel tot spiegel nauwelijks 5 cm overhoudt. Alleen al daarom wil iedereen hier een kleine wagen. Er wordt gegesticuleerd, geroepen en gezucht bij het leven Maar goed. We eten ergens de bekende arancini, gevulde gefriteerde rijstballen, 1,8€. Met 2 heb je voldoende. Ik neem de hier vermaarde kuskus met vis. Komt van het Marokkaanse couscous, jawel. Sicilië was immers een eiland waar de geschiedenis overheen gegaan is en vele culturen hun invloed nalieten…
Daarom zit dit eiland zo vol diversiteit en rijkdom aan ervaringen. Het woord mengelmoes en de charme ervan, maakt misschien zelfs de essentie van dit eiland uit.

Er is een kabelbaan naar de pittoreske middeleeuwse vestingstad Erice (op een hoogte van 751 m) met een spectaculair uitzicht over Trapani en de Egadische eilanden. Met de veerboten kan je in 25 tot 35 minuten naar Favignana of Levanzo.
Maar we rijden steil en kronkelend naar boven. Er zijn best wat toeristen maar niet veel, ook Amerikanen: “So sorry about what happened with you folks” (over aanslag Zaventem) en ‘Chipanezen’… De gladgesleten kasseistraten doen Brugge verbleken en zijn bergop en -af levensgevaarlijk en wandelonvriendelijk. Nadat we uitgestorven straatjes en kronkelsteegjes en massaal veel kleine kerkjes achter ons laten, bereiken we de Castello, een echte oude versterkte burcht. Het panoramisch uitzicht naar alle kanten is verbluffend, een view over Noord-Sicilië tot Marsala. ’s Avonds kiezen we weer voor het uitstekend hotel-restaurant maar houden het wijselijk bij maar 1 gerecht al is het morgen onze huwelijksverjaardag…

16/04 Op weg naar Agrigento (Agriturismo Passo dei Briganti) 176 km

We passeren de bekende zoutpannen van Trapani, al sinds de 12de eeuw produceren deze  het beste zout van Italië. Het schilderachtige landschap met witte zoutpiramides en typisch Spaanse Don Quichotteachtige windmolentjes is een prachtig gezicht! Je kan er tussen varen, oogsten, baden, proeven maar we nemen enkel wat foto’s, hoewel de zoutpiramides in april er helaas niet zijn. We vervolgen onze weg langs de seaside, zeer aangenaam. We slaan Marsala en Selinunte over, nochtans de grootste Griekse archeologische site hier (in opp.) maar we doen morgen de Tempelvallei.
In Sciacca heb je vanaf de Piazza A Scandaliato een prachtuitzicht over de haven en de benedenstad. Voor de lunch vinden we in een wandelsteegje een trattoria vol lokale families, typisch en ongedwongen, met de TV aan en zo, waar we ons te goed doen aan een symfonie van antipasti. Op weg naar de wagen wijst een inwoner ons op “het langste balkon van Italië, Signori!”.
Op onze bestemming, een agriturismo, leidt een harde zandweg vol putten en kloven naar boven tot we gebouwen helemaal in Siciliaanse boerenstijl ingericht, bereiken. Vanwege onze jubileumdag krijgen we de beste kamer. Alles is hier eenvoudig tot zelfs primitief. Omdat het ver van alles is, kiezen we het enige menu à 20€ incl. antipasti, 2 primi, secondo, dessert, 1 liter water en 1 liter wijn. En alle ingrediënten zijn huisgeteeld en -gemaakt.

Er heerste een jolige sfeer en zowat alle Nederlanders zitten als koppeltjes aan aparte tafeltjes over en weer te praten. Ik steel de show met een onverwachte jubileumspeech waarin ik mijn echtgenote vraag of ze nog met me wil verder doen, tot groot jolijt van iedereen. Nadien kan de sfeer niet meer stuk… ook al door de zwierige, gekke Melina die allen euforisch bediend. Op vraag van Nella belooft ze de volgende dag de fameuze Cannoli Siciliani te maken (maar zal niet lekker wezen) en ze zette dan alle tafels bijeen als één lange tafeldis, wat nu ook weer niet de bedoeling was, maar er heerst vanaf dan sowiesoeen gezellig groepssfeertje. Maar tijdens de dag doet elkeen toch wat hij wil, het is echt geen groepsreis. Maar doordat ik Italiaans spreek en veel uit reiservaringen put en suggesties en tips kan geven, word ik al snel gekscherend tot “onze reisleider” gebombardeerd.

Grappige gebeurtenis. Ik vraag Nella haar getrokken foto’s naar mijn mail op mijn iPad te sturen. Blijkt ze die per vergissing allemaal naar de enige ander Wim Van Besien ter wereld gestuurd te hebben, nl. de CFO van Jetair. Woeha!

Ijs is hier ook een verhaal apart, we kwamen al jasmijnbloesem ijs tegen, mandarijn ijs en… marihuana ijs, jawel. Pistache ijs is hier zelfs niet groen, al is dit echt wel de streek ervan. We merken ook dat het hoogseizoen nog niet begon, zwembaden zijn nog niet gevuld, bepaalde voorraden er nog niet en vele herbergen zijn nog zowat leeg , maar als we op historische sites komen, ontploft het wel van de toeristen. Wat moet dat geven binnen een maand.

17/04 zondag

Met ons bezoek
aan de Vallei der Tempels, wanen we ons even terug in de Oudheid. Het gebied vol eeuwenoude monumenten, intrigerende tempels en religieuze huizen vormt een van de grootste archeologische gebieden van de Middellandse Zee en werd dan ook niet zonder reden door UNESCO tot Cultureel Erfgoed verklaard. Het schitterende landschap met olijf- en amandelbomen en gekke gehoornde geiten, maken het plaatje af...

Dan trekken we naar de rotskust bij Scala dei Turchi. Afdalend tot op een strandje aan de voet. Nog geen strandweer, maar deze bijzondere rots (de 'Trap van de Turken') heeft een opmerkelijke witte kleur die prachtig afsteekt tegen het helderblauwe water van de zee.
In de vooravond probeer ik via een VPN-install de match Anderlecht-Club mee te pikken, maar dat lukt niet echt. Ik stel me dan maar tevreden met de fantastische radiocommentaar van Peter Vandenbempt op Radio één op mijn tablet.

