Posts tonen met het label Sint-Lodewijkscollege. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sint-Lodewijkscollege. Alle posts tonen

zondag 5 oktober 2014

Liefde voor taal (een hommage aan mijn oud-leraren Nederlands)

Het zijn gepassioneerde leraren die je met het virus van liefde voor taal aansteken. Dat is bekend: passie is een doorgeefluik. Dit is een kort stukje, een hommage aan de leraren Nederlands uit mijn leven.
Ik begin met Roger Verkarre (+ 2001). Regentaat Torhout. Hij was een priester-leraar, maar van de “bevrijde” soort. Legendarisch was zijn eerste les en openingszin. “Sommige zeggen: Verkarre is links, anderen zeggen: Verkarre is rechts. Maar ik ben niet links, noch rechts, maar Verkarre! En onberekenbaar!”
Roger Verkarre was een intieme vriend van wijlen dichter Paul Snoeck en schreef zelf ook poëzie. Wat aanstekelijk werkte, want zelf begon ik niet onverdienstelijke gedichten te schrijven met o.m. de bundels “de Achtste Dag” en “Leven met Lene”, waarvan sommigen gepubliceerd werden in poëziebloemlezingen à la “Beste Gedichten van het Jaar”.
Verkarre was de man die bij Hadewijch’s “Alle dinghe” het vers “
MI ES TE INGHE AL EL” uitschreeuwde, claimend dat het met al  die klinkers een weergave van een orgasme was. Verkarre was de man die tijdens een vroegmis die hij opdroeg voor de paters die in hun pijen suffend in hun koorgestoelte zaten te soezen i.p.v. “Bid broeders!” de mooie verdraaiing formuleerde: “Broed bidders!” Slechts 2 schrokken lichtjes wakker. Verkarre was dé Gezellekenner en ik werd een instant Gezellefan. Hij was de man die bij het lezen van literatuur op vrijdagnamiddag klaagde dat dat toch niet ging na die slechte vislunch. Vrijdag visdag was massaal gehaat op school en af en toe zouden we ook hem stiekem zien frieten eten in het dorp (net als wij)… Verkarre was ook de man die pleitte dat het woord “zwaantje” nooit zou weg mogen als term voor de gemotoriseerde politie. Een statement.

Het jaar daarvoor hadden we Tytgat, een indrukwekkende verschijning met een lange roodachtige baard, bril en een taal met licht Hollands accent die twee keer zo snel praatte als een gewone mens. Een sneltrein van informatie, geluid, klanksoorten en -woorden en moeilijke, metershoge leerstof. Maar een locomotief van ingehouden woordenpassie. Daartegenover, een dt-fout in gelijk welk examen, ook van ander vakken, en je had herexamens. En ook moesten we 10 boeken van allerlei stijlen en periodes lezen en bespreken. Van de Leeuw van Vlaanderen tot Nooit meer slapen van Hermans. Dat waren tijden beste jongeren van nu!
In de Latijnse op Sint-Lodewijks hadden we eerst Schaeverbeke (“Schavie”), een instituut in een grijze schort die ons netjes liet noteren in een dik, verplicht bij Decorte te kopen,  schrift met ruitjes, bijgenaamd het “telefoonboek“. Dan was er Mr. Baele die zo graag een lapnaam wou, maar Baele is dat niet lapnaamachtig genoeg? De rijkdom van het benoemen was er anders wel overal. Een studiezaal op pijlers werd b.v. “De Ark Van Noach” genaamd.