18/04 Siracusa (
Agriturismo La Perciata) 220 km

De
reis gaat verder naar de kuststad Siracusa, in het zuidoosten van Sicilië. We maken een ommetje helemaal door de inlandse bergen om de betoverende Villa Romana del Casale te bezoeken. Een enorme mozaïeken vloeren- en murenweelde, uitstekend geconserveerd, wekt onze bewondering op. Lange wandelbruggen lopen door de ontelbare ruimtes. Er is massaal veel volk en je geraakt er moeilijk voorbij als je dat wil. De kunstige mozaïektaferelen moeten een titanenwerk geweest zijn.

Dan gaat het verder en doemt links de Etna dominerend op. Dan gaat het via de oostkust en Catania naar onze volgende verblijf La Perciata. Deze schenkt ons (weer eens) de mooiste luxesuite. Een grote leefruimte met terras en keuken, 2 slaapkamers en in totaal 3 grote balkonterrassen aan 3 verschillende kanten. Er is ook een zwembad, nog ijskoud. Ik ben dan ook de enige die er in zwemt en we zonnen even. Dat doet deugd na de winter…

19/04

We bezoeken het wonderlijke Syracuse. Deze karakteristieke barokstad ligt gedeeltelijk op het eiland Ortygia dat met drie bruggen is verbonden aan het vasteland. Hier vind je de historische stadskern met gezellige smalle straatjes en diverse culturele schatten (waaronder de tempel van Apollo en een imposante barokke domkerk). Geschiedenisliefhebbers kunnen hun hart ophalen bij Parco Archeologica della Neapolis, een archeologische park met onder meer een Romeinse amfitheater (dat qua formaat niet onder doet aan het Colosseum), een Grieks theater en het altaar van Hieron, maar dat doen we morgen. 


We wandelen helemaal door en rond deze leuke stad. Vooral de markt brengt sfeer. Nella koopt een stuk of dertig ricci, stekelige zee-egels waar ze verzot op is. Normaal is dit duur en ze openen al helemaal een beproeving. Maar hier werd het schaarse oranje pulpvlees reeds in een bekertje gedaan, klaar om op wat brood uitgesmeerd te worden. Njamie. Een luid taterende man maakt broodjes buiten. De ingrediënten die erin gaan, van wilde venkel over allerlei kruiden, sla en groenten, soorten charcuterie en kazen in één grote dikke smeuïge rol, levert met uitleg en entertainende show (hij werkte er 10 minuten aan) een smaakbom op, met voorsprong het lekkerste “broodje” ooit gegeten. Vijf euro, mijnheer. We zullen er met zijn twee, twee dagen van eten. Meer willen we niet, buiten een goede Nero d’Avolo van de streek natuurlijk… Ik laat bij een echte ouwe barbier een wet shave doen. In een antieke inrichting met witte schort, dik schuim met de borstel, een heel ritueel. Nog nooit voelden mijn kaken zo fris.
’s Avonds is er een gratis wijnproeverij, wat er gewoon op neerkomt dat het gezelschap enkele flessen mag soldaat maken met hapjes kaas en antipasti. Geen uitleg, niks… We trekken ons na wat gezwem, terug op ons terrassenparadijs met ons broodje….

20/04 Naar de Etna (hotel d’Orange) 131 km

Voor we verder reizen brengen we een bezoek aan Noto.
Deze puur barokke stad aan de voet van de Ibleïsche bergen dankt zijn bijnaam 'de gele stad' aan de zandkleur die in veel historische gebouwen terugkomt. Naast de talloze bezienswaardigheden en de bijzondere architectuur, kun je hier ook de overheerlijke 'pezzo duro' proberen, een lokale lekkernij gemaakt van amandelen, chocolade en andere noten. Daarna bezoeken we nog even Neapolis, de site van Syracuse. De tempelresten stellen niks voor bij wat we al gezien hebben, maar een hoogtepunt is de grot van Dionysius, in de vorm van een oor, ooit ‘ontdekt door Caravaggio’, en met een beklemmende, galmende akoestiek. Geen kathedraal, geen enkele ruimte was ooit zo’n auditieve belevenis. Er was gezang dat pure ambient werd. Een orgelpunt. Ook de tuinen vlakbij hebben iets sprookjesachtig. Onvergetelijk.
En dan naar Francavilla di Sicilia, vlakbij de Etna, met een heerlijk goed restaurant. We zwoegen ons puffend een weg door het stadje en kopen ons wat dranken, want dorst hebben we steeds.

21/04

De Etna is hét symbool van Sicilië, met 3 350 meter de hoogste van Europa, je kan wandelen over het bijzondere landschap dat aan de maan doet denken en luisteren naar het pruttelende geluid van de lava. Het is een hele onderneming om iets avontuurlijks te doen. We rijden tot op een hoog punt waar de skiliften (niet in gebruik) beginnen, maar het valt ons wat tegen. Verleden jaar zagen we de wonderlijkste vulkanische fenomenen volop in La Reunion.
Dus snel kustwaarts naar Taormina, de sjieke stad van Sicilië, d
at alles heeft om toeristen te behagen. We lopen door de gezellige Corso Umberto vol restaurants en winkeltjes en aanschouw hoe de sfeer zich omtovert tot een groot feest. Vooral het Griekse theater is de moeite waard. Ik was hier al ooit voordien en vond het al een van de mooiste topzichten ter wereld: bovenaan het theater zie je de archeologische resten als een podiumdecor, met rechts een stuk pittoresk dorp en de flanken van de Etna, van de top afglijdend in een glinsterende, zilveren zee met strandrand, bomen, kustbaantjes… uniek!
We komen de assessore (schepen) van Taormina tegen, die prompt zegt dat hij een vriend is van de Brugse burgemeester. Ze hebben dezelfde problemen. Kunnen niks anders vanwege het smalle stratenpatroon en de massa’s toeristen kiezen voor een verkeersvrije, minstens -luwe binnenstad. Ze stonden daar te discussiëren over ingrepen om niet nog meer te verstikken, want zelfs de megalomane parkeersystemen, met een reuzenlift zelfs en een streng no-go-zone beleid, bereikt nu al zijn limieten.

22/04

Niet ver van ons hotel vormt het prachtige natuurfenomeen de Gole Alcantara Gorge een ultieme attractie.
De Rivier van Venus die zich effectvol door albast en lavaformaties van de Etna boort, wordt een superleuke ervaring. In deze kloof stroomt het smeltwater van de Etna langs spectaculaire rotswanden van lava, vol watervallen. Een heerlijke wandeling vol verrassingen en foto-opportunities. Eens beneden stap ik in het ijskoude water. De legende zegt dat Venus Vulcano had bedrogen en hij uit wraak het water ijskoud liet worden. De overlevering zegt dat wie er toch ingaat het effect libido en potentie verhogend zou zijn. Mijn vrouw gilde: Neeee!!! Maar te laat…..
We lunchen inde hoteltuin, gaan ergens een ijsje eten en luieren wat. Jammer dat het dakzwembad nog niet open is.


23/04 naar Montalbano Elicona (Hotel Federico II) 162 km

De laatste stop is Montalbano Elicona, in het noordoosten van het eiland. Dit middeleeuwse dorp werd uitgeroepen tot een van de mooiste dorpen van Italië. Vanaf deze regio is een bezoek aan de Eolische eilanden zo gemaakt - dagelijks vertrekken meerdere veerboten vanuit de haven van Milazzo. Deze zeven vulkanische eilanden, genoemd naar de koning van de winden 'Aeolus', liggen ten noorden van Sicilië, o.m. de Stromboli waarlangs ik al een paar keer vaarde. Eigenlijk zijn het vulkaantoppen die deze eilandjes vormen en hier en daar kringelen er dan ook dampen op. Maar uiteindelijk doen we dat niet, want het weer valt even tegen. Het regent.


We bezoeken het dorpje. Morgen zijn hier middeleeuwse spektakels op en rond de burcht en versterkingen. We worden in sympathie genomen door een local die ons trakteert op aperitief en we blijven dan maar in dit simpele complex pretentieloos en goedkoop lunchen. ’s Avonds doe ik voor een prikje  een ‘percorso benessere’. Eigenlijk interesseert mij, meer dan sauna en bubbels, het Turks bad, maar juist dat werkt niet. Ik maak mijn beklag en mag het morgen overdoen.

24/04

We gaan naar Tindari, het bekendste bedevaartsoord van Sicilië. Langs smalle wegels, nergens een mens te zien, het is zondag, rijden we door uitbundige wilde natuur, een symfonie van veldbloemen, veel wilde venkel, gele hellingen vol brem noordwaarts, maar als we er aankomen, lijkt het hek van de dam. Tindari loopt vol bedevaarders die precies deze zondag uit hun holen zijn gekropen. Aan de vroegere Akropolis, nu een enorm plein, vind je de kerk van de Zwarte Madonna. Het is fris maar aangenaam wandelen en met schitterende uitzichten hoog boven de zee…
In de namiddag naar de wellness. Helaas werkt dat Turks bad weer niet en en Nella ondergaat een massage die snel moet gestopt worden vanwege de nerveus en helemaal niet ontspannen makende geluidsoverlast van verschuivende tafels erboven. We laten noteren dat we niet kregen wat we boekten en eten ’s avonds voor het eerst slecht en ongeorganiseerd, een kalfslapje als een lap leder en prijszettingen die niet kloppen.

25-26/04 Terug naar Trapani 286 km

Bij het uitchecken willen ze dat we de extra’s van de wellness betalen, maar dat weigeren we principieel. Nella, met haar ook Zuid-Italiaans bloed zegt: ik betaal niet wat ik niet gekregen heb. Bel de manager. Die zegt hetzelfde. Dan is ie onbereikbaar. Niks brengt iets op. Er wordt volgehouden. O.K. zegt Nella, dan vertrekken we zonder betalen. Verbluft duwt ze me de auto in en ik vertrek. Later zouden we van andere gasten horen dat er paniek uitbrak. Natuurlijk was het niet de bedoeling niks te betalen. Na een tijd belt Nella trouwens het hotel terug op en deze keer kan de manager wel bereikt worden. Deze belt ons later terug. Hij toont alle begrip en laat ons enkel de niet-gecontesteerde extra’s per factuur doormailen wat we prompt bij thuiskomst betalen. Maar dat was even amaikes….

Van Montalbano Elicona rijden we terug naar Trapani, waar we nog één nacht verblijven.
Onderweg genieten we van prachtige uitzichten en lassen een bezoekpauze in in het middeleeuwse plaatsje Cefalù (op zo'n 75 km ten oosten van Palermo). Dit betoverende kustplaatsje ligt in de schaduw van een steile rots, direct aan zee. Het waait en de zee is stormachtig maar het is een beregezellige plek. Dan passeren we Palermo, gaan we niet in, maar voor het laatste stukje naar Trapani willen we nog het prachtige klooster en de kerk van Santa Maria La Nova in Monreale zien, een orgie van mozaïeken en bladgoud. De zichten naar beneden op Palermo zijn het laatste hoogtepunt van deze reis. We eten een pizzaatje en rijden de rest van het langste traject van deze vakantie naar hetzelfde starthotel waar uitbundige afscheidsdrinks en traktaties van de hotelbaas (likeuren met allerlei smaken in biberonflessen) ons ten dele vallen. En natuurlijk eten we nog een … Scoglio. Morgen vliegen we terug…

Enkele bedenkingen, nabeschouwingen, leuke herinneringen.

Ik: “Kijk Nella, er hangt witte rook boven de Etna!” Zij droogjes: “Habemus papam”

Ik: “welke vis eet je? Zij: “De vis van de dag”.
Na de reis: Hoe was Sicilië? “ ’t liep daar vol Hollanders”.
Sicilië: je begrijpt er niks van, probeer dat ook niet rationeel. Het simpelste is er niet of slecht georganiseerd, maar als je je niet opwindt, valt alles uiteindelijk toch ergens in zijn plooi.
Publieke toiletten bv zijn meestal een ramp: geen toiletpapier of de sjas werkt niet en de regering heeft duidelijk bezuinigt op het departement “toiletbrillen”.
Café cremino freddo, kleintje met room, heerlijk.