Na mijn overschakeling naar de moderne kreeg ik Descheemaeker. Deze was zelf een van de auteurs van de handboeken Nederlands die in de humanoria’s overal werden gebruikt. Zijn bijnaam was “schètje”, hij was ook maar een, heu, scheetje groot. Eens had ik het zo bont gemaakt met kattenkwaad dat na een reeks waarschuwingen hij me toepiepte: “Ik heb u verwittigd Van Besien, ik moet u een hele zware straf geven. Schrijf anderhalve bladzijde!“ Het strafste was dat ik me nadien ben gaan verontschuldigen in de hoop op strafkwijtschelding en jawel hoor. Doodbrave man. In de menswetenschappen werd Nederlands het absolute hoofdvak. Dhr. Vangheluwe, een flamboyant heerschap voedde ons op met (de zonet overleden) Ward Ruyslinck en Wierook en Tranen, waarvan ik ooit nog een bespreking maakte. Over Ruyslinck werd buitenschools geringschattend gedaan maar zijn invloed was groot en hij was toch een opstapje naar de ‘grote’ literatuur. Kortom, Claus kwam later. Maar hij en Vangheluwe zorgden ervoor dat ik voor de rest van mijn leven zeer maatschappijkritisch zou ingesteld blijven. Het boek Het Reservaat heb ik meegesleept gelezen en ik ging spontaan protesteren binnen ons gezin tegen kleinburgerlijkheid , bekrompenheid, domheid en massaconsumptie. Helaas op het niveau van de puber die ik toen nog was. Lichtjes belachelijk dus. Zo wou ik op reis in Spanje niet naar het strand gaan bruinen, dat was te banaal, dus zat ik op ons appartement in lange teksten de wereld te verbeten. Vakantie! Maar weigerde ik toen al stierengevechten te gaan bekijken en zo.
Ik eindig met Godfried Desloovere (foto: midden centraal), die de gewoonte had als hij een mooie tekst of gedicht had gelezen, te besluiten met “Da’s toch schoon, hé mijne heren?” Geen wonder dat ik schreef, las en naar Poëzieavonden ging. Zo liet ik me vernederen door acteur Guido Lauwaert, toen organisator van de Nacht van de Poëzie (waarvan ik droomde er te mogen optreden). Toen ik met hem door Gent wandelde liet hij mij zijn boekentas dragen maar toen we er Hugo Claus, de meester zelf ja, tegenkwamen, hij mij introduceerde als zijn “loopjongen”, hield ik het voor bekeken. Al maakte ik het nog eens mee dat aan de Unief van Leuven ik na een Nacht van de Poëzie tot de ochtend met de mega-stonede Simon Vinkenoog op de lappen ging. Hij draaide constant overal zijn jointjes openlijk, dronk bij het leven en kraamde pseudo-poëtische onzin uit. Ook hij liet mij zijn boekentas dragen maar dat was met plezier want een dolle nacht.
Maar niet alleen literatuur. De rijkdom van taal, ook het volkse. Opmerkingen en geestigheden, ook in dialect, kunnen mij gelukkig maken, of een goede volzin, een alerte commentaar, de ultieme woordspeling of zelfs de man op de markt gisteren die over een kuip vissla zei: “ ’t er zit daar nu ne keer twee keer nietent in”. De taal is gansch het volk. Dank u leraren Nederlands.

zondag 29 april 2012

Over machtsmisbruik, grensoverschrijdend gedrag, pedos, machos en machas, en nog veel meer. Persoonlijke ervaringen deel 1 (over o.m. lapnamen, kattenkwaad, Rome en Saint-Louis).

Toen ik in de zesde en vijfde Latijn-Griekse zat, was ik een kleine rebel. Of beter een belhamel, een ettertje, een “moospot”. Ik kwam daarbij meermaals in conflict met leraren of “vloog naar de directeur”. Ik heb mijn broek versleten met uren strafstudie op mooie zaterdagnamiddagen. Het was in “Saint-Louis”, het bekende Sint-Lodewijkscollege, toen nog in het hartje van de stad (het huidige Zilverpand). Leraren luisterden er naar “lapnamen” als “den Dweil”, “Flurk”, “de Puupe”, “de Visooge” en meer van dat fraais. Er was een studiezaal op pijlers die de centrale grote speelplaats domineerde en “de Ark van Noë” werd genoemd. Om maar te zeggen hoe poëtisch en grappig volkse naamgeving kan zijn. En nu ik toch bezig ben. Later in het Sint-Jozefsinstituut te Torhout, een enorm uitgestrekte school, had je centraal op het grondgebied een massaal WC-complex ‘De Benelux” genaamd, een koude, hooggelegen slaapplaats met chambrettes “Siberië”en een smalle, lange doorsteek in de richting van het station (en de meisjesschool): “het Suezkanaal”, toen trouwens veelvuldig in het nieuws.

Maar ik ging het over machtsmisbruik hebben. “De Mustang”, de subregent van de vijfdes en zesdes heerste hoog boven honderden studenten om de “studie” te controleren. Een lelijke “paster” die ons, jonge knapen, choqueerde met uitdrukkingen als “ ik sta ’s avonds naakt voor de spiegel om mezelf te bekijken”. Zogezegd overdrachtelijk bedoeld maar hoe denk je wat wij, onschuldige jongelingen, opgevoed met retraites, bezinningsdagen, vroegmissen en boekjes met de titel “Hoe kweek ik wilskracht” er ons huiverig bij voorstelden? De Mustang kon ons makkelijk terroriseren door alleen maar naar je te kijken van op zijn troon en het beruchte duim-en-wijsvinger-gebaar te maken. Dat betekende dat, bovenop onze dagelijkse portie 20 Latijnse woordjes in het geheugen te pompen, we een willekeurig stuk tekst van buiten moesten leren om dit de dag daarna tijdens de speeltijd aan hem op te zeggen. Meestal was dat “La Chèvre de Monsieur Seguin”. Toen ik verleden jaar in de Provence in Fontvieille de moulin en la terre d’Alphonse Daudet bezocht, kreeg ik spontaan enkel nare herinneringen.