De Barbazzale wijn, een druivensoort gekweekt op de lavagrond van de Etna is wel bijzonder. Licht complexe structuur maar toch zacht, vol en rond, jong maar smaakvol, ideaal bij niet gesofisticeerde gerechten. Het is een iets anders dan de wel lekkere Nero d’Avola.

vrijdag 27 maart 2015

Reisverslag La Réunion-Mauritius 25/02-11/03/15

Woensdag - donderdag 25-26/02/15


Met de TGV naar luchthaven CDG. Het loopt er vol met militairen met kalashnikovs. Après Charlie Hebdo. Met Air Austral wordt het 10,5 uur vliegen met een tijdszoneverschil van slechts 3 uur. ’s Ochtends geland en huurwagen gehaald in airport Roland Garros. Meteen naar de westkust langs de N1, la Route des Tamarins, de enige snelweg van Saint-Denis naar het zuiden, langs de kustlijn. Soms met scherpe bergflanken en kloven met reuzennetten om vallende rotsblokken tegen te houden. Naast ons de zee. Tussen wal en water dus. In Saint-Gilles-les-Bains lopen we even rond in het centrum waar we de enige 3 terrasjes “zoals bij ons” van het eiland treffen. De hitte en nog in jeans, dat betekent dorst. Ik vind er Grimbergen van het vat, de enige plek deze dikke week hier, want voor de rest is het overal het dominerende lokale Dodo bier. Een friss, simpele pils en afhankelijk van waar je het drinkt 1,2€ tot 3,5€ in hotels. Het heeft de afbeelding van de dodo, zowat de nationale vogel hoewel hij uitgestorven is.

We nestelen ons twee dagen in het charmante Creoolse hotel Le Nautile dat tussen 2 authentieke gebouwen een zwembad en bar/restaurant heeft vol reuzenpotten “rum arrangé” (allerlei fruitsoortencombinaties die er maanden intrekken). We krijgen een kamer met terras en van daar rechtstreekse toegang tot het heerlijke zwembad. En aan de andere kant ligt het langs de Indische oceaan met een uitzonderlijk zandstrand want dit is niet echt een strandeiland. Volgende week Mauritius wel. Ik plons meteen de zee in dat warm en kalm afgeschermd ligt door een lang koraalrif. Gelukkig is er een windje want het is meer dan 30°. Diner in St-Gilles. We laten ons verleiden door een “Creoolse specialiteitenschotel” die tientallen verschillende hapjes beloofd. Maar dat blijken allemaal gefrituurde bladerdeeghapjes met diverse vullingen, maar dat proef je haast niet natuurlijk… Tegenvaller. Terug in het hotel merken we dat  het in het (dure) restaurant “vollen bak” is.

Vrijdag 27/02/15

De volgende morgen naar St-Paul. Eerst heerlijk buiten ontbijten omringd door tientallen kleine vogeltjes die duidelijk willen mee-eten en er zelfs met een pil van Nella vandoor gaan. Stel je voor dat ie ‘m ook inslikt, bommetje oestrogeen.
De markt in St-Paul, de grootste van het land is een bezoeking om parkeerplaats te vinden maar een wervelwind van geuren en kleuren en bezigheid. Ontelbare specerijen en een symfonie van tropische groenten en fruit waarvan een paar mij nog onbekend. En massa’s vanillewortels, waar dit eiland bekend voor is. Maar ook artisanale voorwerpen en verleidelijke prullaria. We geraken niet uitgekeken, maar dorst en warm. We gaan in de hitte ook nog een Hindoetempel bezoeken, zoals altijd heerlijk kleurrijk met die pasteltinten, steeds een exotische fabel.


Zaterdag 28/02/15

Met de auto naar Cirque de Malfate. We ondergaan de langzaam veranderende landschappen naargelang we stijgen. Van plantages (bananen, veel suikerriet, ananas) naar weelderig loofbos, lage struiken tot kale, stenen rotsen en mossen. Uitzichten op een kustlijn waarvan de wolken erboven al onder onze ooghoogte staan. Aangekomen bij de Piton Maïdo werpen we een blik op de Cirque (keteldal). Impressionante, diepgroene, indrukwekkende flanken maar dan komt in een oogwenk uit het dal zelf mistige wolken naar boven en we zien niks meer daar beneden. Af en toe een flard. Een zeer bijzonder verschijnsel. Het zicht op de Piton des Neiges (de hoogste bergtop van de Indische Oceaan (3070 m) die het eiland beheerst is superb en de vulkaanachtige landschappelijke context behoorlijk indrukwekkend. Dan terug afdalen naar de kust om wat verder weer te klimmen naar de Cirque de Cilaos. En dat zullen we geweten hebben…


La Réunion is ruwweg een eivormig eiland (70 bij 50 km) waar je de kust volgend in minder dan 3,5 uur kan rondrijden (207 km kustlijn). Het binnenland wordt beheerst door 3 Cirques en centraal dus de Piton des Neiges en in het zuidwesten de nog  levende vulkaan die de laatste decennia nog uitbraken kende nl. de Piton de la Fournaise (2632 m) met ongelooflijke plateaus, massieve wanden en kloofdalen en een brede lavastroom die tot in de zee schuift. Het eiland ligt ten westen van Madagaskar en is dus geografisch zowat deel van Zuidoost-Afrika maar politiek deel van Europa als overzees Frans grondgebied, zoals o.m. Martinique, Guadeloupe, Frans-Polynesië, enz… 95% is er katholiek en de eerste taal is er naast het Creools uiteraard Frans maar iedereen spreekt ook wel Engels. De munt is de euro natuurlijk. Er zijn niet veel toeristen deze tijd van het jaar, vooral Fransen. Je kan maar op één plaats centraal het eiland dwarsen. Alle andere wegen naar boven betekenen terugrijden langs dezelfde weg.

Op weg naar Cilaos volgen we een rivier onderaan een diepe kloof met overweldigende rotspartijen en uitbundig groen. En dan begint het. We volgen een weg die zo erg stijgt dat ik praktisch 45 minuten enkel in eerste en tweede versnelling kan rijden, vlak naast steile flanken links en een diep ravijn rechts en dan beginnen er 500 (!) toegeknepen U-bochten die direct na de curve messcherp hellen en waar je nooit ziet wat er van de andere kant komt. Claxonneren is dus de boodschap. Er zijn zelfs stukken waar maar één wagen kan passeren. Als je dan niks ziet komen… Soms best beangstigend spannend.
De Peugeot 208 krijt en kriept in de haarspeldbochten. De motor brult en ik draai me het leplazarus aan het  stuur, van links naar rechts 500 bochten lang. Nadien voel ik overal spierpijn  in mijn schouders. Onderweg zijn er drie krappe tunnels waar slechts één auto in één richting kan, dus als je een tegenligger ziet, betekent dat  achteruit rijden in een donkere, vrij lange smalle gang.
Dit is de enige weg naar Cilaos waar alles 20% duurder is, want alles moet dus langs hier komen. Hoe de bussen het doen is me een raadsel. Het is al laat op de middag en eindelijk iets voor het dorp zien we een snackbarretje met zoals overal een waslijst aan eetbaars, enkel een paar goedkope plastieken stoelen en verder geen complimenten. Ik kies maar wat uit en krijg een half stokbrood met ham, sla, pikante saus en frieten erin. Het geheel opgewarmd en gegratineerd met kaas. Hum.
Kort daarna komen we aan ons hotel,  groot en één en al kleurrijke creoolse charme. We zitten ietsje van het gezellige centrum gedomineerd door een merkwaardige witte kerktoren. Het hotel maakt volop reclame voor hun buffet à volonté  waarop nogal wat locale specialiteiten. Doen dus,  maar er komt best wat volk op af en wij, een van de laatsten, moeten schrapen voor de laatste brokjes. Slapen is zonder airco maar het is dan ook al een stuk minder warm (23 °). We zitten wel onder de muggenbeten en lopen de hele week vol grote rode plekken, vooral aan de onderbenen. Maar we zien noch horen ooit een mug.

Zondag  1/03/15

Na een korte rit voor een magnifiek zicht over Cilaos en een staalblauwe hemel boven de ons omcirkelende diepgroene bergkammen, die altijd later op de dag een mistige wolkensluier meekrijgen, besluiten we aan het meertje in een familiepicknickachtige omgeving een lichte lunch te nemen. De beste deal is eenvoudig: een super mals stuk kip met frieten in weggooiborden. We zitten tussen de locals die duidelijk hun zondag beleven. Dan wat zwemmen in het kleine zwembad en dineren in het hotel.

Ik profiteer van de zwaardvis combava (met heerlijke limoen kefir) en met rougaille on-the-side (een soort tomatenbrokjessaus in een pikante kruidenmengeling). Deze sidedish wordt gemaakt met van alles eigenlijk. Pikante ananas iemand? En toch zie je er geen pepertjes of iets pimentachtigs in. Hier komt alles met witte rijst en dé specialiteit hier gekweekt: linzen, klein maar fijn en uitzonderlijk smaakvol. Idem voor de rode bonen. De keuken kan je moeilijke verfijnd noemen zoals in vele Aziatische landen wel het geval  is. De cari (carry) is overal de pla nummer een, vergelijkbaar met Indische curry’s (die wel honderden variaties kennen ) maar de cari hier, met vis, kip, vlees, crevetten is ook niet zo bijzonder. Ik probeer wat Creools te leren. Comment ça va = comment i lé, pourquoi = pokoué, rien du tout = zero calebasse, s.v.p. = siouplé. Dus raad even wat is: zori, domin, yièr ? O ja, ‘ti rum is gewoon een kleine rum..


Maandag 2/03/15

We checken uit en dan gaat het weer naar beneden met adembenemende zichten en bochten. Die 500 haarspelden lang. Ik rij zowat 35 minuten in point,-mort. Af en toe is het schrikken maar als de uitzonderlijk kans er is om aan een point de vue te stoppen, riskeren we dat. We moeten naar de vulkaan, dat betekent afdalen naar de kust en een eind verder weer hup naar boven.
Na een blitzbezoek aan Entre-Deux, een sympathiek dorpje dat meer aandacht van ons verdiende, gaan we via Le Tampon (ja ze hebben hier leuke namen), naar la Plaine des Cafres en zo naar Bourg-Murat, het laatste punt en mogelijke  uitvalsbasis naar de vulkaan. Het enige hotel  is een tweesterren. Na de badkamers met zit- en ligbad voor twee, zal dat een minimum aan comfort en enkel wifi aan de receptie betekenen .

Vlak voor het dorp stranden we in een file die bijna geen meter beweegt, links zien we nochtans al het hotel liggen. Ten einde raad manoevreer ik zelfs op de tegenrichtingstrook met Nella een einde verder in geval van... Gelukkig is er weinig tegenverkeer en wat verder linksaf zijn we er meteen. De receptionist vertelt ons dat het gewoon een trage file is voor het benzinestation waarvan er hier maar een is. Maar honderden auto’s die minstens een uur aanschuiven voor brandstof? Pas ‘s avonds zal onze frank vallen als we op het nieuws horen dat er een staking is van de benzinedistributeurs.

We bezoeken het zeer aan te raden Maison du Volcan, een modern complex, één van de
schitterendste multimediale musea die ik ooit zag, er is zelfs 4D-projectie. Zo had ik me het Historium in Brugge gedroomd, zeer info- en edutainend met de middelen van vandaag. De meest indrukwekkende en ronduit overweldigende beelden, films en presentaties bestormen ons. God wat een absolute must-do, daarenboven staat morgen het bezoek van de vulkaan zelf op het programma. Dat betekent vroeg opstaan en voor negen uur op het eindpunt zijn, want anders maak je kans op wolken en nul zicht. We eten in het resto van het hotel, wat meevalt, al lijkt het interieur bijna Tirools. Ik eet rougaille de saucisses. Worst jawel, maar met een unieke gerookte smaak.