De Mustang was het type van “kom maar eens naar mijn kamer”. Naar verluidt was ik toen een niet onaantrekkelijke knaap die naast grossieren in slechte resultaten en kattenkwaad toch een zekere status had, al was het maar omdat ik een van de beste sopraantjes was van het beroemde Ons Dorado koor en orkest o.l.v. Paul Hanoulle. Maar dus was ik ook ooit op zijn kamer. Maar makkelijk laat ik me niet doen. Kortom, ik herinner me niks akeligs. Hoewel…

Ons Dorado was het eerste niet-Italiaanse koor dat de Paasmis op het Sint-Pietersplein te Rome mocht opluisteren. Toen nog voor Paus Paulus VI. Het was die dag bloedheet en we mochten ons niet verroeren want alles kwam live op Eurovisie, zelfs Mundovisie. Enkele jongens kregen zelfs een appelflauwte. Live op Mundovisie! Voor de wereld te kijk staan, heet dat zeker? In elk geval kwam deze pipo al jong wereldwijd de huiskamers binnen :-). En terwijl ik toch bezig ben, dezelfde week ook in een lange zoom-in close-up voor Vaticaan-TV terwijl ik tijdens de Bolero van Carl Orff om de 3 tellen verwoed op een triangel sloeg.

Onderweg naar Rome ravotten we ons rot tijdens de lange treinreis in de slaapwagons. Het was het jaar van “Goeie morgen morgen” van Nicole en Hugo, toen nog Nicole Josy en Hugo Segal. Op een bepaald moment had ik buikpijn en de Mustang bracht me meteen apart naar een ligbed om, hemdje naar boven, aan mijn blote buik te zitten voelen. Doet het pijn hier? Ja! En hier? Ja! En toen zakten zijn handen steeds maar lager. En hier? Nee. … Mijnheer, néééé! Van me afgebeten ondanks zijn machtspositie en geen trauma’s overgehouden, maar ik beken… ik heb nooit een klacht neergelegd. :-)
Terug naar Sint-Lodewijks. En mijn vlegelsteken.

Ooit werden we als 13-jarigen betrapt terwijl we een sigaretje zaten te paffen op het dak, jawel, in de goten van het college. Het was “de Pette” himself, de directeur van het instituut die ons te stekken had. De Pette, soms ook “de Moane” genoemd (hij was klets) was Mr. Lesage die later een bekende schoolinspecteur binnen het Katholiek onderwijs zou worden,. Toen Sinterklaas in de studie kwam en opeens begon over “ het zijn niet alleen de schoorstenen op het dak van de school die roken maar ook…” wisten we al wie de zak in zou gaan.

Tijdens de speeltijd probeerde ik nogal veel binnen te blijven om te “moosen”. Krijtjes duwen tussen de plooien van de bordveger zodat…. Of krijtstof op de stoel van de leraar zodat de flap van zijn blauwe vest …. of jeukpoeder, of… Maar het leukste was natte sponzen vanuit het venster op de eerste of tweede verdieping aan de drukke Noordzandstraat uit te wringen boven onschuldige passanten, ja zelfs – en hier ben ik niet fier op – boven “kindervoituren”.

Deze klaslokalen kan je nog altijd zien, nu boven de winkel Essenza, die grote ramen en dat balkon. In die tijd was daar recht tegenover de bekende parfumeriezaak Jean-Pierre Annys gevestigd. Niets leuker dan krijtjes naar de overkant door het open venster van de slaapkamer van deze parfumier te mikken. Tot op zeker dag midden een les Grieks de Pette binnenstoof, recht naar me toeging, me bij de oren nam die hij het eerste halfuur niet meer zou lossen. Meer zelfs, hij leidde mij tot op straat waar ik in tientallen handelszaken en aan tientallen mensen mijn verontschuldigingen moest aanbieden inclusief Mr. Annys natuurlijk.

Kijk eens. Er bestaat kritiek op het watervalsysteem in het onderwijs maar in mijn geval was het een zegen. Ik was bij de laatsten van de klas en het was harken om boven de 50% te halen. Kortom na het vijfde Latijn-Grieks stapte ik over naar “de Moderne” in het Sint-Jozefsinstituut te Torhout, meteen als intern. Fluks was ik bij de besten van de klas en daardoor gemotiveerd zette ik mijn negatieve energie om in positieve. Ik zou de rest van de humaniora en de afdeling mens-wetenschappen klaspraeses zijn en (mede)organiseerde ik bonte avonden, poëzienachten, theatervoorstellingen en vrije podia. En tot op heden ben ik nog blij met die kleine noties van Latijn en Grieks. Zo zie je maar…

Maar ik ging het over grensoverschrijdend gedrag hebben, daarover meer in deel 2 (over sex op de werkvloer). Beste lezer, na rijp beraad zal ik toch maar geen vervolg schrijven, daar het meeste een recyclage zou zijn van wat reeds in mijn boek "Toeristen(vallen) en opstaan" staat. Boek nog verkrijgbaar bij mij.