Dinsdag 3/03/15

Onderweg naar de vulkaan ondergaan we weer de meest waanzinnige zichten en indrukken van gestolde lava nog ondersteund door de indrukwekkende infobelevenis in het museum gisteren. Daar zagen we o.m. close-ups van lava die zich onder zee vormt en verandert tot koralen. Alles nog overgoten door de beelden van recente uitbarstingen en andere rampachtige toestanden.
We  zien massa’s pitons, kleine heuveltjes die alweer bebost zijn, kraterachtige kliffen en rotsen in alle mogelijke vormen. De kleuren worden grijs, oker, roestbruin, terracotta, vuilbruin, zwart...
En dan… is er la Plaine des Sables, een verrukkelijke, wereldvreemde vlakte die zich voor ons uitstrekt en waar we hotsend en botsend (putten! richels!) door moeten. Een heus maanlandschap. Spacy. Out-of-this-world. Nodigt zo uit om als filmdecor te dienen. Gisteren was het Indiana Jones, nu Star Wars. Ik zag al zo veel vulkanen en dito landschappen (Lanzarote, IJsland, Hawaï, Santorini, Guatemala, Nicaragua, Bali, …) maar dit slaat alles.
Kort daarna bereiken we het eindpunt: een enorme cirkelvormige krater met daarin een verrassende minikrater in een totaal andere substantie en centraal de dubbel hoofdkrater en een brede lavastrook die afglijdt tot in de zee. Wawkes.

We klimmen en klauteren en fotograferen ons te pletter. Veel wandelaars, want dit eiland biedt het toppunt aan qua avontuurlijke en fysisch pittige wandelingen voor de geoefende liefhebbers, tot en met het afdalen in de kraterwand zelf. Best spannend als je denkt aan de lava-erupties die de laatste decennia nog voor kwamen. Overweldigd keren we terug. Waar we op de terugweg  nog meer onmetelijk diepe kraterputten en speciale zichtpunten bezoeken.

Maar langzaam stijgt de spanning. Over twee dagen moeten we van het zuiden naar het noorden, en dan naar de luchthaven voor onze vlucht naar Mauritius. Zullen we het halen met een ¾ tank? De situatie blijkt, eens afgedaald, ronduit dramatisch. Ofwel staan de benzinestations leeg ofwel staan honderden auto’s en trucks aan te schuiven. Ik bereken dat we er zullen geraken. Maar we willen toch niks riskeren. Als er een station is met slecht zes wagens voor, ga ik ervoor. Maar al snel komt een gendarme ons vragen of we een emergency of medische service zijn: “Monsieur, tout les stations sont confisqué!”

We komen aan in Pierrefonds, in hotel La Domaine des Pierres, met een prachtig uit megastukken
hout gepolijst interieur. We krijgen een luxekamer, zowat een minivilla. Binnen anderhalve maand zijn we nl. 25 jaar gehuwd en we laten niet na dat te vermelden, wat overal een extraatje oplevert. De setting van dit hotel met ernaast een mooi tropische tuin (een bezoekersattractie maar gratis voor ons) is mooi en romantisch met keizerpalmen die overal een ererol opeisen. We lunchen wat verder een combinatie van broodjes van een boulanger, biertjes van een minisupermarkt en samoussas, pikante hapjes van een kraampje. Allez, ik toch. Dan wordt het siësten en zwemmen in een heerlijk zwembad, helemaal voor ons alleen. We eten in het restaurant waar maar vier mensen zitten, lekker buiten. En dan slapen. Maar ik ben alweer wakker om 4 uur en hoor dat het regent. “De hele dag”, zegt mijn iPad. Tja. “Weet dat een continue regenbui hier zoveel water naar beneden kan laten storten als in Parijs op 1 jaar tijd”, vertelt mijn Geoguide. En ook dat het volop het cycloonrisico-seizoen is. Een week na onze terugkomst zal een van de ergste cyclonen ooit Vanuatu herleiden tot een rampgebied, weliswaar heel ver van hier.

Woensdag 4/03/15

Gaan ontbijten met de paraplu. Tijdens een regenpauze loop ik alleen het kronkelende parcours van het tropische park af. No soul. Reuzenwaterlelies, bonsaituinen, rare plantensoorten, palmen uit de Comoren,opgezette kleurige joekels van vlinders, bloemen, bloemen in serres, op en neer over bruggetjes en in een vijver de replica van het eiland opgetrokken in diverse gesteenten waaronder een bijzonder roze kristalachtige steen dat hier overal terug te vinden is als tuindecoratie. Ik wandel stevig door langs een cactuswoud. Opeens voel ik een steek in mijn bovenarm. Een vuistdik stuk cactus met lange stekels die doorheen mijn T-shirt in mijn arm boorden, hangt afgerukt aan mijn arm. Vingerlange stevige pinachtige stekels. Ik slaag er niet in het onding te verwijderen. Integendeel ik  prik me de hele tijd. Het lukt niet. De cactus blijft aan me hangen. Ik loop dan maar door en tref eindelijk een kleurling die me er voorzichtig van verlost. “Het is als een anemoon”, zegt hij. “Het plakt en is moeilijk te verwijderen”. Omdat het zo uniek is en ik de prikbom aan Nella wil tonen probeer ik het te isoleren en op een of andere manier het kreng mee te nemen,wat niet lukt. Nadien blijken er vijf mooie puntjes in mijn vel te zitten. Een knalrood vogeltje - roder kan niet - kijkt me medelijdend aan.

Naar het noorden via de zuid- en zuidoostkust. Wat een rijplezier. Door stadjes, gehuchten,
woekerende natuur, pittoreske plekjes en prachtige berg- en oceaanzichten. Dan even “slunze” geven want het is een urenlange rit helemaal naar Hell-Bourg in de derde en laatste cirque, le Cirque de Salazie. Uitbundig groen en dan, lap, een bruine vlakte lavarotsen, de helling waarlangs de vulkaan zich in zee stortte. De weg loopt opeens door een grillige versteende stroom waar hier en daar wat voorzichtige varens en mossen beginnen op te springen. Vurig braaksel gestopt en gestold in de oceaan. En dit net na l’Anse des Cascades, een groene, idyllische plek waar watervallen hoog en smal bijna rechtstreeks in zee storten. Een oase met superdikke bomen vol machtige, uitwaaierende wortels en lianen. Een ouwe dame bij een klein kraampje mixt mij een superb drankje met zes diverse tropische vruchten en wat ijs. Exotiek op de tong en langs de slokdarm.

Na Saint-Rose gaat het weer naar boven. Vol riviertjes en vele watervallen die van steile bergflanken in de diepte storten. Aandoenlijk en overzichtelijker dan voorheen. Geen wonder dat dit kleine eiland zoveel diverse microklimaten kent. Soms hangen de begroeide rotsen half over de weg en plenst er water uit waardoor het een paar seconden lijkt alsof je door een carwash rijdt. Vandaar dat je hier nergens cabriolets ziet, trouwens sowieso niet aan te raden met deze zon die weer uitbundig schijnt doorheen het vertrouwde wolkendek. Op een leuke plek naast een brug vinden we een schattig restaurantje waar ik een Massalé Boucamé eet, gerookt varkensvlees aan mergpijpen in een saus.

Dan, na Cilaos komt Hell-Bourg, het enige overzeese van “les plus beaux Villages de France”. Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: Comment i lè?” Ik moet een klap in zijn hand geven en dan vuist tegen vuist doen, de begroeting hier. Maar ik versta hem niet, en hij lijkt dronken of gek. Als hij later Nella ziet met haar elektronische sigaret maakt hij misbaar, “Pa bjieng”, mompelt hij afkeurend. Allicht denkt hij dat het een gesofisticeerd drugapparaatje is? Bij het gaan slapen houdt een luidruchtige familie naast ons (vijf man en kindergejengel) ons wakker, amai, de muren lijken van karton.
Creoolse houten huizen met balkonnen in een uitbundige vegetatie omringd door groene messcherpe bergflanken. Het heeft één (hoofd)straatje waarlangs ook het schattige, primitieve hotel ligt. De uitbaatster brengt ons naar een paviljoenset met een tuintje voor aan de straatoverkant. Een antieke kamer met aandoenlijke Uncle Tomachtige creoolse meubelen maar wel weer een reuzenbad voor twee. Er is geen airco, maar goed, we zitten op 900 meter hoog. Er hangt wel een enorme dikke reuzenspin tussen de palmen aan onze voordeur… Het dorp is leuk maar eigenlijk snel gezien. Er zijn enkele leuke boetiekjes en één eet- en drinkplekje met  twee stoelen op de stoep waar ik bij een biertje kijk naar enkele haveloze, pittoreske marginalen en straathonden die bij elkaar rondhangen. Sommigen ronduit fotogeniek, grijze karakterkoppen in een verward plunje. Een verrompelde vuilige man spreekt me aan: “

Donderdag 5/03/15

We rijden naar Saint-Denis, de hoofdstad, waar we in de late namiddag onze vlucht naar Mauritius moeten nemen. Wat slenteren langs de littoral en bestellen een hapje op de bekende eetmarkt Le Barachois. Typische maar goed uitgeruste eetkraampjes met een waslijst aan betaalbaar eetbaars, eigen nou ja, terras. Je bestelt, haalt af en smult uit plastic, drinkt van blik of flesje, maar het is helemaal mijn ding, authentieke, food zonder tralala maar lekker. Stukken goedkoper dan “echte” restaurants. Ik vind streetfood in Thailand en Vietnam b.v. supersafe, dus waarom hier niet. Al leerde ik ooit dat dat niet hetzelfde is in Zuid-Amerika (2 voedselvergiftigingen lang geleden). De keuken hier is O.K. maar bereikt nergens de culinaire rijkdom van Indochina en Thailand.

Ik had me zorgen gemaakt over de volle tank die ik moest afleveren aan Hertz en overal staan nog ellenlange wachtrijen. Maar vlakbij de luchthaven blijkt de Peugeot zelfs nog halfvol te zitten en ergens vinden we snel bediening. Door middel van met water gevulde flessen en een rol wc-papier, proberen we de wagen wat op te schonen want die moet in propere staat teruggebracht worden anders wordt er 41€ aangerekend. Al na de tweede dag in hotel Vogeltjesparadijs na het wegrijden vanonder een boom lagen zowat tien grote plakjes op onze voorruit. Kleine vogeltjes, grote souvenirs. Reken later het stof van La Plaine des Sables erbij, de modder na de regenvlagen en u kan zich voorstellen dat het nodig was.

De vlucht naar Mauritius in een bescheiden vliegtuig duurt slechts 45 min. We worden naar het noorden gebracht door een chauffeur van Mauretoco, de lokale agent, langs de enige snelweg die dwars door het eiland snijdt naar hoofdstad Saint-Louis dat we doorkruisen tot in La Grand Baie. De man vertelt ons honderuit over zijn land dat ook een verdraagzame samenleving telt tussen diverse godsdiensten. Trots zegt hij, dat er bijna geen werkloosheid is vergeleken met La Réunion. Maar, poneert hij, daar krijgen ze werkloosheidsuitkering, hier niet, dus waarom gaan werken als je met lui zijn geld krijgt, dat “werkt niet”? Dat zouden onze vakbonden eens moeten horen. En eigenaardig, krèk hetzelfde vertelde onze driver-for-one-day in booming Kuala Lumpur, precies een jaar geleden. Het doet nadenken, want beiden waren heel kritisch en toch trots op hun lage werkloosheid.

Mauritius, kleiner en vlakker dan Réunion, is 64 km lang en 55 km breed en zag er verrukkelijk uit vanuit de lucht, honderden droomstranden beschermd door riffen, baaitjes en uitbundige palmen. Onderweg genieten we van een spectaculaire zonsondergang. We doen er slechts 1uur 15 min. over want de spits is hier normaal meer dan spits, naar verluidt. We kozen La Baie omdat het het enige resort is dat vlakbij een gezellig stadje ligt op wandelafstand zodat je niet “opgesloten” zit in je (overal wel prachtige) hotel. Dat zou blijken. Gewoon effe langs het strand en de vissers- en plezierbootjes naar een wervelende ambiance van restaurantjes, boetiekjes, bars en lokale meeting points, allemaal langs een straat bij het strand in de baai en met genoeg lokale touch om sympathiek te blijven. Verder is er minder te bezoeken dan in La Reunion. Maar deze vijf dagen zijn bedoeld als rust-ontspan-relaxvakantie.
Hotel La Mauricia is vrij groot maar zoals overal hier, niet hoger dan twee verdiepingen. Mauritius is geen Belgische kust, elk resort heeft zijn groen domein. Het betekent kamerzicht op zee versperd door bomen in de tuin. Het doet met zijn palmen, de grote arbre de fruits de pain (vruchten die doen denken aan opgeblazen groene avocado’s) bloemen en inplanting een beetje denken aan Bali Hyatt. Het strand is in principe privé maar iedereen kan er voorbij wandelen, wat weinig gebeurt. Het hotel was half pension verplicht wat eigenlijk tegen onze principes is maar kom, ’s middags kunnen we nog altijd op zoek naar iets kleins en lekkers.

Het buffet is enorm uitgebreid met veel live cooking. En dineren aan een tafeltje vlak naast het uitgestrekte zwembad betekent vakantiegevoel. En ik eet elke dag van de heerlijke fruitsalade. Het onthaal is persoonlijk, niet aan een balie maar met een drankje in de zetel. We kregen hier al een stevige korting vanwege ons jubileum. Maar op onze kamer wacht ons daarenboven twee zwanen, tegen elkaar  in hartvorm gevouwen, uit badhanddoeken en met de woorden “25 ans” uit takjes gemaakt. Schattig.

Vrijdag 6/03/15

Zonnen en La Baie verkennen. Gezellig, maar warm en plakkerig. Het is er toch overal duurder dan verwacht. We sleuren dus een voorraadje water en bier en fris mee uit een supermarkt want dat scheelt meer dan een slok op een borrel met de hotel- of minibarprijzen. 1€ i.p.v. 4. Phoenix is hier de meermaals wereldbekroonde pils. Dankzij Belgische input, verneem ik. Nadien geniet ik van diverse dipjes in het heerlijke zwembad. Elke avond is er een themabuffet, gisteren Azië, vandaag Maritiaans. Zes zwarte schoonheden met wervelende breeduitwaaierende rokken vallen binnen, aangedreven door vurige percussie van vijf mannen met handtrommels en tamboerijnen. Ze dansen doorheen het enorme restaurant. Het opzwepende ritme heeft me meteen te pakken. Terwijl iedereen apathisch toekijkt, begin ik mee te swingen en, met de hoed van de bandleader op, eindig ik als een woeste triangelbegeleider. Hèhè, dat was ambiance.

Later passeren we de show- en dansvloer naast het zwembad aan de andere kant van de tuin waar
elke avond een orkest optreedt. Dezelfde groep begint er een uitbundige folkloreshow. Meeslepend en met die enorme rokken die hoog opgetild worden als blikvanger. Daar komen veel foto’s van want het zwierige van de knappe melkchocoladen meisjes in hun frivole klederdracht op een simpele aanstekelijke beat met creoolse gezangen is onweerstaanbaar. Op het einde komt het onvermijdelijke publiek-doet-mee-moment. Ik verschuil me lafjes, drukdoend achter mijn camera, maar Nella is de klos. Ze leren handjes draaien, koekebakke vlaaien, wiegewaaien en… patat,  schudden met je gat. Het ritueel blijft maar doorgaan …et alors on danse.

Zaterdag 7/03/15

Het regent pijpenstelen maar het blijft broeierig warm.
Als je van de kamer naar je terras gaat beslaat je bril. Overal rond het zwembad, de centrale lobby’s en het zwembad is er wifi maar niet in de kamers. Er gaan iPadden betekent na een minuut een waterfilmpje op je scherm. Het hotel met uitzicht op de baai en de bootjes heeft een bar met de naam Bay Watch Bar, what’s in a name, maar zelfs die is uitgestorven. Ik ga zwemmen in de regen, in de tropen altijd heerlijk. In zwembroek door de regen lopen, het heeft iets, al ben ik de enige. Het vocht waait overal binnen en over de hoog overdekte ruimtes tot meters binnen. Waterstof spettert rond. Voor het personeel is het dweilen met… juist. Over de middag is er twee uurtjes regenrespijt en we eten in La Baie aan een primitief minifoodstalletje voor de locals en maken er nadien een rustdag van. Nella koopt zich een verrukkelijk licht zomerkleedje, maar het zal veel papierwerk en douaneprocedures vergen om uiteindelijk in de luchthaven amper 7€ BTW terug te krijgen..

Zondag 8/03/15

Het is grijs, constant bewolkt, maar er is hoop. Na een tijd is het doenbaar om op de vochtige ligstoelmatrassen wat te zonnen-achter-wolken. Zwemdipjes blijven een must want je zweet snel.

Maandag 9/03/15

Zie zaterdag. Killing time, siësten, internetten, lezen. Een uitstap kon vanaf het begin al niet meer, vanwege volgeboekt, ook huurauto’s. Dus geen reuzenschildpadden, noch de fameuze Pamplemousse Gardens, noch andere prachtige kustlijnen met betoverende zandstrandzichten. Maar niet getreurd. We zijn gelukkig en deze 14 dagen hebben deugd gedaan, bedenk ik bij een exotische huiscocktail.

Dinsdag - woensdag 10-11/03/15

We worden pas om 14.30 uur opgehaald om naar de luchthaven te gaan. En dankzij de aangeboden faciliteiten na check-out, kan je douchen en verschonen en zo, dus ik bruin me nog even te pletter onder een felle zon die hier aan de hemel van rechts naar links gaat.
Van Mauritius naar La Réunion en dan herinchecken naar Parijs waar vertraging de wachthal aan de gate omtovert tot een heksenketel en de snackstand zichzelf snel compleet uitverkoopt. Het is in CDG lang wachten op onze bagage maar oef, we halen toch onze TGV en om 11.00 uur zijn we in Brugge.